over de waakzaamheid van gras I – ruud poppelaars

Alles is adem
Is reeds gezegd

Is blauw zonder afscheid

Toen ik, aarde
nog met mezelf was

met naast me de maan
en boven ons de zon

tot de eerste wolk

over de waakzaamheid van gras II – ruud poppelaars

Je houdt je vast aan vallende sterren, stenen zomers,
papieren lentes.
 
En de vleermuizen suisden nog wel zo mooi vroeg dit jaar.
 
Reeds bezongen in de groeven van je gezicht de honderd tongen
van de meikever. De dagen opgerold in gonzend licht; en
volgelopen
 
-van zilver- zei je -van titaan- dacht ik. Een novembermeisje
bombastisch wit. Het stond tussen gras te drinken; te verstenen
in kreten met kristal.
 
Een gedroomde roos of een verzwegen haven; kalklijnen verheffen
zich niet om in te verdwijnen.
 
Het is hier dat ik de wereld draag aan de poort van de zee die
opengaat als het hart van de bij. Jij het blad, waartoe alles
beweegt plooit op bed met de dag ertussen
 
en een oude horizon op m’n kussen legt.

gedicht – ruud poppelaars

gedicht - ruud poppelaars

gedicht - ruud poppelaars

ode aan ruud poppelaars – janus duprie

Niemand durfde het aan
Behalve dan die ene man

Liet zichzelf bombarderen
Tot talent van Tilburg