je bent er niet – pallas van huizen

Ik vervang de afvalzak,
doe de afwas, de was, boodschappen,
eet en drink.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Ik zet de computer aan, de tv,
youtube, teletekst.
Deuren en ramen open. Frisse lucht, zuurstof.
Ademhalen, kleine traantjes.
Het licht uit en aan.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Mensen gaan naar hun werk, naar huis,
naar vrienden, naar hun geliefde.
Lopend, met de fiets, de auto of de trein.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door, door, door.
Keihard door, door en door en door.
Ik sta nog steeds stil alleen.

verdwijnpunt liefde – jos van daanen

Soms klink je als een losse deurkruk
en als dan pis ik op je woorden

of je ziet eruit als een afgesleten vloerdeel
dat zijn splinters in mijn voetzolen jaagt
tot ik je niet meer negeren kan en
je langs de ramen op de eerste wil verlaten.

Je dak lekt en de douche mengt zich aan
een stuk in ons gesprek, je sijpelt weg
in je eigen afvoer.

huis uit – kate schlingemann

er zijn plaatsen
waarheen je om
namen in hout

waar bomen in kasten
liggen naast woorden
die stutten en wangen
doen keren

waar deuren en ramen
besloten in codes

buiten de plekken
die raken
in kleur

er was kleur – enrico lommerte

ik heb mij verdoekt

onkruid groeit wel door
de stad blijft leven
het land gaat op in
die kloot zal blijven draaien
zoals het heelal ontploft
en zwart opzuigt
leven geeft en neemt

ik hing mij
op lijstloos canvas
in een kamertje
zonder ramen
gesloten voor de buitenwereld
de sleutel in mijn zak

een reserve
jou opgestuurd

* – maaike klaster

Om door en zevenjarig gat te vallen heb ik een extra paar armen nodig om me
vast te houden, maar wat mensenarmen betreft zijn hier alleen de mijne,
wat ook precies de reden is dat ik val. Terug in de tijd, langs lege kalenders,
agenda’s, bedden, een bank waar ik ook nu in mijn eentje op zit, en alle mannen
die ik dood heb laten bloeden, zelfs hier op deze vloer, omdat deze isolatie,
eenzaamheid, afzondering – noem het wat je wilt – nog altijd beter was dan het
alternatief: me opnieuw laten naaien, of erger, verkrachten in mijn eigen huis.
Dus het spijt me voor alle verloren tijd, mislukte pogingen om liefdeloos binnen
te dringen in dit verdorde paradijs, een paleis waar gladde muren, spiegels,
tegelvloeren steeds met dezelfde tranen worden schoongeveegd, waar ondanks
alles Vreugde nog steeds leeft, want denk niet dat iemand heeft geholpen toen ik
schreeuwend op de ramen schreef: Help!

ze kraait nog kind – jelou

Ze slaat haar armen om koppige draken
leest ezelsoren glad in vuur aan de schenen,
gedoofd door moeders nacht

ze kraait het kind in trouwen met poezen
haar borsten gepreveld in oudere tongen
dan rose kauwgom verdragen kan

ik wikkel haar benen in brandwerend folie
stel heupen af op onzichtbaar wiegen
terwijl haar stift Roodkapje kleurt

Haar kiem wil ik smoren, haar lippen begraven
in onschuldig zand haar afdruk behouden
de korrels zeven voor het geval

op handen en kniëen doorkruipt zij de kamer
echoot een paard naar naieve muren
het zadel gehuiverd in mijn hand

ik lach mij vermaakt, het leidsel in handen
blindeer ik de deuren en ramen, haar lipstick
verstopt in mijn plooibare angst.

erg wakker – martin b

Sayang,

ik mis je zo erg
dat ik alleen nog
kutgedichten schrijf.

Sayang,

je zou me eens moeten zien.
Zo fucking verdrietig,
samen met mijn halve liter bier.

Sayang,

ik heb hier wat gezelschap
van ramen, deuren & muren.

Maar zij zijn woordenproof.

Sayang,

straks knip ik de sneeuw-tv uit
& loop ik langzaam de trap op
met een ingehouden huilbui.

Sayang,

dan moet ga ik gaan liggen
& druk ik jouw vergeten slipje
tegen mijn lippen.

Sayang,

geloof me, vannacht krijg ik
geen bezoek van mooie dromen.

Mijn ogen zullen gericht staan
op de maan.

& ook hij geeft geen antwoord.

wervelende kracht – elize augustinus

troosteloze dagen
van weleer

ik registreer in mij de tijd van strijd
eeuwig durende omwenteling
kosmos dode gedachten eenzame nachten

ontkomen aan de chaos
waar de huizen
ruimer
en de ramen open

sterke levensstromen waaien
kennis lichtstraal vonk van weten
tussen licht en duisternis

zien wij groene blaadjes trillen
als er wind waait door de populier

lege kamers – kid-lee vermaase

Brekend, golven van koele lucht,
Op het huis stuk met een zucht.
Ik zit in een kamer, geheel alleen.
Ginder hoor ik jou. Waarheen
Ga je, blootsvoets, met stille stappen?
Je masker hangt nog ergens langs de trappen,
Boven sporten, steile treden hoog;
Naast deuren tussen vage verlichting,
Verstopt in schemering; de kentering
In je schreden, aan de gene zijde,
Weg van mij, de kamer die ik benijde
In.

Hemelnat spat tegen geruite ramen
Van een ruimte waar we tezamen
Wijnen ontkurkten, op ’t tapijt neerhurkten
En vlammen voelden in lijf en leden.
Ik staar, doe stappen, kijk langs de treden:
Hoor ik jou daar? Zit je wat te doen?
Ik hoor je denken, volg je terug naar toen;
Langs de sporten en glad gelakt hout,
Zie ik even je gezicht, mij zo vertrouwd.
Sloffend schuif ik terug een kamer in,
Verlangend te verklaren dat ik je bemin.
En als kaarsen doven, hemel blijft luisteren,
Dan zal ik je morgen weer mijn hart toefluisteren.

opstand – stoney pete

In het huis mijns vaders
zet ik de ramen open
want er zijn vele kelders

Hij is elders
bezig met bladerblazers

In de tuin branden hopen
verboden bladeren

Maar tegen zijn zin in
waait de rook naar binnen
en de rookmelders zingen
de doden wakker

clausuur – stoney pete

Mijn ik is een monnik
in een lege bovenkamer
zit zijn cel, een lege blik
zijn geblindeerde ramen

Stil zegt hij
amen
de muren hebben ezelsoren

De buren horen hem
in alle hoeken en gaten
naar een wezen zoeken
en in zichzelf praten

Hij luistert naar goddelijke namen
de wind fluistert door de kieren
hij vindt verzuurde papieren
kluisters die hem binden
uren vol getik

Langzaam maar zeker
komen de muren op hem af
deze bovenkamer wordt zijn graf
de blinden vallen af
in een ogenblik

gebroken ramen – marten visser

Muffe reuk nat cement
vermengd met verkoold hout
flarden vitrages gedrapeerd
als levensloze getuigen

Groen slijmend riekend mos
demt de klagende echo’s
tacet, hier waart een
ongevraagde bezoeker

Schubbige pissebedden feesten
met witte maden
brengen de dode rat met rode
neon ogen tot leven

Stuntelig glijdend door de
vette klei van emoties
schud ik de schurftige heremiet
van mijn belaste ziel

laat hem achter dansend
zuipend badend in zwavel
met Lazarus de rusteloze rat
met de neon ogen

ochtendritueel – jan gutman

Als de ochtend door de ramen
naar binnen stroomt
verdrink ik in haar geluiden
en kom langzaam tot leven.

Naast me, in serene rust, lig jij
aan de dag nog niet voorgesteld.
Ik fluister je naam en je gezicht
plooit zich moeizaam in de morgen.

Buiten fluiten de vogels
het ochtendbulletin.

behandeling van tijden – hans van willigenburg

Voorbije tijden, toen we ramen open gooiden in gedichten,
zijn tijden om te koesteren!

Wat er toen allemaal in en uit de ramen vloog aan objecten,
diertjes, stof, verlangens!

Hoe gretig er in die tijden achter de ramen geademd werd,
geïnhaleerd om verre verten te proeven!

De gespannen borstkassen vlak na de lassoworp der longen;
de blije gezichten om zoveel winst en vernieuwing!

Al die bergen, vlaktes, stranden, bossen en boulevards,
waar in ieders ogen zo hartstochtelijk niets van overbleef!

Die met niets en niemand iets te maken hebbende drang
Het Gedroomde Elders te omhelzen!

Maar ja, de tijden van nu…

Tijden dat we naar de haren op de rug van onze handen kijken
en tijden dat we naar de haren op de rug van onze handen
blijven kijken en welwillend wegzinken in dat kijken
naar die haren en tegen de ramen zeggen: sorry, weet ik al.

Wat doen we met deze tijden?

Laten we er niet teveel mee doen.

Blijven kijken, rustig blijven kijken naar de haren op de rug
van onze handen, ook al gaan ze ons van z’n lang zal ze leven
niets vertellen.

Aai ze, gerust.

smeltend – gronama

Uit alle ramen
van de hoge flats
die zij vanuit de trein
voor eindstations
van grote steden
in eindeloze rijen
doods en groots
voorbij ziet trekken,
hangen grote roze handen
blij naar iedereen te zwaaien.

Dus de hele trein zwaait terug.

Zij besluit spontaan
straks een Italiaans ijsje
met drie bolletjes te gaan kopen,
puur uit dankbaarheid voor dat
en alle gebouwen knipogen dit toe,
buigen bevallig,
alsof zij haar gedachten kunnen lezen.

Daarom danst zij hun walsje door de trein.

sprookje – eelke van es

In een groezelig groen bos
liep ik eens rond te dwalen.
Op het gifgroene mos
lag een prinses te smalen.
 
Ik gromde in haar oor
dat ze een meisje was.
Ze ging mij daarop voor
naar een paleis van glas.
 
Daar sloeg ik alle muren in,
ik sprak haar stralend aan,
Hiernamaals ben je mijn vriendin,
kom dichter bij me staan.
 
Het bloed stond in de ramen,
we waren eindelijk samen.

magritte’s – gronama

Lantaarns gaan al aan
terwijl de dag nog
heel even
tot staan is gebleven.

Huizen met ramen
tonen hun binnen
heel even
hoe mensen daar leven.

Het wezen ontbloot
dubbel belicht voor
heel even
de nacht nog verdreven.

Gordijnen gaan dicht
schimmen bewegen
heel even
werd iets prijsgegeven.

De diepblauwe lucht
verduistert nu snel
heel even
voor pijpen gaan zweven.