kwasten en drumvingers – hanny van alphen

je schildert een impressie
van het land waar je woonde
in een paar streken

verschijnt een witte weide
en altijd weer die vage vrouw
met zwarte hoed

je zoekt geen grenzen
wijst naar je hoofd
alles zit daar

en daar zit het goed

kwasten en drumvingers
een enkele wijze haar
het zij geloofd

mij niet gezien – elize augustinus

Het gaat om de
tegenstander; tegenstander?
Wie is de tegenstander, ” vraagt u?”
U vraagt en wij draaien.
Wilt u het echt weten?

De tegenstander heeft van geen
kaas gegeten: hooguit
een paar uitgelezen kazen.
En ‘t zal u verbazen

als u hen ziet staan aan de
kant van de dwazen om te
bedotten en te beknotten
Gedicht en ‘t verhaal.

Gaat u ‘ m voelen?
Beter leren kennen
Tijdens de Powezie-Wet-Rennen!

meegevoerd – joke schrijvers

Jong zijn ze, geliefden in volle vaart
haar sluier waait hoog
boven de hoofden van mensen

Het hemelpaard draagt hen
draaft door een scharlaken heelal
met het paar

Hij, zijn gezicht naar haar toe gewend
hand op haar borst, en zij
de ogen geloken

Onpeilbaar stil in die binnenste-
bovenwereld het betoverde stel
op weg in zichzelf

Wij mensen kijken en kijken -
wat schuilgaat in die beweging
blijft

(Marc Chagall, Le Cantique des Cantiques IV)

goldbach vermoedt – arjan keene

Het laat zich eenvoudig zeggen:
elk even getal groter dan vier is
de som van twee oneven priemgetallen.

Andersom is triviaal: de som van
twee oneven priemgetallen is
natuurlijk altijd even.

Dat is ook makkelijk in te zien:
ieder mens is, zoals bekend,
namelijk zelf een priemgetal.
Stel er twee samen in elkaar
en je hebt een even paar.

Maar neem nu elk denkbeeldig paar,
dan, zegt dus het vermoeden,
zijn er altijd twee mensen te vinden
die daar precies in passen, bij elkaar.

Kijk om je heen. Bewijs het maar.