kettingrokende criticus – pj sas

balancerend op de punt van jouw pen
is de taal de weegschaal der werelden

en ik ben je trouwe profeet, jij hebt mij
gewogen en te licht bevonden

dankzij jou vallen mijn woorden niet ter aarde
maar blijven ze hangen in mijn baard

al heb ik nog nergens het gedicht gevonden
dat ergens verborgen moet zijn tussen de haren

of het moeten de plukjes shag zijn, van die zwarte krul-
letters op het witte vloei

waarmee ik je sigaretten rol: opdat jij relaxed
je Laatste Oordeel velle

in de nacht als de volle asbak op je bureau
de weegschaal door doet slaan

en het gewicht van mijn ziel
in rook is opgegaan

infanticide – onbezield

de waanzin
was voelbaar
zwaarden hadden honger
gerecht of ongerecht,
die moest gestild worden
als instrument
van een verwrongen brein
misleid?
of voerden ze juist
Gods Salomons Oordeel uit?

onreine geesten
gescheiden van goddelijkheid
zouden wij anders
het verschil niet weten?
was dat, als zondvloed
de prijs?

nog immer in Bethlehem
de grond doordrenkt
van onschuldige schuld
hun bloed sust mijn geweten

ik weet…

oordeel – bennie spekken

rode slippers
met witte stippen

zit ze eindelijk
bewegingloos

het licht uit
mijn ogen

het vel in
forse handen

bladstil
leesbril

kijk ik door
de vlekken

zakt haar hoofd
langzaam weg

de hond duikt
in een kronkel

likt verwoed
zijn ballen af

een beetje zwaar
zegt ze

van enkels en banden – lieve de vos

luisteren naar gods oordeel
dat resoneert door muren
hol als spartaanse ruimtes

kruisen langs uitgezette koersen
tik, tik, tik, tik – geen respijt
met beloken ogen op
ronde rechthoeken lopen

iemand vraagt: ben ik een schaap?
zijn wij allen schapen
die grazen en wollig blaten
opspringen bij schellen en stem?

het hangen aan patronen
en landkaarten – alleen een blinde
vindt zich in hun ribbels terug

verlokkend de stille houdgreep
waarrond gedachten zich plooien
in de illusie van profijt
of aanvaarding – ja, aanvaarding

dàt is een faire ruil
je bent geaccepteerd
join the club!

oordeel – ibunda

Ik ben ontsnapt. Als laatste eerbetoon
aan de kierende massa die met
opengegaapte mond de schepping amuseert

er zijn halswenders, dwarsgelegen op
een slakkenspoor, ze kermen van
een verwassen kut en hete thee op de veranda

verdwijnen in wit verrimpelde huidlagen
er wordt geraspt tot aan het bloed

deze zondag spreek ik nog,
van moederkoeken en een ontblote borst
ongeschoren met een vuist in mijn mond

wat rest is vergeeld versleten, mijn oog
ziet slechts de blinde trouw