tweede kans – onbezield

achterom kijkend
over mijn schouder
zie ik verleden
klauwend toeslaan
lappen vlees gescheurd
van mijn rug
tot op het botmerg uitgebeend
vlees en vet
vernederd op straat gesmeten
orgaanvlees voor de honden
bloed door de goot
mijn knoken uitgekookt
vermalen tot gruis
hersenen op sterk water
als anomalie ten toon gesteld
op de kermis
van de huidige maatschappij

zie dan je boeltje
maar weer bij elkaar te rapen
nummertje trekken
achteraan in de rij

doortastend – onbezield

met een vinger
volg je een fontanel
tot een ruimte gevonden is
waar hij wijkt
tastend verken je het gebied
en drukt door
mijn hersenen in
je duwt verder
als in gelei roer je
die vinger
in mijn zielenpap
vermorzeld tot moes
ik had liever
dat je me gewoon sloeg

reflectie – onbezield

schemer gordijnde
voorbije dag
duisternis werd gelaten
zwervend door mijn huis
als blinde,
dook ik voor een spiegel op
vervaagde contouren
indringende blik
alleen mijn ogen
waren helder

ik zag
hoe mri-achtig
mijn zijn
tevoorschijn kwam
gefascineerd onderging ik
draaide mij plots om
en zag nog net
hoe mijn schaduw
schoudertastend oploste

na de winter – onbezield

bij dag in nacht
in bevroren koude
zelfs jij warmt niet
vesting in een wereld
zelfs de klimop rouwt
eeuwig schijnbare duur
mijn oubliëtte zwart
de wereld wit
onmeetbaar strenge vorst
liet krassen op mijn ziel
littekens die moeilijk helen,
niet vergeten kunnen worden

mijn sprankeling was!
bij toeval greep ik raak
maar elke dag
voel ik die krassen
zij horen bij mij…

nu ik de zon kan zien
en een enkele donderwolk,
laat ik het bij tijd en wijle
maar stormen
ik weet nu dat na regen…

een boom op het veld – onbezield

er staat een boom
op het veld
zijn verloren bladeren
maken hem kaal
dwars doorheen
kun je alles zien
hoe een wolk voorbij drijft,
de eerste zonnestraal
je begroetend aanraakt
meer is er niet

impromptu nr. 4 – onbezield

Allegro 130

“Am Krummbach”

je water stroomt voor eeuwig
over rotsen
nu ijzig koud
deels bevroren
toch nog lieflijk
sneeuwtoefjes garneren
je voorde en oevers
elke bocht volg ik
zoals immer
nieuwe zichten en geuren
boven je ijsdampige water
zweeft de vrieslucht
tastbaar levend
nog steeds betover je
in de komende zomer
drink ik je water van gisteren

impromptu nr. 1 – onbezield

Andantino 88

“Der Wald”

met mijn ogen
ging ik over het pad
bomen omringden mij
bosgeur drong in mijn neus
openhartig in gesprek
met het woud
vergat ik de tijd
voldaan van indrukken
keerde ik terug
naar mijn schrift

maelstroom – onbezield

de bodem van de rivier
is bezaaid met lijken
de aarde waarop ik loop
is bezaaid met lijken
de lucht zwevend boven mij
is bezaaid met lijken

beklemd hart
zeer
ademhaling stokt
hallucinant

het verleden,
mijn verleden
komt met mach 9 dichterbij
voorbij, haalt mij in
blaast mij omver
vermorzeld mij
schept een toekomst
die niet de mijne is!

middenin die maelstroom
van water, aarde en lucht
zuigende krachten
naar beneden en boven

spreek mij één woord
geef een zicht
laat mij verhalen
schenk het verleden weer
verzeker de toekomst

de zee roept – onbezield

breek ik boven mijn enkels af
blijft mijn sokkel achter
dat is wat er rest
van mijn betonnen blok

hoelang mijmeren wij dichters al niet?

mijn anker ligt in zee
waar anders?
die onuitputtelijke bron
voedde mij vanaf mijn eerste ademtocht

menig schip is daar vergaan
een verraderlijke plek
zo verloren in de oceaan,
het magnetische middelpunt

die zee voedt mij
die zee leeft mij
de zee ben ik

en jij

nou, voor mij… hoeft het niet – onbezield

na de bommen
weer de stilte
voor even maar
de eerste officiële daden wachten weer

het nieuwjaarsconcert
de oliebollen en koffie
het schansspringen
nou, voor mij… hoeft het niet

naar schoonmoeders
nou, voor mij… hoeft het niet

misschien wat zwartgallig
laat mij maar vandaag
ik sla me er wel doorheen

glimlachen op straat
handen schudden
de beste wensen en alle goeds
nou, voor mij… hoeft het niet

ik wil met rust gelaten worden
geen telefoontjes
geen huisbel
en zeker geen zoenen!
voor mij… hoeft dat niet

ik maak me hier
niet populair mee
dat deert mij niet
diegene die mij kennen, weten…

mag deze beker vandaag
dus aan mij voorbij gaan
ik zwelg even
mag toch wel?

uluru – onbezield

ontdaan van kledij
ontdaan van huid
ontdaan van schuld
sta ik voor u

naakt
puur

mijn levenslicht stroom vrij uit
kwetsbaar
maar sterker dan verwacht

mijn sterrenstof
droom
verteerd al
heel het heelal
implodeert in mijn hoofd
explodeert in mijn licht

alles aanrakend
dwars door basalt
kom ik tot jou
wij vervagen
lossen op
verder levend
in een vijfde dimensie

droomwereld

infanticide – onbezield

de waanzin
was voelbaar
zwaarden hadden honger
gerecht of ongerecht,
die moest gestild worden
als instrument
van een verwrongen brein
misleid?
of voerden ze juist
Gods Salomons Oordeel uit?

onreine geesten
gescheiden van goddelijkheid
zouden wij anders
het verschil niet weten?
was dat, als zondvloed
de prijs?

nog immer in Bethlehem
de grond doordrenkt
van onschuldige schuld
hun bloed sust mijn geweten

ik weet…

strobopsychedelisch – onbezield

tempo: presto!

schaduwen leven
Rorschachvlekken flikkeren
dit psychedelische
verknetterd cellen
dag en nacht
weken, maanden
weet ik veel hoe lang al
het hele systeem op tilt

snij mijn oogleden af
die hebben geen nut meer
met naakte ogen
kijk ik de wereld in,
dat wat er van over is…
doorklief mijn schedel
met een botte aks
zoutzuur druppelende,
zelfs half opgelost
blijven de vlekken stroboscopisch
repeterend
en door
meer…

stil – onbezield

een arena vol mensenbladen
allen stil, statisch
zij zien een woord dalen
langzaam, naar benee
lento
nog niet rakend
wel nakend
een kaal woord
het zweeft nog boven

en dan raken zij elkaar
woord en bodem
vleesgeworden één

Oorverdovende Adembenemende
Donder!
De Arena barst uit zijn Voegen
Explodeert!

Dát was het woord
waarop het wachten was

in de geslagen krater
ligt het voor het oprapen
spreek Het
en de sferen zullen bedaren

durf je?

stil

maar niet alleen…

angel’s share – onbezield

ik ontsnap
nog voor compostering
uit het gesneuvelde blad
en voel mij opgenomen
korrels zand kriebelen
schuren mij schoon

ontdaan van alle opsmuk
klaar voor de eeuwigheid
tilt de wind mijn bladergeest op
het Engelendeel voor de hemel
residu voor de aarde
zo ben ik in alles en overal

ooit verwaaid
en meegetroond
verguisd en gebruikt
zweef ik nu
dankzij u!

babi yar – onbezield

doorheen tijd
pijnt mij het mens zijn
zielen schreeuwen;
vergeet niet!
onze laatste traan was voor jullie!
onze laatste adem was voor jullie!

lopen, lopen
het ravijn…
naakt in de septemberzon
gruwelijk speelgoed voor kogels
Satan is los!
het ravijn…
tot de rand gevuld met bloed
tot kadavers vergane lichamen
huizen van de ziel,
nu verlaten

ik ben er geweest
mijn verstand verliet mij
de lucht bezwaard van leed en pijn
betreden deed ik niet
uit eerbied

honderdduizend mensenzielen vermoord

wees stil
luister naar de vogels

één van de laatste taboes – onbezield

wij creëren taboes
de meerderheid dan
is er één die wil doorbreken
staat die openlijk aan de schandpaal

toch zijn er tijden
waar meer aanvaard wordt
in golfbewegingen
gaan die door de maatschappij

zelfs bestaan ze naast elkaar;
aanvaarden en verwerpen
opeten of cremeren
begraven of bakken

ik heb nog wat kadavers
in mijn diepvries,
overbodige mensen
ter consumptie

mijn ingeslagen voorraad
bak en braad slinkt gestaag
ik ben een omnivoor
stiekem smaakt het toch het best!

stemmenman – onbezield

alleen wat woorden op papier
dat is wat ik ben
en er van mij zal overblijven

spreken doe ik ze niet
wel lezen en schrappen
meer komt er niet bij kijken
of toch?

de duizendstemmenman
komt wel eens op bezoek
door hem krijgen de woorden lading
intrigerend hoe lezen en schrijven
dan door spreken pas echt gaat leven

de gave van de spraak heb ik niet
ik krabbel slechts als in trance
later merk ik pas
dat een kopie van mijn ziel
in de woorden besloten ligt…

ik liet een traan – onbezield

Schoon was zij
Onvergelijkbaar
Schijnbaar alleen op de wereld
Aanbidders van ver
Zo alleen

Eva, Dulcinea, allen haar naam
Onbereikbaar
Zo alleen

Ook aan heur spanne
Moest eens een eind komen
Een traan welde op in mijn gemoed
Om het bestaan van zo een
Schoon creatuur af te kappen

Gelooft u mij
Dat is niet gemakkelijk
Zelfs ik treurde
Maar niet voor lang
Zij is nu bij mij
Wij huilen samen vaak…

* – onbezield

verlaten van groen
ingetogen op jezelf
je naaktheid ten toon
zo sta je daar, moederziel

mijn meelij is gewekt
terwijl het een natuurlijk verloop is
toch…
je grandeur van weleer
komt weer, dat weet ik
toch…

op pijnlijke wijze wordt blootgelegd
de onvolkomenheden opgelopen
tijdens storm, droogte, hitte, natte
en toch, ben je volmaakt
een overlever van tijden
schenker van wijsheid
mensenfluisteraar…

* – onbezield

tussenkomst van Ma’at was nodig
om mijn schellen te verwijderen
dan is de wereld niet zo hij bleek
en ik weet niet wat ik weet
zie alles maar kijk niet
spreek de woorden met de mond dicht
deze werkelijkheid is niet de mijne!
een lucide speling van het lot
laat mij een ander leven leven
brandhaarden pijnigen mijn zicht,
verlos mij van dit zien
en geef mij mijn eigen zijn terug!
deze reïncarnatie is niet de mijne!
of vergis ik mij nu schromelijk?

vogelvrij – onbezield

vrije vogels doen mij walgen
ik giet dus vitriool bij de boom
is hij dood, hak ik hem om
heeft de vogel geen zitplaats meer
om mij te bekijken en bemokken

rattengif op lokvoer wil ook wel helpen
de neergevallen lijken ruim ik op
ik luister en het is goed…
maar de krengen waarschuwen elkaar:
ga niet in die tuin des doods!

laat ze maar, de omgeving is alert
hun tijd komt nog wel want
als klein duimpje heb ik de buurt in mijn macht!
ze zijn te stom om acht te slaan
te gulzig… maar ze blijven komen…!

spreek mijn naam – onbezield

Hoeveel zielen op de aarde
Gepijnigd door leed
Wensen verlossing?

Het is toch heel simpel,
Spreek mijn naam,
Zeg mij wie ik ben
En ik sta u terzijde…

Mijn naam,
net zo verborgen als die van God
Sinds het begin der zielen
Een mysterie opgebouwd

U hebt ons verloren
Dat kost u,
terwijl het toch zo eenvoudig is…

Zoek mij in uzelf
Spreek mijn naam
En alles is goed!

ijdele vingers – onbezield

zijn het die
deze woorden creëren
gedachten op papier zetten

uit alles wat dwarrelt
stroomt, door mijn geest
pulk ik
pluk ik
gebruik het, egoïstisch als ik ben

Dorian Gray beleeft mee,
mijn spiegelbeeld
schilderij,
is onthuld…
gruwelijk als ik ben, toon ik mij
vlak voor de dood

voor de duvel niet bang
Ik heb geleefd!

episch – onbezield

annalen en kronieken
gevuld met heldendaden
getuigenissen van moed
zijn er geschreven, over mij

hoe ik De draak bestreed
een schat veilig stelde
stamoudsten beschermde
en mijn onsterfelijkheid
in gevaar bracht door krijg

het Hooglied van mijn passie
voor de deerne in de toren
heur haar precies lang genoeg
haar meenam ins Blaue hinein

de golven van overmacht
bereed als een ridder te paard,
ja, die epische daden
zijn beschreven in annalen
en kronieken die getuigen

kent u die geschriften?
of speelt het zich allemaal af
in mijn onbewuste fantasie?

* – onbezield

de myodes glareolus beweegt zich
nerveus klikkend, scrollend
benieuwd, bevreesd, elke dag
uur, minuut, seconde…

een grauwe greep om het hart
beheerst doen en laten
is al het moois wel mooi?
het verleden knaagt zich een weg

die mare duurt eeuwig voort
als in de poel der zielen
vechtend, klauterend, louterend
zo voel ik mij in mijn vergeetput

sluit af met lid
buiten het licht, lucht
demp de put met resolutie
en de aardkloot kan verder draaien…