blue socket bird – tibbes punt

Er rust een vlinder op je spoor
ogen die het zwartste strelen
haar vleugels in je zij
voor een seconde
denk ik
dat ik een vlinder ben
maar mijn pootjes dragen
blauwe stopcontacten
ik hip wat rond
drink water
weet dat april zich zal
herhalen.

herfstdoorsnede – janine jongsma

Ik lig verstild in het grijze ochtendlicht
ons mooie overtrek toont slijtage
zojuist zag ik het najaar er voorgoed in vallen

Wij, enkel nog een doorsnede van de herfst
de zomers in ons zullen verjaren
steeds verder bladerend achteruit

Jij, die nog slaapt
in de zachte trekken van jouw gezicht
waarin de seizoenen sneller gaan dan ooit verwacht

Hoe kan ik onze zomers bewaren?
anders dan in mijn ontbladerde vel
aan jouw handen vragen mij nooit te laten gaan

Door je ogen dicht
de jaren terug te strelen
in de nerven van mijn huid

de afstand is zichtbaar – pallas van huizen

Weggestopt in een glas,
de zilte tranen,
de onschuld van een man,
als zwarte ogen achter rode gordijnen,
zware schouders,
een tel van onbalans,
was zijn vrouw maar hier,
verloor hij zichzelf zonder inzicht,
zienderogen wegkwijnend in teren taal,
druipt haar liefde langs de hoorn,
de donkere eenvoud van verlangen,
waar houten tongen afstompen
tegen ijzeren idealen,
ze was geen gangmaker,
maar raakte me
in haar vertraging.

kopie van haar recept – pallas van huizen

bakvet stolt in de koekenpan
resten roomspinazie kleven aan zijn lepel
halfdood-gepolijst
de schaduw onder zijn ogen
een grimas
gevoelstemperatuur nul
koffie lekt in de gootsteen
lege tranen vullen lege pijn
gewoontes sterven af
de herinnering slijt
op de achtergrond is het windstil
onverschillig het weer zonder eind
meneer heeft geen keuze
eet zijn avondeten bij het ontbijt

* – bianca hendriks

Ze staan tegenover elkaar
Handen naast hun zakken,
vingers gespreid, de voeten
wijdbeens, met losse kaken
haken hun ogen zich vast

Ze wachten
op een teken
in het spiegelbeeld van zichzelf

Ze wachten
op die ene wimperslag met losse handen
op de asterix met gespreide benen

Maar die blijft hangen
boven het onuitgesproken woord

de dichter, verliefd – ellen vedder

worden doet hij niet meer
Al zijn er huiden genoeg
streeploos wit, de haren verlicht
honing stroomt en koude voeten

zij passeren zijn gebarsten deur
kloppen soms, klingel meneer!
Een zwaar voorhoofd en spikkels
vuur, een tel bloed dat gonst

zijn ademhaling bevroren
O schat, o jonge klaarheid
‘t zachte in haar ogen, vluchten
voor zijn schaduw daar is

ik zal voor je dichten – lesley adriaansz

Voor M.

Ik zal voor je dichten,
omdat de wereld nieuw voor je is
en jij er nieuw in bent
en je ogen rond zijn van verwondering.
Mondjesmaat zuigen zich woorden tot zinnen,
zoals een baard in etappes een grimas raspt.
Ik zou opnieuw willen beginnen,
geloven in de tienduizend dingen.
Wat is er van die trotse gang
tussen hemel en aarde gebleven?
Ik moet gaan liggen om mijn fantasie te leven
in schuilplaats annex spookhuis.

Ik zal voor je dichten,
omdat ik de wereld niet verbeterd heb.
Hoewel wij toen bij uitstek
dat als geboorterecht
ons aanmaten, maar
wij overaten aan idealen,
nestelden in protesten
en vervolgden op oude voet.

Ik zal voor je dichten,
omdat het moment bedriegt;
ik je voortaan tevens zoals nu zie,
terwijl een spiegel links en rechts
maar niet de tijd omkeert.

vissen – lesley adriaansz

Levenloze vissen zijn doder
dan andere dode dieren.
Zelfs bij leven leven
hun ogen niet echt
en zijn zij koudbloedig
als een kadaver.
Vissen kletsen met petsen
op natte tegels.
Het klinkt als oorvijgen.
Onder water zijn zij onzichtbaar
van boven. Van onder van zilver.
Hoe groter en tandrijker
des te gevaarlijker
zijn zij.

hoe verzin ik haar? – harry m.p. van de vijfeijke

Het weeldebeeld van een vrouw,
Russin vandaag. Beeld eenmaal gegeven
bewerkt dat ik een dag met haar verkeer.

Ik voorzie haar van de juiste lingerie,
zet alle klokken stil als wij ontbijten.

Ik noem haar Helena, Belofte, Matroesjka Kus
en ook Zacht Soepel Breedbeeld.

Mijn handen spelen, ik heb de durf
haar ogen in te zien. Hoe verzin ik haar,
want zij is een wonder zoals zij terugkijkt
en met Helenahanden naar mij reikt.

big brother – sacha vreling

Ik wil zó dat je naar me kijkt
door je webcam, je Iphone, smart-
en tablet, als ik wulps draai en draai
om mijn eigen as, mijn rondingen
en mijn vlees, mijn geile woorden
over mijn onzekerheden, ik wil
zó dat je naar me kijkt
als ik mijn heupen langs je blikken
en mijn harde tepels
tegen je zachte ogen schuur.

linda (1993 -) – phillipe te bar

Wallen lagen onder haar
ogen als donkere dames
met lusten die zij
juist niet wil voelen

op haar snoeppapieren spookvel dat vaak zo smakelijk
zou kunnen knisperen, maar waaronder nou net weer
botten tot spiesen splijten om daar haar huid door te steken,
waardoor een weg uit die nachtzwarte uit pees en vlees
geweven holte zich opent; vanuit die ultrasone onderwereld
der labbekakorganen, meent zij, dat zij juist dat weer heeft;
onrustig gebeente, mergvol gestut van die bloedlauwe hel, dat
levenslang zinderend kraakt in haar zak van vaal en vlezig vel.
Haar botten willen zich ook wel eens in het volle licht warmen

aan de zon, waarvoor zij zich juist verschuilt als pasgeboren,
baarmoedernatte reeën doen die ook maar verloren rillen
in hoog, dorgeel gras.Voor even verlaten door hun moeder
die, zoals het hoort, gevaren afleidt als wolven en mensen.

De wereld is haar carnivoor waarvan zij, verloren lopende
polonaise van een meisje, de opengesperde muil inhost. Ze
offert zich liever lallend en alleen. Niemand waagt haar zo

aan te raken. Gelieve dat ook nooit te doen.
Teken haar; het is een nadrukkelijk verzoek.

dag kleine dronken dame – tijl nuyts

Dag kleine dronken dame
met ogen als poeltjes
en sproeten van zout.

Dag kleine dronken merel
met haren van zilver
en tranen van hout.

Je lacht de hemel koper,
de wolken smelten brons.
Je dreunt de avond open,
de stilte breekt, ik gons.

Dag.

Dag kleine dronken dame
met ogen als poeltjes
en sproeten van zout.

nana – tijl nuyts

Je stuurt me brieven
met droge bladeren
van je sinaasappelboom

Ik ruik
het stof, de wind, de zomer
in de enveloppe

Dartelt je hand nog,
je gom en je potlood
vliegen elkaar in de donkere haren

Je land spiegelt
als een roestige munt in het water

Het schorre gefluister van
je sinaasappelboom
vertakt zich voor mijn ogen

Je hangt de zinnen in de withete zon
te drogen
kleurige wasknijpers klemmen
flarden wereld aaneen.

zand er over – b. vogels

hij heeft alles
ogen van parfum
het lichaam van praline

hij kan harten vullen
het debiet opjagen
in aders en behagen

maar hij is soldaat gemaakt
weer tot vlees gemaald

zo zonder naam ligt hij daar

essay – robert kruzdlo

hoe dieper je graaft
herinnert het kinderoog
kan zelfs een microscoop
niet onthullen wat
te zien is in je brein

rede blind ogen zing
lang leve de wetenschap

ook computers helpen niet
om meer te zien dan
een FMRI regenboog
kleurige elektravelden
het kwantum trillen doet

stom blijft de mens
verliest de logica zijn kunst

klinkt er snaarmuziek
een onbekend deeltje God
een entropie botst
stil in mythe vangt

vlucht ik terug
in mijn logica
voordat niets meer overblijft
dan wat tussen uiterste blijft

- wat ik nog steeds bemin is
dat wij blijven kijken met
de ogen van een kind.

* – maaike klaster

Amaryllis
    bloeit, breekt
  open.
Rood vloeit
  als bloem
achter mijn
    ogen.
Knop kleurt
    groot, wordt
aneurysma.

Bloed geurt
naar de dood.

vang ons – kate schlingemann

Kom, trek jonge ogen aan
maak laarzen van je voeten
woel tenen door het natte zand

Licht zoeken we,
op het water
tussen vingers
uit het schuim
en bladeren

van ongeduld huilende wolven
we ruiken de maan zoals ze valt,
trappelen haar in glinsteringen

salamander – maaike klaster

Omdat ik in het hart van de vreugde heb gekeken,
daar de ogen van een salamander zag
die zijn eigen staart wou opeten, ben ik gauw
om tranen gaan vragen. Bittere kruidenbitters
kunnen niet omschrijven wat ik daar deed,
hoe die plek met gif aan de zijkant van mijn
middenrif hardvochtig openspoot, mijn gebroken
hart en nieren zo alsnog met elkaar verbond.
Bijna had ik mijzelf opgegeven, maar ik stopte
voordat de salamander beet en het voor altijd
hetzelfde moment en dus te laat zou zijn geweest.

zin in zomerzon – barbara trienen

sinds ik je ogen ken
wil ik vlijen met
je transpirerend goed
baren in het gras
en jarenlang dansen
in jouw ondergoed

blauwdruk van een middagwake – maaike klaster

Losgeslagen paardenstaarten
spinnen in de zuidenwind.

Het meisje met de bladerharen,
oranjerode ritselblaren,
fluit het luchtruim vol
met omadagen, zongedroogde
houtverhalen.

Iedere natte boomschorsdroom
wordt limonade in haar ogen.

Het najaar staart,
                      cataract cataract,
maar de zomer geeft glaucoom.

vooruitzicht (vliegende hollander) – maaike klaster

Terwijl stratocumuli gestaag op weg naar het oosten zijn,
kijkt de kerk op het plein vanonder zijn mantel toe. Hij ziet
de wereld door mijn ogen, schikt de veren op zijn hoed.

Er is niets blauwers wat er nu toe doet.
De haan draait, een duif op zijn staart knikt: roekoe!
Wij varen op de westenwind.

daar is de schoorsteenveger – kate schlingemann

boven moet hij een pruik
van staal en wilde haren
naar onder laten vallen

om zwarte wolken in en
zonlicht uit ons huis te jagen
wat blijft

zijn zwarte kringen
rond ogen vuile vingers
onder roet

Het hele huis moet leeg
zo snel als het vergrijst. De eerst
nog witte muur
verwijst

naar ons
wij willen alles uitgeveegd

schemer – danique corman

opgetogen gebaar bezorgt plaats om geluk te beproeven
Het geweten gedeisd houden door verbeelding
tastbare activiteiten verzonden door het leven
wordt ons ontnomen door de zondes van ons zijn
Ervaringen gewogen, openstaande keuzes
hoge ogen gooien

* – joost van gijzen

De meeste meisjes kennen we nooit als vrouw.
Niet met iedereen deel je puberend het matras -
In de nieuwbouwwijk of eindexamenklas
Zijn er voor elke Janneke een Jennifer, Gwen, Maud,
Hanneke, Marleen, Louise, Brenda en Sas;
Toen geen vonk, daarna geen mistletoe, de huwelijkstrouw,
Nog steeds geen vonk – maar zelfs dan een licht berouw,
Verlangen naar het slaapkamer contrast.

De deur door naar het centrum van de wereld, het bed
Waarin ze je haar zuchten toevertrouwt,
Het schaamteloze beest in ogen hemelsblauw.
Je discussieerde tot aan andere keuzes op het stembiljet
Toe; zag elkaars kinderen opgroeien, de eerste grijze haar; oud
Geworden samen – maar zonder haar lichaam op het palet
Blijft ze dezelfde van klimrek tot verzorgingsflat.
We begraven een heleboel meisjes; zelden een vrouw.

de val van prometheus – joost van gijzen

het beeld zit in de steen
en de beeldhouwer houwt het
eenvoudigweg uit
maar hoe moet hij, de dichter,
in dit wit iets vinden over
dat eerste gezicht, die zwarte ogen?

hij kan het sonnet met
elke vergelijking beginnen:
een gezicht waarvoor een man
bereid is steden op te offeren;
ogen van een
binnenlokkend donker -
aan het eind van het octet
worden Helena en gevaar
vergeleken met háár

de poëet wil een Prometheus zijn,
die vruchten uit het vuur van
inspiratie naar de mensen brengt
en in frustratie
met een aangevreten lever
de cafés afgaat

inner child smile – maaike klaster

Dat mensen voor je konden vluchten zonder dat jij
degene was die iemand kwaad wilde doen, wist ik niet,
maar ik heb het gezien. Ze rende zo naar een stadje
aan de andere kant van de spoorlijn. Daar zullen ze
haar wel ergens uit een greppel hebben gevist omdat ze
bezig was zich als die It-clown (u weet wel, uit het boek
van Stephen King) te verkleden en haar eigen Inner Child
eens flink alle hoeken van de kamer te laten zien. Niet
eens uit geilheid.

Sommige vrouwen speuren als bloedhonden
naar de wonden van een ander om deze na te apen en die
verkrachting nog eens dunnetjes over te doen. Dan zijn ze
heel mooi in de ogen die hen lachend vanaf de andere kant
van de spiegel aankijken, hebben ze lekker iets om mee te
spelen, gaan ze als kindvrouwtjes de wereld in, vergeten ze
dat clowns en kinderen niet hetzelfde zijn, dat kleine meisjes
nog geen tietjes, nog geen seks hadden, dat die lach vooral
een heel verkeerde keus was.

beperkt – yvette rombouts

In haar ogen zie ik een klein meisje onbegrepen.
Met haar lange onhandige lijf laat ze je anders geloven.
Om haar heen is er snelheid, snelheid zonder controle.
Als een vooruit gespoelde film.

Daar zijn ze weer, de niet beperkten, duwend, trekkend, bevelend.
Altijd trek ze aan het kortste eind, maar tot die tijd is het verzet van haar.

Zeven uur of half negen naar bed, wie bepaalt hoe moe ze is?
Duwend, trekkend en bevelend.
Sloeg zij of sloeg hij? Maar de klap was er.
Weer terug op haar plek gezet.

Langzaam sijpelt het naar beneden, komt het binnen.
Koppelt wat ze ziet, aan dat wat ze herkent.
Toch is het altijd weer anders, altijd verwarrend.

Buiten haar om, gaat alles zonder pauze door.

ingesteend – kate schlingemann

je kunt vinden
dat zon zwart moet
omdat leven veel te licht

je kunt zeggen
dat melk halfleeg is
als jouw ogen bangig wit

je kunt denken
dat hart van steen is
of een basalten burcht

ga maar denken in je grot
wat nog uitgebikt moet
wie durft

hier de beitel

* – joost van gijzen

Begrijp me goed: ‘t is heerlijk om naar haar te luist’ren;
Mijn vingers krijgen prachtig kreunen uit dit instrument
Van erogene snaren en verborgen toetsen,
Het afgelopen uur met alle aandacht afgestemd.
Maar ‘k ben gekomen voor haar ogen – in hun duister
Gelokt, en toen die diepe gloed: alsof vandaag de zon
Híer onder was gegaan. Ik zou ze zonder moeite
Véél verder zijn gevolgd dan deze kamer; minibar, balkon,
Het bed en in haar armen – en wat ‘k zag… Prometheus
Heeft nog een vlam, speciaal voor haar, gestolen. In ‘t café
Bekeken we elkaar niet steeds, met tussenpozen:
Één lange blik: genoeg – zou zij De Ene zijn? (“Hij bleef
Romanticus, zelfs in hotels”). De klankkast zweet, druipt;
‘k Speel tweeëndertigsten trashmetalgitarist-exact -
En met harmonisch slotgeschreeuw gaan z’ eindelijk weer open;
Besluit ze d’ avond zoals die begonnen is: met oogcontact.

wie niet weg is gezien – bennie spekken

hier is niemand
hoor ik haar zingen

de kleine meid
met de grote ogen

ze heeft het
van geen vreemde

wij zijn één
en al afwezigheid