snip en snap – eelke van es
Ik heb een zoon
maar ik ben niet zijn vader
(gelach rondom)
zijn moeder heeft hij niet gekend.
Zij kon niet zien hoe hij
hoe meer hoe langer
als zijn vader werd.
Ik heb een zoon
maar ik ben niet zijn vader
(gelach rondom)
zijn moeder heeft hij niet gekend.
Zij kon niet zien hoe hij
hoe meer hoe langer
als zijn vader werd.
Gezocht heb ik,
het was nodig,
ik wist niet meer waar naar toe.
Opgepakt en weggestopt,
lag ik,
verlangend naar hulp.
En niet ver verwijderd,
nog betekenisloos,
de grens.
Innerlijk doordrongen,
vanuit noodzaak gestuurd,
verscheen zij.
De verte werd levend,
kreeg kleur,
de hoop vorm.
Ik passeerde de grens,
en mijzelf,
het onbekende tegemoet.
Ik ben een mens als alle anderen.
Vreemde eigenschappen bezit ik niet.
Op vijandigheid reageer ik zoals te doen gebruikelijk.
Op vleierij idem dito.
Ik denk altijd: laat ik het niet ingewikkeld maken.
In dat streven faal ik volledig.
Ook daar heeft iedereen last van, als ik iedereen mag geloven.
Wat is er verder nog met mij aan de hand?
Ik zou het niet weten.
Niets, denk ik.
Als een idealist te lang op me gaat inpraten, ga ik slaan.
Is dat wat?
Extreme gevoeligheid voor betweters?
Ach wat!
Rot ‘n eind op, jij!
Moet het weer over mij gaan?
Alsjeblieft niet!
Kijk om je heen!
Er is zoveel te zien.
Zie je die brug en die boom en die wolken?
Daar is niets van te maken.
Dat geeft rust.
Van mij valt wel iets te maken, let maar op.
Laat me daarom braak liggen.
Raak me niet aan.
De brug en de boom en de wolken in mij – laat ze gaan.
Een vrouw met schort voor
gaat kijken naar haar schapen
haar man of vader
stort verder in
het is een hete zomer
niet normaal het klimaat
door ons toedoen worden we weggevaagd
een vrouw staat onkruid uit te trekken
aan de rand van wild land
in zijn tuinstoel trekt een man
hoestend de hemel in
weer hetzelfde liedje
zijn er niet langer blij mee
mochten we niet verder
dan had ik het toch
goed voorspeld aangevoeld
niet bedwingen. Laat alles zijn loop.
Op de oeverloze graszee graast nog
altijd de vee vormige overwinning
op de waan van alledag. Ja, de A4
wordt verbreed, maar de stilte slikt
niet alles weg. Het neemt het op voor
de vroege weidevogel. Mijn fietsband
versterkt met dit land op een rubber
tapijt. Het draait molens om langs
fluitekruid, bereklauw, weegbree
en paardebloem, het roept stil op
tot verzet. Neem niets meer weg.
Kroos in de sloot drijft eenden
voort langs rietkraag en ratten.
Dat ik je schreef
en niet meer schreef,
weet je nog dat we brieven
van anderen verbrandden,
het vuur laaide op,
oude brieven,
branden goed.
Ik kom mijn vader tegen
Als geërgerde man van zijn vijfde vrouw
Hij zegt: ‘Je ziet er goed uit.’
Het kan niet anders dan een leugen zijn
Minder dan een minuut geleden zag ik mijn tronie
In de zonnebrilglazen van een zwarte yuppie en
Ik zag er vreselijk uit
Alsof ik de hele ochtend kribbige bejaarden gewassen heb
Alsof ik niet meer geloof dat ik getalenteerd ben.
Ik heb bejaarden gewassen
Maar ze waren niet kribbig
Ze waren zwijgzaam en afstandelijk
Ik heb getwijfeld aan mijn talenten
Niet langer dan 12 minuten.
Ik zeg tegen mijn vader: ‘Jij ziet er moe uit.’
Ik zeg het op een beschuldigende manier
Omdat ik het ondraaglijk vind dat
Hij de ganse nacht de liefde heeft bedreven
Ik weet niet waarom, het is onredelijk
Ik ben nooit verliefd geweest op die norse dwerg.
Natuurlijk hou ik van mijn vader
Op een krampachtig aseksuele wijze
Omhels ik hem
Daarna zijn vijfde vrouw
Ze is kort en gedrongen
Ze fietst graag en ze is zorgzaam
Soms fantaseer ik over haar
Dan liggen we topless op het strand
We eten wafels zonder schuldgevoelens
Ik ben veel ouder en mijn neus is klein
Mijn zoon kijkt naar mij op
Hij is trots dat zijn moeder in de zoo werkt
Hij weet niet dat ik er in de cafetaria werk
Ik vertel hem dat ik de leeuwen eten geef en
Af en toe een zebra assisteer bij haar rouwproces.
laatst de teugels gevierd. ik weet niet eens
hoe lang ze waren of wie het aantrekken was begonnen voor de gelegenheid taart in vieren
slingers, en uitgepakt hadden we met wijn, in uitgekrabte hoeven klonken om het hardst,
beloftes elkaar plechtig nooit meer bang te zijn voor de breekbaarheid van dingen proostten hinnikend van het lachen op het springen
niet verleerd, om een stoel te weinig
of andere ontboezemingen
wachtten op bekend terrein, de hoge bomen,
getuigen van oude verbonden. we voelden niet
dat onze tongen zenuwachtig getuite lippen rondden. dampend sperden wij de neusgaten, hapten pijn en jeugd doormidden.
pas toen de avond zich vertoonde
zonder grispend grein verlangen
lieten wij de hoofden hangen. van zoveel losheid
begrepen wij de ontknoping niet
geef mij die appel, ja die ene
ik zal hem eten, weten waarom
Sodom en Gomorra niet op één dag zijn gebouwd
of moet ik daarvoor een voettocht
maken naar Rome
mijn rugtas puilt uit van de zonden
er kan geen wijn of water meer bij
ik wacht op regen en vliegende vissen
misschien wat manna voor morgen
maar eerst die appel, die ene
laat mij een weg bijten naar het huis
gebouwd op schandpalen en oude venen
waar het zaad rammelt
in ongekuiste cellen van ’t verleden
Jimi Hendrix, Little Wings
als reus stel ik niks voor
ze zeggen dat ik dwerg ben
een dwerg met vleugels
ik heb kleine vleugels
dus zal je op mijn schouders nemen
en van boven laten zien
hoe het onder is
en dan,
en dan gaat het niet om de grassprieten
maar om het grasveld
draait het niet om de aarde
maar om hoe de hemel om haar heen ligt gekruld
ik zal je met jouw schouders laten voelen
aan het begin van de maan
Van boven gezien
Je bent een stip en ons
hand in hand
drukt zwaar op je schouder
Een rode nagel bedekt
je hoofd, wegdek
Ik zie je dan weer wel,
dan weer niet
Was je mond eerst
een stip, nu is het
een streep
met tanden, een lach
Je bent voor mij niet de stralende sterren
maar de rust van de donkerte daaromheen
Je bent voor mij niet de zachte room tussen het broodje
maar de knisperende suiker in mijn kom met verse yoghurt
Voor mij ben jij een slijptol aan een ziekenhuisbed
en rozen om mee te leren lopen
De lichten schijnen op de tanden van
De kuisvrouw die stom is geworden na de ontvoering
Ze is zich bewust van haar lever en
Ademt op het ritme van mijn papegaai
Op mijn linkerschouder zegt hij: ‘Ik heb mijn vader vermoord!’
Na de foto’s word ik naar buiten gestuurd
Met het boodschappenlijstje van een avontuurlijke pottenbakker
Verdwaal ik in een kuststad waar twee ooms ver van de zee zelfmoord
Hebben gepleegd, ook zij waren pottenbakkers en boeddhisten
Het is van de oudst geworden oom dat ik deze papegaai heb geërfd
Op mijn rechterschouder beweert hij: ‘It isn’t worth a dime!’
Toch koop ik de opzichtige juwelen en spreek ik de man naar de mond
Maar het irriteert hem dat ik glinster aan mijn duimen
Hij denkt dat het bijgeloof is en rukt een amulet uit mijn kut
Nu denk ik aan een andere planeet en spijt het mij dat
Ik nee heb gezegd tegen die pannenkoek die vooral een landschap was en
Uiteindelijke belandde op de schoot van een architect zonder kraaienpoten, zonder tuin.
Ik heb het beloofd aan de oude kruisboogschutter
In een matte droom waarin hij een jongere versie was
Heb ik hem beloofd dat ik de dringendheid uit zijn dag zou zuigen en
De leeuwenpoten zou boenen tot de klauwen stomp en hij razend
Maar dit gaat voor, omdat het tastbaar en vochtig zonder gaten is.
Het is een roofvogel die op extreemrechtse propaganda krijst
Alsof hij een radeloze houthakker in een dienstlift is
Nu kijkt de verpleegster hem aan alsof hij een straatnaam is
Waarvan een letter is uitgewist om er een obsceen woord van te maken
De oude boerin met de lekkende schenen zegt dat het zijn schuld is
omdat hij nooit genoeg achterdocht bezat en meezong met Hongaarse vissers.
Terwijl de roofvogel zich ontdoet van zijn beschamende namen
Likt de oude kruisboogschutter zoute obstakels van mijn bladen
Daarna eet hij een homp kaas en vraagt hij zich af of er iemand te wreken valt
In zijn hoofd streelt hij mijn dijen die gebruind zijn van het complexloze ploeteren
Wanneer de propaganda onleesbaar is geworden heet de vogel nog steeds René.
Steenachtig materiaal zoals een wc-pot.
Wasbak, tegels en puin.
Maar ook zand, grond, aarde, bielzen, boomstammen, dikke balken, stalen buizen en auto-, motor- en bromfietsonderdelen zijn niet welkom
bij het grofvuil. Net zo min
als deelstromen die apart
gehouden moeten worden
zoals papier, glas en asbest.
U kunt dit wel naar een van de Afvalbrengstations brengen.
Fonkelend nieuw in de stad
houd ik de woorden van een wijsgeer
onder de arm en citeer
maar de stilte is er niet
geen flard van de tijd in de hand
leegte vul ik met hevige onzekerheid
ik leer met woorden een betoog te houden
maar in debat stemmen we nooit overeen
in steeds andere taal zeg ik wat onbegrepen blijft
zonder taal kom jij dichterbij
en als je vertrekt, houd ik de stof
van jouw jas klem tussen mijn vingers
met een nieuw seizoen vangt
het stamelen aan
als stilte invalt ga ik spreken.
Schaamteloos zat ze met haar kont
naar achteren mij te verleiden
door haar zwart-wit gestreepte string
te laten zien. ZOMG!
Re: Wat kan ik nog proberen.
Joh, in principe wel goed nieuws dat je er
niet meer elke dag last van hebt!!!
Je moet leuke dingen doen!
Racefietsen, vogels tellen,
muziekcuriosa.
Gespleten Hendrik:
hij gaat met shena biervliet
en hij houdt
- sorry als het te offtopic is -
van kleine lego, hij kan uren pielen.
De prestaties nul komma nullen
maar het ligt hier nog in de la hoor,
eens lekker in zijn verkreukelde
wangetjes knijpen straks.
Ik bedoel er lopen zo veel mensen rond
die wel wat mankeeren, dan kun je ook wel zeggen
dat mensen die drugs verslaaft zijn
en alceholisten en -
Jump to: de Dood.
Toen Gerda de aansteker had
werd Rik erbij geroepen.
Ze liet hem de vlam
uitblazen.
Het moet niet altijd beginnen met een vadermoord en
Een schorre vogel die wordt gestenigd door een zwaarlijvige puber
Zwaarlijvig of pokdalig, het heeft geen belang als je zo goed mikt
Het kan ook anders; een uitstap met de oude kruisboogschutter bijvoorbeeld
We zitten op een bankje en hij houdt de puntzak vast als de toorts
van een atleet en daarna van het Vrijheidsbeeld
Ook al zijn we ver verwijderd van zulke prestaties.
Ik moet zelfs niet doen alsof ik niet weet dat het tijdelijk is
Daar zal je het al hebben; er komt een bonkige man op ons af
Hij brengt slecht nieuws, het is de zoon van de oude kruisboogschutter
Er is een huis afgebrand en er zijn doden gevallen
Alle huisdieren zijn in hun kooien gestikt, het waren er 35
Sommige waren zwanger, andere droegen logo’s van Amerikaanse universiteiten.
Nu zit ik op de houten vloer in de woonkamer
Ik borstel aarde van paddenstoelen die gekleurd zijn alsof ze niet giftig zijn
Alsof je ze zonder gewetensbezwaren kan voorschotelen aan je grootmoeder
De oude kruisboogschutter wenste dat hij zijn zoon had afgemaakt
Dertig jaar geleden in het bos toen hij nog op wild leek.
Als ze me graag hebben
Dan komen ze dichter
Met hun cyanotische extremiteiten prikken ze
Gaten in mijn dwaze bubbels, mijn dromen van
Vraatzucht en spectaculaire jukbeenderen, mijn huid nooit vaal.
Na een tijdje gebeurt het onvermijdelijke:
Ik die iets gênants met mijn naaktheid en met een liedje dat
Weinig met wellust te maken heeft en alles met kwalen die
Typisch mannelijk zijn, ik kweel dat liedje dus naakt
Waarschijnlijk op de vensterbank van zijn dochters slaapkamer
(ze is op reis/ ze is dood/ ze studeert filosofie in Odessa, waar anders?)
De overburen zijn thuis, ze doen de lichten uit en turen met elkaars geslachten
In klamme handen, toch zijn ze kwaad de volgende ochtend.
Je kunt het al raden: ik word buiten geschopt
Als een afgedankte circushond met evenwichtsstoornissen zwerf ik
Door de straten, het is zelfs een beetje romantisch
Tot ik een roestige smaak in mijn mond krijg en omineuze tekens
Mij een boodschap willen brengen en wat ze zeggen is een echo
Van wat ze gisteren zeiden en ik ben gedoemd, GEDOEMD om dit te herhalen.
Toen ik nog snelkoerier was en op tijd stond
Met honderden spoedpakketten om mij heen
Ging ik van hier naar ginder en nergens was
Een vriendelijk mens dat koffie verkeerd schonk
Geen stoplicht hield mij tegen dwars was ik en
gemeen op de grote snelweg en in binnensteden
werkten fietsers en voetganger als rode lappen
ik waande mij onsterflijk en een stoere toreador
Het spijt mij dat ik een asociaal asfaltmonster was
Een kilometerveelvraat, dubbelparkeerder,
Middelvinger opsteker, bumperklever, fileomzeiler.
Ja, dat spijt mij vertelde ik mijzelf en mijn baas.
Het spijt mij niet dat alle boetes zijn betaald
Met een gesust geweten fiets ik door mijn buurt
Op een spiksplinternieuwe hybride stadsfiets
Bezorg diepvries maaltijden bij hoogbejaarden
en slobber koffie met room en ontdooid appelgebak
een atheïst zingt als een rossignol over
majazeep, juan klapt wat in zijn handen
het is reclame hoor ik voor kalenders
een nieuwe tijd breekt aan
maar wacht u voor de mergelbijter
al zijn zijn tanden slee van zure druiven
de brandstapel smeult nog na de laatste
ketter is verast, het zal een fenix blijken
salaamoe3leikoem mijn broeders en zusters,
vannacht heb ik gedroomd dat ik Jezus was (mijn haat voor België
was de drijfveer; dan maar op achterbakse wijze de nazi’s steunen),
een homo in waxcoat met purperen haren, onzichtbaar, maar ik kan
een beschrijving geven; een stralende verschijning met tube Velpon,
een gesluierde ruimte die op stokken door de woestijn wordt vervoerd.
ik droomde van hoe nietig ik me voelde (kunt u alstubeliefd uw goede
gedachten naar mij sturen? ik heb dit zo nodig), weetjewel, een man
van achter in de 40, in de houdgreep genomen door dromen over liefde.
mijn kinderverlangen in een vederlichte boomhut; af en toe sliep ik
met een meisje en als ik niet te veel had gedronken, neukten we.
dromen is vooral geen kou hebben (in the cold winter, in de koude winter,
underneath the stars, onder de sterren), dolfijnen die met bloemetjes
pistole sgiete en zorgen dat de kunstpik in haar kontje verankerd blijft.
misschien had ik het niet moeten doen, maar vanmorgen word ik wakker
als haar, bind m’n handen vast en laat me rillen.
(hierna veranderde de sterren in vogels het was erg mooi)