mijn coach spreekt bemoedigend van een trendbreuk – hans van willigenburg

ik ben vrijwel voortdurend bezig mezelf te verbeteren
en al kan ik niet exact vertellen wat ik aan het verbeteren ben
of hoe
het feit alleen al dat ik er vol overgave aan werk
en dat al mijn concentratie bijeen is geraapt rond dat ene doel
en het bijeen rapen van die concentratie zonder twijfel mijn eigen verdienste is
kan hoe dan ook als verbetering worden betiteld ten opzichte van alles daarvoor
toen ik nog wel eens half om half uitwegen verzon
onberedeneerd een herfstblad van de grond raapte
lachte
grapte
wenste dingen belachelijk te maken vanuit de onderbuik
met een gevoel van triomf zo kort
als een inzakkende schuimkraag
waar geen progressie van welke soort ook
in aan te wijzen viel

maar nu…

nu ben ik elke dag hard en opgepompt
onderweg naar een betere versie van mezelf
die bochten en kruispunten nadert met nog minder schrik
ferm een koers kiest
de mond als een streep
de kaaklijn vooruit geschoven
de humor als een weliswaar aantrekkelijk
maar al met al uiterst contraproductief systeem
van gesublimeerde aarzeling
naast me neer gelegd

fuck de leus – janus duprie

1

wit voor ogen
heb ik niet

noch zwart

groen

rood

of oranje
 
 
2

kleurenblind
beschouw ik mezelf
in donker
 
 
3

doof voor kritiek
dan wel andere onzin

nou vooruit
kan mij het schelen
 
 
4

vluchtbrief laat ik
mooi achterwegen
 
 
- pleur maar op met je censuur -
 
 
5

wie me kent
zou zeggen vast
een grap

van het kaliber
hollywood
 
 
6

het gaat om
onderbuikgevoel

als was het op papier – erik-jan hummel

De laatste keer moet de eerste keer zijn
dat ik je voor ben, want al weet ik
dat je bestaat, je bent als was
je van papier en verlaten te worden
door papier

Voor sommige boeken voel ik veel en als ik aan ze denk
wil ik ze nooit kwijt, en het ene boek
dat verdween en ik laat
op een middag terugvond op het dak
zo doordrongen van vogelpoep en regenzand
dat ik het ondanks mezelf
niet verdragen kon en verbrandde

Dat ik stok, steeds voor het einde, omdat
ik het einde vrees dat ons
finaal zal beëindigen, en ik zie je,
ik ben haast te laat
met zeggen dat ik ga,
als was het papier
op.

aftellen is begonnen – gerardus

nog veertien dagen en dan…

geloof terug
in kanskaart

krassen voor de
ziel en zaligheid

bingo hoor ik schreeuwen
zet mezelf graag op

verkeerde been
neem kanslozen mee

aan de andere kant
komrij is er niet

leven en laten leven – maaike klaster

Over mannen en andere hoeren 
 
 
Wie zal ik nu eens voor vuile kankersnol uitschelden?
Mezelf? Dat heb ik al gedaan, meerdere malen, tot er
niets meer te schelden, niets meer te vergeven
(ver-geven) viel, alleen de pijn overbleef die anderen
mij hadden aangedaan, dus nu zijn jullie aan de beurt.
Weest niet bang, ik ben niet degene die jullie pijn zal
doen, dat hebben jullie zelf gedaan. Als jullie alvast
in de rij gaan staan, zijn we sneller klaar. Dan pak ik
intussen mijn Van Dale erbij om wat mooie, nieuwe
woorden op te dissen, anders wordt het zo saai,
vinden jullie ook niet? Of je moet het niet erg vinden
om door mij steeds opnieuw voor vieze tyfushoer te
worden uitgemaakt. Dat scheelt mij uiteindelijk ook
weer werk. Dacht je dat ik dit voor mijn plezier deed?
Nee, voor mijn plezier ga ik koekjes staan bakken.
Dit is keihard werken – wat ik overigens met liefde
doe hoor, hoer – maar plezierig kan ik het niet
noemen, de godganse tijd de metalen haatplaten van
mij afslaan die jullie als een stel onervaren
bouwvakkers, met mislukte ninja-tactiek, op mij
afvuren. Iets wat ik trouwens ook voor jullie bestwil
doe, en voor het welzijn van alle andere bewoners
van dit klootje dat wij onze aarde noemen. Dat je dat
even weet, lui sekreet. Waarbij tot slot vermeld moet
worden dat een hoer hier natuurlijk ook een man kan
betreffen, iemand met een goede baan, een net pak
(ja, uiteraard, een spijker-, trainings-, vissersbroek
mag ook), een vrouw en meer dan één kind. Zo één
die naar de hoeren – oftewel, prostituees – gaat. Ja, ik
kan jullie allemaal aanwijzen, stelletje broederhoeren
van me, maar dat zal ik uit respect voor ieders privacy
niet doen. Bovendien: jullie vrouwen weten het toch al.

Zo heb er één gekend, een hoerenlopende manhoer
dus, een beetje een zacht ei, een Humpty Dumpty
met een trouwring om, die vanaf de andere kant van
het bureau waar wij aan gezeten waren bij
verschillende gelegenheden een aantal keer
Blah-Blah tegen mij zei terwijl ik net deed of ik naar
hem luisterde, maar in werkelijkheid alleen
geïnteresseerd was in wat God te vertellen had. Net
als hij geen woord van wat ik te zeggen had verstond.
Dit heerschap, dat overigens in een verder verleden
verkrachter was geweest, jonge vrouwen pakte alsof
het niets was en daar nog mee wegkwam ook, wat ik
behoorlijk knap vind, ik had hem die knakworst allang
tussen zijn benen vandaan gevreten, maar goed, dit
heerschap dus bezoekt regelmatig een prostituee,
waarbij ik een groene omgeving voor ogen krijg, met
iemand in een woon/werkruimte die veel van een
stacaravan wegheeft, de auto van meneer met het
kinderzitje achterin keurig voor de deur geparkeerd,
en tenslotte het beeld van hem bovenop de dame in
kwestie, terwijl hij al neukend – of iets wat er op lijkt –
met koude haat op haar gezicht in slaat. Er zijn blijkbaar
vrouwen die zich daar graag extra voor laten uitbetalen.

Dan zou ik mij tenslotte tenslotte (volgens mij hadden
we al één tenslotte gehad, zo niet, dan laat ik die
tweede lekker staan, want ik ben moe en ik heb nog
niet gegeten) tot de Dames van Lichte Zeden willen
wenden, onze hardwerkende prostituees die overal op
aarde het oudste beroep ter wereld uitoefenen (Gaap!):
Niet zo zeiken, dames! Niet net doen of jullie, en
jullie alleen, Het Leven kennen. Jullie hebben seks
voor geld, en als je dat geen leuke baan vindt, moet je
op zoek gaan naar ander werk.

Waarbij ik mij probeer voor te stellen hoe de
echtgenotes van al die hoerenlopende manhoeren
zullen reageren als jullie opeens hetzelfde werk
zijn gaan doen als zij en er voor hen niets te klagen
overblijft, zij mij en alle andere alleenstaande
vrouwen niet meer als een hoerachtig prooidier aan
hun uitgehongerde echtgenoot kunnen voorschotelen,
nu hij zijn treurige zaad weer gewoon bij hen komt
uitstorten. Hoe zal zo’n wereld eruit zien? Ik kan me
er weinig bij voorstellen. Jullie?

haar nieuwe speeltje – hans goudart

Onder de douche zing ik
stuk ellende, stuk verdriet
laaghartig laffe plompverloren polderlomp
Betrap mezelf op een paar huppelpasjes
Mompel bij de afwas Hork-tot-op-het-bot
Verzucht stofzuigend hardop
Verkloot met voorbedachte rade
Van paleis tot plaggenhut en ieder
pretpark werd een dépendance van Delta
In de Supermarkt Er is veel te veel
waar ze veel te weinig van begrijpt
Wat ze zich verbeeldt te weten
over mannen, over zichzelf…
woorden, woorden, woorden
Geen woord over misplaatste trots.
Haar nieuwe vlam als demonstratie-model
een jacht-trofee in mijn stamcafé
Mijn eerste bier die middag
brengt een refreintje mee
Zijn naam vol mededogen eindeloos herhaald
en in alle talen die ik ken
Arme jongen, arme-arme jongen…

* – maaike klaster

Ik blijf maar vallen in armen die er niet zijn.
Wanneer houdt het op op, komt er een einde al al dat schrijven over lelijkheid –
ik heb er zeeën voor in tweeën moeten splijten – staat er iemand anders op
die zegt: Misschien is het nu dan wel genoeg geweest met al dat luie haten,
wegdoen van mijn Vader, Moeder, God, de Hemel, het Leven. Laat ik nou eens
doen wat mij bij mijn geboorte werd gevraagd, of ik onvoorwaardelijk lief wilde
hebben, wat ik inderdaad heel even heb gedaan, maar toen ook dat voor het
gemak heb weggegooid, want hoe lang zijn we hier nou eigenlijk op Aarde?

Dan kan ik eindelijk weer boontjes doppen, eten koken, een man liefhebben,
baby’s verschonen, mezelf lachend langs een raam zien lopen.
Want denk niet dat ik wat ik tegen jullie zeg niet ook tegen mijzelf heb gezegd.
Weet dat ik mijn verkrachters, en mijzelf om die verkrachters, voor alles heb
vergeven, zodat ik verder kon en wilde leven, deze pen heb opgepakt en
alles heb geschreven.

over de waakzaamheid van gras I – ruud poppelaars

Alles is adem
Is reeds gezegd

Is blauw zonder afscheid

Toen ik, aarde
nog met mezelf was

met naast me de maan
en boven ons de zon

tot de eerste wolk

functioneringsanalyse – hans van willigenburg

Kijk mij eens functioneren!
Precies op tijd loop ik door de draaideur
en begroet de receptioniste op een wijze
die het perfecte midden houdt
tussen interesse en gezonde afstandelijkheid
en zie mij zonder problemen in de lift omhoog zoeven
te midden van vage bekenden
die ik in een kloeke mix van charme en neutraliteit
hun eigenwaarde volledig laat behouden
en neem waar hoe ik op de juiste etage
de koffiemachine passeer
en niet eens hoef te spelen dat ik dat ding niet zie staan
in mijn tomeloze drang het meest werkzame te doen
kom ik aan bij mijn bureau
en groet de naburige collega’s
zo natuurlijk
dat er geen complicerende factoren voor hen bij komen
wat in mijn beoordelingsgesprek welwillend werd betiteld als
‘een gemeende en prettige vorm van collegialiteit’
kwalificatie die mij meer salaris en aanzien bezorgde
reden dat ik nu met een vrolijke zwier
mijn jas aan de kapstok hang
mijn handen wat verder uit mijn mouwen steek
met een tevreden blik om me heen kijk
in de wetenschap dat ik ben aangeland in een positie
die als voornaamste eis stelt
niet de verkeerde vragen op te werpen
of onhandige opmerkingen te plaatsen
een taak die ik mezelf wel tot een goed einde zie brengen
te beginnen met nu
als ik mijn hand op de schouder
van de junior verzekeringsagente leg en zeg
‘ik hoop dat er geen problemen zijn en alles naar wens verloopt’.

Zodra ze omhoog kijkt
lees ik in haar ogen de gedachte
dat ik inderdaad ongelofelijk aan het functioneren ben
voor het bedrijf
en voor haar.

Ik bedenk dat er slechts een marginaal verschil bestaat
tussen functioneren
en klaarkomen.

sportdorp by night – berrie vugts

Voor op straat verstommen late kinderstemmen in
Het donker. Van verderop wordt een ijzig kermen
gedragen om af te sterven tegen onze fletse ramen
 
Het komt vanaf de schaarsverlichte amateurvelden
waarop stoere mannen bleekjes kringen- en samen
drommen rond het verwonderd dier in hun midden
 
Ik sta in de badkamer en stel me bot voor dat door
de huid van een nog jong en beurs scheenbeenheen
uitstekend bloedt. Ik sta verkrampt voor de spiegel
 
En was mijn gezicht maar wordt niet meer wakker
Je fluistert vanuit bed dat ik niets, dat ik niets zeg
De overloop trekt vacuüm de hal begint langzaam
 
Te bewegen. Het dondert in mijn kop. Het dondert
Niet. Je schreeuwt uit bed dat ik je niets meer zeg
Maar ik zwijg niet lief, ik speel mezelf in stilte af.

beelden – debby visser-neale

Denken wil ik niet, dus wandel ik
een gracht, een woonboot, een brug,
een eend die kwaakt,
een boot die voorbijvaart,
zijn als beelden van mijn leven
geprojecteerd op wat ik zie

als ik knipper is het beeld vernieuwd, de envelop vergeeld,
en is er mist in mijn ogen, gevoelens diep ingevroren,
in een etalage kijken de ogen van een vreemde
me aan, dat ben ik zelf, ik kijk van onderen op
mezelf en onberoerd kom ik haar tegen,
de vrouw die ik bezie.

offers – lammert voos

je leunde tegen het aanrecht,
keek door het keukenraam naar buiten
waar in de winterzon de was te laag
aan de lijn hing zodat de mouwen
van een frisgewassen wit overhemd
door de modder sleepten op het ritme
van een schrale oostenwind en uit
de gootsteen steeg een onwelriekende
putlucht op en je vouwde je armen
over je borsten en ik zag de vermoeidheid
in je ogen, de bittere trek rond je mond
en ik vervloekte mezelf om wat ik niet
tegen je had gezegd en wat ik nooit
voor je had gedaan

dovemansoren – elize augustinus

Ik zal niet
meer speken
beschrijf mijn
schaduwen al tesaam

ik ben oor
ik was ongerust
vol mededogen
over jou, en wie
allemaal nog meer
rode steden

zilt van me tranen
ik verdrink mogen
woorden in de
krop van me keel
blijven hangen

niet te vangen
aan te raken noch
vlam kan ‘t vatten
gescheurde vodden

wie de wereldmantel
om me heengeslagen
heb ik afgeworpen

buiten mezelf niet te zingen.

zoek – bennie spekken

wat ik van mezelf mag
twee flesjes per dag

maar er is meer
die heeft ze verstopt, de schat

anders gaat het op en
dat staat zo armoedig

als er bezoek is
als er bezoek is

in het schuurtje
onder een laag stof

naar – gerardus

betrapte mezelf
met een homo

het was dan wel
in een droom

een nachtmerrie
was het

smerig gewoon
wat hij allemaal
met me deed
morbide gadver

voor straf heb ik
‘m dan ook niet gepijpt

verbonden – sil darius

Als ik je weer zie
maken we een praatje,
dat stemt me altijd blij.

Want weet je,
ik herken mezelf in jou,
dat blijft me altijd bij.

In ons samenzijn
delen we geluk en leed,
ben ik even niet alleen.

Waarmee ik wilde zeggen;
je bent een prettig mens,
we komen overeen.

manier van werken – gerardus

ik ben van mezelf best nukkig
maar daarom nog niet minder ongelukkig

waar ik het ‘m in zoek
is het rijmwoordenboek

mens en dier – elize augustinus

overweldigd door het
mondnabije
gekrijs van

de papegaai
hoor ik hoe ze
mij weer zingt, en

ik buiten: Mezelf:

krijs,

waarom heb ik je
ooit leren spreken?

En verduisterde je kooi.

verlost – hans van willigenburg

voor Diana H.

De laatste keer dat ik het voor me zag – een reden, een doel – kan ik niet
meer terughalen.
Ik moet toen nog plannen hebben gehad en opdrachten die uit die
plannen voortvloeiden.
Er zullen destijds nog emoties in het spel zijn geweest bij slagen en falen.
Ik vermoed dat ik meerdere malen een slag sloeg en bepaalde
bloedlichaampjes dansten.
Er waren vast en zeker mallen van dramatiek waarin ik verdween of tegen vocht.
Er was zonder enige twijfel een gelijk of een droom die niemand zag en ik meende
te zien.
Ik kan ook mijn stappen niet meer terughalen, maar ik durf te wedden: ze
gingen gezwind.
En de woorden die ik sprak leken vast op gympen die bezig waren een pad te pletten.
Echt weten doe ik het niet meer, maar ik weet toch dat als ik tegen een muurtje leunde
ik dat toen als de opmaat zag naar een nieuw hoofdstuk naar enigerlei apotheose.

Dat ik dit allemaal meen te weten, is maar aan één ding te wijten: wat toen was is weg.

Als ik nu tegen een muurtje leun, kijk ik naar mijn schoenen en zijn alleen al de veters in
staat om me mezelf in veters te laten verliezen en mij zodoende af te leiden
van de hoofdzaak dat ik al jaren elke hoofdzaak feilloos ontleed en ontken.

lege dag – ellen vedder

een bijna lege dag
verkruimel ik in twittosphere

op zoek naar nog onbekende geniën

ik strooi een spoor van digistenen

in mijn hoofd kloppen zere plekken
echo’s van hoe word ik succesvol
tot hongerende kinderen
tot many things to do

blabla
ik besluit de dag in eigen hand te nemen
stuur mezelf blij naar buiten
neem blije hond mee

we maken opgewekte huppelpasjes
vastbesloten om iedereen te huggen
die we live gaan ontmoeten

controlfreak – richard kamsteeg

Over je graf heen
beangstig je me nog.

Ik ben je regelmatig kwijt de laatste tijd.
Steeds dieper in mezelf moet ik zoeken
om je nog te vinden.

Dat beangstigt mij.

Het verdriet en de woede die ik koesterde,
de pijn die ik droeg als een doornenkroon,
de angst voor zonder jou verder –
dat alles is steeds vaker zoek.

Ongemerkt ben ik ergens
de controle kwijt geraakt.

kloostermoppen – paul blok

Zal ik me laten inmetselen in een donkere cel,
om U – in mijn oneindig isolement –
te overpeinzen Heer?

Of kan het ook moderner, door onderweg
bandjes te draaien met
Gregoriaanse boventoon muziek?
Wat werkt,
wat helpt,
wat verenigt mij met U?

Zal ik mezelf ‘snachts in die heldere volle maan
geselen voor het open raam
en huilend tot U bidden om troost?

Of mag het ook moderner, door in de trein
boeken te lezen over U
en daarover te praten met vrienden met een goed glas wijn?
Wat werkt,
wat helpt,
wat verenigt mij met u?

Zal ik mezelf castreren,
zodat ik alleen U kan eren,
of mag het ook ietsje milder?

Zal ik mijn tong afbijten als ik U toch niet loof?
Zal ik mijn oren afsnijden als ik U toch niet hoor?
Zal ik mijn ogen uitrukken als ik U toch niet herken?
Wat werkt,
wat helpt,
wat verenigt mij met u?

Kom ik nader tot U, als ik met mijn eigen bloed
Uw Woord herschrijf en herschrijf?

Behaagt het U als ik U veertig dagen lang vastend lof zing,
ronddolend in een Godvergeten woestijn?
Of mag het ook wat eigentijdser, liggend in bed,
naast jou, chips peuzelend,
zappend op zoek naar discussieprogramma’s over het wezen der dingen,
waar ik vervolgens het mijne mee doe.
En toch,
als de nacht zich om mij heen sluit als zwijgende kloostermoppen,
bid ik om genezing van mijn middelmatigheid
en vraag ik U:
‘Leer mij alles te geven voor het hoogste.’

de weg naar woorden weg gewist – martin m aart de jong

Ze maken trage woorden tegenwoordig
met een glazen stem om doorheen te kijken
zodat je verdwaalt in fragmenten wanneer
je stuk voor stuk van de stemband springt.

Daarom wil ik liever nooit meer schrijven
dan de vijftig meter binnen zes seconden
breek ik liever de trouw aan mezelf dan ja
te zeggen tegen een jij die al kapot is

wanneer ik het opwindhorloge van opa
van zolder haal en in mijn vestzak stop
zodat het lijkt alsof opa mij uit de knoop

- schat je hield toch van me zoals ik was? -
ik was vroeger een ander en ouder dan
nu. Maar ik keek niet op een glaasje meer.

dans van verraad – hans reitzema

Kom op zeg ik ben
een jongen van het volk

hoogdravend heulen met
hooggevallen heren nee
niets dan
bier en whisky
vallen in mij droog

loog
er immers niet een man
lallend een jongen nog
dit is mijn bloed
zuipen! tot
roedes sneller gaan
kloppen

doet het niet meer
danst het niet meer
nooit echt geweest ook
een danser

waarachtig daar zie ik
plots mezelf toch nog
kristallen verleiding
stalen gezicht
walsen gulzig walsen
maar fel tégen
het licht