halte – bennie spekken

ze is alleen
maar met haar smartphone bezig
ze is maar alleen

ondanks de mensen
dankzij de mensen
om haar heen

ik stel me voor
dat ze veel vrienden heeft

liefde voor een vrouw – pallas van huizen

Sommige mensen nemen haar serieus,
ze doet dingen die ze raken.
Ze laten zich niet beïnvloeden
door waanzin of jaloezie.

Uit ervaring leest ook hij haar in vrede.
Geen termen van goed of fout.
Als het haar niets zou kunnen schelen
dan zou ze het ook niet zeggen.

Objectiviteit bestaat niet.
Was hij maar een open meer.

De lucht is roze gespannen.

Met een op-zichzelf-gerichte blik
respecteert de man haar keuze.

Onvergankelijk is zij dezelfde.

De liefde is hier.

je bent er niet – pallas van huizen

Ik vervang de afvalzak,
doe de afwas, de was, boodschappen,
eet en drink.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Ik zet de computer aan, de tv,
youtube, teletekst.
Deuren en ramen open. Frisse lucht, zuurstof.
Ademhalen, kleine traantjes.
Het licht uit en aan.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Mensen gaan naar hun werk, naar huis,
naar vrienden, naar hun geliefde.
Lopend, met de fiets, de auto of de trein.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door, door, door.
Keihard door, door en door en door.
Ik sta nog steeds stil alleen.

aan mijn ongeboren kind – maaike klaster

Nee, je bent er nog niet, ook niet in mij.
Al kan ik een lange tienerjongen mama
tegen mij horen zeggen. Bestaat zoiets?

Zien wij elkaar op een dag onder- of
bovenaan een trap? Heb ik zin om jou
te dragen? Mag ik mij zoiets afvragen?

Het spijt me dat ik mijn leven lang zo
stom ben geweest, maar ga vanaf
vandaag maar bij jouw vader klagen.
Die gedraagt zich tegenwoordig als de
kledingloze keizer. Ja, schat, net als jij
had ik een wakkerder iemand verwacht,
maar ook ik heb liggen slapen.

Weet je dat ik jou zag, in het echt? Al
zullen er mensen zijn die mij voor gek
verklaren. Dat doen ze waarschijnlijk
toch al. Jij reed op een crossfiets door
de fontein op het plein en keek om je
heen als iemand die het – godzijdank -
nog niet had begrepen. Ik lachte hardop
en dacht: ”Goed zo, jongen, laat maar
zien hoe het hoort!” voordat jij je
zeiknat en triomfantelijk omdraaide
om diezelfde route door dat uit de
grond spuitende water nogmaals, maar
in tegenovergestelde richting, af te
leggen. Je keek er zielsgelukkig bij.

Bij nader inzien werd jij helemaal niet
nat, niet van water, want die fontein
was er wel, maar jouw lichaam nog
niet, en die fiets moet ik nog kopen.

Het leven is mooi, lieve jongen, dus
dat wil ik jou dolgraag geven, maar
zonder jou vind ik er steeds minder
aan. Ga maar vast bovenaan die trap
staan, dan kunnen wij zien wie er
eerder is: jij beneden of ik boven.

Ga ook maar aan je vader vragen
waarom hij zich als zo’n ongehoorde
klootzak heeft gedragen. Je weet al
waarom ik zo’n verschrikkelijk
kutwijf ben geweest.

opinie – janus duprie

de mening die ik voor
me houd daar zeg ik
verder niets over

behalve dan dat het
zeker mijn beste inzicht
tot nu toe betreft

mensen zijn snel
jaloers te noemen
of gewoon wraakzuchtig

brief aan iemand die ik kende – maaike klaster

Eens zullen wij het nooit worden.
Wilde jij nou bij mij of ik bij jou terugkruipen in die buik,
onder een zelfgebreide streepjestrui? Want net als een zeepaardje
kan ik mijn mannen zwanger door die oceaan laten dobberen en
ik ben, zoals je weet, de Kleine Zeemeermin in het groot. Niet de
Disney-variant, maar de echte, die zich in de golven van haar vader’s
zee werpt, sterft, omdat niemand haar voor vol aanziet. Zelfs jij niet.

Toch blijf ik van je houden. Lamlendig, dat wel.
Wordt dit zo’n gedicht dat mensen gaan citeren tijdens
bruiloftsredes; aan het graf van een gestorven dierbare?
Ik lach me nu al een kriek. Wat dacht je ervan?
Zullen we buiten op het plein een pilsje gaan drinken,
ook al houd ik helemaal niet van bier? Je weet me te vinden. Aan de
overkant van één de zeven zeeën.

mensen en zo – geertruud otten

ik zoek mensen en zo
met grote witte muren en vind niet meer
dan een wollen plaid rustend op een leeg dressoir

de watermaan kaatst haar licht tegen
een gevel en verdwijnt met mij in de nevel
waar ik mijn zoektocht naar mens en muur
in de wollen plaid bewaar

de rode stad – b. vogels

er hoeft geen kraag omhoog
iemand die langs ging heeft haar gezien
in de schemer van rood licht

is zij verdwaald achter grijze gordijnen
zijn de straatstenen haar laatste uitzicht

hier past enkel modder bij
druil en vuile dingen

het rood zou haar kaken kleuren
bij het daglicht van de mensen

heeft iemand vuile was

december – p. krauwinkel

De dag kruipt gestaag voorbij

Tanden bijten in de wintertijd

Gelaagd gelach van vreemden
sluipt door de kroeg en vergeet:
waar ik was en hoe ik heten

Buiten wordt de kou mij steeds
vreemder en de mensen op afstand
zijn bezig met hun verval

Ze dwalen door de stad
terwijl ze lachen en zuipen

De wind beukt de ramen
en fluistert de steeds dieper
wordende duisternis

Straks ga ik slapen
en ontwaak ik
in het nieuwe jaar

Als de straten bezaait
en rood zwijgen
over afgelopen jaar.

knoop – maaike klaster

Mensen die zichzelf voor de gek houden
en daar anderen pijn mee doen. Zo één
ben jij en ik ben degene met pijn, dus
als jij om jouw eigen fouten moet huilen,
doe dat dan in jouw eigen tijd; niet, nooit
bij mij. Jij hebt mij al genoeg laten lijden.
Daarna mag je alle tranen van de wereld
over mij uitstorten, want mijn hart is als
een regenwoud en houdt wel van een
goede bui. Daar gaan wij tenslotte allebei
van bloeien. Ben je er nou eindelijk uit, uit
die zelfgelegde knoop? Ik hoop het.

aan de ouders – maaike klaster

Jouw naam is Haas, is het niet? Want je kon er
helemaal niets aan doen, had er totaal niets mee te
maken, de opvoeding van je eigen kinderen bedoel
ik, wat echt niet meer dan liefdevol begeleiden
- kijk maar naar je Vader – de mooiste en gelijk ook
de lichtste taak op aarde is. Niet een kind; haat
draagt zwaar. Vooral voor degene die liefheeft.

Nee hoor, ik begrijp het helemaal, je gleed uit
over een bananenschil toen je door een straat vol
mensen die je niet vertrouwde liep, waardoor het
onvermijdelijk was dat jouw baby van zes maanden
pardoes de lucht in schoot en met een grote boog,
het gezicht naar beneden gericht, het ontblote
scrotum van een wildvreemde man in vloog.

Dat dat even duidelijk is: jij wist dat hier iets mis
was, dus jij hebt niets gedaan. Ga nou die handen
maar wassen in onschuld, dame.

Probeer jij nou jouw complete kind in mijn kruis
te douwen, terwijl geen van ons beiden heeft
aangegeven dat ook zelf te willen? Als ik jou
was, zou ik mijn handen maar thuishouden.

grensconflict – michiel jongsma

Mensen tekenden hier een lijntje
En nu zijn wij voor altijd verdoemd
Anders reed hier vast een treintje
En had ik je vast landgenoot genoemd

de zon – barbara trienen

zij is er altijd
als jij er niet bent
zij schijnt door bomen
verwarmt jassen met gloed
zij heeft muren met verhalen
van lallende mensen
zij zegt ja
tegen nee’s
zij kust teder
je op hol geslagen ziel
met drank in overvloed
en zegt dan zacht

‘het is niet erg, je hoeft nog niet naar huis’

halve maen (half moon) – maaike klaster

Natuurlijk weet ik waar de hippe mensen wonen.
In het hart van iedere stad; we zijn er allemaal geweest.
I HEART New Amsterdam, zoals NY ooit heette.
Bijna was mijn moedertaal die wereldtaal geworden.

New Yorkers weten na zelfs de afgrijselijkste
(nee, niet ramp of tragedie) daad van haat met glans
en een nieuw gevoel van liefde voor hun plaats op aarde
verder te leven; hebben zichzelf een geboortegrond teruggegeven.

Daarom willen wij daarheen, om in de Hudson ondergedompeld
en door Mannahatta eens goed gedoopt te worden, en we weten het.

gemeen – j.s. andreasche

wat we ook doen
er zijn altijd wel
mensen te vinden

die precies hetzelfde
zouden gedaan hebben
of nog veel erger

de val van prometheus – joost van gijzen

het beeld zit in de steen
en de beeldhouwer houwt het
eenvoudigweg uit
maar hoe moet hij, de dichter,
in dit wit iets vinden over
dat eerste gezicht, die zwarte ogen?

hij kan het sonnet met
elke vergelijking beginnen:
een gezicht waarvoor een man
bereid is steden op te offeren;
ogen van een
binnenlokkend donker -
aan het eind van het octet
worden Helena en gevaar
vergeleken met háár

de poëet wil een Prometheus zijn,
die vruchten uit het vuur van
inspiratie naar de mensen brengt
en in frustratie
met een aangevreten lever
de cafés afgaat

kruispunt – calvin smith

in een speeltuin speelde zij
in een vergetenland door
kranten en beelden op tv
wist ik het ook maar
tranen douchten op mijn kussen terwijl
mijn zusje verkracht lag te slapen

een doodstraf lachte ik hem toe
een levenslang schreeuwde ik hem toe
toen moest hij slapen en niet wakker zijn
vrijheid zorgde dat ik verdwaalde door
woede raakte zelfs mijn woorden op
mijn zusje sloeg hij kinderplezier weg

bomen blijven tegen mij zwijgen en snikken
toch heeft mijn hart het vergeven maar
niet vergeten staat hij bij een kruispunt waar
mensen heen en weer vliegen in de wind
trilt haar koude handje in de mijne
kijkt ze angstig in het verkeer

inner child smile – maaike klaster

Dat mensen voor je konden vluchten zonder dat jij
degene was die iemand kwaad wilde doen, wist ik niet,
maar ik heb het gezien. Ze rende zo naar een stadje
aan de andere kant van de spoorlijn. Daar zullen ze
haar wel ergens uit een greppel hebben gevist omdat ze
bezig was zich als die It-clown (u weet wel, uit het boek
van Stephen King) te verkleden en haar eigen Inner Child
eens flink alle hoeken van de kamer te laten zien. Niet
eens uit geilheid.

Sommige vrouwen speuren als bloedhonden
naar de wonden van een ander om deze na te apen en die
verkrachting nog eens dunnetjes over te doen. Dan zijn ze
heel mooi in de ogen die hen lachend vanaf de andere kant
van de spiegel aankijken, hebben ze lekker iets om mee te
spelen, gaan ze als kindvrouwtjes de wereld in, vergeten ze
dat clowns en kinderen niet hetzelfde zijn, dat kleine meisjes
nog geen tietjes, nog geen seks hadden, dat die lach vooral
een heel verkeerde keus was.

sexual healing – maaike klaster

Als Marvin Gaye het zingt, mag het wel,
maar als ik het doe, word ik vies aangekeken.
Wat is het verschil? De werkelijkheid waarschijnlijk.

Een greep uit die gezellige grabbelton:
slappe hap geneuk; vreemdgaan; naar getrouwde mannen
lonken terwijl jij jouw echtgenoot links laat liggen; tegen
jouw echtgenoot zeggen dat hij maar even gezellig met die
alleenstaande dame moet gaan praten; jouw echtgenoot die
naar de hoeren gaat; jij die denkt dat alle alleenstaande
vrouwen prostituees zijn, terwijl die zelden seks hebben,
laat staan dat ze ervoor betaald worden, in tegenstelling tot
jij overigens; een moeder die zegt dat haar zoontje van 14
maanden met alle vrouwen flirt (gatver!). Laten we die
laatste eens omdraaien: een vader die zegt dat zijn dochtertje
van 14 maanden met alle mannen flirt. Ziet u wat ik bedoel?

Ik zou bijna gaan denken dat er heel veel mensen op aarde
zijn die niet mij, maar zichzelf vies vinden als ze seks
hebben. Pech hebben jongens, zo ben ik niet, en zo ben ik
nooit geweest. Verkracht worden, daar heb ik wel moeite
mee. Met vies aangekeken worden ook.

Ga toch verdomme zelf eens behoorlijk liggen neuken, dat
doe je door eerst behoorlijk lief te hebben, en laat mij met
rust, doen wat ik doe; dan hoef ik niet steeds dit soort
gedrochten te schrijven. Ik heb uiteindelijk wel iets beters
te doen. Neuk lekker, zou ik zo zeggen.

* – maaike klaster

Zoveel mensen hebben zoveel shit met mij uitgehaald
dat het een godswonder mag heten dat ik überhaupt
een seksleven heb gehad.

Leuk, zo’n drietalige zin.
Interraciaal speeksel uitwisselen. Daar heb ik zin in.

porno alsnog tot leven wekken – maaike klaster

Wat kan mij het nou schelen dat er mensen zijn die het
voor de camera doen! Je hoeft toch niet te kijken?!
Of denk je dat jouw ouders het anders deden, dat jij het
zelf beter kunt? Wil jij jouw eigen conceptie ontkennen,
of ben je bang voor jouw verwekker; de schepper?
Was je maar nooit geboren, hè? Vroeger was alles be

lucide – joost de jonge

Er ligt een zwarte gloed over de hoeve van Speksnijder
Die gloed ademt en zuigt alles op
Toch blijft alles onaangeraakt
Die gloed, die slokt mij op
Ik slok die gloed op
Mijn verlangen te verdwijnen in een diep duister
Doet mij opgaan in die gloed
De zwarte gloed die over de hoeve van boer Speksnijder lag
Deze gloed lag te trillen en te rillen als een onweerswolk dijde hij uit
Ik begreep dat ik hem niet pakken kon
Ik verstond het raadsel dat hier tussen de spanten klom
Een raadsel dat zich kromde en krulde om het schuine dak
Een dak dat beschermde zoals de tijd mij beschermd had
Zonder je aan te raken

Rode koperen draden kronkelen door de lucht
Het is vooral de kleur die mij verheft
In helderheidsdromen aan jezelf ontkomen
Door buiten je voorstellingsvermogen te zweven

Moede maar op mijn hoede verdween ik in ene
Verloren in een onbekende tijd
Tussen mij onbekende mensen
Dwalend over het motief van een uitvergroot tapijt

Ik ben hier aanwezig
Ik heb geen beeld van mijzelf
Alles wat ik zie ervaar ik zuiver
Maar wie verschuilt zich in dit zuivere ervaren

De kinderen spelen met bouwblokken
Voor mij staat hete Ginseng thee
Laat het nu maar los
Jij die niets vast kan pakken

Ik bereik een keerpunt in mijn denken
Dwalend op het kerkhof
Waar wij zoeken naar voorouders en anderen
Vleselijke huizen van onze gedachten
Verteerde huizen die nu zijn verstrooid

Er ligt een zwarte gloed over de hoeve van Speksnijder
Die gloed ademt en zuigt alles op
Toch blijft alles onaangeraakt
Die gloed, die slokt mij op
Ik slok die gloed op
Mijn verlangen te verdwijnen in een diep duister
Doet mij opgaan in die gloed
De zwarte gloed die over de hoeve van boer Speksnijder lag
Deze gloed lag te trillen en te rillen als een onweerswolk dijde hij uit
Ik begreep dat ik hem niet pakken kon
Ik verstond het raadsel dat hier tussen de spanten klom
Een raadsel dat zich kromde en krulde om het schuine dak
Een dak dat beschermde zoals de tijd mij beschermd had
Zonder je aan te raken

nul – occludin

welkom op de faculteit
kijk daar kun je zitten
en hier staan de losers
ik raad af om hier
koffie te drinken
laat je boeken thuis
neem knakworst mee
kijk de docent niet aan
en vergeet je dialect
jij lieve eerstejaars
hier niet naar binnen gaan
daar werken echte mensen

mei ‘68 – pj sas

we zochten tijd om stuk te slaan
we waren niets en wilden alles
we vielen aan met glazen bier
en maakten muren van de glazen

en daarachter viel tandengeknars en
gekras op de glazuren wanden van een uurglas
kras kras
kras kras

en we dronken tot we niets meer zagen
onze kameraden moesten ons naar huis dragen
lallend en schreeuwend
togen ze door de straten
tot de mensen zeiden: zijn jullie gek?
weet je niet hoe laat het is?

treinmeisje – dani nacca

Bramen,
eerste gedachte:
pijnboompit

beklim je draden,
vertel het door aan je kinderen
vraag het aan je ouders
het is allemaal niet zo groots
als je denkt, want wat verwachtten
mensen nou van iemand die niet
in een bed durft te slapen.

in je eigen ik is de wereld klein,
voorbij het huis op de rails.
Want voor iemand die niet in
een bed slaapt kleurt je stroming
toch beter dan ik ooit heb gezien
groen, paars, geel, zwart, wit,
waar haal je het vandaan?
misschien omdat de zon schijnt,
misschien omdat je niet kunt lachen.

Oor tot oor, een schok van je hersenen
naar je tenen, niemand verwacht je ooit
in het winterkoor zonder stem.

druk de lucht zachtjes weg,
voordat ik in slaap val, en
je bent weg.

relatie – dani nacca

‘Te gepassioneerd?’
vroeg hij haar.
Ze vertelde hem dat er
geen antwoord was.

Geslagen met gerijpte woorden,
lichtloos opgegroeid in het
bewustzijn. Woorden zo bitter
op een mens eerlijk als hij.

Haat is liefde, zei ze na de
zoveelste ruzie. Vertrouwen
is woede, op zijn beurt vindt
woede plaats in het hart.

Maar toch verhuisden ze
samen naar andere dorpen,
zagen andere mensen, tuinkabouters
en tuinhekken. ‘God ik heb nooit
geweten dat er zoveel verschillende
tuinhekken bestonden!’ Zeiden
ze weleens, plezierig verbonden
door gezamenlijke binnenpretjes.
Niemand vroeg zich af, of er meer moest zijn.

Zo verfden ze hun schilderij egaal blauw,
beetje bij beetje, totdat op een dag
de laatste centimeter ingekleurd was, en
ze gedwongen waren afstand te nemen,
een meter naar achter te lopen en het
resultaat van hun bestaan te aanschouwen.

Bruin

zachte heelmeesters – maaike klaster

Misschien lopen er mensen rond op aarde die precies weten
wat ze kwaad doen en daar dan stiekem, als ze denken dat
niemand kijkt, stilletjes om moeten lachen, niet kunnen
stoppen met grinniken wanneer je dan eindelijk tegenover
hen aan tafel zit, die net doen alsof ze een beetje dom,
onnozel zijn. Zelfs met die eed van Hippocrates op zak.
Er was een dag in 2008 dat ik zo verscheurd werd door
emotionele pijn dat ik schreeuwend en kermend op de grond
lag. Eén dag werd twee dagen; twee werden er drie, vier, vijf,
etcetera. Hoewel ik volledig bij zinnen en 100% bij verstande,
toerekeningsvatbaar was, in volzinnen sprak, heel duidelijk
kon uitleggen wat er mis was, vond iemand het nodig om mij
officieel psychotisch te noemen en hij voegde er aan toe dat
ik dat waarschijnlijk al twaalf jaar lang, al mijn hele volwassen
leven was geweest, omdat de pijn waar ik over sprak niet in
mijn lijf zat. Over de complete idiotie van die conclusie zal ik
het hier niet hebben; wel over de slotsom van zijn betoog,
van zijn calculerende beredenering. Die klonk ongeveer zo:

“Als jij nu niet jouw jas aantrekt en de straat op gaat, Maaike,
dan zie ik mij genoodzaakt jou gedwongen op te laten nemen
in een psychiatrische kliniek, dan komen ze jou met een
ambulance en een dwangbuis halen, voeren ze jou af. Dat zeg
ik tegen je omdat ik het allerbeste met jou voorheb; dat zeg ik
met een onhandige, jongensachtige glimlach, zodat jij denkt
dat ik heel lief en jouw surrogaatvader ben; dat jijzelf gestoord
en een gek wijf bent; dat wat ik zeg zo hoort. Jou gedwongen op
laten nemen en plat laten spuiten op de gesloten psychiatrische
afdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis is geen probleem
voor mij, want ik ben een arts met een bevoegdheid en jij hebt
geen diploma. Jou gedongen laten opnemen is het beste voor
jou, voor mij en voor iedereen in deze stad.” Gevolgd door dit
klinkende en met medailles behangen slotaccoord: “Daar wil de
burgemeester graag zijn handtekening voor zetten.” Alsof het niet
om mijn leven ging, maar om een verhaal van Annie M.G. Schmidt
dat hij voor de grap aan mij voorlas. Alleen meende hij het echt.

Dat was het kwaad in zijn zuiverste vorm en door mij destijds en
tijdens vele gelegenheden daarna bij de wortels uitgeroeid.
Dat doe ik nog steeds en dat zal ik altijd blijven doen. Daar wil ik bij
deze graag mijn handtekening voor zetten, want ik heb uiteindelijk
geen universitaire graad behaald, maar ik heb wel een pen.

Was getekend,
M. Klaster

flessenpost voor chris zegers – maaike klaster

Chris, lekker ding dat je bent, waar ben je? Op t.v. zie ik jou met oceaanhaar
(droog van zon en zout) een verzekering aanprijzen en je ziet er zowaar
gelukkig uit. Is dat waar? Want waarom mogen wij hier in Nederland niet
meer van jou genieten, moet jij ergens op een onbewoond eiland in de
branding staan? Hoewel ik jou een mooie man vind, een stuk ja, zeg maar
gerust een flink brok goedaardig testosteron, val ik niet op je. Althans, niet
hier vanaf de bank. Jij bent voor mij te tweedimensionaal; ik heb ze liever
dicht op mijn huid. Echt, ik ben niet zo’n vrouw die steeds aan andere
vrouwen moet bewijzen dat ze tieten en een kut heeft door naar spierbundels
op een film- of televisiescherm te wijzen. Doodvermoeiend vind ik dat.
Liever word ik vastgehouden door iemand die van mij houdt en ik van hem.
Dat lijkt me logisch, want liefde staat altijd (altijd) voorop bij mij, en na een
lange rij daaraan verbonden kwaliteiten (wederzijdse waardering, trouw,
elkaar in vrijheid ondersteunen, verantwoordelijkheidsgevoel en meer van dat
soort zaken) komen met Heel Grote Letters: Communicatie en Seks. Daar kan
ik geen genoeg van krijgen. De meeste mensen neuken met haat, slaan die
eerste, belangrijke stap over, dus daar is geen reet aan, om het zachtjes uit te
drukken. Jij niet, dat kan ik zien, want jij bent lief. Maar zo’n grote vent die
(en ik zeg het heel voorzichtig) van seks houdt en dan ook nog eens een hart
heeft dat de hele dag liedjes afdraait alsof het om zo’n speelgoedmuziekdoosje
van vroeger gaat, die wordt de Lage Landen langzaam maar zeker uitgebonjourd,
want die is voor velen te bedreigend. Wat een slapjanussen, vind je ook niet?!

Als ik het mij goed herinner, las ik ergens dat jij onlangs vader bent geworden.
Mocht dat inderdaad het geval zijn: Hoera!!! Gefeliciteerd! Volgens mij ben jij
een fan-tas-ti-sche papa. Dat doet mij deugd en ik wens jou alle vreugde toe.
Eén verzoek: stap in dat bootje, dat zelfgemaakte vlot, en kom terug naar
Nederland, want ik kan jou hier niet zien en een man zoals jij erbij maakt alle
verschil. Zou jij dat voor mij willen doen? Texel is trouwens ook heel mooi!!!

Heel veel liefs, alle hens aan dek,
Maaike (wat o.a. zee betekent) Klaster

berichten – jan holtman

XXI

mensen moeten hun kop houden
en minder praten

en minder schrijven
uit verveling

levensweg – eelke van es

Vroeger, heel vroeger, wilde ik vuilnisman worden. Of eigenlijk vuilniswagen, met een grote malende mond die alles wat de mensen er maar ingooiden – vuilnis, teevees, schijnbewegingen, kleine huisdieren – in enkele bewegingen verslond. Dat was vroeger. Vuilnis is er sindsdien altijd geweest. Maar het verlangen een vuilniswagen te zijn verdween al snel. Ik werd liever dierenarts, of voetballer; rotzooi en blessures zo veel mogelijk vermijdend. Ook voor deze beroepen bleek ik, om onjuiste redenen, ongeschikt.