verschrikkelijk hart – c.p. vincentius

Het orgaan trilt, recht uit de borst gegrepen,
spontaan en vol emotie in de groep.

Wijd vertakt grijpen zintuigen en ledematen
naar ieders aandacht en medelijden.

Koppen blikken stil en fluisteren: ‘Schaamte
heeft het mens het nog niet geleerd.’

Haar wijsvinger en stem wijzen en dicteren;
wie niet met haar is, kan zich bergen.

Zij stoot en botst, butst opdoffer na opdoffer
en schramt al doende tot slachtoffer.

* – erik-jan hummel

alleen je binnen te laten is
een dag werk, want ik denk
de hele avond de hele dag

telkens komt het op mij aan
alsof jij niet bent, en dat
ben je ook nog niet, en toch

dat je helemaal niets doet
als ik je beroof, dat niemand
me tegenhoudt als ik links

loop of schreeuw op straat
het is teveel, ik mag teveel
en niemand zegt waarom

of waar of hoe of waardoor of

uitgedacht, afgemat, nog voor
het fornuis me roept en het
gehakt het koud heeft en het

bed mijn opgevouwen vormen
mist, de klok die me dwingt
althans iets te kiezen

alsof het hele huis me klaar
wil stomen je binnen te laten
om me zo te lozen, en me zo

te dwingen mens te zijn, en
alleen je binnen te laten is
al een verzoek of ik binnen

mag treden en dat we als je
blieft even samen mens zijn
want alleen is het me te veel

voor de liefste mens die er is – maaike klaster

Hij is zo mooi!
Ik zeg lekker niet over wie ik het heb, maar als hij en ik samenkomen,
mochten wij samenkomen, dan zullen wij overal waar wij lopen grote
schoonheid verspreiden, dan gaat overal op aarde het zonnetje schijnen.
Horen jullie hoe hij huilt, om mij? Het wordt tijd dat hij mij schrijft.
Vandaag is de dag dat wij begonnen met lachen; werden onze nachten
– in mijn leven althans – één vreugdevolle nacht. Hij zingt als ik dans.
Toen ik gisteren (wat een koude dag was dat!) in zijn stad een warme
stroopwafel at, terwijl hij met anderen aan tafel zat, zwaaide hij/ik naar
mijn/zijn hart. Dag lieverd!!!

de werkende mens – gerardus

en ze zullen…

godverdegodver

help me nou eens
nee, niet lachen

je weet best
dat als jij lacht

je broer nog erger
en papa dan…

hou er mee op

ik heb al gevloekt
godverderderder

ik ben niet boos
woest ben ik

en dan kan je wel gaan janken

hou daar alsjeblieft mee op

neeeeeeeeeeeeeeeeeeee
mama is aan het werk

dat weet je best
en ik hou van jullie

hou op met huilen

hoe kan ik je troosten

zal ik pannenkoeken bakken

je hebt het niet verdiend

je bent wel lief
en je broer ook

essay – robert kruzdlo

hoe dieper je graaft
herinnert het kinderoog
kan zelfs een microscoop
niet onthullen wat
te zien is in je brein

rede blind ogen zing
lang leve de wetenschap

ook computers helpen niet
om meer te zien dan
een FMRI regenboog
kleurige elektravelden
het kwantum trillen doet

stom blijft de mens
verliest de logica zijn kunst

klinkt er snaarmuziek
een onbekend deeltje God
een entropie botst
stil in mythe vangt

vlucht ik terug
in mijn logica
voordat niets meer overblijft
dan wat tussen uiterste blijft

- wat ik nog steeds bemin is
dat wij blijven kijken met
de ogen van een kind.

mensen en zo – geertruud otten

ik zoek mensen en zo
met grote witte muren en vind niet meer
dan een wollen plaid rustend op een leeg dressoir

de watermaan kaatst haar licht tegen
een gevel en verdwijnt met mij in de nevel
waar ik mijn zoektocht naar mens en muur
in de wollen plaid bewaar

tussenruimte – joost de jonge

daar dans ik dan, in deze geweldige grootheid
groot als oneindig geweld
mijzelf als dans voorgesteld

die zijn leven bestaat uit pijn
is gewend pijnlijk levend te zijn
al dreef jij verzwolgen door misverstand
was jouw verzwolgen drijven niet mis te verstaan

bloeddruppels vallen hier zwart op wit
bloedend bloeien is de keerzijde van groei

Is een boom niet meer dan een mens
Wat geeft een mens nu eigenlijk
Een boom ademt, lucht en schaduw
Zijn takken deinen zachtjes op de wind
In hoeverre is de mens werkelijk
Behalve dan in de liefde van een kind

daar dans ik dan, in deze geweldige grootheid
groot als oneindig geweld
mijzelf als dans voorgesteld

zwarte demona – kizan

De terugkeer

Ze besmeurt met helse liefkozing
En tergt onophoudelijk de gezuiverden,
Want zij weet:
De nietsvermoedende is zwak.

Haar bron ligt in de diepte
Daar waar de aarde spuwt,
Demonen pijnigen en het kwade heerst.

Ze laat niet los het werk van haar handen
Al scheuren haar kaken het uit de mens;
Niets laat zij liggen om te behouden.
Zij kent Genade niet,
Maar huichelt Het ten overstaande van duizenden
Omwille van haar vernietiging.

Niets laat zij onbewogen
En de hulpeloze verlaat zij niet.
Zij heeft zich gevestigd in hun goedheid
En is pas bevredigd wanneer,
Ja, wanneer eigenlijk?
De terging is eindeloos!

rust – marten visser

De flauwe grimas
verdwijnt even snel
als een waterige
regenboog

Was toch verleden
week dat de eerste mens
op de maan liep

En jij gister met lompe
verwoestende passen
mijn hart ontzielde

Zou ik dan morgen weer
de met onschuld besprenkelde
baby donshaartjes ruiken
en voelen

Weet ik dan wat ik
volgende week met mijn leven
heb gedaan

Vandaag geef ik de onmacht
samen met mijn lichaam
aan de rulle aarde
en vlij ik mij in de
welkome gedolven rust

veroordeeld – danique corman

Wat afhankelijk is de mens
na onenigheid graag weer terug naar
het begin
ellendige meis
 
ze stribbelt en woekert
zij is verkeerd beoordeeld
rennen naar het vertrouwde
maar als dat juist beschadigd
 
het ritme vond ze fijn

* – joost de jonge

Een mens kan zich vergissen
Een mens mag zich vergissen
Een mens moet wel een mens zijn
Een mens wordt pas een mens
Voorbij de ijle lijn van een Wortsatz
Kleine zielen & infantielen
Megalomane onderwijzertjes
Passen en meten
Tellen en bezig zijn met cijfertjes
Het kleine leven met grote sier…
Aanschouw lieve vrienden
De nacht zwart als hij is
Een mier blijft een mier
En ieder is die hij is

* – joost de jonge

Een dichter dicht licht
Allicht soms wat te licht
Hier een woord erbij
Daar een woord eraf
Schreef ik het voor jou
Of voor mij
Hoe moet het nou
Het lichte woord
Wordt wat waard
Misschien verleent het mij waarde
Misschien verkrijg ik klaarte
Pijnlijk gespleten is de mens
Zijn zoektocht naar erkenning zonder grens

de blote zee – b. vogels

Vrede is een zee van naakt zijn.
Een zaak van anderen
raken bij de huid.

De kleuren wissen in de massa.
Golven verankeren op een lens.

De mens is een druppel.
In zijn kleren valt hij op,
het netvlies van de visser
trilt in niets dan water.

toen de vos de kerststaldief verwenste herkende ik mijn oom – delphine lecompte

Toen ik kaarsenmaker was heb ik deze bijensterfte
Voorspeld maar niemand wilde me geloven
Zelfs al hadden ze me geloofd wat konden ze doen?
Wat kun je ondernemen tegen insecten die creperen
Omdat aronskelken niet meer sluiten??

Nu ik al mijn amuletten heb opgesloten
In de buffetkast van een gek geworden horlogemaker
Droom ik iedere nacht van grotten
Ze worden bewoond door preutse hoefdieren
En heidense vossen met profetische merelogen.

Ik ben de enige mens in mijn droom
In de grot ben ik de vierde machtigste
Ik kan een incestueuze imker doen verdrinken
Maar ik kan geen verdrinkende imkerdochter redden
Soms maak ik een sponzenverkoper stom.

In de echtere wereld koop ik tien sponzen
Van een uitgedoofde sponzenverkoper
Ik krijg een spons gratis
Omdat ik mijn linkerborst toon
Thuis verknip ik de elfde spons
Tot ik de machtigste vos van de grot herken.

Bijna elke nacht wenst de machtigste vos
De leverontploffing van een dief in een lift
De diefstal is altijd oneetbaar en gemeen
Bijvoorbeeld een kerststal van een tumorrijke vader
Die Melchior in de linkerhand
En morfinepomp in de rechter alles wil geven
Aan zijn dochter, in het stro.

In het stro is ze verwekt
En de balken van de stal zijn opgevuld
Met gouden kamelen
Maar de dief in de lift kruipt door het oog van de naald
Hij wordt stinkend rijk
Wanneer ik wakker word bestaat zijn rijkdom nog altijd.

* – danique corman

Wanneer er gezwegen wordt zonder een glimlach verberg je het gemis
Het verlangen van steun door de afgelopen jaren droefenis

De frustratie willen uitschreeuwen, de pijn die in je hart maalt
door vele teleurstellingen niet weten waar het zich herhaalt

Dan nog de indringende vraag wat mijn karakter vernietigt
Ontwijken door mijn blik af te wenden wordt het beëindigd

Bang om verraden te worden door mijn eigen kijkers
twee zielen die samen komen, beide gekweld door verdriet

Hoop kunnen uitwisselen met je om de stress te bedrukken
alles door te vertrouwen wat een mens kwetsbaar kan verdrukken

De verwijzingen en misleidingen die “mijn” ziel doen uitroeien
ik neem alles voor lief anders zullen de verwijten alleen groeien

Soms willen uitschreeuwen wat in gedachten voorbij vaart
dit vergezellen met een arm die om me heen slaat

Een goed gesprek met een waardevolle ervaring als vervolg
die mij weer een andere kijk op het leven kan aanbieden

Als ik mijn mond open, mijn longen vol zuig met lucht
mijn handen verbergen alsnog de opening zodat er niks vlucht

Maar vingers laten een kleine spleet ontsnappen
net groot genoeg om een zucht te betrappen

Daarna de snijdende stilte terug in mijn hart te verstaan
Vermoeiend als het is; telkens de fout weer begaan

Eindelijk een heldere blik vragend, een geruststelling moeten zijn
toch afslaan en niet uit mijn woorden kunnen komen het ongein

vertrouwen als een vooroordeel kwijtraken in de mens
zenuwen die mijn hoop doen opgeven; het verlies van een wens

Wat zijn wij als mens zijnde toch ongelofelijk ingewikkeld
verborgen in deze wereld, verplicht te onderzoeken

angst – laura mijnders

Wanneer krakende voetstappen
zich voortbewegen in een nacht
die me speels wakker houd
wanneer alles vastbesloten lijkt
te liggen in angst, slechts enkel angst
in diezelfde angst
die mij
dagelijks zo bruut m’n dromen ontneemt
dan
vraag ik me af
of het niet beter zou zijn
om zo’n leeg bierblikje in de trein te zijn
of het niet beter zou zijn
om te bestaan in een traag meebewegen met het stoppen
van zo’n ijzeren monster
in het optrekken en het schudden
het blijven steken
in de barsten van een vloer
die door niemand opgemerkt word
Misschien is het beter
de adem van een willekeurig mens op de rand
van mijn blikken lichaam te voelen
zijn lippen die me even aanraken
om vervolgens
weggesmeten te worden
en te rollen
en te rollen
en te rollen
totdat iemand me oppakt
en er voor mij besloten word
dat ik thuis hoor
in een vuilnisbank
waarin ik niet meer geacht word te bestaan
zou dat
soms
niet makkelijker zijn

aan alle moeders die denken dat ik geen moeder en daarom toch een beetje een minder mens ben – maaike klaster

Jawel hoor, lieverds, ik ben de Moeder Aller Hoeren.
Die van jullie dus.

relatie – dani nacca

‘Te gepassioneerd?’
vroeg hij haar.
Ze vertelde hem dat er
geen antwoord was.

Geslagen met gerijpte woorden,
lichtloos opgegroeid in het
bewustzijn. Woorden zo bitter
op een mens eerlijk als hij.

Haat is liefde, zei ze na de
zoveelste ruzie. Vertrouwen
is woede, op zijn beurt vindt
woede plaats in het hart.

Maar toch verhuisden ze
samen naar andere dorpen,
zagen andere mensen, tuinkabouters
en tuinhekken. ‘God ik heb nooit
geweten dat er zoveel verschillende
tuinhekken bestonden!’ Zeiden
ze weleens, plezierig verbonden
door gezamenlijke binnenpretjes.
Niemand vroeg zich af, of er meer moest zijn.

Zo verfden ze hun schilderij egaal blauw,
beetje bij beetje, totdat op een dag
de laatste centimeter ingekleurd was, en
ze gedwongen waren afstand te nemen,
een meter naar achter te lopen en het
resultaat van hun bestaan te aanschouwen.

Bruin

sportschool – bennie spekken

mijn hoofd barst
van de spiegels

een vervormde stem
roept hoogste tijd
voor de buikspier

en het vet beweegt
de verzadigde mens

de rolmodellen
aan de muur

de kroeg op de hoek – hans goudart

In het café op de hoek
hebben we eerst kunnen genieten van
en-van-je-hela-hola
en drinken-totteme-zinken-muziek
Mijn buurman ging daar zo in op
dat de bar er van schudde
De kastelein kiest nu welbewust
voor zoetgevooisd, iets
in het Hawaaiiaans of Tahitiaans,
wat zal het zijn…
met veel paloma en aloha en zo meer
en van die gitaarfliebers
aan het eind van elke zin
Aan een tafeltje snottert
een betraande dame de overgang in
De middelbare heer in kennelijke staat
raadt haar pas ná het weekend
een nieuw leven te beginnen
Hij meent dat moet ze nu niet doen
Een schone lei vraagt
om een goed moment
Drie hinderlijke hanen in lange leren jassen
staan kortstondig in de weg
Dan is er ineens zo’n ongeschoren
die al jaren geen goeiedag meer zegt
alstie hier binnenkomt
Even later zit-ie te eten van
een broodje dood dier
Na elke hap spoelt-ie duidelijk hoorbaar
tot alle resten tussen zijn kiezen
vandaan verdwenen zijn
Mijn blik dwaalt langs de etiketten
op de flessen en de tekens aan de wand
Is het hier nu zo gezellig ?
Wie weet
Wij doen ons best !
Spiegelend de vraag ooit
een normaal mens ontmoet
En of het beviel ?

06 – brigje otterloo

ik zal je zeggen dat ik weet van einde niets
en ook begin is mij ontschoten in de haast
die leven heet verbrand ik weet nog goed
dat ik verbaasd uit ogen staarde naar

een ik dat mens geworden was een houten
glas vertelde mij van leren eten lopen
baan en dan het wennen aan gesprekken
over straat zonder de anderen aan te

raken balanceerde ik op zijden draden
langs een jou je lippen streelden tong
bewegen langs en zo te spreken met jouw

hart geworden menselijkheid het was alsof
het spreken over water lopen was zo zweefde
leven over in een jou en ik waaruit je ogen.

* – maaike klaster

Geef mij een royale pik, koninklijk,
en ik ben de hemel te rijk.
Hoor die engelen zingen!

In tegenstelling tot een mens zoals ik
talen zij niet naar een stijve,
maar zij zijn blij. Voor mij.

Alle geilheid en heiligheid zweren
de smerigheid van de wereld uit,
zweten de giftige adem van Satan uit,

leggen mijn lichaam neer
zoals het wil liggen. Kom likken.
Wij hebben ons nooit laten nemen.
Iedereen geeft.

als je alleen maar nette woorden gebruikt, ben je een goed mens – maaike klaster

I.

Je vrijwillig tot bloedens toe in je reet laten neuken
en dan roepen dat je – boeh boeh – pijntjes hebt.
Smerig wijf.
Niet de seks is vies, maar jij.
 
 
II.

Je zit recht voor m’n neus in je broek te schijten,
terwijl de w.c. hier op de gang is, en zegt dan ook nog
achteraf dat ik degene ben die jou moet helpen je reet af te vegen,

weigert te luisteren naar mijn verhalen terwijl je opzichtig ongemakkelijk, expres zit te persen, laat weten niet te willen weten wie mij zojuist de tanden uit m’n bek heeft geslagen. Juist, dat was jij.

punt – b. vogels

het leven van een ster is niet helder

schitteren is een wens
in duizend en één talen
in één woord een droom
een val in de nacht

een ster is maar een mens
onder zijn dak slaapt de hele wereld

hemelvaart – gerardus

geen belang
voor de mens

maar schreeuwt
de ambtenaar

het moet wel
een vrije dag

rest van een mens – peter wullen

loze zinnen – stijntje van der wal

nergens zag de leegte
zo zonder moed
een koud kind
kom toch hier
verschijn uit dit papier
om met jouw oog en
met jouw kleine mond
te proeven hetgeen hier
toch ooit werkelijk bestond
herrijs uit inktenblauw
arm, zalig kindergezichtje van jou
nergens zag ik leger dan leeg
en nog meer leger
‘k zag geen mens.

verzameld werk – jacques santegu

“De mens, die in enigerlei richting naar het betere streeft, maakt zich in gedachten
veelal voorstellingen van te verkrijgen resultaten, welker totstandkoming
hij bij dieper nadenken als niet te bereiken uitslag
van zijn pogingen moet aanvaarden.”

( J.L.J.J. Harms, Toepoel’s Hondenencyclopaedie
tweede bijgewerkte en zeer vermeerderde druk )

Aan het eind van mijn Latijn staat enkel nog de hondenencyclopedie overeind
in de boekenkast. Ik hoef niet langer een bibliotheek
maar een mand
voor mijn honds bestaan.
Van een Dostojevski onthoud ik slechts de donkere dagen:

de schurftmijt plant zich voort onder zijn ongeborstelde haren
hij ligt aan de ketting
ergens
in het diepe ruim
waar ratten hun snippers printen in vergeelde vellen.

Ik zoek een mand voor mijn honds bestaan, ik wil niet
eeuwig blijven zwerven.

Ik moet jouw sappige kluiven niet. Geef me mijn hondenencyclopedie
om er ons in terug te kunnen vinden
ons samen te begraven.

voor de onbekende vogel – b. vogels

Vogels.
Geen land is er vrij van.
Dat siert de lucht.

We hebben ze in de hand.
Gekortwiekt, gekooid,
met hagel bedonderd,
hun vlucht verstoord.
Vermeld onder wild.

Vrij zijn is van de mens.
Geen vogel die daar aan tilt.

in antwoord op de vraag – bennie spekken

of ik gelukkig ben
zie ik uit het raam

de verwikkelingen
van de verwaaide mens

in een tijgerprint
dekbedovertrek