respect voor muggen – pallas van huizen

Met de kin omhoog de muziek achterna,
sommige onschuld kan je geen nee tegen zeggen,
dus ik kijk verder en zeg ja.
Tidie die-dele-die, ti ti!
Respect voor muggen.
Stoppen met slaan, vrijheid van leven,
samen met de kin omhoog de muziek achterna.
Respect voor muggen.
Als het klopt heeft het een naam.
Laat me los, laat me gaan, spaar mijn woorden,
//met de kin omhoog de muziek achterna//
Je kan geen nee zeggen, dus ik zeg ja.
Respect voor muggen.
Tidele-die-die, ti ti!
Stoppen met slaan.
Respect voor muggen, laat me los.
Tidele-die-die, ti ti!
Laat me los, laat me gaan.

uit – b. vogels

mijn stappen verstuiven
mijn adem is pluis

op een dag ben ik
enkel nog wind

in een urne van riet
kan ik me vinden

als een bries
in het laatste ruis

stromingen – c.p. vincentius

Aan de oevers van de volksaard drijft
de bastaard tussen het riet en zucht:

‘Ik ben al met al meestal het meest
benevelde onechte kind en beweer
met de richting van kreten mee naar
de draaikolk van emoties te drijven.

Zo ben ik één met stromingen en voel
me weggezogen met het gedobber
van al het andere wrakhout rond mij,
die eigen splinters weigeren te zien.’

fuck de leus – janus duprie

1

wit voor ogen
heb ik niet

noch zwart

groen

rood

of oranje
 
 
2

kleurenblind
beschouw ik mezelf
in donker
 
 
3

doof voor kritiek
dan wel andere onzin

nou vooruit
kan mij het schelen
 
 
4

vluchtbrief laat ik
mooi achterwegen
 
 
- pleur maar op met je censuur -
 
 
5

wie me kent
zou zeggen vast
een grap

van het kaliber
hollywood
 
 
6

het gaat om
onderbuikgevoel

halte – bennie spekken

ze is alleen
maar met haar smartphone bezig
ze is maar alleen

ondanks de mensen
dankzij de mensen
om haar heen

ik stel me voor
dat ze veel vrienden heeft

het dondert niet meer – hanny van alphen

nergens vind ik luwte
zelfs niet onder een boom
of in holle gebouwen

overal die ongure schaduw
van vunzige vlerken
die aan me kleven, in me klauwen

het dondert niet meer

vreet me, ontleed me
tot mijn haveloze torso
de bodem raakt

laat er gras over groeien
en krijs, krijs dan
om wat de aarde heeft buitgemaakt

vlinderveeg – erik-jan hummel

Zoals mijn bad vol potjes vol vlinders
en in de dekseltjes gaatjes en in
de kas een duizendtal op reserve
alsof ik hoopte dat ze de potjes
wegvlogen of zolang ze vlogen

Zoals ik baadde en zo zonder
het te willen potjes kapot deed slaan
en soms een vlinder ontsnapte, maar
vaker verzonk en ik me dan los sneed van

Zoals ik een aquarium kocht met sluitend
deksel, alle reserves losliet, juist daarin
faalde, want volledig vol vulde ik

Zoals ik het aquarium in een vol bad liet
zakken, het water het deksel drukte en zij

Zoals ik in één veeg

* – erik-jan hummel

alleen je binnen te laten is
een dag werk, want ik denk
de hele avond de hele dag

telkens komt het op mij aan
alsof jij niet bent, en dat
ben je ook nog niet, en toch

dat je helemaal niets doet
als ik je beroof, dat niemand
me tegenhoudt als ik links

loop of schreeuw op straat
het is teveel, ik mag teveel
en niemand zegt waarom

of waar of hoe of waardoor of

uitgedacht, afgemat, nog voor
het fornuis me roept en het
gehakt het koud heeft en het

bed mijn opgevouwen vormen
mist, de klok die me dwingt
althans iets te kiezen

alsof het hele huis me klaar
wil stomen je binnen te laten
om me zo te lozen, en me zo

te dwingen mens te zijn, en
alleen je binnen te laten is
al een verzoek of ik binnen

mag treden en dat we als je
blieft even samen mens zijn
want alleen is het me te veel

de afstand is zichtbaar – pallas van huizen

Weggestopt in een glas,
de zilte tranen,
de onschuld van een man,
als zwarte ogen achter rode gordijnen,
zware schouders,
een tel van onbalans,
was zijn vrouw maar hier,
verloor hij zichzelf zonder inzicht,
zienderogen wegkwijnend in teren taal,
druipt haar liefde langs de hoorn,
de donkere eenvoud van verlangen,
waar houten tongen afstompen
tegen ijzeren idealen,
ze was geen gangmaker,
maar raakte me
in haar vertraging.

can’t fake love – pallas van huizen

Dat je zoveel voor iemand kan betekenen.

Je koude lichaam onder de te warme deken.
In het donker kijk je door het raam,
door de nacht heen.

Je bent zo moe, zo moe, zo moe.

Ik zou me zo graag herkennen, meedoen.
Echte dingen, daar moet je doorheen.

Kattenverdriet, de dood klaagt nooit.

Dat je behang bent, traangas voor de blinden,
psychiatrisch patiënt, uiteen gereten, teruggetrokken
in een dimensie van rottend tandvlees en verloren respect.

Rijstwafelsporen, klontjes suiker, instant coffee
en als je ligt: De beleefdheid van een barmhartige definitie.

Als je eigen rouwadvertentie.

In de lach gestorven sta ik mijn plek af.

vriend – martin m aart de jong

Laat ik het hebben over jou. Ik maak
me zorgen. Hoe je de dagen doorstaat
en iedere dag toch trouw blijft posten.
Het is allemaal niet veel zaaks, los

strooigoed voor de vogels alsof je in
jezelf praat. Maar dan nog, wat zeggen
statistieken, wat zegt een “vind ik leuk”
Twijfel je nooit? Wil je niet opgeven

klap je nooit dat boek eens dicht en stap
je naar buiten, groet de vreemde die je buur
vrouw is. Dit is het leven niet. Beschermd

gebied vol onnatuurlijk heden. Geen dood
voor wie een status heeft. Profielen staan
onopgeheven voor eeuwig langs de lijn van tijd.

deadline – marjon zomer

je huis moet leeg
zo zijn de dingen
jouw dingen
ineens een opruimklus

alles moet afgezegd
leeg en weg
je broeken van de lijn
- ze voelen stijf -

verbonden voel ik me
met dingen
die niets kunnen zeggen

met de hoorn van de haak
trek ik het snoer
uit de muur
de toon sterft

nu is er alleen nog behang
met lichte afdrukken
op foto’s op Funda

lepelvork – bianca hendriks

Op de opklaptafel ligt een groene
vork die van achteren lepel is

je kunt er ook mee snijden al
zijn de meningen daarover verdeeld

het was goed bedoeld

In het prullenbakje ligt een restje
sla met een lege beker
erboven op, het plastic zakje
van de vork
op de grond

ik drink thee zonder me te snijden
als ik klaar ben klap ik de tafel dicht

aan mijn ongeboren kind – maaike klaster

Nee, je bent er nog niet, ook niet in mij.
Al kan ik een lange tienerjongen mama
tegen mij horen zeggen. Bestaat zoiets?

Zien wij elkaar op een dag onder- of
bovenaan een trap? Heb ik zin om jou
te dragen? Mag ik mij zoiets afvragen?

Het spijt me dat ik mijn leven lang zo
stom ben geweest, maar ga vanaf
vandaag maar bij jouw vader klagen.
Die gedraagt zich tegenwoordig als de
kledingloze keizer. Ja, schat, net als jij
had ik een wakkerder iemand verwacht,
maar ook ik heb liggen slapen.

Weet je dat ik jou zag, in het echt? Al
zullen er mensen zijn die mij voor gek
verklaren. Dat doen ze waarschijnlijk
toch al. Jij reed op een crossfiets door
de fontein op het plein en keek om je
heen als iemand die het – godzijdank -
nog niet had begrepen. Ik lachte hardop
en dacht: ”Goed zo, jongen, laat maar
zien hoe het hoort!” voordat jij je
zeiknat en triomfantelijk omdraaide
om diezelfde route door dat uit de
grond spuitende water nogmaals, maar
in tegenovergestelde richting, af te
leggen. Je keek er zielsgelukkig bij.

Bij nader inzien werd jij helemaal niet
nat, niet van water, want die fontein
was er wel, maar jouw lichaam nog
niet, en die fiets moet ik nog kopen.

Het leven is mooi, lieve jongen, dus
dat wil ik jou dolgraag geven, maar
zonder jou vind ik er steeds minder
aan. Ga maar vast bovenaan die trap
staan, dan kunnen wij zien wie er
eerder is: jij beneden of ik boven.

Ga ook maar aan je vader vragen
waarom hij zich als zo’n ongehoorde
klootzak heeft gedragen. Je weet al
waarom ik zo’n verschrikkelijk
kutwijf ben geweest.

click – pallas van huizen

Dat zijn neus in een handdoek sliep,
het gejaag op dikke ribben voorbij was,
beschreef zijn uitstapje in Anderland.

De stilte die het teweeg bracht.
Het vechten, niet meer met haar.
Achtervolgd door zijn schaduw
fluisterden de lichtjes.

Muziek is een zijnskwestie.

Achteruit inparkeren, zei ze.
In de grachten dreven vergeelde blikken.
Haar stem was vaag.

Geen idee waarom, maar ze zei zoiets

als dat ze me kent.

big brother – sacha vreling

Ik wil zó dat je naar me kijkt
door je webcam, je Iphone, smart-
en tablet, als ik wulps draai en draai
om mijn eigen as, mijn rondingen
en mijn vlees, mijn geile woorden
over mijn onzekerheden, ik wil
zó dat je naar me kijkt
als ik mijn heupen langs je blikken
en mijn harde tepels
tegen je zachte ogen schuur.

als ik er over nadenk – b. vogels

uitgespit tot op het bot
ligt hij blootgesteld

op het laatste bed
van kankercellen

als ik er over nadenk
hoe hij koffie maken kon

zijn ringbaard een grap
niet mocht verbergen

de prostaat de man
de das omdoet

maak ik me op
voor één ontbijtkoek meer

scheer mijn kin en begin
de dag met een lach

om mijn moeiteloze plas

de beweging – mattijs deraedt

Bedankt aan de beweging,
want het is zij en zij alleen
die mij inspireert.

Nog meer dan het gonzende lichaam
dat blinkt in deze koude kamer.

Nog meer dan het lachen van een vrouw,
jong en vol onzin, maar geslepen
en rad van tong.

Nog meer dan het licht tussen mijn oren,
de geladen leegte na een bloedneus
of het prikken van een nieuw harnas.

Nog meer dan de eindeloze bast die staat
en blijft staan, geolied deint onder liefde.

Nog meer dan dit alles
is het de beweging die me stuwt
en verrast, die me hard en week maakt,
die me wakker schudt en streelt
met haar spannende spieren.

En na de beweging rest alleen nog de slaap,
die maar niet komen wil.

nana – tijl nuyts

Je stuurt me brieven
met droge bladeren
van je sinaasappelboom

Ik ruik
het stof, de wind, de zomer
in de enveloppe

Dartelt je hand nog,
je gom en je potlood
vliegen elkaar in de donkere haren

Je land spiegelt
als een roestige munt in het water

Het schorre gefluister van
je sinaasappelboom
vertakt zich voor mijn ogen

Je hangt de zinnen in de withete zon
te drogen
kleurige wasknijpers klemmen
flarden wereld aaneen.

maalstroom – bert de kerpel

Als Pythagoras de aarde niet
bol had verklaard
kon ik nu misschien
lachend en bedaard
eraf stappen

bakken vol zorgen muilkorven
achterlaten voor nazaten
die mij met een ons geluk
niet achterna zouden zitten

ik zou m’n anker en m’n ego slaan
in Canada een beer verslaan
ter hoogte van Papoea Nieuw
Guidinges dan te water gaan

nu rest me slechts te rimpelen
in tijd onder te gaan.

brief aan iemand die ik kende – maaike klaster

Eens zullen wij het nooit worden.
Wilde jij nou bij mij of ik bij jou terugkruipen in die buik,
onder een zelfgebreide streepjestrui? Want net als een zeepaardje
kan ik mijn mannen zwanger door die oceaan laten dobberen en
ik ben, zoals je weet, de Kleine Zeemeermin in het groot. Niet de
Disney-variant, maar de echte, die zich in de golven van haar vader’s
zee werpt, sterft, omdat niemand haar voor vol aanziet. Zelfs jij niet.

Toch blijf ik van je houden. Lamlendig, dat wel.
Wordt dit zo’n gedicht dat mensen gaan citeren tijdens
bruiloftsredes; aan het graf van een gestorven dierbare?
Ik lach me nu al een kriek. Wat dacht je ervan?
Zullen we buiten op het plein een pilsje gaan drinken,
ook al houd ik helemaal niet van bier? Je weet me te vinden. Aan de
overkant van één de zeven zeeën.

de werkende mens – gerardus

en ze zullen…

godverdegodver

help me nou eens
nee, niet lachen

je weet best
dat als jij lacht

je broer nog erger
en papa dan…

hou er mee op

ik heb al gevloekt
godverderderder

ik ben niet boos
woest ben ik

en dan kan je wel gaan janken

hou daar alsjeblieft mee op

neeeeeeeeeeeeeeeeeeee
mama is aan het werk

dat weet je best
en ik hou van jullie

hou op met huilen

hoe kan ik je troosten

zal ik pannenkoeken bakken

je hebt het niet verdiend

je bent wel lief
en je broer ook

bevestigen – janus duprie

dat je voor de wet
mag trouwen

met jan en allemans
vrouwen mannen

dat is nog daar
aan toe maar

dat je perse een paar moet
zijn voor belastingvoordeel

en geen huishouden van
tien vrouwen en zeg drie mannen

en bij wijze van spreken
50 kinderen…

ben je nou helemaal gek
gestoord in het hoofd ziek
je lijkt me alternatief

pleurt op en neem
je geitenwollen sokken
ook meteen mee

portret, gezien van bovenaf – maaike klaster

Kruin stroopt suiker van de mouwen,
schenkt vervend vingers in,

lepelt speeksel op mijn weefsel,
proeft wat zoek is binnenin,

mispelt vruchtvlees in de rondte,
vreet met uitgesproken tong.

Hapt
        en smeert en
                              smakt en hikt.

Zweert tot alle cellen lillen,
bekt me glimmend af en slikt.

poëzieknuffel 15/01/2013 acg vianen

poëzieknuffel 15/01/2013 acg vianen

poëzieknuffel (en ben meteen met me een) acg vianen

dooie hoer – andré van der spek

ergens
ligt
wellicht
op de rug
een dode vrouw

misschien
wordt ze
nog 1 keer

gebruikt

als tafelkleed

of als een ander
decorstuk


ach
ik weet niet
hoe
het voelt
met of zonder
rubber

maar als ik het hoor
hoer!!!
denk ik vaak
aan me moeder

liefhebben aan de rand – jos van daanen

Toen je dwars door me heen keek
was jij de goede helft van ons twee
die zag hoe de werkelijkheid was,
hoe de wind grijs werd van het woord,
de zon het licht veranderde in regen
en de sneeuw zich nog een deken waande.

En toch had je me liever nog dan de stilte
die niks betekende, dan de duisternis
in het woeste land van wat me dierbaar was
en de kou waarmee ik muren bouwde.

Wat heb je niet verloren toen je me liefhad
aan de rand van de horizon, waar de nacht
de dag bekeerde en een streling van de wind
de platheid van mijn wereld accentueerde.

zon/maan – maaike klaster

Radioruis houdt me wakker en alert. Alarm in de vroege ochtend,
die ook een middag of zelfs een nacht had kunnen zijn. Maar wat is
het verschil? De zon schijnt altijd ergens. Recht in mijn gezicht, in
dit gedicht. Het vel papier weerkaatst zijn stralen zodat hij als onze
astronomische hemelvader aan mij laat weten dat hij niet is vergeten
hoe wij heten; de maan in zijn kielzog meeneemt. Hij schenkt haar
ons leven en zij lacht veel vaker dan jij dacht, want zonder die
weerkaatsing in de nacht zouden wij altijd zijn blijven slapen, nooit
in een mensenhuid zijn opgestaan. Vraag maar aan het water.

voetbal – gerardus

kijk al jaren
niet meer en voel
me nog met de dag
slimmer worden

wacht maar eens af

dan stop ik ook
met porno

beneden is het stil – yvonne van der haven

als je dan in het harnas sterft
moet je het ook maar goed doen
zul je niet gedacht hebben

dat de koningin door jou
rechtsomkeert moest maken
zul je niet geweten hebben

of het boven stil is
vraag ik me af
en of jij dat nu weet
 
 
 
I.M. Jeroen Willems