het meer – hans goudart

ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer

ik had het hele meer wel rond gewild
de vorm die het toevallig had
afwisselend mijn voeten in het water
en over kademuren
langs de oever
het was hier en daar
een boulevard bijna

het meer is groot
maar niet van alleman verlaten
er mag wel wat bebouwing staan
een stad of dorp desnoods
een verdwaalde kroeg
is meestal wel genoeg
misschien wil ik er ook
een herberg bij

ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte

ik heb zin om langs een meer te lopen
langs een meer gelopen
ik had zin om langs een meer te lopen
ik liep langs een meer

ik heb het meer gezien
vanuit een hoge verte

glinsterscherf – tibbes punt

Van zicht ontnomen
riep ik naar een hand die zocht.
De wind roept en brengt.
Nu dwaal je hier rond op verloren momenten
houdt op tast de deur open voor water wat niet stroomt
maar een begin klopt in mijn tenen.
Zes jaar diep verdronken op een foto dwing
ik mijzelf nog steeds niets af.
Klamp vast aan twijfel en ik kan wel
koorddansen als mijn hoofd maar eens de grond
zou laten.
Probeer je een vreemde te laten zijn.
Maar
zodra jouw
dwalen
voelbaar is
wil
ik
in
je
armen.
Stukjes zielenspiegel draag ik met mij mee
als doekjes voor op wonden
er heerst hier oorlog weet je
dus blijf
blijf…
al is het maar in een zoekend moment.
Dan geef ik je wat glinsterscherven
die pijlsnel door je bloedbaan schieten.

moederdag – sandra v.

voorspeld is er
nattigheid

maar dit heb ik
totaal niet voorzien

komt dochter met schaal
onze slaapkamer binnen

m’n man z’n hooofd
rolt er net niet af

zegt ze zo
hoeven jullie ook
niet meer te scheiden

schijnt namelijk pijnlijk en lastig

met de kinderen en zo…

mijn coach spreekt bemoedigend van een trendbreuk – hans van willigenburg

ik ben vrijwel voortdurend bezig mezelf te verbeteren
en al kan ik niet exact vertellen wat ik aan het verbeteren ben
of hoe
het feit alleen al dat ik er vol overgave aan werk
en dat al mijn concentratie bijeen is geraapt rond dat ene doel
en het bijeen rapen van die concentratie zonder twijfel mijn eigen verdienste is
kan hoe dan ook als verbetering worden betiteld ten opzichte van alles daarvoor
toen ik nog wel eens half om half uitwegen verzon
onberedeneerd een herfstblad van de grond raapte
lachte
grapte
wenste dingen belachelijk te maken vanuit de onderbuik
met een gevoel van triomf zo kort
als een inzakkende schuimkraag
waar geen progressie van welke soort ook
in aan te wijzen viel

maar nu…

nu ben ik elke dag hard en opgepompt
onderweg naar een betere versie van mezelf
die bochten en kruispunten nadert met nog minder schrik
ferm een koers kiest
de mond als een streep
de kaaklijn vooruit geschoven
de humor als een weliswaar aantrekkelijk
maar al met al uiterst contraproductief systeem
van gesublimeerde aarzeling
naast me neer gelegd

* – dio the cilany

ik ben van knekeldonkere rozen
en bloedgevaar op de grens van schemering
als het deksel van mijn ziel wordt geblazen

daar strijk ik zand in je haar

jij neemt mijn hand niet eens
maar plaatst vingerafdrukken in je hart

draait straatlantaarns in
versponnen spiralen
alsof rode stormen langs het distelpad

zo onbedaarlijk

ongezochte vondst – janine jongsma

Jij, die weet dat ik geen onbeschreven blad ben
maar getekend door woorden
mij kunt lezen nu ik naakt voor je lig
en ik mijn ziel in je lichaam schrijf

Jij, die behoedzaam de blaadjes van mijn hart
omdraait als ik er hardop uit voorlees
ezelsoren vouwt in mijn kwetsbaarheid
zodat ik weet waar ik gebleven ben

Jij, die weet hoe je onderhuids kruipt
onder mijn vel beweegt
mij van mijn zinnen berooft
ze teder uit hun verband haalt en omwikkelt met liefde

ikker – joost de jonge

I

zo zonder gedachten
ruisend in een open lucht
al te lang heb ik moeten wachten
in het duister, druipen grote druppels ik
rollend in een blozende leegte
van jouw zwijgende ontkenning
 
 
II

ondergronds werken zij met plezier
aan een gangenstelsel
een minuscuul dier dat jouw bloed drinkt
vele poorten en tunnels, een stelsel van verbindingen
hier een begin daar een einde
poppen, ‘t minnespel bedrijven
buiten in het bos
ooievaar staat stilzwijgend
met z’n bek tussen ‘t verendek
een hinde ijlt
‘t verwaaiende bos in
je weet heel goed,
dat niets zal beklijven.
 
 
III

ondanks dit al
verlucht jij het leven
door een kostuum in ruiten gedreven
poekelen wij met z’n allen
een verloren gezelschap
aan de vooravond
van het poezelig echec
ikker, is dat meer ik?
je hoopt ‘t wel, natuurlijk,
‘t is beter van niet
kon ik maar voorkomen
dat jij niet jij ook sterft van verdriet

halte – bennie spekken

ze is alleen
maar met haar smartphone bezig
ze is maar alleen

ondanks de mensen
dankzij de mensen
om haar heen

ik stel me voor
dat ze veel vrienden heeft

wacht – elsje de wit

Wachten
is niet erg
als je maar weet waarop.

doe maar rode wijn – bert de kerpel

In de coulissen van het kousenparadijs
resten enkel doorgewinterde stopsters
die gaten en ladders van garen voorzien,
zodat men via die laatste de upper class
op een voetstuk kan bedienen met pladijs.

Onder hen hebben de meesten in jaren
geen tijdloze films meer gezien, laat staan
een band gehad met minderjarige minnaars.

Hun mannen, kompels uit de jaren zeventig
onthoofden de dame met testamentresten
van een rist ontheemde kameraden.

vriend – martin m aart de jong

Laat ik het hebben over jou. Ik maak
me zorgen. Hoe je de dagen doorstaat
en iedere dag toch trouw blijft posten.
Het is allemaal niet veel zaaks, los

strooigoed voor de vogels alsof je in
jezelf praat. Maar dan nog, wat zeggen
statistieken, wat zegt een “vind ik leuk”
Twijfel je nooit? Wil je niet opgeven

klap je nooit dat boek eens dicht en stap
je naar buiten, groet de vreemde die je buur
vrouw is. Dit is het leven niet. Beschermd

gebied vol onnatuurlijk heden. Geen dood
voor wie een status heeft. Profielen staan
onopgeheven voor eeuwig langs de lijn van tijd.

op natte planken – pallas van huizen

Het is dat ik je ken of eerder gezegd denk te kennen.­
Ik was dichtbij, heel dichtbij.­
Jij ver weg, heel ver weg.­
We konden elkaar aanraken,
maar niet bereiken.­

De weg kwijt.­ Er was geen jij in deze wereld.­
Kromme tenen en ik weet dat ik weer eens zoekende was,
diep in het rood ondergedoken bij de gratie van 10 euro.­

Daar zaten we dan in onze indianentent.­
Geen woord gezegd, broodnuchter, lege en lage wolken
en we filmden de toekomst in onze frontale hersenkwab,
door onze maag, langs het ruggenmerg,
in een adem naar buiten.­

Blind voor het leven nu we de tunnel zien komen,
lichtje voor lichtje,
een voetstap verder weg en dichterbij.­

De dood ruik je hier op een afstandje.­

wasdag – kate schlingemann

je kijkt al spannend
hier ligt niets voor de hand
of het klopt al vol verwachting

jij bewaart de afstand
in een doosje dat je met een duim
aan zet, uit knipt

onverstaanbaar wat zij zegt
of wat zij vindt, dat naakte lichaam
achter glas in drie primaire kleuren

het is nog lang geen tijd
het is alleen maar langer licht
zelfs de zomer moet nog gebeuren

de zee of de zoo – delphine lecompte

Kop is de zee
Munt is de zoo
Mijn muze krijgt zijn zin
Het wordt de dierentuin
Nochtans was ik de gooier van het geldstuk.

In de dierentuin laat ik het geldstuk vallen
Op de gepantserde rug van een profeetoude krokodil
Ik geef de wens aan een verbrand kind met oerslechte ouders
Hij gebruikt de wens om zijn moeder te wurgen
En vraagt of ik nog een euro kan missen voor de zelfmoord van zijn vader.

Mijn tweede en laatste euro rolt van het gekartelde schild van een piepjong gordeldier
Toch pleegt de vader van het verbrande kind zelfmoord
Maar hij wacht tot zijn zoon in de goot ligt
Met kromme sonnetten over verlepte kustgoochelaars
Hij wacht tot zijn zoon doof en onvindbaar is.

Na de stenen tijdperkmonsters geef ik mijn muze eindelijk mijn handen
Hij kneedt heel voorzichtig mijn vereelte klauwtjes
Alsof ze onderkoelde vogeltjes zijn
Ik huil omdat zijn voorzichtigheid nooit aarzelend is
De grootste bizon geeuwt omdat het onweer hem verveelt.

We schuilen voor de regen in het nachtdierengebouw
De vleermuizen weigeren de duisternis te erkennen
En hangen weerbarstig als rouwvlaggen te dromen van rotsschilderingen
De goedgelovige nachtdieren lossen onze makke verwachtingen in
Maar ik wil nog steeds naar de nietsontziende zee.

* – bianca hendriks

Ze staan tegenover elkaar
Handen naast hun zakken,
vingers gespreid, de voeten
wijdbeens, met losse kaken
haken hun ogen zich vast

Ze wachten
op een teken
in het spiegelbeeld van zichzelf

Ze wachten
op die ene wimperslag met losse handen
op de asterix met gespreide benen

Maar die blijft hangen
boven het onuitgesproken woord

waarschudding – martin m aart de jong

ik zei nog als de dag het doet de dag het doet dan is het goed wat mij betreft er hoeft niets worden recht gezet hangt china scheef dan hangt het maar en hou het op denk aan elkaar je moeder en je vrouw je kinderen zet komma’s neer tegen verval praat door en consumeer hou de tijd in de gaten stop bij tachtig blaas je adem uit ga liggen trek de aarde als een dekbed om je heen dit leven is een maximaal instelbaar streven een dichter heeft een stipnotering nodig om gezien te worden als je opvalt ben je iemand als je door blijft struinen in de ren ben je af naar de lopende band gaat tok je kop eraf je lijf gedeeld en diep gevroren je bent je was je bent je was kies zelf maar maar zeg niet dat ik je niet gewaarschud heb jij kwam hier voor dit leven.

the lonesome death of an indonesian maid in arabia – lesley adriaansz

Als was ik door goden geëngageerd,
gewogen en te licht bevonden en
-wat goden scheppen,
vernietigen zij ook weer-
doodgeslagen
en als afval afgedankt
bij het grof vuil bijgezet,
terwijl mijn kind thuis
vergeefs wacht,
jong nog, maar later
des te beter in staat er
goden om te doden.

gedicht dat ik schreef in 1994 – maaike klaster

Toen ik 18 was, de Roxy in Amsterdam nog bestond
en XTC hoogtij vierde

 
 
Zo lief en lief
is iedereen
en alles
houdt van jou

Je danst en praat
Je springt en aait
Je zoent een man
en dan zijn vrouw

Het eeuwige leven
strekt zich uit
omdat de nacht
oneindig lijkt

Maar ‘s ochtends vroeg
merk je al snel
dat alles slechts
twee pillen blijkt

nemo – maaike klaster

Met spoed geschreven
 
Als ik niet schrijf, ga ik niet dood, word ik niet gek,
maar iets blijft achter, in gedachten, in de tijd.

Hoe kan het dat ik van jou hou alsof jij mijn man bent;
ik jouw vrouw, de jouwe, zonder dat jij weet dat ik het
ben die deze pen vasthoudt? Jij hoort bij mij. Wist je
dat? Hoe hebben wij deze hartstocht, verliefdheid,
kunnen verliezen nog voor wij vrienden, kameraden
werden? Mijn liefde voor jou gaat dieper dan die ene
onderzeeër, dan die ene zeemeerminnenduikvlucht die
ik nam. Hoe kan dat? Ahoy, Kaptein Nemo, wij gaan
aan land, dus niet in de diepte kijken. Wees niet bang.
Ik houd je vast, lieve schat. Jij bent en blijft mijn hart.

Als jij straks van die onderzeeër in een zeppelin
overstapt en in de trek van West naar Oost mijn huis
ver beneden je liggen ziet, dan zwaai ik deze keer
niet. Ik huil te hard. Al mijn tranen stromen naar die
zee van ons. Ik had geen idee dat dit bestond. Het
liefst was ik daar gebleven, samen in dat grote water,
jij en ik alleen. Wist je dat jij één van de redenen bent
dat ik leef en steeds opnieuw wil blijven leven? Dat
zo’n uitspraak intens overkomt, kan mij niets schelen.
Ik mis je, maar als je denkt dat dit een afscheid is,
vergis je je. Niemand heeft mij ooit zo goed begrepen;
niemand had mij zo mooi beet. Ik hoop dat je dat
weet; dat jij dit leest. Ik voel je steeds. Laat alsjeblieft
niet los, mijn allerliefste kameraad, mijn stille
raadgever, mijn zwierige vierkwartsmaat. Jouw pijn
kan ik hebben, maar de mijne verscheurt mij soms.

munttoren/de dom – maaike klaster

Die toren
stond daar goud in licht
en toch ook in donkerblauwe
                                  donderwolken

Niet eens van: Kijk mij nou
statig staan, en stoer!
                Maar wij keken evengoed

million dollar baby – jacob van schaijk

als je een keer in je leven
al was het maar even
een vogel bent geweest
een vlinder of een bij
een teddybeer desnoods
een schuiftrompet of altviool

hebt geklonken als de misthoorn
van een passerend schip
de kreet van een zinkend gevaarte
een nachtegaal of schorre kraai
als brekend ijs onder de schaatsen
van een oude man of kind

smaak moest geven als
roestig ijzer van een brug
een smeltend ijsje in de zon
een net geplukte braam
of aardbei uit de eigen tuin
een vleugje schimmel

en als je dagen bent geweest
waarop sneeuw viel terwijl
de wegen zinderden in de zon
je niet kon zeggen of het dag was
of dat het holst van de nacht
eeuwig duurde

dan, en enkel dan, als je
het allemaal hebt ervaren
en nog veel meer, valt niet
volledig uit te sluiten dat je
kunt begrijpen waarom dit
alles is wat ze nog vraagt

de beweging – mattijs deraedt

Bedankt aan de beweging,
want het is zij en zij alleen
die mij inspireert.

Nog meer dan het gonzende lichaam
dat blinkt in deze koude kamer.

Nog meer dan het lachen van een vrouw,
jong en vol onzin, maar geslepen
en rad van tong.

Nog meer dan het licht tussen mijn oren,
de geladen leegte na een bloedneus
of het prikken van een nieuw harnas.

Nog meer dan de eindeloze bast die staat
en blijft staan, geolied deint onder liefde.

Nog meer dan dit alles
is het de beweging die me stuwt
en verrast, die me hard en week maakt,
die me wakker schudt en streelt
met haar spannende spieren.

En na de beweging rest alleen nog de slaap,
die maar niet komen wil.

onder invloed – mattijs deraedt

Ik wil nog allerlei dingen zeggen
maar ik weet niet hoe en niet wanneer en
heel soms weet ik zelfs niet wat.
Dan weet ik dàt er iets is
maar niet wàt precies.
Ik wil nog een heleboel dingen doen
maar de tijd is kort en ik krijg geen tweede portie.

En ik ben niet vrij.

Het pad onder mijn voeten lag er al voor ik er was
en er werd reeds uitgepluisd op welk koord ik zou dansen,
welk papier ik zou kopen en welke woorden ik zou lezen.
Zelfs de woorden die ik schreef zijn niet zuiver.
Maar wat doe ik eraan? Huilen als een hond?
Door de knieën gaan en zwijgen?

Of kleur ik buiten de lijntjes?

En dan is er natuurlijk nog altijd de gulden middenweg:
je bent een slaaf van het geld tot je dood.
Ja, de zanger heeft weer maar eens gelijk.
Daar staat hij nog, in het diepe licht,
met zijn bruine krullen en zijn zonnebril.

Eerst niets en dan de waarheid,

want alles begint en eindigt met niets.
De sprong is de uitzondering,
het foutje, de onregelmatigheid.
Het niets is de donkere nacht, het lange wachten,
de zoete ochtenddauw.

En uit niets komt niets voort.

Het idee is de grootste leugenaar,
het duikt op als een dampend veulen,
net gevallen en verblind,
maar houdt tussen zijn hoeven de waarheid,
de oorsprong, de blinde duif die hij vertrappelt,
sneller dan je kunt zien.
De tijd van liegen is voorbij.
Eerst was er niets.
En dan de waarheid, het vuur, de toorts, de kever.

Het is tijd, alle slapers liggen in hun bed!

De tijd van de wakkeren is aangebroken.
Het is tijd om te schrijven wat nooit gelezen wordt.
Want een doener leest niet, een doener schrijft niet.
Een doener doet wat hij doen moet.
Een doener doet, sterft en maakt plaats
voor een nieuwe doener, een nieuwe leugenaar,
een nieuwe gemaskerde dichter.

De wolf, het varken en de modderman
met zijn korsten en granaten,
zijn oude ogen, zijn nieuwe rimpels,
zijn lange haar en zijn schuchtere baard.

En de bomen en bloemen zullen nooit vergaan
dus waarom ze hier vermelden?
Ga naar buiten en zie:
dit is het forum, dit is het spreekgestoelte,
dit is de toren, dit is de kerk, dit is de long
waar de gevederden wonen.

zand er over – b. vogels

hij heeft alles
ogen van parfum
het lichaam van praline

hij kan harten vullen
het debiet opjagen
in aders en behagen

maar hij is soldaat gemaakt
weer tot vlees gemaald

zo zonder naam ligt hij daar

staccato’s – bert de kerpel

Dat het eenzaam is
te dansen
op staccato’s

maar leuk
en vast ook aardig
op zijn manier

weet alleen hij
die ongegeneerd
de praktijk beoefent.

franse frietpraat – monique methorst

Punt is dat het allemaal zo gevoelig ligt. De pijntjes van zolder, catastrofe na strofe schrijven alsof het niet lijden kan en wij maar zo goddelijk zingen van: “Hij weet niet hoe, hij weet niet hoe, hij weet niet hoe.”

Op het verkeerde been uit woorden gezet, met de inkt amper droog achter de oren… zette je een keel van een aardappel op en droop alle shit af in jouw voetsporen. Even naar zijn schoenen kijken… super, hij loopt er nog steeds naast.

Om door een vingertje te halen… kom likken aan wie zo dik er bovenop ligt. Het is niet de kers of de ouwe taart, maar het vervelende van spanning is dat het zo lekker weg snijdt… net zo dwars tegen alle wetten van jouw natuur in, luistert het ook zo nauw om in alle vrijheid te schrijven: snuif je wel vaker in de spiegel van de kapper voor de smaak… wat weer niet in het juiste perspectief valt te lijmen en dan moet het nog zeker rijmen ook…

Dan ben je zeker ook van de partij Tegen etenstijd vervuilde poëzie en het kwijl aan de muren zit? Wat zure regenbogen erbij, heb je een dijk van een gedicht met als enige beperking dat je pas na de dood er beter door wordt.

dooie hoer – andré van der spek

ergens
ligt
wellicht
op de rug
een dode vrouw

misschien
wordt ze
nog 1 keer

gebruikt

als tafelkleed

of als een ander
decorstuk


ach
ik weet niet
hoe
het voelt
met of zonder
rubber

maar als ik het hoor
hoer!!!
denk ik vaak
aan me moeder

testament – jan van heemst

Mij treft geen blaam,
want mijn bestaan
werd in den aanvang al beschreven;
maar ik versleet
en overleed
en heb mijn naam
tesaam met schuld en boetekleed
weer aan Hem teruggegeven.

mevrouw zijlstra – kizan

Zij lijkt niet op zichzelf!
Een ander geeft haar ook niet weer.
Wie is zij?

Een ongekend wezen
Dat groeit in wezenloosheid,
Bloeit in vorming
En ten ondergaat aan herkenning?

“Volgens de vreemde niet,
Maar wie vertrouwt hem”,
Herhaalt zich in haar hoofd.

Maar zij mag zichzelf niet worden.
Dat heeft zij de wereld,
Bovenal zichzelf beloofd.

voetbal – gerardus

kijk al jaren
niet meer en voel
me nog met de dag
slimmer worden

wacht maar eens af

dan stop ik ook
met porno