op een kier – dio the cilany

halfopen deur; een beetje scheef
het vermolmde hout
van vijftig jaar geleden nieuw
en achterstallig onderhoud

de stapel witte stoelen
laatste tand
van een afgeschreven gebit

ik zit
en zie de momenten
ik voel
ze glippen uit mijn hand

clementine oranje – tibbes punt

Sinds de laatste schepen zijn vertrokken
is er geen houden meer aan.
Boeren hooien lieve lust
vrouwen spugen pap tot tafel.

Zag jij ze?
De kraaien pikken ogen
onder valse bodem stroomt het
langzaam starend met gewoon.

Te intens geboren
bloeden naar hartelust
wilde dansen met mijn draak.

Bij ons laatste avondmaal
niet anders
wijn zuipen we niet
plakkende hostie
gehemelte aan elkaar.

Hoe ik leefde voor de gladiolen ?
Scrotum van de buurt
stijft zich op
aan nog een psalm
tepels kost voor kosters ogen
blauwdruk jouw zak.
Orgel pruttelt beloftes
rollen peper tussen
munt in zak om preekgal
door te slikken.

Zwarte roos
van krans gehaald
niet alles is per slot van rekening
lelijk aan jou
en het moet toch ergens begonnen zijn?

We hebben
starende bergen gesplitst
veensap gedronken
fatalistisch imago geswunged.

Ik dronk jou ’s nachts
en jij teveel.

Je humeur
clementine
oranje.

Vaak likte je wonden
in mijn vuur.

Waaien is het beste
maar het verder
staart mij aan.

als was het op papier – erik-jan hummel

De laatste keer moet de eerste keer zijn
dat ik je voor ben, want al weet ik
dat je bestaat, je bent als was
je van papier en verlaten te worden
door papier

Voor sommige boeken voel ik veel en als ik aan ze denk
wil ik ze nooit kwijt, en het ene boek
dat verdween en ik laat
op een middag terugvond op het dak
zo doordrongen van vogelpoep en regenzand
dat ik het ondanks mezelf
niet verdragen kon en verbrandde

Dat ik stok, steeds voor het einde, omdat
ik het einde vrees dat ons
finaal zal beëindigen, en ik zie je,
ik ben haast te laat
met zeggen dat ik ga,
als was het papier
op.

pretty good – bianca hendriks

Op jouw Facebook
zag ik haar profiel

…pretty…pretty…pretty good…
met dat pistool
tussen haar borsten
geklemd

Ze was om op te vreten
maar dat hoefde al niet meer

Je weet hoe dat gaat met mooie meisjes:
Neem er nog eentje

…you never know…
(want het kan altijd de laatste
keer zijn)

laatste bus – bennie spekken

de chauffeur veert op
en neer in het donkere
vooronder

scheert boom na boom
de groene tunnel
door lichtbundels betast

de mond van de engel
op mijn schouder hangt
wagenwijd open

haar hoofd een speelbal
van de automatische idioot
ze lijkt wel dood

het einde is inzicht
er is geen weg
geen land meer

alleen het vuur
van de zon
onder

zwaan – wijnand raben

ik zag een zwaan
bij haar eigen kroost
een beetje van Gogh
of zo maar een losse schets

geen portret in de kamer
of schouwburg
waar we naar Theo Maassen keken

nee,eerder de vijver
voor de flats
waar we herinnerd werden
aan haar laatste dagen.

als ik er over nadenk – b. vogels

uitgespit tot op het bot
ligt hij blootgesteld

op het laatste bed
van kankercellen

als ik er over nadenk
hoe hij koffie maken kon

zijn ringbaard een grap
niet mocht verbergen

de prostaat de man
de das omdoet

maak ik me op
voor één ontbijtkoek meer

scheer mijn kin en begin
de dag met een lach

om mijn moeiteloze plas

de rode stad – b. vogels

er hoeft geen kraag omhoog
iemand die langs ging heeft haar gezien
in de schemer van rood licht

is zij verdwaald achter grijze gordijnen
zijn de straatstenen haar laatste uitzicht

hier past enkel modder bij
druil en vuile dingen

het rood zou haar kaken kleuren
bij het daglicht van de mensen

heeft iemand vuile was

tocht der tochten – jan van heemst

In sneeuw en gure winden
reed hij op witte wegen
en werd daarna door al zijn vrinden
in de adelstand verheven.

Het daglicht was van korte duur;
de buien als een blinde muur
waar hij doorheen moet rammen;
hij wist dat hij moest vlammen
tot in het laatste uur.

Het duister kleurde alles grijs;
hij kreeg de wind van voren
en met de schimmen op het ijs
vocht hij nu om de grote prijs;
want wie niet doorzet is verloren.

Dan eindelijk de laatste stad,
die hij als Generaal betrad,
want nu als slagroom op de taart
reed hij weer op de Bonkevaart
en wist zich uitverkoren.

het laatste nieuws – jan van heemst

Tezamen met het avondeten,
wordt alles op mijn bord gesmeten:
van vrouwen die zijn aangerand,
tot huizen die zijn afgebrand
en een failliete winkelketen.

Dan vloeit er bloed uit verre landen
dat ik verwijder van mijn handen
met het servet dat naast mij ligt.
De wereld wordt nu doorgelicht
op muiterij en wantoestanden.

Maar ik heb smakelijk gegeten
en krijg pas last van mijn geweten
als ik het eten aan laat branden.

begin en einde – jan van heemst

Een liefdeslied klinkt uit het niets;
het zegel is verbroken.
Nu straalt er licht; de tijd begint,
de ruimte is ontsloten.

Het leven reist door plaats en tijd;
zoekt zingeving en reden.
Maar alles was reeds voorbereid;
de weg allang beschreven.

Nadat de laatste ster verbrandt,
wordt alles weer vergeten;
dan is er niets meer aan de hand
en is ook God versleten.

zwijg – b. vogels

voel het doorzicht
naakte takken raken aan
het laatste woord

het jaar droogt uit
het laatste blad
wordt voor je mond genomen

nu ijlt de winter
bij wijze van
alledaagse taal

de laatste zin. – ruud

Een lege stoel
voor een boekenwand

manuscripten onder
een doodskop,
onuitgetikt

vitrages wapperen licht
dwaalt zijn geest
nog door de werkkamer.

jesse – laura mijnders

Heb je al gehoord van Jesse
die gekozen heeft voor zijn laatste dag
vluchtig trok hij
zijn schoenen aan
om te lopen, zoals vroeger
langs de waterkant
om gewoon maar wat te lopen
langs de bankjes
waar hij met vrienden
lachend zijn eerste sigaret rookte
even bleef hij staan
veegde zijn neus af
en keek in de verte
schatte de tijd en
dacht aan het kind zijn
maakte een keus
en een laatste keer zorgde hij voor
vertraging
niet door nonchalant
te laat te komen
en zijn klasgenoten dezelfde glimlach
als altijd te bezorgen
maar door te lopen
tot de zon komt

tot zover en bedankt voor alle vis. – brigje otterloo

je missen
en dan zeggen dat er
nooit meer iets als toen
zoals je hier ligt;
een incontinentaal
plat op een kussen

je hoofd een uitgebloeide
bloem waartussen zich
een adem vleit
wanneer de laatste
komt weet je niet

je pols al haast
te dun om aan te
voelen je ogen
kijken uit

de kassen

je moet
gaan vliegen
liefste
moet gaan vliegen
vlieg maar uit.

fade-out – sabine kars

aan de schemerende gracht
hapert een man
gewikkeld in vroeger

en niemand streelt hem door zijn haren

hij wiegt
zijn verliezende lijf
op de maat van passanten – breekt

de laatste dagen van dit zo besloten feest
waarop iedereen te vroeg ging slapen

en sinds de kruisen binnenstromen
verkruimelt hij – de laatste bomen

barst
nooit meer
in bloemen uit

love-suicide – calvin smith

Ze verdwaald pijnlijk langzaam tot
ik stik van echt plezier
is er nooit spraken, waar
ik niks meer vind dan
haar naam, bonkend in mijn hoofd

Pijn is slechts mistig als
mijn kleine wereld zwart vervaagt
onze liefde in grote inkt druppels
likken we droevige wolkenkrabbers af
grond lijkt te hoog,toch springt ze 50 meter

Sirenes gillen door de straten
flats draaien om me heen
staat onze leven stil
zit ik hier te bidden voor
haar laatste zonde, zelfmoord

opgetild en gekust – lesley adriaansz

Voor Maycen

Opgetild te worden en gekust.
Het motto van het pril begin.
En ook later, als ik viel,
werd pijn na heffen weggekust.
Dat is voorbij. Ik werd te zwaar
en steeg nog wel, maar
kreeg geen zoen.
Hoeveel weeg ik, wanneer
ik voor de laatste keer,
omkist, getild word
voor een kus?

voor pablo – maaike klaster

1.
 
Omdat ik trek in fruit heb, eet ik een ijsje.
Zoals ik toen ik vijftien was voor het eerst met iemand lag te zoenen
onder een lange, leren gestapojas,
dat laatste was een grap,
maar wij weten wat wij ermee bedoelen.
 
 
2.
 
Buiten vinden we nog geen vlinders,
daarom zing ik er één voor jou, heel vals,
midden in de nacht, en jij lacht heel hard,
maakt straks nog iemand wakker.
Mij kan het in ieder geval niets schelen:
ik weet dat ik hierna weer heel lang moet wachten.
 
 
3.
 
Zoenen heeft niets te betekenen, zeggen ze.
Daarom mag je blijkbaar zomaar je tong in andermans
mond steken zonder veroordeeld te worden, laten prostituees
zich betalen voor seks zonder mond op mond contact.
Dit was beter dan wat wie dan ook ooit over seks heeft gezegd.
Ik weet tenminste zeker dat één van ons nooit beter heeft gehad.

* – maaike klaster

In dialyse ligt een toekomst verborgen
die iedereen denkt te kunnen voorspellen.
De dikke naalden in de armen van mijn vader
vertellen hun eigen verhaal.

Hij laat mij Spetters zien
vanaf zijn stoel naast de machine,
waar wij elkaar nooit de baas zullen zijn,
want hij is groot en ik is klein.

Dat laatste ei moet nou ook maar stuk,
ik geef het terug, volg het spoor van bloed,
druppel voor druppel,
maak mij los van mijn vader’s DNA,

want ik weet dat ik dat kan, dat ik hem
voor altijd aan die machine kan laten zitten,
zodat hij voor mijn toekomst sterft,
de klok op zijn dood gelijk zet,
mij van hetzelfde lot bevrijdt.

over liefde – stijntje van der wal

waar draden van de schemering
de nacht gulzig binnenhalen
betovert even de hunkering,
en in het laatste schijnsel
kan ik misschien geloven
voor de nacht
weer ondoordringbaar wordt
dat het is zoals ze beloven

hetgeen er in mij woedt
door aanraking gevoed
geeft geen recht van bestaan,
niet in het duister
noch in het licht
daar onmogelijk verlangen
het ten gronde richt

wachten zal ik
de dagen kort
tot schemerzucht
belofte wordt

baren – enrico lommerte

doorleefd
laatste achter
in de rij
stevenen wij
naar de grote baarmoeder terug
gedragen vruchtwater lonkt
walvissen zingen
dolfijnen begeleiden
droomwater
vul mij
leef door

afwaarts – b. vogels

de dag smelt
als een laatste kans
om ijs te breken

de diepvriezer ronkt
tot zonsondergang

ze waden zonder spreken
in het vaarwater van het huis
hun hart bonkt
aan de deur van teleurgang

de tijd glijdt
onder stoelen en banken
als een gletsjer zonder ruis

inleidende feestelijkheden – hans van willigenburg

Een feest waarover je aarzelt om erheen te gaan.
Op het moment dat je jezelf ziet staan tussen de genodigden,
drankje erbij,
wisselend van standbeen,
en, o jee, met vast een goed verhaal op je tong,
het ontelbaarste goede verhaal uit je magazijn,
klonteren slijmdraden in je keelgat samen
en stoot je van pure walging, hoestend,
je laatste krachten voor een op feestjes gewaardeerde glimlach
uit.

Het is niet dat je mensen uit de weg wilt gaan
of niet gelooft in de troostende werking
van een stiekem langs je bovenarm schurende vrouwenborst,
het is de huizenhoge opgave niet halverwege door deze of gene
tot het verschaffen van hoop of concrete diensten
te worden gedwongen,
al is het de zachtst denkbare dwang
van een heel mooi meisje dat om advies vraagt
ten aanzien van haar schoolkeuze en toekomst.

Het is de zwellende stilte in je
waaraan feestjes nu eenmaal geneigd zijn weinig ruimte te geven,
het is de verleiding die stilte in te gaan zetten
tegen het geroezemoes en de muziek,
tegen de vrouwenborst,
tegen het hele mooie meisje,
en op het moment dat de krijger in je wakker wordt
te kiezen voor een verhaal uit je magazijn
waar je al eerder gezelschappen mee plat hebt gekregen.

Het is de vrees
voor de lach
waarvan je weet dat die eraan zit te komen,
het is de vrees voor de walging,
voor de resterende richtlijnen in je brein
die op subtiele wijze weten
waar een even geloofwaardige als geliefde feestganger
links en rechts afslaat.

Je staat voor de spiegel
en voelt je bloeddruk, nonchalance stijgen
bij het morsig in je broek proppen van je overhemd.

zocht je mij soms… – monique methorst

Alsof er iets te ritselen valt
een laatste sierlijke flauwekrul
het wisselen van huid in plaats

de zon straal vergeten
stopt een godganse wereld
op het hoogtepunt van kijken

en wat er ook stijgt… een wonder is het niet
als ik ze zie vliegen
zuiver uit de lucht gegrepen

komt een gerucht op z’n best
mooi niet uit om van de rest
maar liever te zwijgen.

amor fati – jan holtman

waar ik woon
was het huis van de liefde
toen zij, laten we haar Meisje noemen
er nog was en het gras niet om te maaien

waar ik woon reed zij mijn hart aan puin
sprak van ademnood na de laatste zucht
noemde liefde een kaartenhuis, ze blies
niet eens, maar zuchtte het omver

waar ik woon staat nu nog slechts een huis

laatste ronde – bennie spekken

er zijn er die hopen
dat het eeuwig doorgaat

die altijd blijven hangen
laten we wel wezen

die vrezen, die zijn link
een ander kan stikken

en die smekende blikken
geen aandacht aan schenken

de muziek stopt. het is hard
maar het houdt een keer op

even over de brug – dio the cilany

welk water heeft haar licht geweten
onbereikbaar voor even
neemt het een laatste glinstering aan

rimpelingen dichtbij
zien kringen over het hoofd

kijk
het bezinkt

jongen op fiets – martin m aart de jong

ach mijn kind je wordt gewekt door
slaap je astma pompt je banden op
en je fietst ver van hier beneden
langs in krantenkoppen naar de winst.

het is zo warm in jou. je leegt
je longen en je zweet. bekent
dat je met name na de laatste

bocht geen hand kon zien
dat je je laatste adem.

babi yar – onbezield

doorheen tijd
pijnt mij het mens zijn
zielen schreeuwen;
vergeet niet!
onze laatste traan was voor jullie!
onze laatste adem was voor jullie!

lopen, lopen
het ravijn…
naakt in de septemberzon
gruwelijk speelgoed voor kogels
Satan is los!
het ravijn…
tot de rand gevuld met bloed
tot kadavers vergane lichamen
huizen van de ziel,
nu verlaten

ik ben er geweest
mijn verstand verliet mij
de lucht bezwaard van leed en pijn
betreden deed ik niet
uit eerbied

honderdduizend mensenzielen vermoord

wees stil
luister naar de vogels