Ja, je kunt wel zingen schat, maar hebt voor jouw medezangers, -mensen
bijzonder weinig oog of oor, waardering of aandacht, zoals wij dat noemen.
In de krant stond een interview met jou waarin jij koelbloedig van jouw
hoge toren blies, als een ijskoningin op haar troon gezeten. Nou ja, een
klapstoel was het. Met welke bedoeling? Om ons te laten weten dat jij
zo’n zeldzame kunstenaar, een bijzonder bekwame artiest met een kut bent?
Wel ja! Misschien ben je op zoek naar een vader, een papa. Dat zijn er wel
meer. Zonder vader verder leven is geen verdienste, maar een gegeven.
Daar win je geen zieltjes mee. Jij wel? Prima. Bedenk dan in ieder geval
dat de mannen die jij uitkiest om jou Groot en Heel Belangrijk te maken,
je kent ze wel, eigenlijk op minderjarige meisjes geilen. Wie ben jij?
“Ik ken (bijna) geen vrouwen die iets kunnen.” was wat jij in dat interview
zei. Goh. Ik ben een vrouw en ik kan een pen vasthouden en deze alfabetische
taal op papier zetten; ik kan op mijn knieën een man zitten pijpen – of ik dat
goed kan, is niet aan mij; ik kan mijn eigen reet afvegen. Wat kun jij? O ja,
zingen, dat was het. Nee hoor, lieverd, ik vind jou niet zielig en je hebt niet
heel veel meegemaakt vergeleken bij andere mensen. Wij maken allemaal
vanaf het moment dat die ene eicel zich door de zaadcel van haar keuze met
liefde heeft laten penetreren heel veel mee. Of wij bereid zijn dat ten volste te
beleven, is in wezen het enige wat telt.
Ik weet het, schat, jij zat al heel vaak bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel en
hij kan het weten! Wat heb ik te vertellen? Niemand kent mij! Maar ik ken
Matthijs van vroeger, toen ik niet bij hem, maar hij bij ons thuis regelmatig
over tafel ging, als de protegé van mijn vader, die chef van de kunstredactie
was bij dezelfde krant waarin jij alle vrouwen uit jouw omgeving en ver
daarbuiten, behalve jouzelf en jouw moeder misschien, triomfantelijk onder
hebt zitten kakken. Die vader van mij had vaak het hoogste woord, net als jij,
maar hij kon schrijven, leerde Matthijs het journalistenvak, vertelde ons
‘s avonds verhalen over zichzelf en zijn collega’s, ook over Matthijs, die hoorde
erbij, daar aan die Amsterdamse tafel in het hart van de Bijlmer. Juist, daar
woonden wij en zo kwam Matthijs ‘s avonds voorbij. Volgens mij heeft de beste
man nog eens tijdens een huisfeest van mijn ouders met smaak staan smikkelen
van een lekker gevuld eitje dat ik als negenjarige klaar had staan maken.
Vroeger hoorde Matthijs bij mijn vader, in mijn beleving als kind. Nu niet meer.
Toen mijn vader stierf, deze maand achttien jaar geleden, sprak Matthijs op de
begrafenis. Hij vertelde over de vriendschap die zij hadden als collega’s, over
die lange vader van mij met dat belachelijk kleine, plastic koffertje dat hij
gekregen had van mijn Zeeuwse oom die veearts was, waar medicijnen in
bewaard werden voordat mijn vader het een nieuwe functie gaf. Mooi vak,
veearts. Mooi landschap ook, daar in Zeeland. Mijn vader dus, die zelf met een
ziekte leefde, maar daar nooit over schreef. Een ziekte die schijnbaar ook in mij
huisde en waar ik als negentienjarige in mijn eentje mee achterbleef nadat ik
samen met met mijn broer, zusje en wat ooms van mij de kist met het lichaam
van mijn vader, in gedachten op hem scheldend, over een natgeregend
begraafplaatspad, onder een blauwe lucht met felle zon en witte wolken naar
zijn winterse graf heb gedragen. Wat waren hij en die die klote kist zwaar! Hij
had zichzelf moeten dragen, daarom schold ik zo op hem; niet omdat ik hem
mijn liefde wilde onthouden. Hij was weg, maar die ziekte bleef en ik dacht nooit
meer verder te kunnen leven. Volgens mij heb ik hem een klootzak genoemd.
Schelden op iemand die je lief, maar die dood is, terwijl je diens loodzware lijk
voortsleept, ken je dat? Kun jij dat? Ik deed het. Zet er maar bij, op mijn lijstje.
Bij die tafel waar het allemaal om draait hoef ik dus niet aan te schuiven.
Uiteindelijk schuiven ze allemaal aan bij mij en kom ik zelf veel meer te weten.
Over welke artiest een kleine piemel heeft bijvoorbeeld. Iets wat je als achtjarige
niet al hoort te weten, maar ik wist het. Dat werd mij verteld tijdens het eten.
Hoe mijn vader dan wel niet heette? Ga dat maar aan Matthijs van Nieuwkerk
vragen. Er was een tijd dat ik hem papa noemde.
Geplaatst door Redactie om 9:00 am op februari 9th, 2013.
Categorieën: Gedichten. Tags: ?, als, amsterdamse, artiest, dood, gedicht, Gedichten, gratis, hij, iemand, ik, ja, je, jij, jou, jouw, kleine, krakatau, krant, kunstenaar, leven, lichaam, lief, maaike klaster, man, mannen, matthijs van nieuwkerk, miss, miss montreal, moeder, montreal, oog, oor, piemel, pijpen, poëzie, protegé, reet, schat, schelden, tafel, weg, wij, zingen, zonder.
Balancerend op twintig centimeter hoge
walhallahakken hamert zij zich over de
tien centimeter hout-square die naast de
weidse pindakaasvloer trendy is overgelaten,
voor de rest oogt gigantische living verlaten.
Middels stroomprikkeldraad zijn baby’s, peutertjes,
puppy’s en andere kunstblinde diertjes, mensjes
inmiddels uit eigen ervaringen goed getraind niet
richting broodbelegde heilige te kruipen, happen,
minimiddelvingertjes uit te steken, of anderszins.
Naast de living met giant pindakaasvloer is er
speciaal voor kunstoncapabel volk een kamer
zonder pindakaasvloer, ontworpen door een
beroemde kunstenaar, briljant gevuld met
lege pindadoppen, waar men zelfs
mee mag dollen en net als
vroeger, een lekker potje
pindakaas op de tafel,
als schilderij hoog
boven bereikbaar-
heidsniveau.
Geplaatst door Redactie om 9:01 am op juni 4th, 2011.
Categorieën: Gedichten. Tags: arty, baby's, briljant, diertjes, dollen, eigen, gedicht, Gedichten, getraind, gigantische, goed, gratis, gronama, krakatau, kunstblinde, kunstenaar, men, mensjes, niet, peanuts, peutertjes, pindakaas, pindakaasvloer, poëzie, potje, puppy's, schilderij, tafel, trendy, weidse.
voor gronama
mensen zien roepen
hand vol pinda’s
dragen zij
paarse boek?
reputatie is het spel
wie staat daar nu op
kunstenaar gevloerd
niet te vreten
Geplaatst door Redactie om 9:01 am op mei 11th, 2011.
Categorieën: Gedichten. Tags: ?, ernie, gedicht, Gedichten, gratis, hand, janus duprie, krakatau, kunstenaar, mensen, niet, paarse, pinda's, poëzie, reputatie, spel, vreten, wie, zij.
de poëet
of althans
iemand
die ervoor door
moest
was nu aan
de beurt
hij kwam op
een beetje
onwennig
en friemelde
met zijn linkerhand
wat aan het knoopje
van zijn jasje
met
in zijn rechter
een vodje
papier
voor de show zo
bleek later
zijn ogen priemden door
vette brillen-
glazen
de zaal in
en even
zag je hem denken…
zal ik?
hij hapte naar een grote
bel met lucht
(de zaal hield de adem in)
en liet
vol in de microfoon
een boer zo
hard
dat de barman ervan schrok
van achteren naar voren (en een glas dat viel)
kletterde applaus
dat
als een ware
tsunami
over hem heen
kwam en
zelfs naast mij
hoorde ik mijn moeder
fluisteren
(wat een kunstenaar)
alleen Jan-Joost was niet helemaal
in zijn
nopjes
dit was niet echt wat hij in
gedachten had
toen hij de dichter
of althans
iemand
die ervoor door
moest
onder de tafel door
zijn tekengeld in de hand
gedrukt had
de dichter
of althans
iemand
die ervoor door
moest
verliet emotieloos het podium
en nam een slokje
van zijn colaatje-
rum.
hij gaf een rondje
kon hij ook makkelijk
betalen
Geplaatst door Redactie om 9:01 am op december 15th, 2010.
Categorieën: Gedichten. Tags: achteren, adem, althans, barman, betalen, beurt, boer, colaatje-rum, contradictio intermines, denken, dichter, emotieloos, even, frank fabian van keeren, gedachten, gedicht, Gedichten, glas, gratis, hem, hij, iemand, ik, jasje, je, knoopje, krakatau, kunstenaar, later, lucht, microfoon, mij, mijn, moeder, ogen, onwennig, papier, podium, poëet, poëzie, priemden, rechter, rondje, schrok, show, slokje, vodje, voren, zaal, zelfs, zijn.
Elk jaar het zelfde standpunt, één of twee keer klik
En klaar; het is fabriekswerk, hij ‘s geen kunstenaar,
Geen ambachtsman – onnodig artistieke blik,
Techniek, zijn foto’s zeker niet de moeite waard
Voor de studenten van de condition humaine.
-Maar doe keer ‘t leven, keer de tijd, en kijk na ‘n jaar
Of dertig weer, wanneer je hun verhalen kent:
Minou’s verslaafd geweest, Jeroen’s dood – kanker, Aart
Gesneuveld in Afghanistan; hij staat naast Loes,
Nu steenrijk, Nan, die bij haar derde echtgenoot
De liefde vond, en Ingrid, die haar kindje moest
Begraven. Dit tradit’onele tafereel
Kreeg meer kracht dan bekroonde foto’s. Elk jaar schoot
Hij, zo blijkt dan, pretentieloos ‘t veelzeggendst beeld.
Geplaatst door Redactie om 9:00 am op april 16th, 2010.
Categorieën: Gedichten. Tags: dood, gedicht, Gedichten, gratis, hij, jaar, je, joost van gijzen, kanker, klassenfotograaf, krakatau, kunstenaar, poëzie, standpunt, steenrijk.