rust – raf geusens

het warm gevoel dat ergens dwaalt
van als het licht door kieren wringt
tot in de uren die van niemand zijn
komt af en aan als eb en vloed

de zinnen fleuren op en krimpen weer
en of het hart nu volgt of afstand neemt
de tover wandelt in de buurt
bespeelt met meesterhand het lot

geen muizenis kruipt in het hoofd
geen beving kiest zijn vingers uit
het ooglid staakt bewust de strijd
en kwaad lost langzaam op in goed

keene kruipt – arjan keene

Ik kruip op mijn knieën door de kamer
en zoek weer naar een godsbewijs.
Ik schuif de meubels aan de kant
en gooi met de pet van Feyerabend.
Anselmus, Van Aquino, Locke, Hume,
Descartes, noem ze maar, die mannen
wisten er allemaal ook geen donder van.
Het onweerlegbare bewijs is ergens,
net als de rhinoceros in Russell’s kamer.
Het zit verstopt tussen de priemgetallen
of misschien in Char’s letterleesmethode.

Er komt een dag dat ik het eindelijk vind,
dan zoek ik door naar een nieuwer begin.