beneden is het stil – yvonne van der haven

als je dan in het harnas sterft
moet je het ook maar goed doen
zul je niet gedacht hebben

dat de koningin door jou
rechtsomkeert moest maken
zul je niet geweten hebben

of het boven stil is
vraag ik me af
en of jij dat nu weet
 
 
 
I.M. Jeroen Willems

de onderwaterlasser leert schaken – delphine lecompte

De onderwaterlasser leert de knepen van het schaakspel
In de kale woonkamer van de incestueuze imker
Het is de imkerdochter die hem onderwijst
Ze draagt een zonnebril en een slagersjas.

De jas is vuil
Maar het is geen bloed
De lasser leert snel
Maar niet rap genoeg
Om te winnen voor de zon ondergaat.

De zon gaat onder en de lasser verliest
Voor de zesendertigste keer
Hij veracht de imkerdochter eigenlijk
Ze vraagt wat er zoal te lassen valt daar beneden
In het water? Zwembadladders misschien?

De imker betreedt zijn sobere leefruimte
Hij neemt meer plaats in dan de onbespeelde contrabas
Zijn kostuum is vies van uitgesmeerde insecten
Hij zegt tegen zijn dochter: ‘Stuur de lasser weg,
Voor ik mijn geduld verlies en jouw koningin naar zijn milt verban!’

De onderwaterlasser lacht
Hij is immers al jaren miltvrij
Hij neutraliseert de imker met zijn pinkring
En werkt zijn zevenendertigste schaakspel af
Hij verliest en de schemering went.

Tijdens het veertigste schaakspel voelt de onderwaterlasser
Dat de imkerdochter hem laat winnen
Hij staat op om haar te wurgen met zijn papegaaidrukke das
Maar de imker herrijst
En forceert de koningin van zijn dochter
Als een zetpil daar in de lasseraars.

royal flush – maaike klaster

Het duizendste uur is aangebroken. Geloof je me niet?
Kijk maar op de klok. Vandaag heb ik er negenhonderd-
negenennegentig op zitten.

De man aan jouw zijde tijdens dat potje poker was de
mijne. Mooi hè? Dat vond ik ook, en ik geloof er geen
reet van dat jij dat nu opeens niet meer weet. Alsof ik
zou zijn vergeten met wie jij er rond driehonderd recht
voor mijn neus vandoor ging. Niet vanwege hem of om
de seks, maar vanwege mij. Omdat je toen al wist met
welke man ik jou dat vijfhonderdtweeënzestigste uur
om de oren zou slaan, af zou troeven, af zou maken.
Full house, zolang het duurde.

Nu, vandaag, zal de klok haar laatste slag slaan en ben
jij mijn huidige, toekomstige man voor altijd kwijt. Kijk
voor deze keer maar even met mij mee. Zie je, hij en ik
hebben dezelfde kaarten gedeeld gekregen: harten aas,
harten koning, harten koningin, harten boer, harten tien.
Dat is nog eens wat ze noemen, een royal flush! Nu weer
in jouw eigen kaarten kijken. Niet meer valsspelen.

verhalen van de aarde – maaike klaster

1.

Wat ik zo’n goeie grap vind,
luister jongens, daar komt-ie:
is dat onze voorouders een paar jaar geleden besloten
om wat Afrikanen naar het nieuwe land te verschepen
om ze daar als slaaf hun vuile werk te laten doen
en ze in ruil daarvoor hun (onze) koningin te schenken,

- ik weet dat dit een gedicht van niks is,
maar luister even, het is een vies karwei,
maar iemand moet het doen, dus blijf nog even -

om diezelfde nieuwe Nederlanders – hoe moet ik ze anders noemen? -
de toegang tot hun eigen huis te ontzeggen:
ben je van de Antillen, dan willen wij jou hier niet binnen.
Wat is dat voor iets smerigs?!

Zo begrijp ik ook nog steeds niet dat ik op een zwarte school zat.
Wat betekent dat? Dat ik zwart ben of dat ik er niet was?
Volgens sommige mensen hebben alleen negerinnen dikke billen.
Als dat het geval is, dan ben ik zwart. Wat op hetzelfde neerkomt als dit:
je kunt mijn dikke, Hollandse kont kussen!
Ik ben nog steeds op zoek naar goede negerzoenen.
 
 
2.

De Bijlmer was allang in Zuid, Mothafucka!
Heb je mijn broer niet horen rappen?!
Heel het Barlaeus Gymnasium zong mee.
Koren werden opgericht om mijn brotha door die gangen
op de voet te volgen.
Volksvijand nummer één ben jij, met die grijns.
Bel de politie, bange poeperd, want ook ik ben er geweest,
met die smakelijke klok in mijn kontzak om je te vertellen dat het tijd is,
dat 1989 nu hier is. Tromgeroffel dames & heren:
Blijf met die gemanicuurde, gladde handjes van mijn huis af en ga je eigen
moeder neuken.
 
 
3.

SGR/OSB

Overal en nergens komen wij vandaan,
maar vooral en in de eerste plaats uit onze moeders, vaders.
Zo bewonen wij dit voormalige Niemandsland, dit vroegere moeras
tussen bomen en beton, met overal gras om in te spelen,
zitten wij naast elkaar in de klas van dat grote nieuwbouwgebouw
met de zon en vakantie voor de deur, fietsen op het schoolplein
en een een spoor van hairextensionnepvlechten van een meidenvechtpartij,
vinden wij een ander land, religie in elkaar, lachen wij die natuurkundeformules
keihard uit, omdat wij nu heel zeker weten dat dit heelal zich niet tot de lappen stof van onze spijkerbroeken, korte topjes, hoofddoeken beperkt,
maar dat het de richting was die de sterren ons wezen
om ons naar deze school in deze wijk van deze stad te begeven,
waar vrede altijd op de loer lag, ons zo ontzettend lief was
dat wij nooit beter hebben geweten.

honing – martin m aart de jong

graaf de sterren nauwelijks licht
er daast een bij langs rode bloemen
overal steekt zij een naald in haalt
er strepen door de liefde mooit

het asfalt van de maan in tienbaans
wegen langs de hemel tooit lianen
met de tijd ze vrijt nooit voor
de grote liefde dient haar eigen

koningin en krijgt daarvoor
een plaats te slapen krijgt
daarvoor een leven lang.

koninginnegeil – ellen vedder

Voor mij niets van de straat
Ik wil het echte vorstinnenwerk
van fijn geaderde lamskoteletjes

op porselein tot dienstbaarheid
aan mijne majesteit
en gezuiverde gedachten op zilver

3 x Hoera, ik ben uw Koningin
Ik wil het allerschoonste, inclusief
de grootste lollypopprins

op het terras – berrie vugts

In mijn hoofd razen onafgebroken zinnen voort.
Een bij pleegt insecticide in mijn glas.

Gekte klopt aan mijn deur, ik, beleefd, doe open
Leidt me een zaal in voor een zoemend tribunaal

Ze zoemen maar wat? Iets over mijn glas…

Het gonst aan de flanken, op de achterbanken,

Nee, het was niet eerst de hand, was eerst het viltje,
breed en rond: precies het glas.

Het dak opent, de lucht drukt mij aan, drukt mij aan,
aanvankelijk neer.

De koningin wiegt zachtjes haar vleugels heen en weer.
Landt, blaast voorzichtig toeschouwers tegen de wand.

Er is nu alleen nog het trillen van haar vleugels achter glas
Achter vleugelachtig glas

Ze balanceert haar puntig achterlijf op mijn buik
Ze slaat haar poten om mijn keel.

crisis – bennie spekken

de noodklok
wordt geluid

tussen de oren
knapt de luchtbel

een herinnering
een voorbode

in naam der koningin
een dwangbevel

schaakbord – frido welker

torens staan op plekken waar ze niet verdedigen
ze vallen ook niet aan
de pionnen zijn al verloren
de koning staat alleen
tegen zijn koningin aangeschurkt
alsof er nog liefde is
maar deze levert niets op
net als cultuur
dus wordt er geschoven alsof er niets hoeft over te blijven
alsof de rekening alleen maar nul hoeft te zijn

cultuur het enige wat ons geen dier maakt
cultuur verkocht
want anders levert ze volgens de paarden niks op

de lopers gaan achter de paarden aan
de rekening hoeft alleen maar nul te zijn
alleen maar niks
helemaal niets om te zijn
meer dan instinct

verloren schaakbord
alleen nog maar hout en schimmels en gebroken stenen