* – erik-jan hummel

alleen je binnen te laten is
een dag werk, want ik denk
de hele avond de hele dag

telkens komt het op mij aan
alsof jij niet bent, en dat
ben je ook nog niet, en toch

dat je helemaal niets doet
als ik je beroof, dat niemand
me tegenhoudt als ik links

loop of schreeuw op straat
het is teveel, ik mag teveel
en niemand zegt waarom

of waar of hoe of waardoor of

uitgedacht, afgemat, nog voor
het fornuis me roept en het
gehakt het koud heeft en het

bed mijn opgevouwen vormen
mist, de klok die me dwingt
althans iets te kiezen

alsof het hele huis me klaar
wil stomen je binnen te laten
om me zo te lozen, en me zo

te dwingen mens te zijn, en
alleen je binnen te laten is
al een verzoek of ik binnen

mag treden en dat we als je
blieft even samen mens zijn
want alleen is het me te veel

XVII – jan holtman

lang leve de unie van Utrecht
en dood aan Noord-Korea

wanneer gaat de klok vooruit?
elke dag mevrouw

belijdenis – peter de groot

ik geloof
niet in het moment
want dat verandert
of althans ik geloof
op dit moment
dat tijdreizen mogelijk
kan maar dat alles ook
tevens een illusie is
waar we niet omheen kunnen
gaan we recht door terwijl
we best iets anders zouden
willen pakken een glas
klok klok klok tijd vliegt
het waarheen niets kan het ons
schelen alles laten we corrigeren
keurig gestreken het voelt
toch niet nep zo’n keursbrein

zit als gegoten

het kistje
waar ik nu
in lig wacht
krijg geen adem

heb ik helemaal
niet nodig
want de geest

gaat door merg been
hout grond nagels en steen

wil alleen even relaxen
zonder dan gelijk
gepijpt te worden

word jij daar
dan niet misselijk van

overal die seks en porno

royal flush – maaike klaster

Het duizendste uur is aangebroken. Geloof je me niet?
Kijk maar op de klok. Vandaag heb ik er negenhonderd-
negenennegentig op zitten.

De man aan jouw zijde tijdens dat potje poker was de
mijne. Mooi hè? Dat vond ik ook, en ik geloof er geen
reet van dat jij dat nu opeens niet meer weet. Alsof ik
zou zijn vergeten met wie jij er rond driehonderd recht
voor mijn neus vandoor ging. Niet vanwege hem of om
de seks, maar vanwege mij. Omdat je toen al wist met
welke man ik jou dat vijfhonderdtweeënzestigste uur
om de oren zou slaan, af zou troeven, af zou maken.
Full house, zolang het duurde.

Nu, vandaag, zal de klok haar laatste slag slaan en ben
jij mijn huidige, toekomstige man voor altijd kwijt. Kijk
voor deze keer maar even met mij mee. Zie je, hij en ik
hebben dezelfde kaarten gedeeld gekregen: harten aas,
harten koning, harten koningin, harten boer, harten tien.
Dat is nog eens wat ze noemen, een royal flush! Nu weer
in jouw eigen kaarten kijken. Niet meer valsspelen.

* – maaike klaster

In dialyse ligt een toekomst verborgen
die iedereen denkt te kunnen voorspellen.
De dikke naalden in de armen van mijn vader
vertellen hun eigen verhaal.

Hij laat mij Spetters zien
vanaf zijn stoel naast de machine,
waar wij elkaar nooit de baas zullen zijn,
want hij is groot en ik is klein.

Dat laatste ei moet nou ook maar stuk,
ik geef het terug, volg het spoor van bloed,
druppel voor druppel,
maak mij los van mijn vader’s DNA,

want ik weet dat ik dat kan, dat ik hem
voor altijd aan die machine kan laten zitten,
zodat hij voor mijn toekomst sterft,
de klok op zijn dood gelijk zet,
mij van hetzelfde lot bevrijdt.

opkoppig huis – enrico lommerte

vierkant in cirkel
past welniet
rechthoek in drietweehoek
past welniet
twintig over veertien
de klok loopt gelukkig
in ieder geval op tijd
die groene stoel
wil ik om mijn nek
moet de teevee
geen water hebben?
trek in pindakaasjam
in mijn melksoep
mijn poep
pak ik netjes in
en leg het in de linnenkast
nou een sigaretje
lief waakvlammetje
ontvlam mijn stickie maar
wil je niet?
dom dommer domst
een sigaret plant je
in verse aarde
hark gelijk mijn toupet maar
waar is mijn bed?
ik wil naar bed, mama

verjaardag III – ‘het naspel’ jan holtman

Lispelend van de wijn schudt ze alle handen en wijst
op de klok die vijf voor twaalf aangeeft en zoent
de vrouwen met lovende woorden. Ik alleen haar zus.

Zo welkom zijn we. In de oude golf zet ik de radio aan.
Ze draait de volumeknop omlaag en wil praten:

Wat vond jij ervan vanavond?
Ach ja, gewoon.
Je vond er niet veel aan?
Jawel hoor.
Wat vond je van mijn zus?
Ze zag er goed uit.
Nee, wat ze allemaal zei, bedoel ik!
Heeft ze iets gezegd?
Gaan we zo beginnen?

Van drie naar vier, ik schakel door, het ijzelt niet
maar regent zacht en er is gestrooid.

morgen zal hetzelfde zijn – hanny van alphen

gezichten achter glas
ansichtkaarten
als vlekken op het behang
tulpen in een vaas

patience

en de klok
die het vertikt

onverzorgd interieur – jos van daanen

Er ligt een kunstgebit op tafel
op het dressoir een scheve lamp
aan de muur een stille klok
een spannende dichte deur

Een korset over de leuning
ademt de vredige rust
van het voorbije moment
scherven op het aanrecht

Een koekje is onaangeraakt
de kosmos in een hokje
aangevuurd door waxinelicht
verpakt in flikkerend behang

Een krans aan het venster
een vaas, een vergeelde ansicht
een uitzicht, twee matte ogen.

demp – bennie spekken

tussen slapen en waken
in het tikkende bed

hart van slag
de regelmaat van een klok

zij heeft de tijd
de wekker onder het kussen

gestopt

klok kijken – elize augustinus

De wereld rolt
Uit een brein van ijzer
Een digitale klok.

dichter bij de meeuwen – martin m aart de jong

Zo is het mooi geweest de zomer
die in wolken drijft waait weer
voorbij. Een meeuw schreeuwt
om erkenning, zegt dichter
te zijn van het luchtruim
en haalt de vuilniszakken
leeg die ik geruimd heb
uit de zeecontainers.

Deze straat is mijn koninkrijk.
Ik loop met mijn bezem heen en weer.
Ik schuif de restjes woorden weg
die er gemorst zijn door beschaafde
dames die met kwats en penseel
hun wereld schilderen. Ja kwats
en penseel. Ik morste wat maar
het klopt wel. Het wordt tijd
om op te kijken naar de klok.

Er is geen tijd te verdoen.
Ik ken mijn nut. Zonder mij
wordt het een bende. Ligt
alles op straat.

de boekenstaat failliet – diana hoogenraad

Geen tunnel naar licht
Kunst geeft zicht
Boekenstaat failliet
Kerken moskeeën ingestort
Een beloofde hemel is lucht
De klok loopt terug
Tot den beginne
Waar het begon
Aards paradijs
Hier en nu
Onsterfelijk woord
Muziek spreekt

de wolken houden uitverkoop – brigje otterloo

het valt maar neer
en ieder uur
zie ik de wijzers
van de klok

heel traag verschuiven
zie ze wijzen

steeds naar jou
ik kijk naar buiten

zie jouw lach
in winkelruiten
in de straat

ik wil je graag
heel even
in mijn armen sluiten

het valt niet mee
het valt maar neer

het houdt soms op
maar iedere keer

valt weer dat weer
ik wil ze sluiten

wij zijn juweel. heel even. – harry m.p. van de vijfeijke

Een zomerdag is op zijn zomerst en het prachtigste gedacht
als ik, geoefend zomerconsument, de dag laat rollen
als een niet te rollen zachte karmozijnen mat.
Hoe doe ik, anno heden, dat?
Ik wentel mij uit diepe slaap alsof ik
nachten nachten licht bewegend gleed.
Ik laat mijn blik gaan naar opzij, jouw ogenblik is die van mij.
Ik zie je opgeschort katoen, schuldjurk van de nacht, prachtpon.
Zeg geboorte, Venus, Botticelli, kom met mijn handen
vingerspitzend thuis, een reis voorbij.

Wij zijn juweel.

Heel even.
Het is dan pas half negen.

De klok rond is de mat ontrold.
Wij zijn zonbewerkt tot karmozijn
en rusten zacht.

warm – sil darius

In de onrust van het wachten
vond ik het gedacht onvindbare.
De klok stond stil, onmerkbaar.
Ze zag me niet en wankelde.

Zoals goud en zilver opgepoetst,
fonkelde je glimlach in de ruimte.
Hij kraste met kromme krammen,
wist zich opgemerkt en spuugde.

Rogge, tarwe, graan en gierst,
als dorre takken in woestijnzand,
weigerden te groeien. Doodzonde.
Maar hij bleef blazen in volharding.

Kom nader, wees niet bang.
Voel mijn handen, ze zijn warm.
Ik blijf bij je, totdat de koude wind
hier niet meer waait, voorgoed.

ruimte – stoney pete

Er gaat niets boven de ruimte
en de tijd is helemaal het einde
schuimbekte de astronoom
hij kwijnde weg aan een droom

Gewekt door de klok aan de wand
zat hij rechtop in zijn luie stoel
Niks aan de hand hoor, zei hij
ik voel alleen een leegte

Zijn vrouw breide door
en de Melkweg bleef zichzelf
tot slagroom roeren

hoe laat is het? – bennie spekken

het carillon speelt
yesterday; daarna is het
dood wat de klok slaat

unkaputtbar – gronama

D.A.F. beukt systematisch
plat, kelder christelijke school
lunchpauze broodzakjes steels
verfrommeld, niet stoer, klok
twaalf, geen strenge docenten
zwarte kraaiige punks aan het roer
bewaakleraren stappen als schichtige vogels
niet passend, tussen de etende, rokende
puinhopen rond.

D.A.F. vertrapt woest alle glazen hier
juist ook hier, ruim voor YouTube
voelen wij al dat zij dat doen
ouders vervloeken de plaat
die ook daardoor zo lonkt
haten onze ‘Liaisons Dangereuses’
naam dekt gelukkig de lading
wij minderjarigen draaien, gommen
leraren liefst weg, die soms verbijsterd kijken
sommige lachen wat mee, zeeën rook
broodjes sigaret dampen zich weg.

Niemand die nu top 2000 kan stemmen
heeft waarschijnlijk dit tijdperk
net als ik overleefd
‘t was vast de kwade geest
van Hitler of Mussolini die dit
uitroeien eigenhandig stilletjes deed
de tekst is poëtisch, D.A.F.’s dansende
strijden voor lichtere tijden, mijn 2001 of juist 1
als ik in dat soort lijsten geloofde, dus niet.
http://www.youtube.com/watch?v=XwAJXV070OY

oh my god – jelou

Oh my God, de klok slaat Emo-tijd!
wijzers leggen middeleeuwen
vast in zwart begraven ogen, lijken
mogen retro, mits nog niet vergaan

zelfrijzend bakmeel wordt een optie
als wit akelig dood moet schijnen
op voorgesmeerde huiden met
puistjes-pesticide

laten wij twaalf zijn en oud genoeg
voor een snakebite
twee gaten onder de kinderlip, gevuld
met puntige zelfredzaamheid

en dat het haar als git zo zwart, geen
krul meer draait in vrijheid
want wij behoren tot de scene van
strakgestylde beugels

wij weten hoe de wereld is, wat
SOA’s zijn en loverboys
al spellen wij de liefde elke dag
nog met een V.

rond de klok van zeven - eelke van es

Vanochtend veranderde
mijn moeder in een spin,
haar sprookjesopponent
in vlokken op het raam.
 
Ze had nog wat in de pannen
gerinkeld. Ze bracht me
mijn eten, zoete gebakken
tomaat met roze speklappen.
 
De thee liet ze in de planten lopen.
De grond lag trouw en zwart, zo
schoongemaakt, aan onze voeten