babi yar – onbezield

doorheen tijd
pijnt mij het mens zijn
zielen schreeuwen;
vergeet niet!
onze laatste traan was voor jullie!
onze laatste adem was voor jullie!

lopen, lopen
het ravijn…
naakt in de septemberzon
gruwelijk speelgoed voor kogels
Satan is los!
het ravijn…
tot de rand gevuld met bloed
tot kadavers vergane lichamen
huizen van de ziel,
nu verlaten

ik ben er geweest
mijn verstand verliet mij
de lucht bezwaard van leed en pijn
betreden deed ik niet
uit eerbied

honderdduizend mensenzielen vermoord

wees stil
luister naar de vogels

één van de laatste taboes – onbezield

wij creëren taboes
de meerderheid dan
is er één die wil doorbreken
staat die openlijk aan de schandpaal

toch zijn er tijden
waar meer aanvaard wordt
in golfbewegingen
gaan die door de maatschappij

zelfs bestaan ze naast elkaar;
aanvaarden en verwerpen
opeten of cremeren
begraven of bakken

ik heb nog wat kadavers
in mijn diepvries,
overbodige mensen
ter consumptie

mijn ingeslagen voorraad
bak en braad slinkt gestaag
ik ben een omnivoor
stiekem smaakt het toch het best!

rood van woede – wim de roo

Langs bakken vol
kadavers
trok ik je op

dikke vette blaren
onder hete zomerlucht
en tuchtig rook ik bloed,

briesend als een paard
als ik op klompen binnenklapte:
amper uit de kluiten,

mouwen tot de nek toe opgestroopt,
razend rood van woede…
dampend lag je telkens

in mijn klauwen –
nee, vluchten kon je niet,
distels vretend van mijn razernij

deed ik me te goed aan jou
en in een waas van weerloosheid
gaf jij je

aan mij