drugs – peter de groot

mijn popje
verdenk ik ervan

juist geen medicijnen
te gebruiken

wel het gunstigst
voor zijn talent

overal verbanden zien
en huichelarij

veroordeeld – danique corman

Wat afhankelijk is de mens
na onenigheid graag weer terug naar
het begin
ellendige meis
 
ze stribbelt en woekert
zij is verkeerd beoordeeld
rennen naar het vertrouwde
maar als dat juist beschadigd
 
het ritme vond ze fijn

prostitutie – gerardus

zolang je je vakantiegeld
gewoon zelf uit mag geven
dan valt die crisis wel mee

je moet je wilt
je natuurlijk
vrij voelen

- juist ook wanneer je
je laat neuken -

enkelvoudig – martin m aart de jong

Zal ik haar schrijven morgen,
zeggen dat het toch niet lukt
dat ik gebukt ga onder zorgen
last van rijmdwang heb en als

ik buk dat ik dan de flarden
van een gedicht ruik in de wind?
Of zal ik aanbellen. Een rode bos
met rozen in mijn handen. Losjes

blozen. Stamelen over woorden
als “jij” en “de enige”. Of
zal ik schrijven dat het toch

niet lukt. Dat alles toch gewoon
blijft zwijgen. Dat dat juist dat,
dat dat geluk.

kantelen – frido welker

geef me een plek
te vallen
te knielen
te spelen
mijn handen

in de lucht
stort de wereld neer
mijn plek
stortplek

van bouwen
niets terecht

het is juist
te kantelen
mijn stortplek

vlinder me – hans reitzema

Vlinder me dan
met je vleugels van bijna
vergane wellust

vlinder me gerust
nog eens met je vleugels van
onmogelijk geachte tweede kansen op
fladderen dat toch langer
zou moeten duren dan
die verwachte dag die kwam en
onverwacht spotte met
dat beperkende idee van
24 uur

vlinder me met
je vleugels van moed die je
nooit dacht nodig te hebben

vlinder me zoals
niemand kan en spreek tot mij
vanuit het moeras van tegengas
waarvan je juist dacht het
altijd nodig te hebben:

“ik vlinder je met mijn
vleugels van
herboren wellust

ik vlinder je gerust
nog eens met mijn vleugels van
nooit gebruikte tweede kansen
fladder oneindig in de meteen
gegrepen eerste kans met
een moed zo terloops dat
het hand in hand gaat met
de onbereikbare moedeloosheid

ik vlinder je tot we er
- ja, juist dan -
bij neerliggen”

zeven – metha

Vandaag, sprak zij zacht
vandaag, een dag van bloed
aan banden en geweten

een dag van verlaten
om verlost te zijn

juist vandaag
waar kiezels strijden
om de mooiste rimpel

draait zij
zich achteloos om
en gooit nog een steen