vandaag hou ik het droog – jelou

met boter op mijn hoofd
glijdt alles beter

kop in het zand
geen strobreed te veel
en wie de pet past
laat hem stuurman zijn

ik staar de kast
vol stoute schoenen
leer om leer gelooid
de zolen afgesleten

aan wandelen had ik
altijd al de pest

vooral met pijpenstelen

avondmaal – jelou

We aten versgebakken schuld
het zwartgeblakerd spek
verstrooid over de boeteborden

de pan bleek onverbiddelijk
en mij compleet de baas
gelijk mijn vaders ladenkast
met boekjes vol van zonden

dank u voor deze spijze
kreeg plotseling meer diepgang

een schone zondag – jelou

Jij zuigt de kieren leeg
waar ons onstuimig stof
het noestig hout verfijnt
losbandigheid
de plankenvloer aaneensluit

muziek deint eigen oren
doorheen jouw bastig bloot
terwijl ik tegels sop

de spreuken in de voegen
met reeds vergeelde sporen
laten een glimlach los
een waterstraal
weerkaatst de glassexmuren

liefde dweilt de treden
het nat op onze ruggen
veertien passen hoog.

je had nog zo gezegd – jelou

Het dak besloeg een ruimte
groter dan jouw onrust
vluchten kon

ik ga ervoor, lag nog vers
onder de pannen, de koekoek
was getuige

de muur was blij geweest,
het frisse geel een jas om
warm te dragen

je geur had sfeer gebracht in
weggedoken hoeken, sporen
wanhoop uitgewist

het rook naar levenslust, al
hing de spiegel daar met
droeve ogen

ik ga ervoor, had jij gezegd

maar onder het dakspant
verklaarde jij jezelf

volkomen onbewoonbaar.

ze kraait nog kind – jelou

Ze slaat haar armen om koppige draken
leest ezelsoren glad in vuur aan de schenen,
gedoofd door moeders nacht

ze kraait het kind in trouwen met poezen
haar borsten gepreveld in oudere tongen
dan rose kauwgom verdragen kan

ik wikkel haar benen in brandwerend folie
stel heupen af op onzichtbaar wiegen
terwijl haar stift Roodkapje kleurt

Haar kiem wil ik smoren, haar lippen begraven
in onschuldig zand haar afdruk behouden
de korrels zeven voor het geval

op handen en kniëen doorkruipt zij de kamer
echoot een paard naar naieve muren
het zadel gehuiverd in mijn hand

ik lach mij vermaakt, het leidsel in handen
blindeer ik de deuren en ramen, haar lipstick
verstopt in mijn plooibare angst.

rolpatroon – jelou

Het was bekleed met
ribfluwelen redenaties
de kamer
van mijn vader

Uitgelegd
besloeg het zo’n
30 vierkante meter
aan constante herhalingen.

tomeloos – jelou

Hoe hoog nog kan het dak
mijn schreeuw de wind doorklieven
de tijd voorbij gereisd
een zucht in lucht bewaren

een wachtwoord vol met hoop
houw ik uit grauwe muren
de hamer vastberaden
de code in jouw kleur

ik oefen baringsweeën
als wou ik jou opnieuw
als zouden twijfeltouwen
jou nimmermeer verstrikt

mijn hand omvat de rand
waarop je glimlach wankelt
het glijden onvermijdbaar
tot daar waar wind zich keert.

muze – jelou

Ik heb het wit gekierd

voorbij het dralend peinzen
een zinsnede gegrift

behoedzaam kartelranden
geraffineerd ontplooid,
opdat jij geen kwetsuren

Ontwaak en daag mij licht

verwek verscholen woorden
tot een herboren beeld

mijn handen vruchten dragend
langs lijnen ongevuld,
het wit opnieuw bezieling.

voor morgen – jelou

Als je morgen doodgaat
je glimlach lijkt verstomd

je ogen zo verdomd
onzichtbaar, je gelaat
een dichtgeslagen boek

waar ik jouw zinnen zoek
in huid van perkament

je blikken afgewend
naar verder dan het hier
waar ik niet reiken kan

zo zal ik deel daarvan
en immer jou nabij

in wat jij schreef en zei
je lach een ornament
voor morgen en wat later.

met ons de zondvloed – jelou

We hebben brood gedeeld
in kilometerstanden

Ik hapte jou , jij mij
en boter smeerde vegen
langs de ruitenwissers

We zwaaiden naar twee
dooien, de lach verstopt
in onze handen

Sporen zweet ontnamen
ons het zicht, maar jij
was wijs en likte alle ramen

Je kuste mij komijnekaas
al had ik geen verstand
van mode

Ik had mijn eigen tanden nog
en jij je acculader.

geroerd – jelou

Ik heb ze dichtgedaan
onze bevruchte ogen

ze liepen vol met water
en de kamer stroomde over

we nestelden de bank
de opgetrokken benen op
het droge

dit is geluk, dacht ik
terwijl de kat voorbij zwom.

arriva-tijd – jelou

Ik check in op het perron
verkeerde paal
maar weet ik veel

mijn step-in een tree te hoog
voor een bekneld
coupé-gevoel

ongezien zoek ik de pijl
die richting geeft
aan hoge nood

ik zijg neer op giroblauw
een cirkel rookt
het raam voorbij

godzijdank mag ik nu gaan
het watert mij
Arriva-tijd.

abstract – jelou

Je stelde mij een vraag,
zo eentje die heel kort maar
krachtig
zoals je dat wel vaker doet

en ik,
mijn hoofd vertalend in
waarom en hoe het komt
dat dingen zo gebeuren,
verdwaal in duizend zinnen

van hoe het nu
en voordat je geboren,
waar toen de zon en ik de
weg insloeg die leiden zou
naar wat ik wilde weten

hoe jij dat zou
wanneer jij vroeger was
en ik net andersom

zo eentje die heel kort maar
krachtig
zoals je dat wel vaker doet

verzuchtend met een lach
dat één zin al voldoende.

hoe zou jij – jelou

Nu ik je schrijf
bedenk ik mij hoe jij

als ik je tegenkwam
zomaar op straat
en wat ik dan zou

schrikken of totaal
verbouwereerd
staren naar jouw ouder

en of jij je
zo dood gewoon zou
verbazen over hoe ik

je beeld al haast vergeeld
in wanneer jij verging
de dagen vul met al

wat slechts herinnering
en immer nog kan komen.

anderstalig – jelou

Ik zie wel dat je mond
verbanden tracht in flarden
in losgeschoten woorden

je zoekt een beeld in stukken
van hem of haar, en telkens
weerklinkt een nieuwe vraag
die ik enkel gedacht

je handen vinden steun
in spelen met een touwtje
als draaien zinnen soepeler ineen
zonder te kijken
als maakt de kleur waar ik van hou
jouw plaatje plots compleet

en zomaar uit het niets
ontwapen ik je blikken

wie ben jij eigenlijk, roep jij
dat vraag ik mij al jaren
maar ik denk veel te moeilijk want
jij wilt gewoon mijn naam.

geleide – jelou

Als ik blind was
nam ik een hond
ik zou hem Bello noemen
maar dan een beetje anders

hij zou niet aangelijnd
dat niet
want Bello’s doen naar weten

ze ruiken lont
aan schorse bomen
en volgen gras
waarin het juiste spoor

mijn voeten zouden licht
maar krachtig dragen
mijn hand gebaren
dat blaffen mij verstaat

vooral het aaien
dat vooral
want Bello’s kunnen voelen
waar ik mij blind op staar

een losse tegel
een scheve blik
of aangeschoten mensenwild.

eenhapsmaal – jelou

Je houdt van mij in brokken
in stukken
elke keer weer
een beetje meer hapklaar
Ik ben je portie
je eenhapsmaaltijd
voor hoe lang de tijd

Gisteren was ik benen
ze glommen van trots
jij likte ze gelikt
tot je tong verdroogd
de tijd weer om was

Vorige keer
was ik kut met liefde
je pompte me op
zo diep en vol
en terwijl ik nog
lag na te sissen
startte jij alweer je auto

Mijn dijen hebben
goed gesmaakt
en koesteren het kwijl
van druiperige lippen
Mijn borsten zijn
half aangevreten
maar dat groeit
alweer aardig bij

Alleen mijn hart
bloedde laatst
nog behoorlijk na
maar sinds ik er
een knoop heb ingelegd
voel ik me weer
helemaal de oude.

ode aan de testosteron-poëzie – jelou

Laat u verwennen
gehoorgangen strelen met
erogene spelling

deel elkaars dromen
over immer jonge nimfen
de stokpaarden
vol figuurzaag-fantasieën

schenk elkaar nog wat
schuimkragen
het testosteron tot de rand

liefde moet gehoord
avonturen volmondig in
fraaie ISBN-nummertjes

overschreeuw bleke spaties
van geschrokken dood
neem vrouwen zacht langs
hun beter weten

schrap directheid uit
zwoele lipglossmonden
laat ze weelderig schertsen

geniet abstractheid
vang spitsvondigheden
in onbevruchte boegbeelden

prijs u rijk met
nieuw gevonden klatergoud
het blozen enkel toegestaan
in fijne vrouwenzinnen.

haast u – jelou

de oliebollen
kunnen nog besteld

de Eiswein
is in prijs verlaagd

zo ook de straatkrant

hij hunkert
naar uw warmte
voor slechts 1 euro 80

goedkoper
kan haast niet

haast u
er moet gevierd.

als het gelegen komt – jelou

De zon lacht voeten
die niet willen
grimast
danspassen voorbij

ik zie het wel
vogels op het hek
de bek vooraan

kom maar binnen
klim mijn wervels in
en nestel er een strohalm
om houvast

haal mijn benen uit de war
heel even maar

dan weet ik mij
weer toegepast, de kunst
van recht geschapen

de voeten rullend in het
zand
de pas een dag vol heupen.

oh my god – jelou

Oh my God, de klok slaat Emo-tijd!
wijzers leggen middeleeuwen
vast in zwart begraven ogen, lijken
mogen retro, mits nog niet vergaan

zelfrijzend bakmeel wordt een optie
als wit akelig dood moet schijnen
op voorgesmeerde huiden met
puistjes-pesticide

laten wij twaalf zijn en oud genoeg
voor een snakebite
twee gaten onder de kinderlip, gevuld
met puntige zelfredzaamheid

en dat het haar als git zo zwart, geen
krul meer draait in vrijheid
want wij behoren tot de scene van
strakgestylde beugels

wij weten hoe de wereld is, wat
SOA’s zijn en loverboys
al spellen wij de liefde elke dag
nog met een V.

neerlands grip – jelou

sinds Mozes met zijn tien geboden
de berg op ging – maar niet mijn rug -
voel ik mij zeer relaxt en plug
ik in op zenders die mij noden

het is een tijd van snel en vlug
waar wit naar bruin smaakt bij de broden
en manna slechts een periode
de mode was en speeksel stug

maar sinds protheses uitgevonden
en tanden aardig goed behaard
wordt oudheid retro onomwonden

wat Mozes deed – een ban verkonden
op dingen toen de grip nog waard -
wordt nu bevoogd door Neerlands staat

wie adem heeft – jelou

al overstroomt mij het
gras tot voorbij de hals,
aan mijn lippen
zul je het niet merken

ik hou ze onbaatzuchtig
stil, mijn huig prevelend
met integer
binnensmonds verlangen

onuitgesproken passie
siert verborgen parels
ondergronds in
fijnmazige kleuren

asem zou stamelen in
vrijgegeven aanstalt,
huiden barsten
op diepe zinssnedes

verrijking zou slechts mij
de hals ten deel en voor
het zuiver oog
onmeetbaar in gebreke

laat mijn lippen zwijgzaam
zijn, verguld verhullen
dat zacht rood
schakeert op juiste tijden

terraschick – jelou

De nacht is jong
zo cola nog

een haarlok bubbelt
proost, proest de
neus vol wijsheid

ik prik gaatjes in de
wind en zeef glas
in koele
kleurenteugjes

jong en fris, de
benen bungelend
langs rotanranden,
lachen tanden tralies
bloot van ijzer

zo cola nog
en onverroest.

omslaan, doorhalen, af laten glijden – jelou

Ik liet je gaan
een mythe van knarsende muiltjes

geen doorstart, geen subsidies voor
nieuw te flossen tongen, aan te
naaien ogentroost
het mos verscholen tussen kraaienpoten

vers gebakken lucht breit kringen
in de ramen, mijn evenknie gekromd
in één recht één averecht

handen blijven steken in knellende
schoten, en ik,
ik heb een hert gebaard
een hijgend hert in 1001 nacht
als voorschot op het donker.

ontplooiing – jelou

Anders dan anders lag je deze keer
scheefgevouwen, met de rug
naar achterliggende gedachtengangen

tegen een muur, dat wel, al kwam houvast
eenzijdig niet goed tot zijn recht,
zo vastomlijnd in ongepast gemeten

je rode draad bleef zichtbaar en week
af, blokte kronkels als patroon
in wat niet weet kan ook niet deren

hier en daar luste je een beetje maar
dat hield de sjeu in ons bestaan,
het gaf zelfs meer volume aan de jaren

ik kon het niet laten, pakte je op,
en begroef mijn gezicht in de
spreidstand van jouw verse geuren.

verval – jelou

Mijn benen heb ik recht gelegd
evenals mijn heupen
na het aandraaien van wat schroeven

Och, geef die olie nog eens, lief,
mijn enkels knarsen botten
bij dit standje

Gelukkig veert mijn schaambeen
lekker flex vandaag
alleen mijn tongriem snijdt wat.

het inzicht – jelou

Sinds ik tot inzicht kwam, ik schat
een week of drie geleden
koop ik mij ongezouten brood
laat ik mijn cholesterol bepalen
of liefde vet genoeg is voor
een verlichte ziel

mijn plek achter geraniums
heb ik spontaan vervangen door
een hangmat tussen hyvers
het resultaat een vriendenschaar
waar Mozes of een Zen-boeddhist
zich van een berg zou storten

mijn ego heb ik ingescand
incluis mijn afgekalfde heupen
zodat mijn aardse tastbaarheid
de mode kan bepalen
voor het volgend millennium

vrijen doe ik alleen nog maar
bij volle maan, daar de sterren
dan in het eerste huis staan van
Michael Jackson, waar kruis
en lenigheid hun doel dienen

naar een huisarts ga ik niet meer
want de bloesems van Bach
geven mij cantates door
waar de Nuon om zou kwijlen
tijdens mijn overgang

ik mediteer mij volkomen leeg
naast mijn vriendin Sherry
tot de engel Korsakov mij roept
en ik de drempel over mag
naar het rijk van Zijn en Zelf waar
alles onbespoten gedijt.

vogelvrij – jelou

Gilde de maan nou zo
of kreunde de aarde
vingerkrommend mank

verschoten enkelbanden
weten de kneepjes,
kleuren blossen
slechts nog ingevallen

als ik mijn pas versnel
piepen schors en bast
gangen in mijn longen,
knapperig verdorst

ik pluk lucht bijeen
voor een gewichtig uitzicht,
laat spons en zeem zelfs
baantjes trekken

oren spitsen uitwas
maar de maan slijpt richting
niet meer in haar glazen.

wat haar bezielde – jelou

Vogels kwetteren
dagen vol krakkemikkerig,
kreupelhout knerpt
verhalen van niet waar, maar
het luisterde verkeerd

waar blijft de wind met
haar voorspellingen, zo
trouw ze anders fluistert

zelfs de padden
hebben zich verstopt achter
hun troebele diafragma

laat de takken maar geselen,
de schutting zich vermolmen
tot doorgekacheld turf

Carboleum is al lang vervlogen
net als de geur van
zondag eten we geprakte schuld.