van mij – adriana kingma

Met mijn ogen dicht
en mijn vingers in mijn oren
loop ik de drukke weg op.

Als ik ongedeerd de hoek omsla
staan er honderd bloemen
hard te roepen in de tuin.

Niemand weet dat ze daar groeien
omdat er in de grond
wel vier konijnen liggen.

Daar bij dat huis
waar nu vreemden wonen.

De vloeren zijn er aangestampt
met mijn eerste stappen

En boven ruik je mijn dromen nog.
Ook al hebben ze alles wit geverfd.

jas van rouw – pallas van huizen

Ik draag je

op mijn schouders
over mijn hoofd
in mijn huis
achter mijn ribben

ik draag je

met veel tranen
veel eenzaamheid
veel afstand
veel pijn

ik draag je
ik draag je
ik draag je

laat je niet los

ik draag je
ik draag je

zolang ik kan

draag ik je bij mij.



YouTube: jas van rouw – pallas van huizen”

verraderlijke woorden – wim de roo

Zodra ik mijn verzet tegen negatieve woorden
loslaat, lossen ze op –

net als dat: zodra ik mijn vlucht voor vluchten
staak het zal vervliegen

u ziet: zo kan het nooit meer fout,
niets is nog complex, of zwaar
maar… zodra ik dit besef

wordt het plotsklaps

moeilijk? –

Nee, nee, niet moeilijk! Want ook dat blijkt

weer zo’n verraderlijk woord

dat het wordt zodra je het denkt

struik in je onderbuik – janine jongsma

Ik heb niets met dichten in hoogdravendheid
Pleur op, met je weeïge zeegezicht
Je uiten in elitaire verhevenheid
Bij de eerste zin raak je me kwijt

Ik wil door echte jongens worden bemind
Schaamteloos bij de strot worden gegrepen
Puur en rauw in één klap worden vastgepind
Door datgene wat mij met de dichter verbind

Dus rot op, met je wazige woordgebruik
De toverhazelaar plant gewoon regelrecht
Zonder geurende bloemenknopjes in ontluik
Een snoeiharde struik in je onderbuik

reservetijd – janine jongsma

en als je mij hebt doorgrond,
weet dat er daarna niets meer komt
wat jou nog verbazen zal in mij

jij mijn restwaarde afschrijft
waar ik liefheb in ons trouwboekje
geen beroering meer voelt

aan de andere kant van ons bed
waar ik al jaren niet meer kom
je mij plichtmatig welterusten wenst

verval ik in het stilzwijgen van ons huwelijk
onder de noemer “houden van”
tot een obligate kus bij gelegenheden

was ik de vlekken uit je onderbroeken
stel ik louter retorische vragen
en serveer onopvallend je lievelingskost

om de aandacht voor die halfdode vrouw
in dit krankzinnige instituut
maar niet op mij te vestigen

waarom mag je niet vinden dat het geen zin heeft je op te vreten over de vraag of het ooit gaat werken? – hans van willigenburg

het maakt niet uit wat ik doe
als het maar uniek is
en ik erin blijf geloven
kan het niet anders
of er komt een moment
dat het ontdekt wordt
en de hele wereld het wil zien
het heeft geen zin te piekeren
wanneer en of het zal gebeuren
dat unieke
afdwingen kun je het niet
wie zegt dat achter de geraniums zitten gapen
niet de ideale opmaat is?
wie?
nou…?

‘vooroordelen’
mompel ik

‘gemakzucht’

waar was je – janus duprie

door het park loop ik
richting huis

net voor de maastunnel
belt mijn moeder

of ik het al gehoord heb

pim fotuyn

blue socket bird – tibbes punt

Er rust een vlinder op je spoor
ogen die het zwartste strelen
haar vleugels in je zij
voor een seconde
denk ik
dat ik een vlinder ben
maar mijn pootjes dragen
blauwe stopcontacten
ik hip wat rond
drink water
weet dat april zich zal
herhalen.

* – dio the cilany

ik ben van knekeldonkere rozen
en bloedgevaar op de grens van schemering
als het deksel van mijn ziel wordt geblazen

daar strijk ik zand in je haar

jij neemt mijn hand niet eens
maar plaatst vingerafdrukken in je hart

draait straatlantaarns in
versponnen spiralen
alsof rode stormen langs het distelpad

zo onbedaarlijk

op dinsdag schijn ik heilig – bert de kerpel

Toen ik vanmorgen wakker werd
Zag ik magische bonen met januskoppen
Terwijl ze rolden van goed naar kwaad
Jongleerde ik wat levens op mijn handen

Mijn voeten regen de bonen aaneen
Van kwaad naar goed maar meestal
Omgekeerd. Als ik een steek liet vallen
Deed ik dito met een leven. ’s Middags

At ik chili met pompoentaart, waste
Mijn handen in kinderchampagne en
Gaf de ketting aan de drinkers van
Morgen moet je dromen, slaap zacht.

dag van de arbeid – gerardus

wat moet je
vandaag
nou weer?

nek – karlheinz myskin

Toen ik mijn nek
draaide
zag ik in een glimp
jouw haar
wapperen in het duister.

Als in een droom
wist ik:
Dit is de laatste keer
dat ik jouw haar
zie dansen.

Toen ik mijn nek
brak
wist ik:
Mijn jeugd ligt achter mij.
Ik moest je verliezen.

ikker – joost de jonge

I

zo zonder gedachten
ruisend in een open lucht
al te lang heb ik moeten wachten
in het duister, druipen grote druppels ik
rollend in een blozende leegte
van jouw zwijgende ontkenning
 
 
II

ondergronds werken zij met plezier
aan een gangenstelsel
een minuscuul dier dat jouw bloed drinkt
vele poorten en tunnels, een stelsel van verbindingen
hier een begin daar een einde
poppen, ‘t minnespel bedrijven
buiten in het bos
ooievaar staat stilzwijgend
met z’n bek tussen ‘t verendek
een hinde ijlt
‘t verwaaiende bos in
je weet heel goed,
dat niets zal beklijven.
 
 
III

ondanks dit al
verlucht jij het leven
door een kostuum in ruiten gedreven
poekelen wij met z’n allen
een verloren gezelschap
aan de vooravond
van het poezelig echec
ikker, is dat meer ik?
je hoopt ‘t wel, natuurlijk,
‘t is beter van niet
kon ik maar voorkomen
dat jij niet jij ook sterft van verdriet

omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

Ze trok de gordijnen recht.­

De snijdende communicatie, een radio door de dag.­
Misschien zijn tomaten toch geen groente.
Uit medelijden verpulvert hij uienschillen vol onbegrip.

Als pratende katten tegen bolle zeilen.­
Er is niets dat hij niet zou willen doen.

Fluistert zij voorzichtig tegen de wasmand.­

Waarom de groentesoep koud stond te worden,
de kaarsjes al een half uur gedoofd waren,
het geluid van de tv uit stond.­

Alleen in stilte hoor je pas hoe leeg het is.

 


YouTube: omgekeerd t-shirt – pallas van huizen

weg met de leegte – pallas van huizen

alsof je in het donker aangeraakt wordt
de hand van spieren, citroenen die zoenen,
eerst schrik je

het luchtfietsen in bad, alleen in lauw water
dat zij weten dat ik wel van ze hou
drinkend tot over de rand van duizend
waar een lach of glimlach
geen echte lach of glimlach meer is

herken ik de zwakte
nader niet gewenst
uit zelfbescherming

de andere kant van het verhaal
is dat er geen verhaal is

vaak ben je stil, soms droevig,
meestal over-optimistisch

ik mis je gezicht

 


YouTube: weg met de leegte – pallas van huizen

lentissimo – martin m aart de jong

Je zei vandaag, vandaag nog niet
het regent en de wereld ziet er
te mooi uit. Met zacht gebogen
kleuren en een natte huid waar

op de vers geperst lente druipt.
Wacht nu maar af totdat de tijd
in echo’s tussen bergen dreigt
met nachtelijk gedonder totdat

de hemel plots verscheurd wordt
door een flits en vrouwenstemmen
in een nis van eeuwigheid en spijt

je naam vertalen in een kus. Dan zul
je dansen als een Rus. Je zult stom
dronken vragen wie ik was. Dus wacht.

wacht – elsje de wit

Wachten
is niet erg
als je maar weet waarop.

feestje? – hanny van alphen

getverderrie, uitgenodigd
ja wat moet je dan
blauw gorgelen
in de kou
bij de asbakken
die altijd buiten staan
of
in een dekmantel kruipen

ik weet het al
ik ken het al
ik proef het al
gezellig samen zuipen
een sfeer waarin het gelag
van valse mondhoeken
zal druipen, gezelschapsspelletjes
en ruggespraak
koekhappen en klepzeiken

als was het op papier – erik-jan hummel

De laatste keer moet de eerste keer zijn
dat ik je voor ben, want al weet ik
dat je bestaat, je bent als was
je van papier en verlaten te worden
door papier

Voor sommige boeken voel ik veel en als ik aan ze denk
wil ik ze nooit kwijt, en het ene boek
dat verdween en ik laat
op een middag terugvond op het dak
zo doordrongen van vogelpoep en regenzand
dat ik het ondanks mezelf
niet verdragen kon en verbrandde

Dat ik stok, steeds voor het einde, omdat
ik het einde vrees dat ons
finaal zal beëindigen, en ik zie je,
ik ben haast te laat
met zeggen dat ik ga,
als was het papier
op.

* – erik-jan hummel

alleen je binnen te laten is
een dag werk, want ik denk
de hele avond de hele dag

telkens komt het op mij aan
alsof jij niet bent, en dat
ben je ook nog niet, en toch

dat je helemaal niets doet
als ik je beroof, dat niemand
me tegenhoudt als ik links

loop of schreeuw op straat
het is teveel, ik mag teveel
en niemand zegt waarom

of waar of hoe of waardoor of

uitgedacht, afgemat, nog voor
het fornuis me roept en het
gehakt het koud heeft en het

bed mijn opgevouwen vormen
mist, de klok die me dwingt
althans iets te kiezen

alsof het hele huis me klaar
wil stomen je binnen te laten
om me zo te lozen, en me zo

te dwingen mens te zijn, en
alleen je binnen te laten is
al een verzoek of ik binnen

mag treden en dat we als je
blieft even samen mens zijn
want alleen is het me te veel

werk hard, voel je beter – pallas van huizen

winst remt groei
kwaliteit kost geld
tel je kosten, tel je uren
als je veel verkoopt of werkt
verdien je meer
(dan als je minder verkoopt of werkt)
als je dure dingen maakt of diensten verricht
verdien je ook meer
(dan als je goedkope dingen maakt of diensten verricht)

met andere woorden,

ik zit niet aan uw inkomen,
wie goed werk levert krijgt goed betaald -
maar aan uw winst,
de loutere verrijking
die ik wil stoppen
om het verarmen
aan de andere kant
te stoppen

apocrief eutecticum – joost de jonge

boei mij boeheer, boei

Ik zie de dingen niet
Die de tijd achter zich liet
Noch de dingen die komen gaan.

Verpletter mijn verstand O oude wijze
Verbijster mijn geweten allerliefste
Muze van vertwijfeling, ‘s werelds enige

Paarden dragen mensen die als paarden zijn
Vrouwen nemen mannen die vrouwen mennen
En als dan het paard onrustig draaft door de nacht
Ment de oude wijze de zegen van verstandsverbijstering

Die verwijlt in het Oerlicht onaangetast
Die verruilt gedachten voor zegeningen
Die verruilt uitwaseming voor uitkristallisering

Ook al heeft oude wijze manieren, ‘t is geen vorm
Vermaak je gerust wildebras, maar
Je moet mij niet verloenen
Wijl hij verpoosde in de voorhof van wildvang

Wij wijzen naar godsvrucht
Hoe ook zullen zij uitvloeien
Die vreesden en dwaalden
Hovaardig, verbijsterd, dat ik niet besta
Verbeus zonder houvast
Het zoetgevooisde failliet van verbositeit

boei mij boeheer, boei

Jij ziet de dingen wel
Ook onder de sluier van een vaarwel
Evenknie van Euterpe

je bent er niet – pallas van huizen

Ik vervang de afvalzak,
doe de afwas, de was, boodschappen,
eet en drink.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Ik zet de computer aan, de tv,
youtube, teletekst.
Deuren en ramen open. Frisse lucht, zuurstof.
Ademhalen, kleine traantjes.
Het licht uit en aan.
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Mensen gaan naar hun werk, naar huis,
naar vrienden, naar hun geliefde.
Lopend, met de fiets, de auto of de trein.
Het leven gaat door.
(Als een stampende motor vol met benzine.)
Leegte, leegte, leegte.
Het leven gaat door, door, door.
Keihard door, door en door en door.
Ik sta nog steeds stil alleen.

strandverhaal – pallas van huizen

Tranen in de zon, zand in m’n mond
(van het frietje dat toch niet schoon was),
het waait zachtjes, koude lentelucht,
klamme handjes en een zandkasteel
wat maar niet wil lukken,

en dan vraag je mij of ik de golven zie?

verlies – pallas van huizen

Geurloos, kleurloos,
knoop in mijn voorhoofd,
er zit zoveel in, het stroomt weg,
houdt me sterk, gaat door
als ik niet meer kan.

Dat je er straks niet meer bent,
dat ik er niets aan kan doen,
onrustig, halfwakker, halfslapend,
met een vol glas en een lege maag.

Ik zal nooit meer dezelfde zijn.

can’t fake love – pallas van huizen

Dat je zoveel voor iemand kan betekenen.

Je koude lichaam onder de te warme deken.
In het donker kijk je door het raam,
door de nacht heen.

Je bent zo moe, zo moe, zo moe.

Ik zou me zo graag herkennen, meedoen.
Echte dingen, daar moet je doorheen.

Kattenverdriet, de dood klaagt nooit.

Dat je behang bent, traangas voor de blinden,
psychiatrisch patiënt, uiteen gereten, teruggetrokken
in een dimensie van rottend tandvlees en verloren respect.

Rijstwafelsporen, klontjes suiker, instant coffee
en als je ligt: De beleefdheid van een barmhartige definitie.

Als je eigen rouwadvertentie.

In de lach gestorven sta ik mijn plek af.

rivieren en zijarmen – elsje de wit

hoe blank haar huid ook bleek
hoe heet de thee die jullie dronken en al
het moois dat ze je te eten gaf rond dat uur
de rebel lacht goddomme, slaat duizend nieuwe wegen in
met genoeg geld en lef in zijn zakken
de maan boven alles en een kop vol vuur

ik heb de rivier op de voet gevolgd
smeet zesendertig stenen in het gras
pas nu mijn vinger over de landkaart glijdt
weet ik dat de man die mij de tiende steen gaf
onbetwist
de rebel was

vriend – martin m aart de jong

Laat ik het hebben over jou. Ik maak
me zorgen. Hoe je de dagen doorstaat
en iedere dag toch trouw blijft posten.
Het is allemaal niet veel zaaks, los

strooigoed voor de vogels alsof je in
jezelf praat. Maar dan nog, wat zeggen
statistieken, wat zegt een “vind ik leuk”
Twijfel je nooit? Wil je niet opgeven

klap je nooit dat boek eens dicht en stap
je naar buiten, groet de vreemde die je buur
vrouw is. Dit is het leven niet. Beschermd

gebied vol onnatuurlijk heden. Geen dood
voor wie een status heeft. Profielen staan
onopgeheven voor eeuwig langs de lijn van tijd.

op natte planken – pallas van huizen

Het is dat ik je ken of eerder gezegd denk te kennen.­
Ik was dichtbij, heel dichtbij.­
Jij ver weg, heel ver weg.­
We konden elkaar aanraken,
maar niet bereiken.­

De weg kwijt.­ Er was geen jij in deze wereld.­
Kromme tenen en ik weet dat ik weer eens zoekende was,
diep in het rood ondergedoken bij de gratie van 10 euro.­

Daar zaten we dan in onze indianentent.­
Geen woord gezegd, broodnuchter, lege en lage wolken
en we filmden de toekomst in onze frontale hersenkwab,
door onze maag, langs het ruggenmerg,
in een adem naar buiten.­

Blind voor het leven nu we de tunnel zien komen,
lichtje voor lichtje,
een voetstap verder weg en dichterbij.­

De dood ruik je hier op een afstandje.­

het gedicht van o – maaike klaster

Voor Colin
 
 
Mijn zachtrode O
    zingt rondswingende roversliedjes.
Mijn O
    klinkt als scharlakenrood

en zeg je Sesam Opium,
    dan klapt ze langzaam open,
blozend.

Zo paait ze je met een keel van zijde,
    ademt ze falie uit.
Zo, Baba, zo mooi.

Als een dadel in je palm
    zacht tot de pit. Waar wacht je op?

Roffel als de kleine trom.
    Rimbom, Baba, rimbom bom bom.
Kom maar op met die trombone,

speel de toon van pimpernoot
    en doe het zonder handen. Ja,

raamkozijn omvat het oosten,
    toont ons purpergloren. Hoor.

Bolero dondert honingbliksem.
    Prismaspectrum!
En overal ozon. Ozon.