op een kier – dio the cilany

halfopen deur; een beetje scheef
het vermolmde hout
van vijftig jaar geleden nieuw
en achterstallig onderhoud

de stapel witte stoelen
laatste tand
van een afgeschreven gebit

ik zit
en zie de momenten
ik voel
ze glippen uit mijn hand

dagje in de duinen – pallas van huizen

Zijn kroket was in het zand gevallen,
haar aardbeiensoftijsje droop over haar net nieuw gekochte T-shirt van de HEMA,
haar man staarde naar de lucht en hij als kleine filosoof staarde mee,
zonder zichzelf een vraag te stellen ergerde zij zich aan de afwezigheid
van zowel de heren als de dame.

In gedachte stond ze alweer bij de wasmachine,
zich niet bewust van de mooiste dag van het jaar.

* – maaike klaster

Smerige hond,
ik jaag je op tot aan het graf, ga door een bos van jaren,
leg aders, al jouw gore daden bloot. Deze keer geef jij je over.

Mond open, rits op ooghoogte, mondje dicht. Slik, zegt hij
en ik verlam in een grote mensenhand. Als iets mij dwingt, heel vies en
hard, word ik door vleugels opgetild, verdwijn ik naar een ander licht.
Daar zingen zij een hart voor mij, zij zingen mij een haag van rozen,
een krans om in te wonen. Zo woon ik nog. Maar ik keer terug,

vind hem in dat ene jaar, die dag, dat hok. Waar hij zich denkt te kunnen
verschuilen, grijp ik hem juist. In iedere hoek van iedere cel, want ik ken
ieder allel van jou. In de speelgoedberging breng jij jouw muil in plaats van
mij naar die vuige zak, klootzak, en waag het niet die vuile poten in mijn
onschuld te wassen, smeerlap. Dat bloed kleeft aan jouw tanden.

Je hoort het goed, ik jaag op je,
wacht je op. Begin maar vast met huilen, moederneuker, kind van God.

zwijg – b. vogels

voel het doorzicht
naakte takken raken aan
het laatste woord

het jaar droogt uit
het laatste blad
wordt voor je mond genomen

nu ijlt de winter
bij wijze van
alledaagse taal

december – p. krauwinkel

De dag kruipt gestaag voorbij

Tanden bijten in de wintertijd

Gelaagd gelach van vreemden
sluipt door de kroeg en vergeet:
waar ik was en hoe ik heten

Buiten wordt de kou mij steeds
vreemder en de mensen op afstand
zijn bezig met hun verval

Ze dwalen door de stad
terwijl ze lachen en zuipen

De wind beukt de ramen
en fluistert de steeds dieper
wordende duisternis

Straks ga ik slapen
en ontwaak ik
in het nieuwe jaar

Als de straten bezaait
en rood zwijgen
over afgelopen jaar.

befehl – a. trudi

kinderen tot 10 jaar

schoenen uit

kleine bang – dio the cilany

waar is ruimte
kan een vlinder zich daarin verplaatsen
of alleen in de tijd

is daar misschien enkel afstand
maar wat als het een slecht lichtjaar is geweest
verblijven we dan in krimp

expansie maakt donker en koud
en er is sprake van een goed jaar

hemellichamen gaan niet meer samen

voordat het te laat is
doe ik even een plas tegen de maan

* – maaike klaster

Nu ik het hem vergeven heb, de klootzak,
kan ik hem rustig in zijn eigen Sop gaar laten koken,
waar hij op zoek mag naar zijn eigen Goddelijke Gratie,
kan ik voor het eerst zien wat een onvrijwillige ontmoeting
van misschien tien minuten met de rest van mijn leven heeft gedaan,
hoe ik van een nog enigzins blije kleuter – anderen waren hem voorgegaan -
in een zwart blad veranderde dat hij aan stukken had gescheurd,
hoe ik mijzelf nu nergens terugvond, met monotone stem
tegen mijn moeder zei dat ik het niet leuk vond om dood de gaan,
maar het ook niet leuk vond om te leven, wat niets anders was dan
zeggen dat ik vier jaar oud was en zojuist de hel op aarde had gezien.

Nu ik de afstand van volwassenheid heb verworven, kan ik van buitenaf
naar binnen kijken en zien dat ik mijn hele leven vanaf dat moment
steeds dezelfde twee vragen heb gesteld:

Waarom hebben mensen dit met mij gedaan?
Waarom hebben mensen dit met mij gedaan?

verhalen van de aarde – maaike klaster

1.

Wat ik zo’n goeie grap vind,
luister jongens, daar komt-ie:
is dat onze voorouders een paar jaar geleden besloten
om wat Afrikanen naar het nieuwe land te verschepen
om ze daar als slaaf hun vuile werk te laten doen
en ze in ruil daarvoor hun (onze) koningin te schenken,

- ik weet dat dit een gedicht van niks is,
maar luister even, het is een vies karwei,
maar iemand moet het doen, dus blijf nog even -

om diezelfde nieuwe Nederlanders – hoe moet ik ze anders noemen? -
de toegang tot hun eigen huis te ontzeggen:
ben je van de Antillen, dan willen wij jou hier niet binnen.
Wat is dat voor iets smerigs?!

Zo begrijp ik ook nog steeds niet dat ik op een zwarte school zat.
Wat betekent dat? Dat ik zwart ben of dat ik er niet was?
Volgens sommige mensen hebben alleen negerinnen dikke billen.
Als dat het geval is, dan ben ik zwart. Wat op hetzelfde neerkomt als dit:
je kunt mijn dikke, Hollandse kont kussen!
Ik ben nog steeds op zoek naar goede negerzoenen.
 
 
2.

De Bijlmer was allang in Zuid, Mothafucka!
Heb je mijn broer niet horen rappen?!
Heel het Barlaeus Gymnasium zong mee.
Koren werden opgericht om mijn brotha door die gangen
op de voet te volgen.
Volksvijand nummer één ben jij, met die grijns.
Bel de politie, bange poeperd, want ook ik ben er geweest,
met die smakelijke klok in mijn kontzak om je te vertellen dat het tijd is,
dat 1989 nu hier is. Tromgeroffel dames & heren:
Blijf met die gemanicuurde, gladde handjes van mijn huis af en ga je eigen
moeder neuken.
 
 
3.

SGR/OSB

Overal en nergens komen wij vandaan,
maar vooral en in de eerste plaats uit onze moeders, vaders.
Zo bewonen wij dit voormalige Niemandsland, dit vroegere moeras
tussen bomen en beton, met overal gras om in te spelen,
zitten wij naast elkaar in de klas van dat grote nieuwbouwgebouw
met de zon en vakantie voor de deur, fietsen op het schoolplein
en een een spoor van hairextensionnepvlechten van een meidenvechtpartij,
vinden wij een ander land, religie in elkaar, lachen wij die natuurkundeformules
keihard uit, omdat wij nu heel zeker weten dat dit heelal zich niet tot de lappen stof van onze spijkerbroeken, korte topjes, hoofddoeken beperkt,
maar dat het de richting was die de sterren ons wezen
om ons naar deze school in deze wijk van deze stad te begeven,
waar vrede altijd op de loer lag, ons zo ontzettend lief was
dat wij nooit beter hebben geweten.

het manifest van de spontane stad – nanne nauta

(te lollig)

In levende lijve kwamen Amsterdammers
de Sint nooit tegen.
Het was een nieuw fenomeen.
Hij kwam als zestienjarig jongen
in het gezin de helpende hand reiken,
ging op zijn step helemaal naar Abcoude
om pannenkoeken te halen.

Je zal zelf zo’n jaar of elf geweest zijn.
Je maakte voor het eerst kennis
met de theorie van het kruipen
van de rode bloedlichaampjes.

Ach, waar het hart van vol is.

niet alleen – jan holtman

vandaag bezocht ik mijn moeder
die 67 jaar werd, het was
geen groot feest met Harrie, haar
nieuwe vriend en Joepie, zijn hond

Harrie had nieuwe schoenen aan
uit Amerika, mijn schoenen glommen ook
maar waren te duur gekocht bij Dolcis

ik was niet alleen en genoot
van macaroni en geneuzel

statusupdate – martin m aart de jong

je krabt de hemel weer eens open
leest wat er geschreven staat in
het oude telefoonboek en haalt
de hoorn van de haak je draait

de wereld rond in eeuwen heb
je haar aan de lijn ze spreekt
je aan zegt dat ze jou al tien
jaar heeft opgewacht dat het zo

niet langer kan waarom je niet
eerder hebt gebeld en dat je wist
dat ze je van alles zou verwijten

maar verwijderen nooit ze kent
je toch van het gezichtenboek
je bent daar toch vrienden voor.

over de waakzaamheid van gras II – ruud poppelaars

Je houdt je vast aan vallende sterren, stenen zomers,
papieren lentes.
 
En de vleermuizen suisden nog wel zo mooi vroeg dit jaar.
 
Reeds bezongen in de groeven van je gezicht de honderd tongen
van de meikever. De dagen opgerold in gonzend licht; en
volgelopen
 
-van zilver- zei je -van titaan- dacht ik. Een novembermeisje
bombastisch wit. Het stond tussen gras te drinken; te verstenen
in kreten met kristal.
 
Een gedroomde roos of een verzwegen haven; kalklijnen verheffen
zich niet om in te verdwijnen.
 
Het is hier dat ik de wereld draag aan de poort van de zee die
opengaat als het hart van de bij. Jij het blad, waartoe alles
beweegt plooit op bed met de dag ertussen
 
en een oude horizon op m’n kussen legt.

papavers zaaien – sabine van den berg

aan het Singel
op de bloemenmarkt
kocht ik
een zakje zaad
papavers zaaien
wilde ik
middenin de winter
want dat kon best
had ik ergens gelezen
en terwijl de regen drensde
gooide ik het zakje leeg
in volle grond
het nieuwe jaar begon

advies – gerardus

ellende begint
met een tip
van de sluier

kijk dit jaar
maar nergens naar

de duinen – willem van hees

alles wat ik ken zijn de duinen
de witte duinen doen mijn botten rotten
duinzand onder mijn zolen
de witte duinen en het spelende kind

de witte duinen tegen de tijd
de witte duinen scheiden de zeelijn
voorbij loopt Maria een vloedlijn
van 2000 jaar lang

en ik weet dat de duinen mijn botten zullen laten rotten

zandvoorts duinen zien de zee
waar zij loopt het dode kind
in haar

zandvoorts duinen vormen een arm
uitgedroogd en verspreid land

ze snijdt haar polsen
bloed aan haar handen

eerste kerstdag – jan holtman

Ach, en dan
zegt iemand af
voor de tweede
biefstuk en
kalfsragout tot
het einde van
het jaar.

complexiteit – gerardus

omdat de deelnemers
steeds braver worden
en de gedichten
almaar milder lichter
& erotischer

besluit de jury
dit jaar het werk
te beoordelen
met behulp van lsd

er ontstaan wat
problemen met een
bad trip paniek
in het land iemand
houdt het voor een bom

dan blijkt langzaam
heer komrij definitief
terug

dichter des vaderlands
spreekt

iedereen beseft
nationale ramp

dit jaar – a; diepman

In de inleiding van dit verhaal is al verteld
dat we ons dit jaar niet al te veel van het weer
moeten voorstellen.

Na de kletsnatte zondag,
die op meerdere plaatsen
tussen 20 en 30 mm
neerslag heeft opgeleverd,
zitten we de komende dagen
opgescheept met een stevige
noordwestelijke stroming,
die koele lucht aanvoert.

Er is ruimte voor opklaringen,
maar er trekken ook buien het land binnen
en soms ontstaan ze zelfs boven land.

- De bovenlucht is koud genoeg om de buien een maarts karakter te geven, waarbij dan vooral aan hagel gedacht moet worden. Diep landinwaarts kan in de nacht en vroege ochtend misschien een vlokje natte sneeuw vallen. -

tussen pasen en kerst – a; diepman

Het paasweekeinde wordt gewoonlijk
door menigeen aangegrepen
om er eens lekker op uit
te trekken.

Dit jaar zal dat wellicht tegenvallen,
met uitzondering dan van de liefhebbers
die nog even de sneeuw willen opzoeken.

heuvelrug: parkheuvel – pietersz van calumburgh

Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar
bakken wij weer bruin brood achter tralies
Verbazen zonen van vroege bruiden met
een nieuwe kubuswoning. Maandagmorgen

en jouw benen zijn te zwaar om de spoken
uit het park te vegen. Kattenstaarten treuren
bij de aanblik van het pas gemaaide gras.
Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar.

En vertel eens eerlijk vanuit je onderbuik
Hoe vind jij dat nou een man een vrouw
een vierkant huis, gemaaid gras in een spookpark:
Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar.

heuvelrug: vluchtheuvel – pietersz van calumburgh

Helicoptervluchten is een passie.
Hoog boven alles en alleen
vervliegt de lucht om je heen.

Wentelwiekend boven honinghoofden
grijpen grage handen bijenzwermen vast,
knijpen honing uit in mat glas.

Beneden omarmen zware zwerfjassen het magere lijf.
In de binnenzak dobbelstenen met zes kanten.
Aan witte handen kleven zwarte wanten.

Vluchten is een passie.
Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar.

vriend x – jan holtman

Vriend X. is opnieuw gestorven
na tien jaar ziek te zijn geweest

verlaat hij haar, het stoffig nest
met ongelezen boeken en koestert

hoop uit bange dromen.

Het zijn volwassen mensen van
veertig jaar, sprak zijn moeder

met lichte tegenzin. Ze gaan
een huisje huren.

het jaar 2-0-11 – ad van schijndel

11 is een zeer bijzonder getal,
opgesloten tussen 10 en 12,
tussen de heiligheid en de volmaaktheid
van de tien geboden en de 12 apostelen,
is 11 in de eerste plaats een spiritueel getal,
het getal dat de waarheid zoekt in de zelfverlichting,
kort bij huis, niet te ver van je bed,
in een mengeling van rust en vrede,
én verwarring en verbijstering;
de11 kijkt ons diep in de ogen
want wil de waarheid vinden
achter onze stoffelijke, materiële wereld.

11 is een priemgetal en een palindroom,
want alleen deelbaar door 1 en zichzelf
en ook omgekeerd blijft het trouw aan zijn waarde:
11 is 11, hoe je het wendt of keert
en datzelfde geldt voor 11 keer 11 (= 121)
en 11 keer 11 keer 11 (= 1331),
het is de lepel, de pap, de Otto, de Anna,
ja zelfs de reteveter onder de getallen
en daardoor kent 11 zijn magische verschrikking
want 11 bijt zichzelf voortdurend in zijn staart.

niet voor niets speelt 11 in de omgedraaide wereld
van het dagelijkse leven een grote rol
en is 11 het getal van de gekken, van carnaval,
van de raad van 11, en wie te elfder ure aan komt zeilen,
vindt de hond in de pot of een vreemde in zijn eigen bed.

2011 is voor burger, baas en staat een dubbel lastig jaar
want 2 = 2 en 11 is een 2-trilling, want 1 + 1 = 2
en 2 staat voor het vrouwelijke beginsel
van zachte spiegeling, meegaand en ontvankelijk,
maar 2 kan evenzeer bedreigen, manipuleren en bedriegen
en al doen wij het vaak anders:voorkomen
wie manipuleert, heeft de macht in handen.

(Dus, beste lezer: wees dubbel attent in 2, 0, 11!
Sper beide ogen extra open
en luister naar de klank van de tijd!)

vertrek uit de tropen – roop

een handgeknoopt strand
onder een blauwe zon
twee brekers op drift

er was een eiland
na honderd jaar zwemmen
jij schreeuwde mayday
ik sos
we werden een
we werden zo veel

de zon vergeelde
het strand kreeg vlooien
een storm sloeg ons uiteen

in mijn verte weet ik nog
de warmte van die koude ster
en dat we nooit stierven
we gingen

de beste wensen – martin m aart de jong

Er gaat iets om in dagen waar geen mens
een weet van heeft. Hoe tijd vermalen
wordt met stof en zand, en water opdat
het niet te dik en traag door weken

ploegt. Wie woont er nog in weken,
wie wil nog weten waar hij woont
als wijken in de winter niets weten
van kou, sneeuw zorgvuldig uit

gestrooid rond kerstmis nieuw
jaar ontdooit en lente door
dubbele beglazing stroomt.
“Ik weet van geen tijd”
zei Japi en hij sprong.

december maand – jan gutman

Lucifer brandt volop in de huizen
en de warmte druipt van de kaarsen af
Bomen gloeien het jaar uit terwijl het
licht terug de hemel in geschoten wordt.

Jezus is al lang weggemanaged
Economisch niet rendabel.
Aan zwavelstokjes brand je je vingers
maar die groeien in januari wel weer aan.

alea iacta est – john drager

Het staat wel vast, het is voorbij,
de teerling is geworpen,
weer schuifel ik door roestig tij
vol herfst voorbij de dorpen.

Het is een oud, bekend geluid
van broze, ritselende blaren,
dat altijd weer één ding beduidt:
de zomers die eens waren.

Omlaag keek ik, alsof ik zocht
een enkel blad dat niet vergaan
de herfst nog overleven mocht
en altijd groen zou voortbestaan.

Maar nee, het was zoals het was;
de dagen nemen nu geen keer,
het sterven blijft maar in de weer
bij het vergaan tot stof en as.

Niet dat het mij eronder krijgt
of dat ik soms ben aangedaan
door kil en kleumig buiten staan,
een zon die vroeg ter kimme neigt.

Ik blijf gewoon sinds jaar en dag
dezelfde die van wanten weet,
die hutspot met een kuiltje eet,
bij storm en regen nog een lach.

geboorte en verbinding – martin m aart de jong

Je schrikt op na vele jaren leven
weet dit kan nooit omgekeerd
al was je nooit gevraagd of dit
het leven was waarvoor je nu

had doorgeleerd. Je haalde
schouders op. Blies wind
de wereld in die het negeerde
parkeerde woorden in een zin.

Je belt je ouders op, stelt vragen
het antwoord dat het toeval was
blijft aan je knagen. Dat moment

zo’n tijd geleden moest toch mooier
zijn dan twee lijven die elkaar tot
wanhoop drijven en jou jaar na jaar.

vuilniszak – annelieke van mens

de foto’s van een jaar of acht geleden
spaarpas van die zaak
toen ik nog

het zakje uit de winkel
de spray die zo
handig leek

Handleidingen
Correspondentie
Ziekenfonds

Je weet maar nooit