in de tuin – sabine van den berg

werkte ik
ik werkte
in de tuin
de tuin in

bolletjes
in grond
en water sprenkelen
op grond
het zaad
de wortels

de grote kastanje
had reeds gekiemd
wel driemaal
dus die kleintjes

plantte ik
in de aarde
de aarde in
kastanjeplanten
mogelijkerwijs bomen
wordend

in de toekomst
in de tuin
de tuin uit
uit die tuin
uittuinen

tuinieren
hovenier
hof
Eden

struik in je onderbuik – janine jongsma

Ik heb niets met dichten in hoogdravendheid
Pleur op, met je weeïge zeegezicht
Je uiten in elitaire verhevenheid
Bij de eerste zin raak je me kwijt

Ik wil door echte jongens worden bemind
Schaamteloos bij de strot worden gegrepen
Puur en rauw in één klap worden vastgepind
Door datgene wat mij met de dichter verbind

Dus rot op, met je wazige woordgebruik
De toverhazelaar plant gewoon regelrecht
Zonder geurende bloemenknopjes in ontluik
Een snoeiharde struik in je onderbuik

het ei in de nacht – b. vogels

ik bezwijk onder de stad
waar ik dacht dat liefde eenvoudig is
als gescharrel op een dansvloer

kippen gaan op stok
en tegen het gloren
kraait er geen haan

in rotterdam – berrie vugts

In Rotterdam in een kelder zonder raam zit
een jonge hond opgesloten.

Een keer per dag krijgt de hond een bak zout
water en slurpt.

De deur wordt dichtgegooid en het licht en de
voetstappen sterven weg.

De hond jankt, tiert, huilt om nog wat water en
sterft na drie dagen in een kelder in Rotterdam.

poëzietekening 26/03/2013 acg vianen

poëzietekening 26/03/2013 acg vianen

poëzietekening 26/03/2013 acg vianen

the lonesome death of an indonesian maid in arabia – lesley adriaansz

Als was ik door goden geëngageerd,
gewogen en te licht bevonden en
-wat goden scheppen,
vernietigen zij ook weer-
doodgeslagen
en als afval afgedankt
bij het grof vuil bijgezet,
terwijl mijn kind thuis
vergeefs wacht,
jong nog, maar later
des te beter in staat er
goden om te doden.

in statu nascendi – maaike klaster

Toen ik nog over daken vloog,
waar ik het oppervlak van laaghangende mensenadem
langs mijn borst kon voelen strijken,

toen ik nog schreeuw en echo was,
leek het feest te zijn in alle straten, klonk uit
ieder huis een lied.

Dus ik daalde, raakte klaagzang kwijt, werd
een lichaam rijker, betrok een kamer,
vulde ruimte met muziek, en zie.

Zoetgevooisde melodieën worden koolstofdioxide
nu ik, hardvochtig bij de tepels gevat, het sap
uit halsslagaders zuig, en guif.

de nacht begint wanneer de juiste zoogdieren zichzelf in het donker knijpen – delphine lecompte

Met geknapte veters adopteer ik een bezwaarde kat
Ik noem haar Gerda en ze haat mij
Twee dagen na de adoptie sterft mijn grootvader
Ik krijg de kaas die nog onder zijn stolp lag
En een gotische kandelaar zonder kaarsen.

De kaas deel ik met mijn jongste zus
Die onze grootvader nauwelijks heeft gekend
Ze heeft zijn gouden dasspelden geërfd
Na de kaasmaaltijd verlaten we voorgoed zijn hol
Zijn holle huis echoot mijn verwachtingen uit.

Terug in mijn eigen woonst toon ik
Mijn zus de kat, de kat aan mijn zuster
Gerda spint en mijn zus snijdt
Zichzelf aan mijn briefopener
De brief is aan ons beiden gericht.

Onze moeder wil dat we op het zelfde moment lezen
Dat haar vader een winderige, lijmverslaafde tiran was
En erger!!
Mijn zus leest trager
Wanneer ze lijmverslaving bereikt
Heb ik al erger ontdekt.

Erger is slechts een kortstondige flirt met de blinde vrouw
Van een Kaapse glazenwasser en een langdurige affaire
Met de schelle dochter van een bipolaire garnalenpeller
Na de brieflezing houden we ongewijzigd van onze grootvader
Onze moeder kan letterlijk naar de maan lopen
En daar nadenken over haar navel en over haar kleingeestigheid.

De zon gaat onder en we proberen de ondergang te chronometreren
Maar we raken het niet eens over de kleuren
Volgens mij hoort het rood nog overduidelijk bij de dag
Volgens mijn zus was het oranje reeds het begin van de nacht
Een uur geleden is de kat grijnzend door haar luik verdwenen
Met een kaaskorst en twee veters om aan een garnalenpeller te geven.

* – serpil karisli

Words, words, words
Een boel weze letters
Zinnen maken is betekenisloos
Iedere taal mij vreemd
Een schip dat strandt in de golven
Voordat hij de haven bereikt
Een verlaten stad
Een verbannen pen
Is taal

Had ik maar niet de beperking van vertellen
Dan zou ik je bereiken met kleuren
Ik zou licht zijn en jouw huid strelen
En verhalen verbeelden in de lucht
Rennend in een wind
Zou ik jou aanraken
Een nacht zou ik zijn
Soms een maan zo nu en dan een ster

Was er maar geen afstand
Dan zou ik smelten in je huid
En vrijen met je geur
Ik zou een stem zijn
Een fluistering in je oor

verhalen van de aarde – maaike klaster

1.

Ze gooien vliegtuigen op ons neer
om ons te beroven van een jeugd die we toch al niet meer hadden,
noemen het een Bijlmerramp, maar wij weten wel beter.
Moeder Aarde staat om de hoek te lachen
als wij bloemen aan de voet van onze dode voorvaderen leggen,
huilen om de kinderen die we nooit hebben leren kennen.

De kransen zijn zwart, maar als het tranen regent, kleuren wij
hun wereld net zo paars als wij zelf altijd de wereld
met bloemen bezaaid hadden willen zien,

en wij laten onze moeders achter
vinden ergens op aarde ons eigen graf,

leggen ons neer, tillen vliegtuigonderdelen terug in de lucht,
zwaaien onszelf, elkaar, de wereld uit,
brengen de black box naar huis.
 
 
2.

Moeder Aarde fluit ons terug naar huis,
bewaart vogeleieren in haar buik,
maakt een sprongetje dat je met het blote oog
net wel, net niet kunt zien.
De metro brengt ons thuis,

verandert niets aan ons perspectief.
Bomen leren ons één ding, dat bewegen leven is,
staan voor altijd stil,

om ons met zacht geritsel aan een eindeloze, lome zomer
en nog hoorbare kinderstemmen te herinneren.

We vinden ons terug in het blad en de stam,
staan levenloos te bloeden, roteren om onze eigen as,
zoeken naar die laatste pijl van dat eerste spelletje
spoorzoeken.

is er een hemel voor naamloze cavia’s in kruimeldiefdozen? – delphine lecompte

Naast mij tekent een jongeman die
Op de toekomstige moordenaar van mijn dermatoloog lijkt
Een spook met een pruik in zijn kladblok
Het is gewoon een laken
Met gaten voor ogen
Ik ben niet bang van dat soort spoken.

Ik ben niet bang voor mijn ondergang
Toen ik werd geboren is het begonnen
Bij sommige sukkelaars begint het vroeger
Tegenover mij zit een barbaarse feministe die Lotte heet
Het klinkt niet barbaars en
Ze ziet er eetbaar uit.

In de tuin van mijn huisbaas hollen honderden cavia’s
Er circuleert slechts 1 naam
De naam is Lotte zoals die eetbare feministe van daarnet
Maar het is altijd een andere cavia die
Lotte heet en
Wanneer een cavia sterft is het altijd naamloos
In een kruimeldiefdoos in een put in de duinen
Naast de goudvissen in sigarendozen van mijn vader.

Wanneer goudvissen stierven in mijn kindertijd
Was het moeilijk
Kapot te zijn van verdriet
Ze kregen plastic burchten en zeeroverschatten
Maar ik kon hun dankbaarheid niet lezen
Dus dacht ik dat ze ondankbaar waren en
Gestraft moesten worden.

in antwoord op de vraag – bennie spekken

of ik gelukkig ben
zie ik uit het raam

de verwikkelingen
van de verwaaide mens

in een tijgerprint
dekbedovertrek

donker in duplo – hanny van alphen

de man op de bank ziet de man van de bank
hij staat daar achter het raam
naar buiten te turen, en ziet de man op de bank
beiden drinken wat, beiden staren wat
de man in de schoudervulling rookt een spriet
de man in de zwammenjas rookt wiet

het licht gaat uit, de aktetassenman verdwijnt
de man op de bank zwaait
naar de man in de zwarte sedan
opgeslokt door de nacht, blaft er geen hond
naar het rammelen van een winkelwagen

in formatie – bennie spekken

wij eten gans
                deze kerst
zeer in trek

in blijde verwachting – elize augustinus

er zijn van die dagen
zoals vandaag dat
je stil voor je uit zit te staren
je bent
zwanger
en voel
er groeit iets moois diep binnen in je
dicht bij je hart
in blijde verwachting
tot de dag dat Woorden.
geboren gaan worden.

rimpels in blauw – elize augustinus

Bol geblazen vlaggen
Dobberen.
Naar de zon zeilen.

schoonheid – jan holtman

een werkster in dienst
eindelijk iemand

eindeloos in u – kid-lee vermaase

Ik beken, ik ben niet veel
Meer dan u me toe wil dichten.
Ik word in uw gestaar en denken,
En moet me aan uw wil verplichten,
Want zelf ben ik heel weinig.

Niets dan dit op het papier,
Maar meer bij ’t lezend oog.
Als een bol maar zonder kern,
Als een ik op u gelijkend,
Als een spiegel voor een spiegel.

Ik beken, ik ben zoveel,
Al wat u wil zien.
Eindig is mijn lichaam,
Eindeloos ben ik in u.

vanuit de coulisse – walmzand

mombakkesen grimassen
moordenaars slachten
moraalridders doorkruisen

de golfbeweging die de goegemeente maakt
is dit keer neerwaarts
brul terug!

aangetast in mens zijn
sla ik gade
rattenkoning in mijn schimmige brein
brul terug?

1984
ik bevind me op een weide
zon straalt aan de hemel
warmte omgolft me
is het dan echt waar?

verstrooid in het bos – bennie spekken

drie kilo bleef er
van je over

dubbele beschuitbus
verstrooid in het bos

een wolk steeg op
tussen de stammen

en de wind deed de rest
verstrooid in het bos

in cirkels onder
de drie beuken

in een omhelzing
ben je opgenomen

aarde lucht en vader
je bent weer licht

verstrooid in het bos

slammer – bennie spekken

uit je werk
uit je duim
uit je nek

uit je hoofd
uit je fles
uit je bol

uit je tent
uit je vel
op je bek

uit je kroeg
uit je kring
in je hol

in de verte – bob elias

In de verte
achter een horizon
van traag licht

Ruist het lachen
van een kind
langs rijpend fruit

In de boomgaard
waar de rups
de appel mijdt

En sterft
voor het geluk
van een vlinder

in woord en gebaar – martin m aart de jong

Hij ramt zijn woorden weer
naar binnen, klare taal
om te beginnen zegt ‘ie:
klaar is wel het mooiste
woord naast kaal. Begrijp
je het dan is het goed
het gaat om wie er wint,
is het de lezer, luisteraar
of jij, die prijzen binnen
haalt? Vertaal dat maar eens
in universele geldigheid
in geldingsdrang of gekkig-
heid. Maar praat niet meer
met mij. Er is geen schoon-
heid meer; het sterft uit.

in voorbijgaan – cornelis van der meene

wat voor de een pijn is
voor de ander een pak melk

de man sprak nog meer
maar we waren al weg

en bij de ingang stond
een straataap te stinken

haar apies klein en
toch heel herkenbaar
zo open ook en bleek

dan besef je hoe kwetsbaar

wat we in alle ogen willen lezen – b.m. van hulst

Elk gezicht een belofte, een ansichtkaart
een foto van het kleinste stukje van het
grootste land, een deur naar een gang naar
een huis waar de wind ver
achter geplooide gordijnen raast.

Een huis uit rommelige kamers, souvenirs uit
landen vol paspoortstempels, een geel doekje
hangt uitgeput om de hals van een kraan
houten planken krommen zich krakend een
trap naar een kamer met een raam en het kleinste venster
op het grootste landschap.

Eens kijken wat de wind zoal doet.

rei in rijen van 4 – {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

rei in rijen van 4 - {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

rei in rijen van 4 - {{{ïe-e-ïet-e-iët-e-ïet-e-iets}}}

fout in de oorlog – hans mellendijk

En dan uiteindelijk
die leeftijd bereiken.

En erkennen dat je
fout was in de oorlog
van Cliff versus Elvis.

Daar mee leren leven.

En dan veel later
het inzicht dat, dat
verbazingwekkend
niet telt voor de 1
minuut 54
van Dynamite.

Minstens goed voor
de Nobelprijs
Kort maar krachtig.

in mijn hoofd – gritter

Het gebeurde in mei
De struiken bloeiden, het buiten lonkte
Grootse plannen in een voorlijke lente

Maar je ogen riepen angstig
Radeloos, de richting zoek
Je had het einde al gezien

Die nacht kwam de stilte
Dat onmetelijke niets, enkel de leegte
Het lijf verkrampt, de ziel verdampt

Sinds die tijd, sinds die nacht
kijk ik om me heen
Een glimp, een geluid, een gevoel

Maar ook al ben je nergens
Niet op aarde, niet in die hemel
Dan toch zeker in mijn hoofd

Blijf daar lief, zolang ik leef
Want in mijn hoofd ben je veilig
Geborgen, dicht bij mij

Word je bang, dan zal ik je sussen
Ik zal je wiegen, troosten, strelen
Precies, zoals jij dat deed

a night in tunesia – marten visser

ritme sprankelt flonkert tintelt
als een wellustige golf
door mijn bezwete lichaam
welke zich verhult
in een plakkerige smoking
die te krap aanvoelt
en als toegift een herinnering loslaat
van alcohol en sigaren
maar voor deze gelegenheid gepast stijlvol
hoe anders zou ik recht doen
aan de muzikale slang
die mij wil verleiden toe te treden
tot de zoete magische wereld
welke vannacht ligt verscholen
in de lokkende tuinen van Tunesia
mijn trombone loopt, schuift, vliegt
leeft een eigen leven met de akkoorden
wiegend sta ik op de top van een vulkaan
de lava stroomt door mijn pulserende levensaderen
man, groove,soul,life, this is jazz
A night in Tunesia

cuby in concert – gronama

De zaal lacht, bruist, suist, op en top hot
verwachtingsvol wachtend op de blues
die weldra ontspruit aan de loden strot
van mister blues Cuby Blizzard himself
aren’t we ready to dwell in his hell.

Stem is brul, loeit, beukt zich een weg
naar binnen, niemand ontkomt ook al
zou men nog ergens willen ontkomen
achter de storm ontwaart men nog net
rotsvaste Harry, black t-shirt, black pet.

Diep in het duister zoekt Erwin’s gitaar
gierend, tierend, klierend naar de climax
maar steeds als men denkt dat die komt
dan komt het nog niet, teveel verdriet, zijn
klagende, jagende snaren vinden het niet.