* – serpil karisli

Words, words, words
Een boel weze letters
Zinnen maken is betekenisloos
Iedere taal mij vreemd
Een schip dat strandt in de golven
Voordat hij de haven bereikt
Een verlaten stad
Een verbannen pen
Is taal

Had ik maar niet de beperking van vertellen
Dan zou ik je bereiken met kleuren
Ik zou licht zijn en jouw huid strelen
En verhalen verbeelden in de lucht
Rennend in een wind
Zou ik jou aanraken
Een nacht zou ik zijn
Soms een maan zo nu en dan een ster

Was er maar geen afstand
Dan zou ik smelten in je huid
En vrijen met je geur
Ik zou een stem zijn
Een fluistering in je oor

onkenbaar – mark opfer

Dingen moet je vaker ondergaan.
Men noemt dat ouder worden.
Ik zeg rioolpijp
want dingen zie je nooit een tweede keer.
Dit is een leugen.

Geen enkel oor zit zonder antwoord.
Zandwoord.
Bij de haven staan meccano paarden
te wachten op het voer van legoblokken.
Dat is minder kinderachtig dan het lijkt.
Krachtig.
Brugwachters steken hun lans omhoog.
Hier hoeft geen tol betaald.
Althans, niet fysiek.

haven – marc robbemond

In de haven draag je een jas voor
in de haven, in de binnenzak
de vleugels van een roofvogel,
de tanden van een wolf

een batterij voor je horloge
koop je in de kiosk van de haven
met een nieuwe krant ‘s ochtends vroeg
je wijst naar de zee dat is een container dat is een hijskraan
dat is je vader nee dat is een schip nee dat is je vader.

kopstation – niels blomberg

Ik ben het eindpunt
stootblok waarop je
zoektocht te pletter loopt
Raap je bezittingen
bij elkaar en stap
uit

Ik ben het nooit beloofde land
Leg je rusteloze hoofd
in mijn moederschoot
Hang je kleren in mijn kast
strijk de reiskreukels
uit je feestkledij

Ik ben de ankerplaats
veilige haven en blok
aan je been
Wij dansen samen
op gepaste afstand
tot
jij bezwijkt voor de lokroep
van de eerste trein