op een kier – dio the cilany

halfopen deur; een beetje scheef
het vermolmde hout
van vijftig jaar geleden nieuw
en achterstallig onderhoud

de stapel witte stoelen
laatste tand
van een afgeschreven gebit

ik zit
en zie de momenten
ik voel
ze glippen uit mijn hand

glinsterscherf – tibbes punt

Van zicht ontnomen
riep ik naar een hand die zocht.
De wind roept en brengt.
Nu dwaal je hier rond op verloren momenten
houdt op tast de deur open voor water wat niet stroomt
maar een begin klopt in mijn tenen.
Zes jaar diep verdronken op een foto dwing
ik mijzelf nog steeds niets af.
Klamp vast aan twijfel en ik kan wel
koorddansen als mijn hoofd maar eens de grond
zou laten.
Probeer je een vreemde te laten zijn.
Maar
zodra jouw
dwalen
voelbaar is
wil
ik
in
je
armen.
Stukjes zielenspiegel draag ik met mij mee
als doekjes voor op wonden
er heerst hier oorlog weet je
dus blijf
blijf…
al is het maar in een zoekend moment.
Dan geef ik je wat glinsterscherven
die pijlsnel door je bloedbaan schieten.

* – dio the cilany

ik ben van knekeldonkere rozen
en bloedgevaar op de grens van schemering
als het deksel van mijn ziel wordt geblazen

daar strijk ik zand in je haar

jij neemt mijn hand niet eens
maar plaatst vingerafdrukken in je hart

draait straatlantaarns in
versponnen spiralen
alsof rode stormen langs het distelpad

zo onbedaarlijk

wasdag – kate schlingemann

je kijkt al spannend
hier ligt niets voor de hand
of het klopt al vol verwachting

jij bewaart de afstand
in een doosje dat je met een duim
aan zet, uit knipt

onverstaanbaar wat zij zegt
of wat zij vindt, dat naakte lichaam
achter glas in drie primaire kleuren

het is nog lang geen tijd
het is alleen maar langer licht
zelfs de zomer moet nog gebeuren

de strandjutter vindt een pink – delphine lecompte

De kaarsrechte strandjutter vindt een lelijke pink
Hij laat de pink links liggen
Even later vindt hij een poppenkastgeit
Wat een vondst
Zo’n geit zal zijn zieke dochter vast en zeker opvrolijken.

De strandjutter heeft het bij het verkeerde eind
Zijn dochter wordt nog somberder wanneer ze de horens ziet
Hij had de pink moeten oprapen
En de geit moeten negeren
Maar hoe in hemelsnaam negeer je een poppenkastgeit?!

De zieke dochter van de strandjutter zegt: ‘Ga terug naar de zee,
Waardeloze vader! Ga terug en zoek een pink om mij blij te maken.’
De kromme strandjutter gehoorzaamt zonder misbaar
Hij zoekt tot de zeesterren op Russische sleden gelijken
Hij valt in slaap en droomt van Russische zeesterren in koetsen.

Tijdens zijn droom wordt de strandjutter benaderd door zijn zoon
Zijn zoon is kwaadaardig genoeg om een mes bij zich te hebben
Zijn zoon is ook nog slecht genoeg om de pink van zijn vaders hand te kappen
Maar hij beheerst zich voorlopig
En schudt zijn vader ruw wakker.

De zonsopgang probeert zich te vermannen
De vermanning is geslaagd
Het belooft een hete dag te worden
De strandjutter vraagt aan zijn zoon: ‘Wil je mij helpen
Een pink te vinden? Je zus heeft een pink nodig voor haar genezing.’

De zoon van de strandjutter hakt de pink alsnog van zijn vaders hand
Iedereen is blij van de pijn
En de poppenkastgeit wordt verbrand met bombarie.

gedicht voor een dood meisje – maaike klaster

Zwart leer omringd door
stilstaand rubber.

Wij zoomen in.
Dit zijn haar schoenen.

O meisje,
o meisje toch.

Hier heb je een hand en een
pen. Wat zal ik zeggen?

Het is zulk warm weer,
een laken is voldoende.

ochtendgebed – harry m.p. van de vijfeijke

Heidens is het, grif geef ik het toe,
mijn ochtendgebed.
Te duister mijn begin.
Traag uit de sluimer zoek ik
de verzoening met jouw kruis, beeld
mij vormen van aanbidding in.

Mijn hand, het eelt nog zacht
van een gladgebeden rozenkrans,
streelt elke dagbegin profaan
mijn blij en droevige geheim.

Een dag richt zich op,
ik zal prevelend aanwezig zijn.
Dit is mijn lichaam,
waar ben jij?

epiloog – maaike klaster

Hij hield de herfst in zijn hand
  en streelde met zijn dorre vingers
rimpels op mijn water.

Ik houd mijn hart vast,
  breekbaar als een nagel.
Dag herfst, dag hand.

nana – tijl nuyts

Je stuurt me brieven
met droge bladeren
van je sinaasappelboom

Ik ruik
het stof, de wind, de zomer
in de enveloppe

Dartelt je hand nog,
je gom en je potlood
vliegen elkaar in de donkere haren

Je land spiegelt
als een roestige munt in het water

Het schorre gefluister van
je sinaasappelboom
vertakt zich voor mijn ogen

Je hangt de zinnen in de withete zon
te drogen
kleurige wasknijpers klemmen
flarden wereld aaneen.

XII – jan holtman

nu ik hier zit, mijn hand tegen het glas
jouw hand, je nagels gelakt, je kus

je haren geurend naar buiten
de warme thee

met ingehouden adem – jos van daanen

In dit gedicht ga ik geluidloos verdwijnen,
allereerst zak ik tot mijn kin weg tussen de regels
om dan kopje onder te gaan in het diepere wit.

Als ik eenmaal onder ben, kijk ik weer omhoog
om te zien hoe het balletje van jouw pen
blauwe golfjes trekt over mijn verbaasde blik.

Ik lees in spiegelschrift mee en begrijp je niet,
volg je hand tot aan het puntje van je zin
en drijf al klauwend weg naar open ruimte.

xx – jan holtman

geen haas of ree verscheen
aan mijn alziend oog

wind is meer dan
verplaatsing van lucht

een hand
die werd gemist

winter – maaike klaster

Ik zou een deur in de zon willen zijn
met sneeuw op de stoep, aan het eind van een wintermiddag.

Daar zou ik het voorbijgaan zien van wandelaars, fietsers, licht, de tijd,
terwijl ik blijf staan met schemer binnen raakbereik,

het kraken horen van bevroren water, van mijn eigen hout in de kou
en het niet erg vinden dat ik krimp en het niet erg vinden dat ik kraak.

In de verte zou ik de voeten zien die thuiskomen bij mij,
traag van vertrouwen in mijn richting lopend.

Hen zou ik verwelkomen met mijn knop in hun hand.
Zij zouden mij openen en naar binnen stappen,
over de drempel naar mijn warme hart.

brief – stien van de wal

begrijp het volkomen,
een verzinsel dat betekenis
niet kent, weemoed en
leeg onverschil verheft
tot onware klanken

een balpen van de Hema
armetierig in jouw hand
vervuilt slecht papier
door verdichte gedachten
van lelijke tekens

goedkope inkt
vraagt geweten

de parasiet – enrico lommerte

in lommer bekommerd de lommerd
zich domme drommen die brommen

hij is een afzetter
die profiteert
één vinger
wordt
een hele hand

eens was ik er ook
“wat bied je me hiervoor?”
hij zette zich af

het staat nu nog
bij mij in de boekenkast

pass the dutchie on the left hand side – maaike klaster

Arie, Dinand, Colin, Ali, als hier een ronde tafel stond,
dan zouden jullie nu samen zitten te kaarten. Met aan
de kant van de dames: Angela, Anouk, Anneke, Tjitske.
Vergis je niet, die bijten ook als het moet, slikken niets
voor zoete koek. Laat ze maar lachen, die labbekakkers,
jullie zijn het Hart van Nederland.

london, 1994 – maaike klaster

Krijtstreeppakken strijken, overhemden met een vouw in de mouw,
Engelse overzichtelijkheid. Als ik mij uitstrek, kom ik tussen de
vloer en het plafond klem te staan. Met de Victoria’s Secret-slipjes
van Madam nog in mijn hand begin ik te lachen. Deze streek leveren
ze mij niet meer, mij in een oude, Victoriaande kelder verstoppen!
De radio staat aan, op Radio One of Classic FM. Als je mij vraagt
Brits te praten, dan doe ik het.

Ik was achttien en au pair, streek in mijn eentje de borstzakdoeken
van de Heer des Huizes glad, en de tijd stond net zo stil als ik wilde.

Waarom zou je een meisje al jouw schone was laten opvouwen?
De kuren van een getrouwde vrouw in een huiskamer die voor
haar eigen kind verboden terrein was, maar waar ík uiteraard wel
mocht komen. Op maandagochtend zat ik op mijn knieën voor de
open haard om de verbrande kolenas net niet op de vloer te vegen,
nam ik altijd mijn cassetterecorder mee, bepaalde ik zelf waar ik
was en dat het eigenlijk wel meeviel.

berichten – jan holtman

X

wie iets zoekt, heeft het meestal
in de hand of op zijn hoofd

een ballpoint, een zonnebril
of boter

sukkel. – martin m aart de jong

Gisteren schreef ik het nog bij mijn
zelfgezette koffie. Lepeltje erin
en roeren maar. Ik loste alles op
tot het werd uitgewist in het digitale
water van het virtuele net. Ik had niet
eens geknikt ofzo. Verkeerd gemikt met
knoppen. Ik zag mijzelf niet. Een kind
zou het veel beter kunnen. Ik moet ook
weer gaan schrijven met de hand. Kroos
zien als het letters zijn geworden. Wak
hakken in de woorden die ik kies als
“lissen” “handen” en gaan bloeien met
verstand.

verhalen van de derde etage – maaike klaster

1.

De zee is er bijna.
Zie je!
Er zijn vliegtuigpassagiers die het water al kunnen zien liggen.
Wij zien hun kerosinestaart, zwaaien de piloot gedag:
Dag meneer in de cockpit daarboven!
Hij laat op die ene witte streep na ons uitzicht blauw achter.

Wij wachten op de zee, die nu bijna hier is,
het strand door de wind vooruit heeft laten blazen.
Nog even en we duiken vanaf het dak in haar onbezorgde golven,
wrijven de slaap uit onze ogen, de laatste korrels van Klaas Vaak,
groeten de morgen.


2.


VENICE BEACH

 
Alles is omgekeerd.
Gisteren ligt voor me als een geïnverteerde woestijn -
nergens zand te bekennen.

Op t.v. zie ik L.A.,
die oceaan, die zee, de kustlijn die altijd een film blijft

en ik wil in dat water zwemmen, uit golven opstaan,
mezelf op het scherm tevoorschijn zien komen,
aan land gaan, in haar beloftes baden,
dromen achter me laten, alles waarmaken,
vanuit de stad het strand zien liggen en
nooit meer om zand hoeven vragen.
 
 
3.

Shampoo tussen mijn haar en hand.
Het parfum verdampt,
een vleug van een droom uit mijn jeugd.

In Italië op het strand
met mijn handdoek bijna in de branding
en de geur van zonnebrandolie op een gebronsde huid.
Dit is hoe vrouwen in bikini ruiken
als zij iedere dag in zonlicht baden – en de zee ruist.

Hier sta ik op een granito vloer
met de zee weer aan mijn voeten.
Het water dat langs mijn roze huid stroom, schuimt
en ik weet dat het niet te laat is,
dat er een branding in mij huist.

slaap moeder slaap – b. vogels

nu ruw aan hersendraden
de resten van uw leven
warrelen als een wiegelied

nestelt zich het kind gewillig
meegaand niets meer aan de hand

uw ogen wachten op een zucht
van enkel nog herinnering

koorts – stijntje van der wal

na vier dagen viel ik uit
een weerbarstig bed,
stond plots in een labyrint
peuterend aan watermuren.
schreeuwde naar schelpen
en wonderlijke wieren, want
instortingsgevaar loerde.
het regende in mijn hand
levenslijn rivieren braakten
zilt zure golven, terwijl
schapen sneuvelden op de dijk.
wazige witte lijnen trokken
langs zinderende rode luchten,
iemand bracht de maan
liet sterren achterwege
waardoor willekeur bleef.
alles kan gezegd zonder tong
alles kan gezien zonder oog
alle blatende beesten
pasten in een blauwe emmer.

zoals de kat – kate schlingemann

Je legt je vinger op de foute plek
hoe je dat doet, zo precies en hoe je
hele hand precies zoals de kat
zich wast in onschuld altijd
mijn haar voor haar terugplakt, je
nagels scherpt aan de matras

Juister zou het draven zijn van je
vingertoppen over vel of jezelf
inwinden als een nachtvlinder
in de holte op mijn buik, ik zal

meer ezelsoren vouwen in de hoeken
van jouw hoofd, jij mag nooit vergeten
dat het beste nog moet komen

nummer b 0698 – hanny van alphen

laat zijn tranen over Poolse akkers lopen
bijtende kou kan hij verdragen
maar nooit, het snijden
van stilte
in voetstappen die vertragen

weer ziet hij de barakken
waar zijn ziel werd vermoord
en waardigheid verkracht
hij brengt zijn hand naar de borst
zijn stem stokt, ze stalen mijn naam
ik werd nummer B 0698

dode woorden praten niet – enrico lommerte

ik ben dood
en kijk je aan
mijn praten
dringt niet tot je door
de tere zoen op je lippen
niet gevoeld
hand in hand dromen
je loopt weg
de tranen in je ogen
sporen mij aan
ik struikel maar
haal je bij
zie je schrijven
en van over je schouder
lees ik mee
de woorden
dringen priemend in mijn ogen
branden zich
als eeuwige imprint
- ik ben dood
en kijk je aan
deze woorden lief
dringen niet meer tot je door
gestorven woorden -
ik voel je hartslag niet
maar je schrijft
dat wat ik vergeten was
ik ga
kom je weer tegen
ooit
leef nog even

afrekening – bennie spekken

geef ons heden
onze dagelijkse
onbestaanbaarheden

ons dagelijks
onbestaanbaar
heden

dat ik sta te dromen
aan de lopende band

dat ik rood moet staan
tegenover deze ogen

vol ongeduld
uitgestoken
hand

tastend in de leegte
van mijn zakken

lieve kassière
spaar me

zie dit brood
deze misère

hier is mijn lichaam

ontmoeting – bennie spekken

hoe fluistert een jongen
bang en ontroerd
oog in oog met een reebok
hoe bestaat het

zwak zaklamplicht op het pad
bezaaid met naalden
werkt de betovering
nog meer in de hand

en wie gaat er het eerst
aan de kant

de avonden II (tweede versie) – debby visser-neale

Hij neemt haar mee naar
zijn hotel, daar ligt ze
op het laken
voorlopig aan
het kruis genageld tot
zijn tijd is gekomen

ze streelt zijn intieme delen
en maakt hem vleugel lam
hij heeft haar met zijn hand bewogen
is daarna naar zijn vrouw gegaan

caféwaarts – hans van willigenburg

voor Nachoem M. Wijnberg

Er was het één en ander aan de hand.
De details heb ik nooit willen weten.

Maximale ruimte om te theoretiseren, eiste ik.
Daar hoorde geen reizen bij vol vreemde feiten.

Ik zat op mijn kruk en dronk en dacht hardop.
In de vele pauzes stond mijn denken doodstil.

Er werd nooit gegaapt en niemand viel in slaap.
Mijn hypotheses hingen net te los om weg te soezen.

Bij het afrekenen was er een hechte eenheid ontstaan.
Waar niemand het meer begreep, hield iedereen halt.

Onnavolgbaar zorgde ik zo voor onmachtige eendracht
die niets bevatte om over na te kaarten.

Toffe ondergrond om vorstelijk op te ronken.

de avonden II – debby visser-neale

een bed
en daar lag ze dan
voorlopig aan
de lakens genageld
ze streelde zijn intieme delen
en maakte hem vleugellam
hij heeft haar met zijn hand bewogen
is daarna naar zijn vrouw gegaan