poëzietekening 21/05/2013 acg vianen

poëzietekening 21/05/2013 acg vianen

poëzietekening 21/05/2013 acg vianen

vorig leven – adriana kingma

Zelfs met spuug krijg ik
de veeg niet weg.

Van een tekening afgeschoten
naar twee kringen
die nog doorgaan met het feest.

Als ik mijn oor erop leg
hoor ik de vogels zingen

die in deze tafel woonden
toen het nog een boom was.

van mij – adriana kingma

Met mijn ogen dicht
en mijn vingers in mijn oren
loop ik de drukke weg op.

Als ik ongedeerd de hoek omsla
staan er honderd bloemen
hard te roepen in de tuin.

Niemand weet dat ze daar groeien
omdat er in de grond
wel vier konijnen liggen.

Daar bij dat huis
waar nu vreemden wonen.

De vloeren zijn er aangestampt
met mijn eerste stappen

En boven ruik je mijn dromen nog.
Ook al hebben ze alles wit geverfd.

op een kier – dio the cilany

halfopen deur; een beetje scheef
het vermolmde hout
van vijftig jaar geleden nieuw
en achterstallig onderhoud

de stapel witte stoelen
laatste tand
van een afgeschreven gebit

ik zit
en zie de momenten
ik voel
ze glippen uit mijn hand

in de tuin – sabine van den berg

werkte ik
ik werkte
in de tuin
de tuin in

bolletjes
in grond
en water sprenkelen
op grond
het zaad
de wortels

de grote kastanje
had reeds gekiemd
wel driemaal
dus die kleintjes

plantte ik
in de aarde
de aarde in
kastanjeplanten
mogelijkerwijs bomen
wordend

in de toekomst
in de tuin
de tuin uit
uit die tuin
uittuinen

tuinieren
hovenier
hof
Eden

de wereld draait door – avm

Kijkbuis aan, kijkbuis uit

maandag
19:30 u
22:25 u

dinsdag
19:00 u
23:00 u

woensdag
19:45 u
22:15u

Donderdag
19:35u
22:20u

Vrijdag
18:55u
23:50u

Zaterdag
Zondag
10:15-0:45u

Had ik
misschien
toch beter
Iets met Passie
Of zo

jas van rouw – pallas van huizen

Ik draag je

op mijn schouders
over mijn hoofd
in mijn huis
achter mijn ribben

ik draag je

met veel tranen
veel eenzaamheid
veel afstand
veel pijn

ik draag je
ik draag je
ik draag je

laat je niet los

ik draag je
ik draag je

zolang ik kan

draag ik je bij mij.



YouTube: jas van rouw – pallas van huizen”

verschrikkelijk hart – c.p. vincentius

Het orgaan trilt, recht uit de borst gegrepen,
spontaan en vol emotie in de groep.

Wijd vertakt grijpen zintuigen en ledematen
naar ieders aandacht en medelijden.

Koppen blikken stil en fluisteren: ‘Schaamte
heeft het mens het nog niet geleerd.’

Haar wijsvinger en stem wijzen en dicteren;
wie niet met haar is, kan zich bergen.

Zij stoot en botst, butst opdoffer na opdoffer
en schramt al doende tot slachtoffer.

landstreek – c.p. vincentius

‘n Dag misdeelt denken in duister,
verlaat de controlepost in regen.

Links langs het kanaal veredelt
een fabriek ‘t vet naar behoefte.

Menig geroep uit het oeverriet
rimpelt schuim op het afvalwater

en laat het kolken in zwemslag.
Walm zegt de leek op het strand

en wijst naar lucht zonder stank
en hemelsblauw waar te nemen.

waar sterrenstelsels wolken – c.p. vincentius

In de keuze tussen dienstlift en brandtrap treden
of na het dichtslaan van een vierde portier;
zo verzamelen mannen jassen in de regen.

De auto mikt op het midden van de steeg
en zwenkt stoep op, wiebelt stoep af richting
blinde muur en personeelsingang van de fabriek.

Die wereld was toen zo oud, als ik nu jong ben.

Zonlicht of maneschijn, bij regen of sneeuw;
de aarde wentelt bijna gelijk aan gisteren

en verwacht dat wij, bij toenemende snelheid
ons staande houden, terwijl de sterren trillen
en koortszweet het onderlaken doorweekt.

Zodra een stuk uit de maan op plaveisel stuitert,
en wanneer wind van west naar oost keert,
duizelt het en kotsen zwervers in portieken.

Hebzucht houdt in grijstinten de natuurlijke glans
van illegaal, legt na inval van de duisternis
alom het noodzakelijke roet in neerslag.

groepsfoto – c.p. vincentius

We zopen vooraf de enige kroeg leeg
en liepen in bedauwde uren
onze allereigenste marathon in allengs
soepeler schrede en steeds
toenemende regen, hagel en tegenwind.

Na drie uur draf en vlak voor het hoera
en de hoempa van de finishlijn
waren de schedels vol van helder besef;
het nu kreeg waarde en telde,
zo bleek de volgende morgen ons eerst.

Vervolgens wisten de koppen op de foto
elke twijfel en elke angst weg,
al kwam eenzaamheid amper ten tafel.

Het bestaan bleef immers voortbestaan,
zolang anderen het kiekje zagen
en koppen vol zweet wilden herkennen.

stromingen – c.p. vincentius

Aan de oevers van de volksaard drijft
de bastaard tussen het riet en zucht:

‘Ik ben al met al meestal het meest
benevelde onechte kind en beweer
met de richting van kreten mee naar
de draaikolk van emoties te drijven.

Zo ben ik één met stromingen en voel
me weggezogen met het gedobber
van al het andere wrakhout rond mij,
die eigen splinters weigeren te zien.’

voor altijd loos – kate schlingemann

wat moeten we hier nog meer in zoekgeraakte hoeken
op tussentijdse grond terloops bij eb of vloed dan vloeken
wie houdt zijn handen thuis, hangt met kindontgroeiden rond
wie knoopt de lakens lang genoeg alsof wij al ongezond
hun blokken zijn aan been, wie maalt om ons, en komt op deze dag
ons niet met afgewende blik gedogen, nu we zelfs in boeken doven
en het binnenleven niet meer gaat, als we van alles niets meer mogen
buiten deze staat, naar zee zouden we wel willen, wij die niet te peilen
diep tot op het bot en laatst de zoute meisjes bleven

glinsterscherf – tibbes punt

Van zicht ontnomen
riep ik naar een hand die zocht.
De wind roept en brengt.
Nu dwaal je hier rond op verloren momenten
houdt op tast de deur open voor water wat niet stroomt
maar een begin klopt in mijn tenen.
Zes jaar diep verdronken op een foto dwing
ik mijzelf nog steeds niets af.
Klamp vast aan twijfel en ik kan wel
koorddansen als mijn hoofd maar eens de grond
zou laten.
Probeer je een vreemde te laten zijn.
Maar
zodra jouw
dwalen
voelbaar is
wil
ik
in
je
armen.
Stukjes zielenspiegel draag ik met mij mee
als doekjes voor op wonden
er heerst hier oorlog weet je
dus blijf
blijf…
al is het maar in een zoekend moment.
Dan geef ik je wat glinsterscherven
die pijlsnel door je bloedbaan schieten.

mijn poëzie – wim de roo

De ochtend begint

langzaam mijn poëzie te ontsteken

in zacht sluimerende ruimte met snurkende hond

en in de hoek het gepruttel van koffie

achter de ruit breekt de hemel

zich open in wolken

en schichtig

héél voorzichtig

begint mijn poëzie

de ochtend te schrijven

verraderlijke woorden – wim de roo

Zodra ik mijn verzet tegen negatieve woorden
loslaat, lossen ze op –

net als dat: zodra ik mijn vlucht voor vluchten
staak het zal vervliegen

u ziet: zo kan het nooit meer fout,
niets is nog complex, of zwaar
maar… zodra ik dit besef

wordt het plotsklaps

moeilijk? –

Nee, nee, niet moeilijk! Want ook dat blijkt

weer zo’n verraderlijk woord

dat het wordt zodra je het denkt

onlosmakelijk – dio the cilany

wanneer het hoofd soms even opzij zakt
dan weten we dat geluk een horizon kent
even recht als gebogen

als wij elkaar in de armen nemen
vermoeden dat het goed komt
ook zonder zoals daarvoor

het eerst overal groen is en bloeit
zelfs ontworteld op dood hout
houvast vindt ogenschijnlijk in niets

geeft het dan nog iets
of staat alles stevig overeind

moederdag – sandra v.

voorspeld is er
nattigheid

maar dit heb ik
totaal niet voorzien

komt dochter met schaal
onze slaapkamer binnen

m’n man z’n hooofd
rolt er net niet af

zegt ze zo
hoeven jullie ook
niet meer te scheiden

schijnt namelijk pijnlijk en lastig

met de kinderen en zo…

manke nachten – dio the cilany

nog één gelaarsde ronde

retegaaf regelen strakke biezenaren
streefdata voor nachtgespuis met wijdopen muilen
zo een nicht met neveneffecten analen klieft

daar staan ontriefde pederasten onpas te krassen
als raven hun veren laten vallen op de vlucht
naar het rulle nest leegt de man van draaimuziek
zorgvuldig bijeengeschraapte koralen in het aalmoeskabinet

het is te rusten

struik in je onderbuik – janine jongsma

Ik heb niets met dichten in hoogdravendheid
Pleur op, met je weeïge zeegezicht
Je uiten in elitaire verhevenheid
Bij de eerste zin raak je me kwijt

Ik wil door echte jongens worden bemind
Schaamteloos bij de strot worden gegrepen
Puur en rauw in één klap worden vastgepind
Door datgene wat mij met de dichter verbind

Dus rot op, met je wazige woordgebruik
De toverhazelaar plant gewoon regelrecht
Zonder geurende bloemenknopjes in ontluik
Een snoeiharde struik in je onderbuik

reservetijd – janine jongsma

en als je mij hebt doorgrond,
weet dat er daarna niets meer komt
wat jou nog verbazen zal in mij

jij mijn restwaarde afschrijft
waar ik liefheb in ons trouwboekje
geen beroering meer voelt

aan de andere kant van ons bed
waar ik al jaren niet meer kom
je mij plichtmatig welterusten wenst

verval ik in het stilzwijgen van ons huwelijk
onder de noemer “houden van”
tot een obligate kus bij gelegenheden

was ik de vlekken uit je onderbroeken
stel ik louter retorische vragen
en serveer onopvallend je lievelingskost

om de aandacht voor die halfdode vrouw
in dit krankzinnige instituut
maar niet op mij te vestigen

asielzoeker – berrie vugts

door
gedraaid
klem
gezet
door
gesmeerd
in
gevet
door
gelicht
uit
gezet

mijn coach spreekt bemoedigend van een trendbreuk – hans van willigenburg

ik ben vrijwel voortdurend bezig mezelf te verbeteren
en al kan ik niet exact vertellen wat ik aan het verbeteren ben
of hoe
het feit alleen al dat ik er vol overgave aan werk
en dat al mijn concentratie bijeen is geraapt rond dat ene doel
en het bijeen rapen van die concentratie zonder twijfel mijn eigen verdienste is
kan hoe dan ook als verbetering worden betiteld ten opzichte van alles daarvoor
toen ik nog wel eens half om half uitwegen verzon
onberedeneerd een herfstblad van de grond raapte
lachte
grapte
wenste dingen belachelijk te maken vanuit de onderbuik
met een gevoel van triomf zo kort
als een inzakkende schuimkraag
waar geen progressie van welke soort ook
in aan te wijzen viel

maar nu…

nu ben ik elke dag hard en opgepompt
onderweg naar een betere versie van mezelf
die bochten en kruispunten nadert met nog minder schrik
ferm een koers kiest
de mond als een streep
de kaaklijn vooruit geschoven
de humor als een weliswaar aantrekkelijk
maar al met al uiterst contraproductief systeem
van gesublimeerde aarzeling
naast me neer gelegd

de berekenende kant van een artiest mag ook wel eens onder de aandacht worden gebracht – hans van willigenburg

ik hap blijmoedig naar adem
want ik weet dat wat ik ga zeggen
vijftig procent schokt
de andere vijftig procent oplucht
‘welke tv-programma’s doen we?’ vraagt mijn manager
allemaal willen ze weten of ik het meende
of ik de geschokte vijftig procent haat
(en zo ja waarom)
of ik de opgeluchte vijftig procent omarm
(en zo nee waarom niet)
terwijl ik onder studiolampen vecht tegen de slaap
en op de rand van pure desinteresse
mijn provocatieve repertoire afwerk
stromen nóg meer verzoeken bij mijn manager binnen
‘nog twintig tv-interviews en je hoeft nooit meer wat te zeggen’
rekent hij voor
‘als ik de steen nog wat harder in de vijver had gegooid waren het er minder geweest’
mijmer ik
 
geen rekening houdend met mogelijk nog te volgen doodsbedreigingen
opstootjes
prominente landgenoten die hun positie kiezen
en daarmee mijn uurtarief zomaar verveelvoudigen zouden kunnen

waarom mag je niet vinden dat het geen zin heeft je op te vreten over de vraag of het ooit gaat werken? – hans van willigenburg

het maakt niet uit wat ik doe
als het maar uniek is
en ik erin blijf geloven
kan het niet anders
of er komt een moment
dat het ontdekt wordt
en de hele wereld het wil zien
het heeft geen zin te piekeren
wanneer en of het zal gebeuren
dat unieke
afdwingen kun je het niet
wie zegt dat achter de geraniums zitten gapen
niet de ideale opmaat is?
wie?
nou…?

‘vooroordelen’
mompel ik

‘gemakzucht’

poëzietekening 07/05/2013 acg vianen

poëzietekening 07/05/2013 acg vianen

poëzietekening 07/05/2013 acg vianen

waar was je – janus duprie

door het park loop ik
richting huis

net voor de maastunnel
belt mijn moeder

of ik het al gehoord heb

pim fotuyn

uitzicht – jan holtman

hoe zou het zijn om een kinderkeeltje door te snijden
in naam van de liefde of een kussen op een mondje
te drukken en na wat epileptische bewegingen van de
voetjes het raam open te zetten voor het uitzicht

blue socket bird – tibbes punt

Er rust een vlinder op je spoor
ogen die het zwartste strelen
haar vleugels in je zij
voor een seconde
denk ik
dat ik een vlinder ben
maar mijn pootjes dragen
blauwe stopcontacten
ik hip wat rond
drink water
weet dat april zich zal
herhalen.

stilte – tibbes punt

Hij vertelt over stilte
vertaald door haar
hoe een kosmos ontstaat
uit een gebaar
geur
kleur
geluid
gemin
een stilte zo onbedacht
dat ik wel moet geloven
dat tijd zich laat schikken
als zwijgen doorbroken
ruimte maakt
om stil te zijn.