politiek III – nathan delfius
die met de minder
betrouwbare gezichten
zijn de besten
aan de onderhandelingstafel
slepen kosten wat het kost
alles uit het vuur
die met de minder
betrouwbare gezichten
zijn de besten
aan de onderhandelingstafel
slepen kosten wat het kost
alles uit het vuur
gezichten achter glas
ansichtkaarten
als vlekken op het behang
tulpen in een vaas
patience
en de klok
die het vertikt
daar is het licht
dat steen voor steen de straat beklimt
water beschijnt en druppel na druppel
verdwijnt het zicht op de put
elk hoofd weerspiegelt
als een gerimpelde Narcissus
voordat zij steels verdrinken in zichzelf
en sleets gezichten omranden
daar verliezen wapperende bladeren
hun kleuren in handen
die het venster bestieren
je mist geen treinen. Je veegt de slaap uit je gezicht,
maar mist geen treinen. Waar deze trein naar toe
mag gaan dat weet je niet. Je kent de namen,
de gezichten niet van mensen om je heen je ziet
geen tranen. Het is een vreemde treincoupé
het lijkt zo wel alsof ze vee hier hebben laten
slapen. Waar deze trein naar toe mag gaan
dat weet je niet. Je kunt het vragen, maar
dat durf je niet. Je denkt aan hoe je wakker
werd vannacht, je lag te slapen. Er werd niet
eens eerst aangebeld, er werd geschreeuwd
en met geweld werd je je met je moeder,
vader en je zus een auto ingeladen. Waar
deze trein naar toe mag gaan dat weet je niet.
Niemand heeft de kaartjes, of vertelt je iets.
Klasgenoten. Facebooks uit een verleden toekomst
toen we nog wisten wie we later gingen worden.
Je herkent gezichten waar geen naam aan herinnert,
of andersom. De meesten zijn ook heel veel dikker.
Ze hebben kinderen die ze nooit zouden krijgen.
En werkroosters uit industriële productietijden.
De rector met zijn eeuwige Barbie-Ken glimlach
die jou opnieuw betrapt met een sigaret.
De leraar die zei dat je zou kunnen excelleren,
maar ‘enig besef van richting’ totaal ontbeerde.
Ze hadden gelijk. Je bent de weg hier kwijt.
De bel gaat. Gillend ren je de school weer uit.