onlosmakelijk – dio the cilany

wanneer het hoofd soms even opzij zakt
dan weten we dat geluk een horizon kent
even recht als gebogen

als wij elkaar in de armen nemen
vermoeden dat het goed komt
ook zonder zoals daarvoor

het eerst overal groen is en bloeit
zelfs ontworteld op dood hout
houvast vindt ogenschijnlijk in niets

geeft het dan nog iets
of staat alles stevig overeind

gevallen dag – vincent corjanus

Nu de dag van de trap gevallen is
en de gebeden verleden zijn,
Zwaait een engel vanuit de hemel.

De dag is kapot gevallen in stukken
daar onderaan de trap.

Pijlen in een brandende roos.

Het sterfbed van het geluk.

De bijna dood ervaring.

maalstroom – bert de kerpel

Als Pythagoras de aarde niet
bol had verklaard
kon ik nu misschien
lachend en bedaard
eraf stappen

bakken vol zorgen muilkorven
achterlaten voor nazaten
die mij met een ons geluk
niet achterna zouden zitten

ik zou m’n anker en m’n ego slaan
in Canada een beer verslaan
ter hoogte van Papoea Nieuw
Guidinges dan te water gaan

nu rest me slechts te rimpelen
in tijd onder te gaan.

schemer – danique corman

opgetogen gebaar bezorgt plaats om geluk te beproeven
Het geweten gedeisd houden door verbeelding
tastbare activiteiten verzonden door het leven
wordt ons ontnomen door de zondes van ons zijn
Ervaringen gewogen, openstaande keuzes
hoge ogen gooien

uit zieke geest – occludin

streptokokken lopen
moleculair irritant
door onze longen
door onze tranen

doelloos existentialisme
mogen wij graag doel geven

de geest gegeven maar
je strepto’s lopen nog
ze gaan naar een ander
van mij en kou naar jou

leven in al zijn hevigheid
verschijn, leef, verdwijn
luister nou eens goed
je weet hoe ik functioneer

asymptotisch richting geluk
jij bent mijn Y-as

just done it – andreas de withe

hervonden geluk
van vers gras
net gemaaid

gerookt met ondeugd
een kringel die niet
opgaat maar

naar meer
versmaad

het gaat er in
ritueel niet om wat

of

hoe je iets doet

dat je het doet
en dat het waus is

of in ieder geval
zo’n soort van richting

verliefd gedicht – jan holtman

(tuinfeest Deventer 2002)

jij, in engelachtige verschijning voor de dichter des vaderlands
met in je sproetige meisjeshanden twee glazen bier
één voor jou en het andere voor mij, terwijl hij je opnam
en ik hem, zag z’n duimen draaien, twee handen op de rug

en dan Jean Pierre met z’n Indische kookvriendin, de wijn
of erger, z’n mobiele telefoon en de sms berichten die hij mij
liet lezen, geheime vriendinnetjes in de stad, ik herkende dat
maar voelde mijn dichtersziel ver verheven boven de zijne

‘Trek je d’r maar niets van aan’, schreef hij in Onmogelijk Geluk
jij, de dood nog in gedachten, uitlopers van tranen op je wang
kuste mij en ik dacht: ‘Dit is geluk Jean Pierre en de nacht
zal jouw ogen eerder sluiten dan de mijne.’

momentopname – dio the cilany

soms heb ik het geluk even niet
een droge dag in de Sahara

weet hebben van oasen
doch enkel visioenen van haar fata morgana

dan wordt zand minder dan een obstakel
korrels ogen groter dan rotsen

zelfs luizen schieten zichzelf te hulp
hoop huist ergens op de grens van een mui

zoals eenzaamheid zichzelf bekruipt
verstikkend
als onder doorweekte dekens

resten gekerfde initialen nog van voor oud zeer

geroerd – jelou

Ik heb ze dichtgedaan
onze bevruchte ogen

ze liepen vol met water
en de kamer stroomde over

we nestelden de bank
de opgetrokken benen op
het droge

dit is geluk, dacht ik
terwijl de kat voorbij zwom.

de remise – ton kurstjens

In de remise van de ziel
is geluk stilstand van alles
wat ooit is geweest

niet wachten op signalen
maar de stilte vragen

niet de roestplekken tellen
maar de strepen in de lucht

niet gissen naar een plan
of zoeken naar de zin ergens van

Terug het donker in
de deuren hermetisch op slot
‘hineinhören in sich selbst’
In één keer zichzelf opbergen
In één keer grondig aanvaarden
In één keer de stilte snoeihard laten vallen.

voor iedereen – ton kurstjens

Ik wens je de stilte van oceanen
de zachtheid van babybillen
de lichtheid van een blad in de wind
en het geluk van een dubbeltje op z’n kant

ik wens je het gemak van het geloof
het gebed van de liefde en
de genade van wijsheid

ik wens je pleisters op al je pijntjes
zoete woorden van vrienden in beide oren
en de onverwachte geruststelling van een vreemdeling

maar ik wens je ook

de verwarring van verlangens
de hartstocht van onzekerheid en
het gewicht van teleurstellingen

ik wens je de golven van de zee
en de stilte van oceanen.

grensverlegging – anouk smies

Ik sta bij de deur
een oog van licht
zei je naam, zei
langzaamaan wentelen wij in
onze onschuldige staat

Ik ben gegroeid naar de zon
Men boog mij
waar het kon
Een paperclip mijn geluk
Ik buk als je slaat

Stap over een zoen
tot aan de einders van
ultiem
Soms kan ik je verdragen
bovendien

stille vriend – debby visser-neale

Ik jaag de vogels weg die jouw graf bevuilen
jouw naam staat er geschreven, mijn ogen neer
geslagen, met gevouwen handen blijf ik staan.

Jouw steen van blauw graniet doet me huilen
ik buk om dichterbij te komen
en zie hoe
vies, de vogel poep op alle zuilen,
zich ingevreten heeft.

Achter jouw steen een omgekeerde emmer, een
harkje en borstel voor de schoonmaak, een
gieter voor de bloemen, er zit modder op mijn
schoenen.
Ik ga wat water halen uit de kraan verderop
en geef jouw bloemen leven.
Jij was mijn geluk.

krijtspoor – anouk smies

Ik verzamel het geluid
van dom geluk
Ik hou van het klagen
als het zich rekt in de tijd

Van het hazewindhondenlijf
dat verblijft op 15 hoog
in het koudgelegde hoofd

Ik heb het al beloofd
toen ik kind was; te delen
maar velen kon het niet schelen
toen ik splinters geloof

beitelde uit spijt
Nu smelt ik met benzine
een gat om tot harnas

en sta zonder handen
in mijn witbestofte taal
volgroeid bij het leven in het krijt

cynthia – b. vogels

och
ik zit niet tussen haar oortjes
daar is muziek voor

ze heeft al de letters van een bloem
in haar naam gestrikt
zoals haar: kroonblaadjes
in een weelderige dos

en als ze loshangen
de oortjes
zoekt haar hand mijn vingers

geluk zit in zeven letters:
dertien
of hoog in de vijf van vader

een strakke hemel – diana hoogenraad

zonnige ogen
stoelen
vol blauwe muziek

vleugels trekken weg
parels
om ranke gestaltes

een eiland
in schok
van zoveel geluk

bouwkunst – hans mellendijk

‘Ik heb mijn onderwijs genoten in een Gerrit Rietveld.’
klonk het innemend, ruimtescheppend uit haar mond.
Kousenbenen, suggestief zwevend boven de grond,
flirtend, rood, blauw, geel. Puur primair geweld.

‘Ik heb mijn bouwmeester ontmoet in een Frank Lloyd Wright.
Daar bij die waterval. Horizontalen in het prairiegras.’
Woord op woord bouwend, drinkend uit haar Bauhausglas,
terwijl ze met haar wijsvinger spiralend door haar kapsel aait.

‘We verloofden ons in een Mies van der Rohe.
Kolomvrije wijdte, wat een licht en ruimte!
Met een glad glijdende ring overviel hij me.
Een dof zilveren ding, heel kies. Wat ’n mooie.’

‘We trouwden in een Willem Marinus Dudok.
Het best van alles, van beide niet genoeg.
Veel geluk en voorspoed. Lente voor de boeg.
Sneeuwstormend jawoord, ‘n kristallen kus op vlok.’

Ze nestelden zich in een Pieter Blom.
Weldra paaldansend verhouding gekeerd.
Uit het lood, ‘t maken van nesten verleerd.
Instortende nieuwbouw als hij haar beklom.

Ze ging werken in een Renzo Piano.
Uitgewoond, in volle vaart het leven tegemoet stevenend.
In één blik, ’n open kaart, de liefde welgemoed en bevend,
zinnend op ‘n volgende ronde Mikado.

‘Verder’…, fluisterde je me, op het late uur,
- het Hooglied dat je zong toen;
gulden snede en tongzoen -
‘heb ik echt werkelijk niks, met architectuur.’

demente wijsheid – rianne oosterom

Geluk?
Daar is het leven niet voor
zei ze tegen het huis
en tegen de papegaai
bezaaid met rimpels
in de stoel van eenzaamheid

Wat ze was?
Een onleesbare blik
met vergeten ogen
in een sluier van sigarettenrook

Geluk?
vervolgde ze: dat is niet de bestemming
Verlang niet
Dorst niet
Anders ben je veroordeeld tot
eeuwige teleurstelling

De bestemming is
je kruis te dragen

En ik?
Ik heb geslikt en haar Mara genoemd

klaaglied – hans mellendijk

Fffffhhhoei
in de vroegste ochtendzon

lamenteert
snerpend een imitatie.

Wist de weg.
Te vinden is een andere.

Het geluk
is solidair met fluitketel

en herkent
het signaal van ontwaken.

in limbo – bob elias

Als achter ons de poorten sluiten
strijken we neer een ieder zwijgend
het stroeve licht ons lot beklijvend
in dit godverloren oord
we trekken soep van oude botten
staren elkaar in starre ogen
het is alsof wolken vonken stelen
uit onze kruinen, wijd geopend
weigert de nacht de zucht naar sterren
en sterven gebeden op dansend vuur
van vers gevelde kruisen, zwelt
het suizen en al wat rest
is het geluk van duizend
spattende bellen

ongehoorde schilderijen – elize augustinus

schilderkunst - elize augustinus

10 gouden regels voor geluk – gerardus

Als je de 10
gouden regels
voor geluk aan
anderen door wilt
geven, is dat prima,
mits je

(auteur en bron)

er bij laat staan.

het is niet te geloven – joyce de badts

het is niet te geloven dat
de mieren in mij komen wonen

ik zei nog: het is koud hier
het tocht en de druk
is niet te verdragen
de buurt zult u zich beklagen

er is geen loof noch struik of bomen
het is geen leven, voor een mier

ik zag u onlangs uw kind’ren verzorgen
het was een druk soort geluk
u tilde hen op en dan wiegen
u kietelde hen

met honderden armen
toen sprongen zij op zo vrolijk

het is niet te geloven
dat zij

zo wonen
in mij

in de verte – bob elias

In de verte
achter een horizon
van traag licht

Ruist het lachen
van een kind
langs rijpend fruit

In de boomgaard
waar de rups
de appel mijdt

En sterft
voor het geluk
van een vlinder

alles is er – bennie spekken

ze loopt over
bloesem
lover

het rommelt
in de verte
(ik weer)

wat een geluk
hier is het
helder zegt ze

ik schuim
de melkweg af

er valt niets
te wensen

nc|c6h7(ono2)30 – hans mellendijk

dan de dag voorbij gevlogen
de trouwfoto’s
het gemeentehuis
de ringen aangeschoven
in haar ogen gekeken
het bekende cliché
eeuwige trouw
die liebe und das weh
dat kon nog vuurwerk geven
de huwelijksbeuk d’r in

gedachten bij het ijs
terwijl het fonteintje
sprankelend spetterde

het geluk
in zijn lief
haar buik

dan de volgende ochtend
als hij uit het raam staart
restanten van bruidstaart
het nieuws uit roombeek

dan tien jaar later het bericht in de krant
er zijn sterke aanwijzingen dat ijsfonteintjes
de oorzaak zijn van de fatale explosie
van de vuurwerkramp in enschede
dit onschuldig lijkend vuurwerk
dat in de horeca wordt gebruikt
om ijs en taart te versieren
bestaat voor 90 procent uit
rookzwak buskruit

nitrocellulose

in combinatie met zwaarder vuurwerk
gedraagt dit zich als de vernietigende
springstof die op 13 mei 2000 om
15.35 uur de woonwijk roombeek
wegvaagde en 23 inwoners doodde

hoe betrekkelijk weer
dat geluk kan beklijven

* – berrie vugts

ik droomde vannacht dat ik een gevierd schrijver was
een rijk oeuvre bij elkaar had geschreven, vooral veel

proza, een enkel toneelstuk, meestal een bewerking van
en met de poëzie kon ik met de besten mee. Ingewijden

bejubelden me of waren juist uitgesproken kritisch. Toch
spraken ook zij nog respectvol mijn pseudoniemen uit.

Op het punt door te breken ook bij het grote publiek
Stond ik, omdat ik zojuist mijn eerste thriller had af-

geleverd. Ik ging casual gekleed, ik zat aan bij links
Nederland waar ik de kots halfhoog in mijn wangen

een enkele Spaanse dichteres aanhaalde met zinnen als:
“mijn honden rukken rode kabels uit je gronden”. En

met links en rechts nog wat ge-ici voor de heren (vooral)
critici, die me minzaam maar geconcentreerd aanhoorden

was mijn hachje gekocht, mijn bedje heerlijk gespreid
Ik kon mijn geluk niet op, zelfs die ene, verwoestende

Meid, jij, beminde me.

enkelvoudig – martin m aart de jong

Zal ik haar schrijven morgen,
zeggen dat het toch niet lukt
dat ik gebukt ga onder zorgen
last van rijmdwang heb en als

ik buk dat ik dan de flarden
van een gedicht ruik in de wind?
Of zal ik aanbellen. Een rode bos
met rozen in mijn handen. Losjes

blozen. Stamelen over woorden
als “jij” en “de enige”. Of
zal ik schrijven dat het toch

niet lukt. Dat alles toch gewoon
blijft zwijgen. Dat dat juist dat,
dat dat geluk.

seizoenen – sil darius

In de lente van mijn leven
zal ik nimmer door te streven
op zoek gaan naar geluk.

Bij mens en dier en de natuur,
met open blik en zonder vuur,
want al het kwade is vergeten.

Als de zomer is gekomen
met lange dagen in de zon,
koester ik het reeds gevonden.

Geniet van zoete dromen,
totdat herfst ze meeneemt,
als blaadjes aan een boom.

Door de winter zal ik slapen
en niemand zal me vragen;
ben je bang voor wat er komt.

verbonden – sil darius

Als ik je weer zie
maken we een praatje,
dat stemt me altijd blij.

Want weet je,
ik herken mezelf in jou,
dat blijft me altijd bij.

In ons samenzijn
delen we geluk en leed,
ben ik even niet alleen.

Waarmee ik wilde zeggen;
je bent een prettig mens,
we komen overeen.