reservetijd – janine jongsma

en als je mij hebt doorgrond,
weet dat er daarna niets meer komt
wat jou nog verbazen zal in mij

jij mijn restwaarde afschrijft
waar ik liefheb in ons trouwboekje
geen beroering meer voelt

aan de andere kant van ons bed
waar ik al jaren niet meer kom
je mij plichtmatig welterusten wenst

verval ik in het stilzwijgen van ons huwelijk
onder de noemer “houden van”
tot een obligate kus bij gelegenheden

was ik de vlekken uit je onderbroeken
stel ik louter retorische vragen
en serveer onopvallend je lievelingskost

om de aandacht voor die halfdode vrouw
in dit krankzinnige instituut
maar niet op mij te vestigen

mijn coach spreekt bemoedigend van een trendbreuk – hans van willigenburg

ik ben vrijwel voortdurend bezig mezelf te verbeteren
en al kan ik niet exact vertellen wat ik aan het verbeteren ben
of hoe
het feit alleen al dat ik er vol overgave aan werk
en dat al mijn concentratie bijeen is geraapt rond dat ene doel
en het bijeen rapen van die concentratie zonder twijfel mijn eigen verdienste is
kan hoe dan ook als verbetering worden betiteld ten opzichte van alles daarvoor
toen ik nog wel eens half om half uitwegen verzon
onberedeneerd een herfstblad van de grond raapte
lachte
grapte
wenste dingen belachelijk te maken vanuit de onderbuik
met een gevoel van triomf zo kort
als een inzakkende schuimkraag
waar geen progressie van welke soort ook
in aan te wijzen viel

maar nu…

nu ben ik elke dag hard en opgepompt
onderweg naar een betere versie van mezelf
die bochten en kruispunten nadert met nog minder schrik
ferm een koers kiest
de mond als een streep
de kaaklijn vooruit geschoven
de humor als een weliswaar aantrekkelijk
maar al met al uiterst contraproductief systeem
van gesublimeerde aarzeling
naast me neer gelegd

de berekenende kant van een artiest mag ook wel eens onder de aandacht worden gebracht – hans van willigenburg

ik hap blijmoedig naar adem
want ik weet dat wat ik ga zeggen
vijftig procent schokt
de andere vijftig procent oplucht
‘welke tv-programma’s doen we?’ vraagt mijn manager
allemaal willen ze weten of ik het meende
of ik de geschokte vijftig procent haat
(en zo ja waarom)
of ik de opgeluchte vijftig procent omarm
(en zo nee waarom niet)
terwijl ik onder studiolampen vecht tegen de slaap
en op de rand van pure desinteresse
mijn provocatieve repertoire afwerk
stromen nóg meer verzoeken bij mijn manager binnen
‘nog twintig tv-interviews en je hoeft nooit meer wat te zeggen’
rekent hij voor
‘als ik de steen nog wat harder in de vijver had gegooid waren het er minder geweest’
mijmer ik
 
geen rekening houdend met mogelijk nog te volgen doodsbedreigingen
opstootjes
prominente landgenoten die hun positie kiezen
en daarmee mijn uurtarief zomaar verveelvoudigen zouden kunnen

waarom mag je niet vinden dat het geen zin heeft je op te vreten over de vraag of het ooit gaat werken? – hans van willigenburg

het maakt niet uit wat ik doe
als het maar uniek is
en ik erin blijf geloven
kan het niet anders
of er komt een moment
dat het ontdekt wordt
en de hele wereld het wil zien
het heeft geen zin te piekeren
wanneer en of het zal gebeuren
dat unieke
afdwingen kun je het niet
wie zegt dat achter de geraniums zitten gapen
niet de ideale opmaat is?
wie?
nou…?

‘vooroordelen’
mompel ik

‘gemakzucht’

weg met de leegte – pallas van huizen

alsof je in het donker aangeraakt wordt
de hand van spieren, citroenen die zoenen,
eerst schrik je

het luchtfietsen in bad, alleen in lauw water
dat zij weten dat ik wel van ze hou
drinkend tot over de rand van duizend
waar een lach of glimlach
geen echte lach of glimlach meer is

herken ik de zwakte
nader niet gewenst
uit zelfbescherming

de andere kant van het verhaal
is dat er geen verhaal is

vaak ben je stil, soms droevig,
meestal over-optimistisch

ik mis je gezicht

 


YouTube: weg met de leegte – pallas van huizen

geen spijt – peter de groot

gezegd heb ik iets
maar daarvan geen spijt

weet het was de dag
waarop niets serieus

de ironie wil echter

wat is een dag
zonder kopij?

gericht I – bassie van der laan

toen ik haar zag
werd ik wild

eerst gewoon geil
later aangeschoten

het is toch bezopen
dat je als vent

niet eens niet
je behoefte

heb haar gepakt
hard en krachtig

kwam dat ventje kijken
had ik geen zin in

de afstand is zichtbaar – pallas van huizen

Weggestopt in een glas,
de zilte tranen,
de onschuld van een man,
als zwarte ogen achter rode gordijnen,
zware schouders,
een tel van onbalans,
was zijn vrouw maar hier,
verloor hij zichzelf zonder inzicht,
zienderogen wegkwijnend in teren taal,
druipt haar liefde langs de hoorn,
de donkere eenvoud van verlangen,
waar houten tongen afstompen
tegen ijzeren idealen,
ze was geen gangmaker,
maar raakte me
in haar vertraging.

littekens – pallas van huizen

Elk gedicht is een litteken,
muziek uit scheuren,
scheuren van pijn,
gedwongen noodzaak, geen vergissing
zal ik maar zeggen.
Elk gedicht is een litteken,
als een blauwgeduimde duim, zinloos zuinig,
maar goed bedoeld.
Een gevangen emotie
in een moment van zijn.
Ben ik dit zelf of iemand anders?
Elk gedicht is een litteken,
herinnering in tijd.
Elk gedicht is een litteken,
het enige dat blijft.

kopie van haar recept – pallas van huizen

bakvet stolt in de koekenpan
resten roomspinazie kleven aan zijn lepel
halfdood-gepolijst
de schaduw onder zijn ogen
een grimas
gevoelstemperatuur nul
koffie lekt in de gootsteen
lege tranen vullen lege pijn
gewoontes sterven af
de herinnering slijt
op de achtergrond is het windstil
onverschillig het weer zonder eind
meneer heeft geen keuze
eet zijn avondeten bij het ontbijt

liefde voor een vrouw – pallas van huizen

Sommige mensen nemen haar serieus,
ze doet dingen die ze raken.
Ze laten zich niet beïnvloeden
door waanzin of jaloezie.

Uit ervaring leest ook hij haar in vrede.
Geen termen van goed of fout.
Als het haar niets zou kunnen schelen
dan zou ze het ook niet zeggen.

Objectiviteit bestaat niet.
Was hij maar een open meer.

De lucht is roze gespannen.

Met een op-zichzelf-gerichte blik
respecteert de man haar keuze.

Onvergankelijk is zij dezelfde.

De liefde is hier.

doe maar rode wijn – bert de kerpel

In de coulissen van het kousenparadijs
resten enkel doorgewinterde stopsters
die gaten en ladders van garen voorzien,
zodat men via die laatste de upper class
op een voetstuk kan bedienen met pladijs.

Onder hen hebben de meesten in jaren
geen tijdloze films meer gezien, laat staan
een band gehad met minderjarige minnaars.

Hun mannen, kompels uit de jaren zeventig
onthoofden de dame met testamentresten
van een rist ontheemde kameraden.

het ei in de nacht – b. vogels

ik bezwijk onder de stad
waar ik dacht dat liefde eenvoudig is
als gescharrel op een dansvloer

kippen gaan op stok
en tegen het gloren
kraait er geen haan

toch – sandra v.

geen punt

van gemaakt
/
achter gezet

blijf doorgaan

verder nog vragen?

van welke instantie
bent u eigenlijk?

vriend – martin m aart de jong

Laat ik het hebben over jou. Ik maak
me zorgen. Hoe je de dagen doorstaat
en iedere dag toch trouw blijft posten.
Het is allemaal niet veel zaaks, los

strooigoed voor de vogels alsof je in
jezelf praat. Maar dan nog, wat zeggen
statistieken, wat zegt een “vind ik leuk”
Twijfel je nooit? Wil je niet opgeven

klap je nooit dat boek eens dicht en stap
je naar buiten, groet de vreemde die je buur
vrouw is. Dit is het leven niet. Beschermd

gebied vol onnatuurlijk heden. Geen dood
voor wie een status heeft. Profielen staan
onopgeheven voor eeuwig langs de lijn van tijd.

de matige kunst van beademing – bert de kerpel

Met bals had ze geen ervaring en dat leidde tot een bestseller
‘Bals en ballen: ervaring nihil’ en dientengevolge wat geld
Voor de kermis met Pasen waarop ze met haar spokenogen
Menig man verleid had andermaal het schieten te proberen
Slechts in het spiegelpaleis kon ze kussen: mond op mond.

ganzin van god – bert de kerpel

Er was eens een vetgemeste gans die een kei vond
En dat ze te lang en te gelukkig leefde
Ze nam hem, schudde de mest eraf en stak hem
Met beide poten in het gat van haar trechter

Toen de ganzenhoedster haar de poort door joeg
Na de godganse dag geen volk gehad te hebben
Ganzen immers worden afge-leverd in de hel
Trok ze haar pluimen uit en rolde al haar leden
Lillend en bevend door pek en eigen veren en zei:

‘Falada, waer bestu bleven, mi lanct naar uwen paardenkop’
Waarop het ros prompt de benen nam en een extra paar
Uit de spijkerton voor de prinses die nog nasnaterde.

van binnenuit – bennie spekken

dag goeie ouwe
vergeelde maan

doe mijn lief
de groeten
de gordijnen dicht

geen kaarsen aan
een zee van licht

geen – sandra v.


 
 
 
 
    (en dan komt er een instantie en die vult dan toch iets in)

polariseerdingetje – quirien van haelen

Ze hebben heel hun leven krom gelegen
Wat hadden ze het al die jaren zwaar
Ze hebben niets, geen cent, cadeau gekregen
Een leven lang geploeter en geplaar

Ze werkten allen meer dan vijftig jaar
Een zevendaagse week, van vijf tot negen
En geen gezeur, geëmmer, of gemaar
Ze stonden er, in hagel, sneeuw en regen

Nu zijn ze grijs en gaan ze met pensioen
Voorzichtig dooft hun laatste levenslicht
Het reis is bijna klaar, ze zien de haven

Toch vinden ze de kracht iets groots te doen
Ze zien het op de valreep als hun plicht
Een diepe generatiekloof te graven

wasdag – kate schlingemann

je kijkt al spannend
hier ligt niets voor de hand
of het klopt al vol verwachting

jij bewaart de afstand
in een doosje dat je met een duim
aan zet, uit knipt

onverstaanbaar wat zij zegt
of wat zij vindt, dat naakte lichaam
achter glas in drie primaire kleuren

het is nog lang geen tijd
het is alleen maar langer licht
zelfs de zomer moet nog gebeuren

stellingbouw – martin m aart de jong

Er is een tijd van komen en gaan
daartussen sta je op een scheermes
blaffende menigtes toe te hoesten
dat de poëzie geletterde zuurstof
is zonder welke we hersendood tussen
de stenen bewegen van geboorte en dood.
Als je nooit zegt dat iets mooi is omdat
je niet kunt zien wat van een ander eeuwig
deelbaar is ben je net als het heelal
alleen tril je negatief in een hoekje,
ook als er geen hoekje is omdat er zoveel
hoekjes zijn met trillende ego’s. Je trilt
altijd mee met de energie. Je weerkaatst
klanken van werelden die je niet kent omdat
leven een voortzetting is van alles wat koolstof
verbindt aan de hartstocht. Het staat steviger
als je geschiedenis de jouwe weet meedeelt in
de draaiing van de as.

* – bennie spekken

een vredige avond
hoe is het mogelijk

geen hond op straat
geen sirene in de verte

vrouw aan de bloedwijn
en ik in haar schaduw

een vuurtje stoken

wonder – vincent corjanus

Daar loopt een wonder,
zo mooi.
Ze schittert mee in de menigte.
Een ster die net boven de grond zweeft.

Ze zal nooit vallen,
ik mag geen wens doen.

meneer – jacob van schaijk

morgen is verleden tijd
terwijl vandaag nog moet beginnen
en gisteren wel nooit zal komen

er is alleen een vlinder die fladdert
een herfstblad
dat dwarrelt in de wind

haar kromme handen grijpen mis
waarom ze huilt kan ze niet zeggen
ik zing een kleuterliedje

ze laat een foto zien van hem
of ik die nog ken
ze weet niets van een kastanjeboom

wie ik ben, ze heeft geen idee
maar met een kus is ze toch blij
en glimmend zegt ze dag meneer

huis de beurs – jan holtman

hier draait nog verlicht
in een vitrinekast
appelgebak

draagt de kelner
nog een schort

speelt de pianist
geen spel, is het

tafeltje van Poesjkin
gereserveerd

click – pallas van huizen

Dat zijn neus in een handdoek sliep,
het gejaag op dikke ribben voorbij was,
beschreef zijn uitstapje in Anderland.

De stilte die het teweeg bracht.
Het vechten, niet meer met haar.
Achtervolgd door zijn schaduw
fluisterden de lichtjes.

Muziek is een zijnskwestie.

Achteruit inparkeren, zei ze.
In de grachten dreven vergeelde blikken.
Haar stem was vaag.

Geen idee waarom, maar ze zei zoiets

als dat ze me kent.

zuurstof – elsje de wit

Het allerschoonste aan de bomen is
dat ze geen meningen ventileren

en zich toch staande weten
te houden in een groot bos.

laatste bus – bennie spekken

de chauffeur veert op
en neer in het donkere
vooronder

scheert boom na boom
de groene tunnel
door lichtbundels betast

de mond van de engel
op mijn schouder hangt
wagenwijd open

haar hoofd een speelbal
van de automatische idioot
ze lijkt wel dood

het einde is inzicht
er is geen weg
geen land meer

alleen het vuur
van de zon
onder

zwaan – wijnand raben

ik zag een zwaan
bij haar eigen kroost
een beetje van Gogh
of zo maar een losse schets

geen portret in de kamer
of schouwburg
waar we naar Theo Maassen keken

nee,eerder de vijver
voor de flats
waar we herinnerd werden
aan haar laatste dagen.