het meisje dat nolens las – hanny van alphen

Ze hield van bier en bluesmuziek
gezicht op polderdijk en molens
het oeuvre van de dichter Nolens
en werkte in een koekfabriek.

Ze diende niemand van repliek
al dreven ze de spot met haar
dan nog, geen woord in ‘t openbaar
bevreesd voor dat vilein publiek

zocht zij beschutting in de kerk
want daar, bij haar geliefd triptiek
van moeder, kind – het scheppingswerk –

was zij gelijk ’t perfecte naakt
en pas misvormd in haar kroniek
normaal geboren, gek gemaakt.

venster – stien van der wal

de moeders klagen
hun kroost brokkelt af
zij hebben niet beseft
stervenden te baren

de kinderen spelen
hun vlees vergaat
van dood geen weet

wie niet bezig is
geboren te worden
is bezig dood te gaan

vertaald – b. vogels

jouw ogen zijn mijn handvatten
vul ze met betekenis
in het ijle wit lijkt alles kil

jouw handen trillen in mijn oor
ledig ze tot diepe stilte
teken zinnig in het licht
met vingers uit een ver verleden

ik hoef niets meer te benoemen
woorden zijn nog enkel spatten
geboren uit een levensbel

stamboom – lesley adriaansz

Dag moedervis
en vadervis,
wat ging er mis?
Was Oedipus toch niet zo gis?
Jullie gehoorzamen de wetten
der natuur,
verdrinken in instincten,
verorberen en koesteren
je kroost.
Zo ben ik dan geboren
en gejaagd
in rechte lijn
tot nu, van lang tevoren.

* – maaike klaster

Omdat ik als Kwakoe ter wereld kwam,
op een woensdag geboren,
lig ik iedere zomer in de tuin
aandachtig te luisteren
naar wat deze Hollandse zuidwestenwind
in het Sranang te vertellen heeft,

eten we schaafijs in het park,
ben ik in den vreemde thuis
omdat overal dezelfde vogels fluiten.

Er zit een koekoek op de dijk –
iemand heeft mij zijn locatie aangewezen –
die mij met zijn holle echo
een kijkje in zijn nest laat nemen,

mij laat weten dat hij overal thuis is,
dat het tijd is,
dat ik altijd al wakker was,
maar nu mijn eigen eieren moet vinden,

dat ik niet meer naar de koekoek moet zoeken,
dat Kwakoe geweest is,

dat het overal feest is
nu wij de Surinaamse wedstrijdvogels
uit hun kooien bevrijd hebben
en zij overal de klank van Fernandez laten horen,
hun weg terug naar huis hebben gezongen.

En de koekoek tikt nog steeds.

Nee, dat was de specht,
die wil het liefste vechten
met de allerhoogste, holle boom,
zegt dat ik nooit thuis moet blijven dromen,
boort gaten in zijn zelfverkozen woning,

laat mij nog even liggen in de tuin
met de muziek van een andersoortig festival
dat ik nu voor altijd aan mijn ouderlijk huis verbind,
dat mij aan die vroege tropenzomers blijft herinneren.

Iemand doet de deur open
en alle noten, kinderen, vogelveren
waaien weer naar binnen.
De deur slaat dicht.
Nu kan ik beginnen.

sentimental journey – jan zwaaneveld

Hier, in dit zwijgzame dorp, ben je geboren
terwijl levens doorgingen of er niets was gebeurd,
iets wat later wel anders zou worden.

Je leerde hier lopen en lezen, gitaarspelen,
alcohol drinken en je fatsoenlijk te gedragen, iets
waarvan je veel hinder zou ondervinden

toen er meisjes in het spel kwamen en je dat
spel helemaal niet bleek te begrijpen. In de schuur
met die hoge schoorsteen repeteerde je

met de punkband waarin ook W. en H. speelden
die allebei te vroeg zijn doodgegaan. Voor de deur
van de kroeg tongzoende je voor het eerst met A.

en daar, in die kleine woonboot, vond zij haar man
met een vuilniszak over zijn hoofd.
Wat valt er nog meer te zeggen?

Onder de kastanjes bij de kerk ligt je vader,
op wie je meer bent gaan lijken dan je lief is. En dat
het leek of levens hier doorgingen,

maar dat je het niet meer hebt afgewacht.

niets nieuw – b. vogels

er is een schattig klein prinsesje geboren
met een kroontje van goud en met schat-
rijke ouders, het heeft een neusje en

het loopt als in een sprookje
alles ligt al klaar en alles is al af

het heeft nu al een voetje
voor op kleine meisjes
en een boontje voor een prins
uit een of ander Zandrijkland

is er een hemel voor naamloze cavia’s in kruimeldiefdozen? – delphine lecompte

Naast mij tekent een jongeman die
Op de toekomstige moordenaar van mijn dermatoloog lijkt
Een spook met een pruik in zijn kladblok
Het is gewoon een laken
Met gaten voor ogen
Ik ben niet bang van dat soort spoken.

Ik ben niet bang voor mijn ondergang
Toen ik werd geboren is het begonnen
Bij sommige sukkelaars begint het vroeger
Tegenover mij zit een barbaarse feministe die Lotte heet
Het klinkt niet barbaars en
Ze ziet er eetbaar uit.

In de tuin van mijn huisbaas hollen honderden cavia’s
Er circuleert slechts 1 naam
De naam is Lotte zoals die eetbare feministe van daarnet
Maar het is altijd een andere cavia die
Lotte heet en
Wanneer een cavia sterft is het altijd naamloos
In een kruimeldiefdoos in een put in de duinen
Naast de goudvissen in sigarendozen van mijn vader.

Wanneer goudvissen stierven in mijn kindertijd
Was het moeilijk
Kapot te zijn van verdriet
Ze kregen plastic burchten en zeeroverschatten
Maar ik kon hun dankbaarheid niet lezen
Dus dacht ik dat ze ondankbaar waren en
Gestraft moesten worden.

los geflodder – monique methorst

Je leeft je leven uit als eenzame held en je vraagt met alle geweld om een shot in het duister. Mag ik dan nu de blues voor je zingen… en luister hoe rauw dromen er niet
om liegen.

Zwart-witte opflikkeringen in het holster van een afgevuurde nacht, ademt de sfeer geladen achter het rookgordijn van tot de tanden toe gewapende woorden, er wordt te hard over nagedacht…

Koeltjes kill ik het aan… lieve help, zo drama.

Als alles tragisch wordt voor God’s eerste niet zo beste wereldwonder, heb ik geen antwoord op onbelangrijke vragen, geboren uit bloed, zweet en tranen… kus mijn onbeschrijfelijke kont, we klinken al bijna naar ouden van dagen.

Let’s rock…en ik roll een begin aan het einde om in het midden de nostalgie uit je dromen te knallen. Breng ik je nu in shock? Of laten we ons in één teug
achterover vallen?

de weg naar naaman – peter wullen

voor arman

“never say: ‘to naaman don’t go”
(Manas, part II, line 405)
 
 
honderd duizend
krijgers als gras
wuiven wanneer jij
wuift

vragen
wanneer jij vraagt
wat is goed
en wat is euvel

uit welke moeder
kwam ik voort
van welke vader
werd ik geboren

neem het platgereden
pad naar naaman
plant hier je karmijnen vlag

in blijde verwachting – elize augustinus

er zijn van die dagen
zoals vandaag dat
je stil voor je uit zit te staren
je bent
zwanger
en voel
er groeit iets moois diep binnen in je
dicht bij je hart
in blijde verwachting
tot de dag dat Woorden.
geboren gaan worden.

abstract – jelou

Je stelde mij een vraag,
zo eentje die heel kort maar
krachtig
zoals je dat wel vaker doet

en ik,
mijn hoofd vertalend in
waarom en hoe het komt
dat dingen zo gebeuren,
verdwaal in duizend zinnen

van hoe het nu
en voordat je geboren,
waar toen de zon en ik de
weg insloeg die leiden zou
naar wat ik wilde weten

hoe jij dat zou
wanneer jij vroeger was
en ik net andersom

zo eentje die heel kort maar
krachtig
zoals je dat wel vaker doet

verzuchtend met een lach
dat één zin al voldoende.

vette pech – ellen vedder

geboren op een slechte plek, ma’s liefde
resoneerde op alcohol, pa moest toch ook
zijn woede uiten en sloot zijn handen

om jouw keel, je dreef in stukken weg
uit het gezin zonder garantie, je zocht hulp
bij zo’n jeugdinstantie, die zijn best deed

een dicht dossier over jouw leven schreef
dat als kort artikel eindigde in de krant
op een koude vrijdag in januari

op rand van gezin – peter de groot

op rand van gezin - peter de groot

op rand van gezin - peter de groot


Illustratie: Janneke de Groot

ook die dag – peter van galen

we ontwaakten pas toen de portieren sloegen
de weg liep langs een suizend spoor
we zongen met de dingen mee

de nieuwe stad sloeg om ons heen en keek
wij waren wel bijzonder mooi
met al die duizelingen

ook die dag ben ik gezond geboren
terwijl jij naast me altijd al bestond

cornelis ouwehand – andries kwakman

visser, geboren op 07-09-1913 te Katwijk,
overleden op 10-01-1995 te Katwijk
op 81-jarige leeftijd, begraven
op 14-01-1995 te duinrust katwijk,
zoon van Cornelis OUWEHAND (zie XIV.502)
en Neeltje REMMELZWAAL.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd
op 12-11-1940 te Katwijk
met Arendje Jacobsd van der BOON,
20 jaar oud, geboren op 08-09-1920 te Katwijk,
overleden op 22-11-2005 te leiden op 85-jarige leeftijd,
vader jacob arbeider moeder arendje de vreugd.
Uit dit huwelijk:
1. Cornelis OUWEHAND (zie XVI.1069).
2. Arendje Neeltje Geertje OUWEHAND, geboren te Katwijk.
Gehuwd met Maarten MEIJVOGEL, visser/nettenboeter,
vader maarten zeevisser moeder elisabeth van der wiel.
3. Gerard OUWEHAND (zie XVI.1073).
4. Jacob OUWEHAND (zie XVI.1075).

hoofsheid – joost de jonge

De maan glinstert
in de lucht
de maan danst
als was het een vlucht
stralen versplinterd
de hemel heeft geglansd.

Het hart bonsde
in mijn borst
liefde bloeit
teer waar ik naar dorst
in de lucht gonsde
gelijk sferisch vergroeid.

Ik bemin u nu
ik ben totaal verdronken en verloren
zoals ik hier in de ruimte tussen de bomen hang

ik bemin u, ik bemin u nu
zoals ik hier sta en denk
zoals ik verlang en mijn liefde schenk

ik bemin totaal verloren
in het oneindige herboren
het licht witter dan wit
is het werkelijk dit?

Diotima
uit u ben ik geboren
in u slechts besta ik
ben ik witter dan wit?

een bed van bladeren – viviane rose, de winterdichter

De bladeren waaien in kraaiende geluiden van vogels
De hofjes staan er stil bij
Tussenin de stiltes gillen opgeschoten jongeren
Wie haalt hun hun verveling weg?
Weer huilt er een pasgeborene
Pogingen van aandacht gaan verloren
In wetgevingen en inburgeringscursussen
De basis van het moreel in regels
Husselt de bedoelingen door elkaar
Als bladeren die cirkelen over de grond
En zich geen weg weten

De menswaarde wordt overschat
Terwijl de bladeren zich rood kleuren
En de gaskachels ons opwarmen
Sluiten we de deuren voor het donker
En wachten de nacht af

Er is een leven buiten
Verstild tussen geweld zitten we dan
Zijn wij dan werkelijk van andere waarde
Of is alles geluk hebben en toeval?

Nog even en het laatste blaadje dwarrelt
Van de tak af
Beschermend de bodem tegen de kou
Vegen we alles weg
Kaal en koud
Laten we plantjes al sterven voor ze geboren zijn

Leg de aarde onder een bed van bladeren

oorzaak – lilian caessens

hij weet niet dat weten komt hoe je wassen moet
hoe het hem zal belonen. hij ziet de eigen duivels
gelijk aan de nacht. daar laat hij zonnen zakken
wentelt in een wirwar van lakens en tekens

het is hem nog niet duidelijk hoe simpel toch
zijn moeder was hij is te moe haar los te laten
knipt verbeten navelstreng op navelstreng
ziet zichzelf geboren telkens in eenzelfde wieg

hij kantelt het hoofd bij elke knip als wil hij zeggen
hoor mij laat mij mijn weten en wel meteen
ik ben wie ik ben en daar doe jij het maar mee

in troebel vruchtwater weet ik mij gekozen ingeleid
strijk ik mijn ingewanden glad en krom de vingers
het leven is oneerlijk. wen er maar aan.

* – joost van gijzen

Foto’s, denk ik bij mezelf, zijn dode sterren -
Je dochter vond hem in een Bijbel toen jij overleden
Was. Ze heeft het nooit geweten, kent dus niet de reden
Waarom haar zusje weggegeven werd, bestemd voor ‘t verre
Amerika. Na zoveel jaar had ik me ‘r al bij neergelegd
Dat ik jouw gezicht nooit zien zou. Het is hartverwarmend,
Hartverscheurend: ik ben net geboren en je houdt me in je armen;
Ik had zo graag hetzelfde willen doen – maar jij bent niet meer echt.