op een kier – dio the cilany

halfopen deur; een beetje scheef
het vermolmde hout
van vijftig jaar geleden nieuw
en achterstallig onderhoud

de stapel witte stoelen
laatste tand
van een afgeschreven gebit

ik zit
en zie de momenten
ik voel
ze glippen uit mijn hand

onlosmakelijk – dio the cilany

wanneer het hoofd soms even opzij zakt
dan weten we dat geluk een horizon kent
even recht als gebogen

als wij elkaar in de armen nemen
vermoeden dat het goed komt
ook zonder zoals daarvoor

het eerst overal groen is en bloeit
zelfs ontworteld op dood hout
houvast vindt ogenschijnlijk in niets

geeft het dan nog iets
of staat alles stevig overeind

manke nachten – dio the cilany

nog één gelaarsde ronde

retegaaf regelen strakke biezenaren
streefdata voor nachtgespuis met wijdopen muilen
zo een nicht met neveneffecten analen klieft

daar staan ontriefde pederasten onpas te krassen
als raven hun veren laten vallen op de vlucht
naar het rulle nest leegt de man van draaimuziek
zorgvuldig bijeengeschraapte koralen in het aalmoeskabinet

het is te rusten

* – dio the cilany

ik ben van knekeldonkere rozen
en bloedgevaar op de grens van schemering
als het deksel van mijn ziel wordt geblazen

daar strijk ik zand in je haar

jij neemt mijn hand niet eens
maar plaatst vingerafdrukken in je hart

draait straatlantaarns in
versponnen spiralen
alsof rode stormen langs het distelpad

zo onbedaarlijk

kleine bang – dio the cilany

waar is ruimte
kan een vlinder zich daarin verplaatsen
of alleen in de tijd

is daar misschien enkel afstand
maar wat als het een slecht lichtjaar is geweest
verblijven we dan in krimp

expansie maakt donker en koud
en er is sprake van een goed jaar

hemellichamen gaan niet meer samen

voordat het te laat is
doe ik even een plas tegen de maan

gaan zoals het gaat – dio the cilany

het ligt in de lijn der dingen

lege lijsten aan wanden
als een spin sleept zij haar woorden
uit frasen inkt

soms verstoft een draad van web naar web
we vliegen stil en onberoerd
de vloer bezaaid met zaligheid
van even geleden en ontdaan

ergens staat nog een stoel te bekleden
er zit niets anders op

overgang en ooit – dio the cilany

blad en in tegendeel
winterland en andere uitwassen

wasem aan de binnenzijde van het torso
rijp rond het hart en een ijzig hoofd

vergeelde tanden bijten zich vast
in oud groen en bloesem

genadeloos in haar genade
roerloos in bloei

momentopname – dio the cilany

soms heb ik het geluk even niet
een droge dag in de Sahara

weet hebben van oasen
doch enkel visioenen van haar fata morgana

dan wordt zand minder dan een obstakel
korrels ogen groter dan rotsen

zelfs luizen schieten zichzelf te hulp
hoop huist ergens op de grens van een mui

zoals eenzaamheid zichzelf bekruipt
verstikkend
als onder doorweekte dekens

resten gekerfde initialen nog van voor oud zeer

langs het bovenlicht – dio the cilany

ik zet je maar in een hoek te drogen
alle zinloze tranen die ik over je heb vergoten
met mijn rug tegen de cv
daar trek ik een bloemetjesgordijn voor langs

en het bovenlicht zal vannacht open blijven staan
zodat je walm het servies niet verkleurt
ik heb je genoeg geroken
wil je nu tot stokvis zien vergaan

je ogen mogen blijven kijken
twee onrustige bolletjes op steeltjes
heen en weer en constateren
dat mijn lendenen verkoeling vinden

stuntelen op een gloeiende plaat – dio the cilany

er wordt een ei gekraakt
en schalen versplinteren
dooier dan in het wit kan er niet zijn

zuiverder zeker niet gelogen
luid klinkt geschater
want mooier is zij niet gemaakt

de balans van de waagschaal is gewogen
mist alleen een beetje glans

als de laatste druppel uit de kraan vervloeit
zwem ik in cirkels
de lans vooruit gebogen

doemzicht – dio the cilany

ik zag door de mazen van mijn nesthaar
het later sijpelen

het leek weemoed op afroep
en de dagen moesten nog komen

ik lig daar weer in het licht
dat schijnt als nooit te voor
en over mijn gebeente

even later – dio the cilany

wanneer de dag niet meer
noch de nacht wordt onderbroken
elke avond haar schemering mist

en ik terug in je donkerder
dan donkere ogen

voorwaar geen verborgen list
en toch in rood gewroken

onder wind wordt niet gelogen
alleen de nasmaak onverkort

en daarvan enkel het wonder
dat zal worden opgeschort

even over de brug – dio the cilany

welk water heeft haar licht geweten
onbereikbaar voor even
neemt het een laatste glinstering aan

rimpelingen dichtbij
zien kringen over het hoofd

kijk
het bezinkt

weerslag – dio the cilany

daar is het licht
dat steen voor steen de straat beklimt
water beschijnt en druppel na druppel
verdwijnt het zicht op de put

elk hoofd weerspiegelt
als een gerimpelde Narcissus
voordat zij steels verdrinken in zichzelf
en sleets gezichten omranden

daar verliezen wapperende bladeren
hun kleuren in handen
die het venster bestieren