tomeloos – jelou

Hoe hoog nog kan het dak
mijn schreeuw de wind doorklieven
de tijd voorbij gereisd
een zucht in lucht bewaren

een wachtwoord vol met hoop
houw ik uit grauwe muren
de hamer vastberaden
de code in jouw kleur

ik oefen baringsweeën
als wou ik jou opnieuw
als zouden twijfeltouwen
jou nimmermeer verstrikt

mijn hand omvat de rand
waarop je glimlach wankelt
het glijden onvermijdbaar
tot daar waar wind zich keert.

na de inbraak – berrie vugts

Je komt na een nacht elders in de loop van de middag weer thuis
De poort is van het slot en je ziet het koffiezetapparaat buiten op
De grond staan en je staart naar het raam dat je had dichtgedaan.

Hebt dichtgedaan. Je gaat zelf door het raam naar binnen met die
spanning van: zijn ze misschien nog hier en begint het dan nu pas
Maar je treft niemand aan. Je slaapkamer slaapt in de nachtkastjes

Die openstaan en even leeg van binnen zijn als toen ze nog dicht
Waren. Ze waren altijd dicht bij jou. Je staat in de slaapkamer en
ziet hoe het dekbed glanst en op je strakke naakte lichaam wacht.

Langzaam breekt het besef bij je door van een esthetische code
die in de kamer heerst en daar ook al heel erg lang voor jou was
en die je direct met de indringer verbindt. Dan breekt het besef.

code – arjan keene

“Dit manifest is een autobom, bedoeld om jullie te doden.
Het is geen grap.”
Pfeijffer

Mijn code laat computers rekenen.
Mijn code laat radio’s samen spreken.
Mijn code laat verplaatsingen zien.
Mijn code laat kanonnen schieten.

Ik schrijf mijn code ver van het front,
in een safety area, buiten het schootsveld
van de artillerie.

Mijn code is de logica.
Ik moet zwijgen over mijn code.
Maar mijn code is ook poëzie,
in een taal met strakkere regels
en een gecalculeerde zeggingskracht.

Kom niet bij mij aan met geboden,
zondagsdichters vol van engagement,
‘…terwijl buiten het kanonnenvlees
in de loopgraven lilde’.

Mijn code veroorzaakt doden.
Mijn code kan ook onnodige 
broedermoord voorkomen.
Maar de ondoden zijn ontelbaar.