de kat, de zondebok, de schuldige schoenen en het ovenpapier – delphine lecompte

In het huis van mijn moeder zinken mijn schoenen
In een cementlaag
Nat cement en het is duidelijk
Dat ik voor altijd schuldig ben.

Ik kan de vloer niet gladstrijken
Mijn moeder loopt rond in mijn geboortestad
Ze is niet alleen
Naast haar loopt een fotograaf
Die ’s nachts onmagische yoghurt maakt.

Het is mijn fotograaf
Mijn moeder heeft hem afgepakt
Hij trekt geen foto’s van haar
Ze zitten nu op een bankje
De fotograaf staart naar een schokkend sensuele profeet
Die het Bulgaarse woord voor zuivel
In huidkorsten op het gras legt.

De fotograaf noch mijn moeder kennen Bulgaars
De profeet is een prepuberale celliste
Ondanks haar huidaandoening
Is ze gedisciplineerd en benijdenswaardig.

Ik jaag de kat door het cement
Er is altijd een kat
Die de schuld op zich neemt
Is het geen kat dan is het een boxer
En soms is het een stier met heimwee.

Met een rugzak vol ovenpapier
Verlaat ik mijn moeders huis
Ik hoop dat ze de kat intact laat.

gebroken ramen – marten visser

Muffe reuk nat cement
vermengd met verkoold hout
flarden vitrages gedrapeerd
als levensloze getuigen

Groen slijmend riekend mos
demt de klagende echo’s
tacet, hier waart een
ongevraagde bezoeker

Schubbige pissebedden feesten
met witte maden
brengen de dode rat met rode
neon ogen tot leven

Stuntelig glijdend door de
vette klei van emoties
schud ik de schurftige heremiet
van mijn belaste ziel

laat hem achter dansend
zuipend badend in zwavel
met Lazarus de rusteloze rat
met de neon ogen