elektrisch – bennie spekken

waar ik kom
schuiven deuren dicht

en als ik ga
gaan toeters en bellen af

wacht tot het rode licht gedoofd is
de bomen zijn van slag

het menu van de dag – martin m aart de jong

ze zeggen dat je bellen blazen kunt
in blinde kleuren dat je geen hond
nodig hebt om over te steken naar
de andere kant van het leven dat

de duisternis het licht niet mist
en dat je voelen kunt hoe je moet
lopen terwijl je zingt dat jaren
een verzameling van groeven in je

hebben geslagen waarlangs een naald
je aftast op muziek ze zeggen dat je
mooi was en dat je nu niet moet gaan

zeuren iedereen verdwijnt een keer
van de kaart alleen de klassieker
blijft als biefstuk, sla en frites.

om de moffen te verschalken – jacques santegu

fietste grootvader onder zijn jas
varkens over de grens
snuit tegen snuit, poten rond
de nek
als een slabbetje pensen
hesp en spek

in zijn zakken bruine zeep
waarmee hij ‘t varkensmondje
voerde, zodat het krijten
ophield, ‘t varken
zeep bleef slikken
‘t is te zeggen …
en af en toe wat bellen boerde

de honden kocht grootvader om
met beetjes vlees
ook die beesten bleken uitgemergeld
voor hen haalde grootvader
maar al te graag al zijn zakken leeg

rechtzetten – martin b

Met jeuk aan mijn ballen sta ik op.

Ik vind appelkoeken in de koelkast
& een slagroombus met een groene kop.

Het water stroomt hier nog steeds.
Dat is het probleem niet.

Ik loop naar buiten & keur de wolken.
Ze hebben er wel eens beter uit gezien.

Eenmaal weer binnen staar ik
naar de omgeklapte foto.

Zal ik wel, zal ik niet?

Het is zondagmiddag 15:00 uur.
Het is tijd om mijn moeder te bellen.

drie distichons II – jan holtman

C1000

Morgen weet ik het, zegt ze
Alice, baliemedewerkster

Keukentafel

te koop aangeboden
zeer doorleefde keukentafel

Gehoor

bij geen gehoor gelieve
niet nogmaals te bellen

in limbo – bob elias

Als achter ons de poorten sluiten
strijken we neer een ieder zwijgend
het stroeve licht ons lot beklijvend
in dit godverloren oord
we trekken soep van oude botten
staren elkaar in starre ogen
het is alsof wolken vonken stelen
uit onze kruinen, wijd geopend
weigert de nacht de zucht naar sterren
en sterven gebeden op dansend vuur
van vers gevelde kruisen, zwelt
het suizen en al wat rest
is het geluk van duizend
spattende bellen

bel mij – martin m aart de jong

Ik had je willen zeggen nog
dat leven zo eenvoudig is
een kwestie van adem halen
formulieren invullen en doen
alsof je gelukkig bent.

Wil je mijn elastiekjes zien?
Mijn rekbaarheid is legendarisch
overal verschiet ik kleuren
alleen als het regent en de zon
schijnt kleurt mijn navel rood.

Thuis waren we met zijn achten.
Ik was de jongste niet, maar wel
de leukste. Daardoor leek het nog
heel wat. Zondags aten we patat
uit eigen keuken. Soms draaide

er een brommer in de nacht.
Er trokken scheuren in de muren
er lagen dode honden in de gang.
Over het beschimmelde behang
van mijn kamer hingen posters
van Blondie; zij was de vrouw
die mij redden zou. Ik kon
haar altijd bellen, dag en nacht.