groot hart – maaike klaster

Omdat liefde in het hart schuilt; niet in de woorden God, Boeddha
of Moeder, luister ik zelden naar het pseudo-spirituele gezemel
dat deze dagen het luchtruim niet uit te meppen is, kan het mij geen
drol, geen donder schelen wie welk ambtskleed draagt, wie voor
welke parochie preekt, hoor ik enkel op welke toon elk hart spreekt.

Nu niet gaan huilen omdat ik jou voor de zoveelste keer op de
waarheid wijs. Jij deed mij veel meer pijn dan jij ooit zal durven
toegeven. Ten faveure van wat? De goedkeuring van goed gekapte
dames die nooit een onvertogen woord laten vallen, die heel hard in
hun handen klappen wanneer jij mij publiekelijk terecht wijst zonder
zelf ooit het achterste van jouw tong te hebben laten zien?
Dapper van je.

Ooit gehoord van simpelweg een arm om een ander heen slaan?
Daarvoor hoef je niet aan de kant van die ander te gaan staan en jouw
zo dierbare Midden te verlaten, een midden dat volgens mij niet meer
dan een door jou verzonnen term voor ontwijkingsgedrag is en dat
bovendien een gebrek aan nederigheid voor het leven, de grote liefde,
de schepper laat zien. Waar komt toch die angst of op z’n minst
afkeuring voor emoties vandaan? Wil je liever niet toegeven wat je
zelf allemaal fout hebt gedaan, hoe jij situaties waarin anderen jou
– soms zelfs moedwillig- schade toebrachten, oogluikend hebt
toegestaan?

De tijd dat jij mij voortdurend de les dacht te moeten lezen is eindelijk
voorbij, al had ik nooit gedacht dat wij zo zouden scheiden, had ik
jouw arm om mij heen verwacht toen ik jou vertelde dat ik als kind bij
verschillende gelegenheden ben verkracht. “ Dat moet je die mensen
maar niet aanrekenen.” zei jij. In plaats van mij te omarmen, hield jij
een hand boven het hoofd van de goorste daders. Toch spreek jij nog
steeds van een groot, warm hart – het jouwe dus.

Heb je dat hartvormige kussentje al in elkaar gezet dat ik jou die ene
kerst kado gaf toen niemand anders dan ik jou bezocht en ik samen
met jou; voor jou huilde, ik mijn arm om jou heen heb geslagen?

Noem mij geen engel; noem mij een mens. Dat maakt met elkaar
praten een heel stuk gemakkelijker, geeft mij het gevoel dat ik net als
de rest van ons mensen hier op aarde ben geboren; dat ik hier thuishoor.
Laat mij dan ook als een mens bestaan en kijk eens naar mij. Zie je die
pijn? Engelen lijden niet; mensen altijd. Dat heeft met de haat op deze
planeet te maken, en er is NIETS verhevens aan zeggen dat je die pijn
hebt ontstegen. Dat gebeurt pas als je sterft. Wat betekent dat jij in dat
veilige midden van je niet ten volste leeft; dat jij jouw eigen zachtste
kern stelselmatig blijft ontwijken en dan stiekem mijn kant opkijkt
omdat ik nooit te beroerd ben geweest om anderen mijn hart, mijn ziel,
mijn liefde te geven. Dat weet iedereen.

Waarom zou jij mij dan jouw omhelzing ontzeggen wanneer ik voor
het eerst van mijn leven laat zien hoeveel verdriet ik echt heb; wat
mensen allemaal met mij hebben uitgevreten? Omdat je dan zou
moeten toegeven dat je dat altijd al hebt geweten en nooit hebt
ingegrepen? Omdat ik grotere pijn heb dan jij? Waarom denk je dat
ik het uitschreeuw? Omdat ik niet van plan ben in de klauwen van een
paar grote klootzakken te blijven leven. Jij blijkbaar wel.

Dat ik op tien manieren kutwijf zeg, betekent niet dat ik er zelf een ben.
Zoals er mensen zijn die anderen de godganse dag met hun oudbakken
woordspelingen vervelen zonder ooit grappig te zijn geweest. Keurig
gekapte dames die bij elke valpartij van mij goedkeurend in hun
handen klappen, die vrouwen als ik aan mootjes hakken omdat zij de
Oermoeders en Alleenheerseressen van dit universum dachten te zijn,
met alle mannen van de wereld spinnend aan hun voeten, almaar om
hun mopjes grinnikend, terwijl de dames in kwestie zich in hun
nauwelijks verholen kwaad verslikken bij het leveren van commentaar
op iets wat ik met grove taal over precies dat als heiligheid vermomde
kwaad op papier heb gezet.

Die dames grijp ik bij hun oude vrouwenharen zodra zij ook maar één
gewelddadige, praatgrage, wijzende vinger naar mij uitsteken. Daar
blijft heden ten dage weinig van over. Geloof het maar, dames.
Hoewel ik veel betere dingen te doen heb, zal ik niet schromen u het
vlees van de botten te trekken als u mij nog eenmaal flikt wat u mij al
eerder flikte. Goed luisteren naar wat mijn hart rikketikt, vuil,
achterbaks verkrachtersloeder met uw naar zwavel en hennapoeder
riekende wasem. Dit zijn louter woorden; u bent de smerigste dader.
Nu u weer.

alleen mijn huid – janine jongsma

alleen mijn huid verzet jouw zinnen
maar de woorden glijden van mij af
ik word niet warm of koud van je
je zet me in de stoel neer voor de spiegel

haalt snel een washand over mijn gezicht
en zet mijn arm zorgvuldig terug in de kom
in de badkamer huil je de vlekken uit mijn lingerie
je borstelt mijn haren en telt hardop honderd slagen

vraagt of ik mijn lievelingshaarband in wil
maar besluit uiteindelijk tot een paardenstaart
beneden kus je mij teder gedag, ik staar naar de tv
mijn borsten kijken jou onbewogen na

de kat telt de uren af, gebruikt mijn been als krabpaal
jij belt vanaf je werk hoe het gaat, dat je laat bent
en of het goed is dat we Chinees eten
ik neem niet op, dat doe ik nooit

first world problems – occludin

kijk door mij heen
geld maakt arm
achter deze wereld
vijf korrels graan

vandaag is misantropie aantrekkelijk – delphine lecompte

Vandaag is misantropie aantrekkelijk
Voor de dadaïst in Kaapstad
Hij is op zoek naar inspiratie
En een goedkope beenprothese
Voor zijn vrouw, ze snakt naar evenwicht.

Deze ochtend werd hij gewekt
Door zweepslagen op een welpenflank
De welp was stom, de beul een albinoman
Er waren ook toeschouwers
De meesten waren arm en in januari geboren.

Niemand stopte de albinoman
Hij staakte zijn ranselen vanzelf
Toen het leeuwenjong bezweek
Na zijn theeloze ontbijt vindt de dadaïst
Een beenprothese op de drempel
Van een geïmproviseerd bordeel.

De dadaïst vindt twee hoeren
Met slechts een linkerbeen
Hij neukt ze beiden
Een beetje tegelijk, een beetje kwaad
Dat ze spotten met zijn onbesnedenheid.

Na de betaling voor de schertsende seks is
Misantropie onvermijdelijk voor de dadaïst
In zijn hotelkamer probeert hij de beenprothese
In zijn valies te proppen
Het been breekt in twee.

De dadaïst huilt
Wanneer de zon ondergaat
In Kaapstad zijn alle ondergangen mooier
Dan zijn collages en borstels thuis
Toch vangt hij enkele vliegen
Die cirkelen boven de vermangelde welp.

Terug in België verwerkt hij
De vliegen in een misantropische collage
Hij houdt niet meer van zijn labiele vrouw
Maar wel nog van zijn morsige zelfheid.

onrust om de afstand naar de maan – harry m.p. van de vijfeijke

De dagen gaan en vragen
met de dag het geweten te herweten.

Ik treed in de morgen aan
gereed in de tred van tijd
en rede op te gaan.

Doe en ontmoet, hoog in de strot
de onrust om de afstand naar de maan.

Ik heb jarenlang wat mogelijks gedaan.
Is dat genoeg voor de rechtvaardiging
van een bestaan?

Dag na dag herroept mij de oude waan,
ik weet mij verwijderd, zie mij arm
en moedig staan.

loze zinnen – stijntje van der wal

nergens zag de leegte
zo zonder moed
een koud kind
kom toch hier
verschijn uit dit papier
om met jouw oog en
met jouw kleine mond
te proeven hetgeen hier
toch ooit werkelijk bestond
herrijs uit inktenblauw
arm, zalig kindergezichtje van jou
nergens zag ik leger dan leeg
en nog meer leger
‘k zag geen mens.

the end – elize augustinus

Het is de sfeer
Je hebt het gevoel
Alsof je er deel aan hebt tot

The End.

Je drukt zacht op
De knop van illusie
Dooft kaarsen

Hij ligt naast
Je in het donker
Slaat een arm om je heen

Terwijl hij
Droomt
Haar naam mompelt
Voel je

Het is de sfeer
Je hebt het gevoel
Alsof je er deel aan hebt.

vader – hanny van alphen

het is al laat, ik moet gaan
bel je morgen, oké?
ik moet toch naar de stad
zal ik gelijk vogelvoer meenemen

ga lekker naar bed
en vergeet je medicijnen niet
twee blauwe en twee witte
dag pa, we kaarten morgen na

’t avondeten, ik moet nu echt
nee, er wordt niet gestoken
rustig maar, geef me je arm
dan breng ik je naar huis

kinderbed – jan holtman

ik zie hoe ze op haar kinderbed
heeft gezeten

in kleermakerszit
een dagboekje op schoot

schrijvend in haar labyrint
snijdend in haar arm

het onrecht ervarend als pijn
die gevoeld moest worden

parade – bennie spekken

wat nou ziel
onder de arm

van vier hoog
zie ik het
voetvolk

het geworstel
met de ledematen
de zwaartekracht

zielen zeulen
lichamen rond

even – hans mellendijk

Apeldoorn, 30 april 2009

Era accelereert.
In de razernij van het gesmoorde feest.
Even in een flits de collectieve gekte dat we keken naar Back to the Future Part IV.
Marty Mc Fly terug naar negenenvijftig. Doc Brown verwisselde Soestdijk door
Apeldoorn en DeLorean met een zwarte Suzuki Swift. Shift defilé. Kwam aan in
een duivelse daad die voor altijd in hulpverleningstermen onbegrepen zal heten.
Of terecht gekomen in een foute reclamespot van een verzekeringsmaatschappij?
Even ‘n kneep in de linker arm. Het koor, de dag dat Nederland z’n onschuld verloor.
Ach schone onschuld die er nooit is geweest.
Era articuleert.

afvaart – bennie spekken

de prachtige machtelozen
staan op de pier

midden in het leven
en zwaaien het uit

het monsterfregat
in de ogen van vader

volgens vriend en vijand
valt het wel mee

maar de oudste gaat
een missie volbrengen

de horizon achterna
een half jaar overzees

moeder en zus
draaien zich om

arm in arm
een illusie armer

men vraagt zich af
waar je blijft

de boodschapper grijnst
vader volgt gedwee

arm rijk – bart pinnoo

Staalblauw glanzend in het maanstrijklicht
glijdt een reusachtige granieten arend
met open klauwen naar zijn slapend Babylon.

Zacht en stil als je lief, sluipend als een gemene tassendief
zweeft hij tussen de wolkenkrabbers in hun krottencirkel
en strijkt neer op één van deze wijsvingers, een zerk van geld.

Hij overziet voldaan de verwaande verf over de ontbinding
en schaterend om de hoogmoed in deze Pinokkioneuzen
rolt de spottende reuzenekster haast van het kerktorenkruis.

In de koude schijn glimmen de straten als spinrag;
de chique lantaarns bluffen met de glitterende dauw.
Kan hij in dit web van littekens nog iemand strikken?

Vernedering en pijn werden gestapeld, liefde vervaagde;
zijn verraderlijke koude complement werd opgedrongen.
De scrupuleuze opvul-ikken wisten met het oude wel weg.

Hier is geen werk meer voor hem, ze roeien zichzelf wel uit.
Hij buldert het stof van zijn enorme vleugelspan en zijn zware schaduw
drukt nog een laatste keer het duister diep in het asfalt.

met je neuken – peter van galen

Laten we (de maand verstreken)
nog eenmaal samen neuken

bijvoorbeeld heel romantisch
sluipend met de lakens
alles aan de teugels samen
twee kreupelen gaan arm in arm
prevelend op weg naar huis

of met kletterende wapens
blaffend op de bank
bijvoorbeeld met die hoge kousen
ogen op de hel gericht
een schaduw op de rand

laten we het doen en later nog eens zeggen
dat is lang geleden man
kijk eens hoe het regent
hoe gaat het en ik zou
heldhaftig met je neuken.

arme stinkerds – benne van der velde

Zo net als u leeft
zo leeft u alsof
het iets uitmaakt

U rekent u rijk
zo net als u leeft
zo arm als u ruikt

Zo leeft u maar net
raakt het aan niet
zo net als u leeft

Ik noem u net u
u noemt mij niet
net als ik u net

Ik zie wat u let
u laakt wat u ziet
u ziet mij maar net

Ik heb verzaakt
zo net als u leeft
leef ik net als u

oog in oog met v.v.t. – gronama

In het holletje van die arm
lag zij ooit namen te verzinnen
voor wel duizend-en-één kinderen
die zij gehad hadden kunnen hebben
die zij hadden kunnen hebben gehad ja
vooral dat schiet haar te binnen in een flits
zij dankt god op blote knieën dat het niet zo is.