glas – tijsterblom

haar kleding is van glas
ze draagt een gouden masker
op haar zwerftocht door de stad

elke hoek die stoot aan het gewaad
geeft barsten en scheuren diep
splinters dringen in haar huid

ze voelt de sneden niet
en trekt een spoor van bloed
de brave burger spreekt er schande van

de wolven van de stad ruiken prooi
volgen haar totdat ze valt
struikelend over eigen voeten

dan rukken zij het masker af
besmeuren en onteren wat niets
dan kinderlijke onschuld was

* – n.t. van egmond

Als ik vluchtig in de poelen staar,
ziet de wereld mij door trillend vlies,
de ogen openend zie ik haar,
helder, ieder anders is verlies.

Ik spartel nog, met bevende handen,
de maan zakt reeds achter mij teneer
en naakt kruip ik naar de warande
waar ik herboren word, keer op keer.

Licht verdwaasd draai ik rondom mijn as,
voor mijn neus fladdert een nachtegaal,
ik pluk hem weg, werp hem in het gras
en de dauw was rood, de ochtend vaal.

Vermetel huppel ik door de heiden,
en bij mijn oud tehuis gekomen
tracht ik mijn voorganger te mijden
opdat ik toch kon blijven dromen.

de dichter – jan gutman

Hij schildert met woorden schimmen uit zijn hoofd
en probeert ze te slijten door ze
op bomen en deuren te timmeren.

Maar niemand merkt ze op en onbewogen
verplaatst hij zijn plaaggeest
in het schrijven van nog een strofe.

En zo tamelijk onschuldig
gevangen tussen regels in een niet kunstzinnig relaas
leeft mijn leven gemoedelijk samen met mij

en noemt men mij dichter maar denkt aan dwaas.

l’amfora van mijn hart – elize augustinus

het overkomt je
als een donderslag bij heldere hemel
herkent u het? Ik bedoel; dat Gevoel Van.

en altijd weer dezelfde strijd;
tussen dichters muren van beton;
roze bloesem regens dwarrelen

tussen zilverblauwe stromen
glanzen de zwanen veren
ruist het bloed van de poëet

en wat het anders doet
l’amfora van mijn hart, oh wat een smart
het boedt, het bloedt, het is nooit goed!

de terugkeer – n.t. van egmond

Alles vervliegt, melancholie
is wat goden hebben geplant
in het hart van eenieder wie
gegeven is nevelig verstand.

Dwazen die dolen door jaren
aan een ander bestemd, iemand
die dood is, de dagen varen
kleurloos en ongewis van land.

In volheid van vergane tijd,
wens ik te verpulveren maan
en zon, te grijpen en uit nijd
te doven, ster. Alles eraan.

echo – jos van daanen

Ze boert zonder tanden,
een dode in beweging

ze ruikt naar woorden
als haar schuld is uitgelekt

en sporen achterlaat
op het schrille perkament

van de herinnering
aan haar gedachten,

neemt en eet haar ziel
en zoekt in stille kastjes

naar kruimels die bevestigen
dat ze nog een leven heeft,

geen mens verlost haar
geen god, noch beest

en de tijd, ach, de tijd
is ook al tijden
niet meer langs geweest.

tijdig getwijfeld – jos van daanen

Ik hoor je recht vooruit,
je verft je gedachten over,
slaat je ogen neer, bloost
en moffelt wat oud zeer weg.

Met mijn vinger op de ontspanner
aarzel ik. Zal ik afdrukken
en je betrappen
voor de eeuwigheid?

Ik laat je zelf beslissen,
laat je omdraaien, mij zien
en breed lachen
voordat ik de foto maak.

omgekeerd evenredig – jos van daanen

Als u uw publiek wilt laten voelen dat u vrolijk bent,
gebruik in uw gedicht het woordje vrolijk niet,
zei de beroemde dichter in een uitgelezen interview

stel dat u vrolijk bent van regen in het hoogseizoen,
omschrijf dan uw gevoel in termen van depressie,
ellende of misère, maar gebruik het woordje vrolijk niet

of als het u gelukkig stemt hetgeen de wereld draaiend houdt,
schrijf dan in volle overtuiging dat hij naar de kloten gaat,
maar alstublieft, gebruik het woord gelukkig niet.

En als u in haar ogen kijkt, vertel haar dat het leven
daaruit weggetrokken is, dat haar huid gerimpeld is,
maar gebruik beslist het woordje liefde niet.

gruis, tijdig verwijderd – jos van daanen

Voordat ik je zag had ik je al getekend,
je ogen en je huid en ook je mond van steen
waar in mijn herinnering de open plekken zaten
veegde ik littekens met mijn vingers weg

maar je leek niet, het woordenloze gruis
had je trekken oud gemaakt, getergde mammoet,
opgejaagd door jagers in het verstilde beeld,
alles gegeven, niets van mij genomen, enkel tijd.

lege handen – elize augustinus

zoals een pelikaan
in dorre woestijn
wandelt als een steenuil

te midden van chaos;
er waait een hete wind
rondom de puinhopen

het gebeente gloeit
als een vuurhaard door dorre vlakte
wij Hebben Niets.

niets meer aan
elkaar te zeggen; het

brood knarst onder de tanden
het is niet meer destijds;
jouw land is niet mijn land

zien wij elkaar ooit weer?
ik weet het niet,
ik weet het niet meer.

alleen maar – dirk wolters

Vanmorgen om een uur of negen
maakte de professor
zijn bevindingen bekend

het was uit nauwgezette
metingen gebleken:
er is alleen maar dit moment.

windmolen – mattijs deraedt

Toen jij de roze spin uit de hoek
van de kamer sloeg, rook ik onraad
in het zwarte vuur tussen je wimpers.

En ja, ik weet al langer dan vandaag
dat jij geen engel achterlaat in de sneeuw
en dat onze benen niet zijn siamees.

Toch volgde ik je hazenpad
door het grijnzende maïsveld.
Maar je bleek meer dan vier poten te hebben
en je groef een boomhut in plaats van een hol.
En volgens mij weet je zelf
nog steeds niet waarom.

En daar sta je nu
te klappertanden
als een windmolen op Mars
en te zwaaien met je roze spin.
Maar dat betekent waarschijnlijk
niets voor jou.

peagasus – mattijs deraedt

Dichten is kijken naar het onzichtbare,
zich niet kunnen neerleggen bij het kurk
van deze maatschappij, wereld, Melkweg.
Dichten is stil rebelleren tegen de droogte.

Haha, je mag proberen zoveel je wil,
maar niemand zal Pegasus ooit kortwieken.

Zie hoe zij marcheren, snoeischaar in de hand,
zinnen opdreunend als kleuters met kerst.

roet – mattijs deraedt

Hij keek hem aan en zag daar staan
zijn broer van goud, al jaren koud.
Hij wist zeer goed, hij stampt en roept
net als ieder ander kind van zes.

Stil en bebloed, aan het water geschonken
dobbert het grijs, een schim tussen het riet.
En waar de rook uit het woud omhoog cirkelt
raast een zwerm van lood. Gekarteld brullen
de moeders, alleen en verwond schreeuwen
zij de kreet van hun kroost, bevroren in de keel.

En hij zag het gebeuren, en hij zag het vergaan
het vuur in de koren, de slang beet de haan.

de frituur – mattijs deraedt

Zij zag hem, de vreemde jongen
met zijn uilenogen,
kijkend door het sleutelgat
van haar glazen deur.

Zij zag hoe zijn handen zwart kleurden op het glas
als twee spartelende olievlekken druppelend langs
het zout van haar spiegel.

Ja, het zelfde zout
dat aan haar botten vreet
door de mazen van haar dikke palmen.

Hij wandelde door de plastic kamer van bordeaux en grijs
en traag rolden zijn rokerige ogen langs de tafels
en de getatoeëerde hoofden van het trotse, uitdagende schuimvolk.
Hij hoopte als blauwe mist te schuifelen door haar vallei
maar brak ieders ogen open.

Onder hun gebalde blikken
klikte hij zijn rechterwijsvinger open
waarna hij begon te blazen
op zijn vingernagel als reanimeerde hij een
zwembandje.

Haar verkalkte botten smolten van het zout.
Naakt danste zij in zijn schedel
zoals de vlezige nachtvlinders dansen
rond de gifgroene tafel op de buis.
Hun telefoon kietelend als het verlengstuk
van de hartstocht van elke eenzame toeschouwer
lachen zij meer dan hun tanden bloot.
Hoe kussen zij hun moeder? Hoe kunnen zij dat nog?

Vervolgens verbeeldde hij zich haar
in al haar vergankelijkheid ontkleed
van vlees en leven, als een kapstok
zonder kleren gedrenkt in woelende humus.
Hoe haar skelet leefde naast haar warme wanden
als de bas naast de gitaar van Scofield.

En hij wist dat hij net zo min
op dit moment naast haar kon lopen
als wanneer zij wit en beenderen zou zijn.
Want hij droeg zijn moeder en vader in zijn tong
en het huis in zijn kleren. Hij zag hoe haar gezicht
haar zwaar viel en hoorde hoe haar stem desondanks
licht vloeide tussen haar gerevalideerde tanden, natikkend uit een stalen verleden.

Hij zag hoe haar hondse wangen
het vuur uit haar ogen trokken, verzakt
onder de dronken slagen van haar vrijer en verdoemd
door de idiote naïviteit van haar moeder.

Zij mag de liefde niet drinken, enkel erin verslikken.
En zij zal voor eeuwig binnen de glazen kooi
van haar pa en ma verblijven. En het glas
zal haar verboden woorden altijd opeten.
Bij elke stap die zij zet boren haar wortels dieper in de grond.

jazz – mattijs deraedt

Met ademende oren
schep ik gulzig naar het geluid.
Met gesloten ogen
vang ik het goud in mijn netvlies.
Heen en weer, op en neer
walst mijn hoofd, knikt mijn kin.

In een wasem van balsemend licht
staat een saxofonist.
Ik kijk nog eens goed:
daar staat een man met een zwaan.

Zijn lippen omhelzen haar zachte snavel
maar plots
gaat het bloed in haar nek rechtstaan
en wil zij wegvliegen, waarop hij haar
gouden vleugels steviger omklemt.
Hij slingert heen en weer onder haar geraas.
Rondom hen weerklinkt het beuken
van trommels en het geritsel van stokken.
Haar gezang wordt wilder, slaat over
en stuitert op en neer. Zijn handen
dartelen sneller tussen haar veren
en zijn tong breekt in haar bek.

Wanneer de laatste slag opensplijt
in stilte dooft de zwaan uit, haar hals
in zijn palmen.

revisited – quirien van haelen

Wie eenmaal in de appel heeft gebeten
Zit nooit meer eenzaam achter vensterglas
Vol spleen, zichzelf onnoemlijk te vervelen

Wie in de appel beet, laat eerder weten
Dat hij vandaag nog bij de kapper was
Of liket een foto waarop honden spelen

heilige onnozelheid – tijsterblom

vannacht droeg een man een crucifix
ging op blote voeten door de stad
heilige onnozelheid op het gelaat
een paar schoenen om zijn nek

maanloos duister was de nacht
geen lantaarn die licht gaf
in de straten, op de pleinen
geen rood van hoerenkast of kroeg

zijn weg vond hij op de tast
en bij het licht van branden
die al doofden in de regen
hun rook schroeide in zijn keel

achtergelaten leek hij
na de Dag des Oordeels
omdat geen plaats is in hel of hemel
voor heilige onnozelheid

maar waarom dan toch,
die crucifix laat zich begrijpen,
een paar schoenen om de nek
en op blote voeten door de stad?

poëzietekening 22/11/2011 acg vianen

poëzietekening 22/11/2011 acg vianen

poëzietekening 22/11/2011 acg vianen

de mortuis nil nisi bene – herman grouwels

van de doden niets dan goeds…

Waarom hem de hemel in prijzen
Vergeven alles wat er was
Zelfs nu hij dood is
Mag ik hem nog met de vinger wijzen
En net doen of hij er nog was

Ik weet, wij hebben allen schuld
En boter op ons hoofd
En hebben onterecht
In erbarmen en vergiffenis geloofd

Maar waarom worden met de dood
Onze zwakheden verzwegen
Onze fouten tot het niets herleid
En laat men onze lafheid achterwege

nou moe – air

weer
later dan
laat kan moe
de slaap niet vatten
dat had ze vroeger nooit
toen was later nog te vroeg
nu laat ze tijd van vroeger toe
ze vroeg er om en laat zowaar
haar vroegste vroeger toe
het wordt steeds later
vroeger echter
echt nooit
meer

magneetbord vol memorabilia – ellen vedder

Kleine stoffen Gandhi, ja hij past
tussen een puntje echt lijkende brie,
een minikrat wijnflesjes en de kameel

vol nep briljanten. ‘t Koekoeksklokje
van plastic, een sprinkhaan gevangen
in glas en twee peperdure paardjes

handgesneden en beschilderd, import
folklore. Een gummi hart verstopt zich
tussen een dolfijn en bolle boeddha

zonder hoofd. Daarnaast de souvenir
van trouwen in Rome en een aanzet
tot poëzie in magnetische letters

pleisterplaats – ellen vedder

We wonen weer in grotten
braden het vlees direct
op het vuur, uit die kleren

in minimale lapjes
voort slipperen, halleluja
wie boeit dat beetje vet

Stemmen bedaren, afstand
vervaagt, mannen kuieren
over grintpaadjes op zoek

naar warme praatjes, wij
vrouwen hangen was rond
wegrennende kinderen

en ’s nachts een terrein
waar we zij aan zij liggen
koud door stof gescheiden

in therapie – jan holtman

I

Ik moet van haar eens na gaan denken
over wat ik nu eigenlijk wil en vooral
ook of ik door wil gaan met leven
want het kan toch niet waar zijn

dat ik zo nu en dan gelukkig ben
 
 
II
 
en als ik haar autootje hoor stoppen,
de deurbel, haar lach, hallo daar ben
ik weer, denk ik tja

ambulant, dat ben je
 
 
III
 
en dan zegt ze “stap voor stap”
we staan nu hier, in het hier
en nu

wat wil jij?
 
 
IV

Ik wil niets, helemaal niets en
dan schrijft ze dat op en volgt
er twee dagen later een brief:

wil niets, onbehandelbaar.

visie is uitkijken – peter de groot

beter een slecht gedicht,
dan geen gedicht

was ik het
mee eens

zeg was
bedoel ben

niet benne
die rappert

- onder anderen
en andere -

maar weet je
wat echt erg is

een matig gedicht
met een zeer zwakke clou

een mislukte poging
waar niemand raad mee weet

omdat de zwakste schakel
zo uniek is

dat je denkt
enkel totaal afbreken
kan van dit gedicht
nog iets goeds maken

maar ik doe er geen
moeite voor

kijk wel uit

vergissing – jan holtman

ik spot nog met de dood
kijk zonder angst naar
dicht geplakte lippen

slecht gegoten pakken
vaak te groot

alsof hij slaapt zegt iemand
schoorvoetend langs de kist

hij zou nooit in z’n beste
pak gaan slapen denk ik

de jongste kleinzoon legt
een tekening op zijn voeten

voor Oma stond erop

fuzzy logic – gerardus

vaag
maar

mist

omgeving

van waar
gaat dit
naartoe

en hoeveel is
dit waar

vat
slechts
de helft

kan ergens
ook voor een
derde

waarheid
maximaal
half rund-
vlees

vanwaar
dit einde

                                                ?

in blijde verwachting – elize augustinus

er zijn van die dagen
zoals vandaag dat
je stil voor je uit zit te staren
je bent
zwanger
en voel
er groeit iets moois diep binnen in je
dicht bij je hart
in blijde verwachting
tot de dag dat Woorden.
geboren gaan worden.

de rode spijkers – elize augustinus

roze hoepels
cirkelen getallen
rondom rode
spijkers in het hout

de koe herkauwt; en
Hij Weet. hoe
hemel blauwt;

hij zag haar aan de
zonovergoten oever
zijn blanke body
veranderde in een roos.

to face or not to face – bennie spekken

wat ben je aan het doen?
ja wat zijn we aan het doen
dat is de vraag

volgens facebook
ga je binnenkort
niet naar een evenement

misschien
zijn er mensen
die je kent