de stappen – jonathan griffioen

wij waren vrienden
samen op een vrije avond voor de poort
ik had pijn in mijn schouders

ik bewaarde God bij mijn sleutels
in mijn zak
gedruis op straat was een hard gelag
maar de steegjes waren stil
je kon geen fles horen vallen
of toch

dof – jonathan griffioen

het gloren gods vond mij
waar we eten
het stukgereten
vuil geworden
en het bleek gekeken
bleef

mijn kleren rieken
naar gebogen dagen
het verbolgen
schraal gekust
er zit nog pluis in mijn navel

alles daargelaten

dronk – jonathan griffioen

Ik heb het gedronken
de koffie
het smaakte naar gister
en bitter

ik liet het kopje staan
tussen de anderen
om te vergeten

musicfriends – elize augustinus

En na afloop
van het bluesconcert
in de zwarte bus Pink Floyd onder
paars zilveren sterrenhemel.

Akkoorden
dansen
blauw
gekleurde
vlinders
druppels dauw.

En zachtjes zingen we mee
Shine on You crazy diamond
terwijl we zweven over vlakke wegen
spreken scherven vuur.

In de begrenzing
van het omhulsel
komen stormen tot bedaren
in het prille ochtendlicht.

paradijs – elize augustinus

In de stilte van mijn geest
zie ik witte bloesem bomen
in een flits voorbij.

Sinaasappel en olijven rijpen
En oranje zon.
Lijkt hier wel een Hof van Eden al

die vogelkelen
met mijn lief dichtbij.

Gouden armen zilveren omarmen
spiegelend in blauw.

altijd de verkeerde – martin m aart de jong

Ze kwijlt iets over zon en maan
sleept sterren aan, en diamanten
flonkering. Ze morst wat dood
en diep verdriet en schuwt daarbij
de waarheid niet. De waarheid die
zo goed en groot door God

over de wereld uitgestrooid
wordt, fijne sneeuw die liggen
blijft. Ze maakt er ballen van,
een pop, beschrijft met zwarte
kool wat knopen, propt
een wortel in zijn wit
gezicht. Ze heeft een neus
voor dat soort zaken. Alles
wat ze raken kan gaat mis.
Maar iedereen roept
dat het prachtig is
omwille van de vrede.

Ja, mooi is dat toch
vrede. Stil en vredig
spelt ze s, n, e, e, u, w
alsof het kerstmis is.
Dan komt de dood
die eerlijk is,
trekt zijn pistool
en mist.

ramen spreken – diana hoogenraad

wij lopen rondjes
om de kerk
als liefdesgoden

tot middernacht
verjaagd hond
stille kracht

jij blijft zwijgen
ik loop hard weg
je valt dood

toekomst – elize augustinus

En de duisternis trok door het land
terwijl grote macabere ogen de

boomtakken – nog vol als de zomerzon -
langs de kant van de weg verlichten.

Ik zag hoe de bladeren regengepoetst
treurig naar de aarde keken en weenden om
hun naderende en te vroege dood.

O treurige dood van midden in ‘t leven nu
alle bloesem weggewaaid ‘t lange wachtten
op nieuw leven.

Verdriet rijpt als het koren.
En naar de lente.
Als al het nieuwe leven
weer vruchten zullen geven.

s.m. (voor d. & e.) – jan holtman

pak de strijkplank
en het ijzer

pak de knijpers
en de lijn

het vloeibaar zeep
en wat verzachter

tegen de pijn

boven verwachting – martin m aart de jong

je droomt de bergen in
je slacht een geit
daarvoor hef je
het mes hoog
boven je hoofd
en met één klap
splijt je de nek

er staat een bak
met warm water klaar

het geloof – hans goudart

“Hoop doet leven” ,zei de strontvlieg.

Er zijn nog wel wat dingen
waar ik echt in geloof :
Mensensmokkel, Vrouwenhandel,
Slavenmarkt en Maagdenroof.

het hiernamaals – hans goudart

Nog even…
ik kan er bijna niet op wachten;
dan begint mijn nieuwe leven:
Moorden, plunderen, verkrachten!

klein mokum – jan holtman

haar strakke zwarte legging
toont ons de omvang
van ‘t verpakte vlees

en ver daarboven lacht
haar hoofd de klanten toe
juist zoals dat hoort

de wollige wanden echter
smoren haar schaterlach
in clandestien geroezemoes

maandagmorgen – laura mijnders

Maandagmorgen wordt het gras
met een lusteloos
gezicht gemaaid
de alledaagse dingen
in het hoofd van de maaier,
het gras gekort
door een apparaat
dat maait
en het onkruid
de weg op doet stuiven
”dat apparaat”
dat nog altijd
meer lawaai maakt
dan dat het in resultaat
oplevert
zegt mijn buurman
meneer van de Stee.
wanneer er dan weer
zoals elke maandagmorgen
gras gemaaid moet worden
maakt meneer van de Stee
er een sport van
om zelf meer lawaai
te produceren
door zakdoeken
met het geluid van
wel precies gemeten
69 decibel
vol te snuiten

een beetje schaduw – diana hoogenraad

ik fluister jouw droom
kus je lippen
licht

dronken van de zon
geen rivier
bespeelt nog onze snaren

vergeet mij niet
nooit
onsterfelijk lied

het zand is leeg
ik voel
een beetje schaduw

ouder – laura mijnders

Niemand vertelt je
hoe je kind moet zijn
noch,
hoe volwassen
te worden

Niemand vertelt je
hoe je ouder wordt
zonder de pijn
van een verloren liefde
eens, te moeten verdragen

stadsdichter – stefan van hoek

Aangesteld door ambtenaren
vergat hij voor de goede orde gewoon
dat hij wilde schrijven wat hij
…zeggen wilde

Zich hoerig verliezend in trucjes
over bochten in de rivier
naar het zwerk reikende metropooltotems
heipalen die hartslag bonken
En kantélen in het tegenlicht

Mondhoeken vetter van subsidiesaus
dan die van het collectief koopzondagpubliek.

kun je nog zingen, zing dan mee – jan holtman

van wat ik schrijf is nooit meer
is nooit meer iets waar zoals
vroeger dingen waarheden
waren

mijn tong lispelt er lustig op los,
toen liefde en bloedworst nog
samengingen en wij zongen,
omdat we

nog zingen konden:

eigen meester, niemands knecht
                    recht en slecht
stalen vuist en rappe hand,
zo is ’t volk van Nederland

waar is het varken in dit lied
met stalen vuist en rappe hand.

ferme jongens, stoere knapen,
schaamt je jongens en gaat mee
naar de zee, naar de zee

om aldaar te verdrinken,
                    recht en slecht.

hola, Bootsman, ik ga mee!

poëzie – bennie spekken

poëzie is mijn schoonzuster
ze woont alleen in een dorp
veertig kilometer verderop

ze rijdt in haar auto om
uit te zoeken hoe ons volgende
week zonder omwegen te bezoeken

liever te vroeg dan te laat is ze
ongezien onze straat doorgereden

zondagavond – bennie spekken

ik kom langs je huis
je zit op de bank
de rug gerecht
in afwachting van

de tv staat aan
je kijkt uit het raam
buiten beeld
is iets veranderd

straat boom wind
auto man met hond
een verregende zon-
dag man met hond

het verlangen trekt
de gordijnen dicht

vakantie – bennie spekken

de sleurhut staat voor
waar is het wachten op?

pa stelt de spiegels
met een natte krantenkop

moeder stift haar lippen
nu de buien over zijn

de dagelijkse rituelen
zijn van haar gezicht af

te lezen opgeschreven
dat ik niet mag vergeten

de brokken voor de poes
de planten water geven

oud papier in de schuur
staat nog een kratje bier

dan gaan we maar
goed oppassen hier

confabulatie – lize schraepen

ik hield ervan als de wind geluid maakte
dan maakte ik tekeningen van mijn voeten
en ooit schreef ik een brief vol muzieknoten
en verstuurde die naar mijn buurman
ik trok zelfs onderbroeken aan
die ik kreeg van de postbode
ik wilde een man zijn,
een man met lang haar
die muziek speelt op de kade
hij zingt voor het egoïsme van anderen
en de schaamte in zichzelf
en als je mij niet gelooft
dan noem ik je vies
en trek ik je kleren stuk
maar ik wil je niet naakt zien
want wanneer ik bloos
dan ben ik te mooi voor jou

groningen – lize schraepen

Voor jou een bekende kade aan het water
genietend met een biertje van het gesmeekte weer
ik een Belgisch meisje met dezelfde taal
maar een verkeerd accent
Op zoek tussen vreemde voordeuren en waterwegen
naar een plek uit een boek
jij vond het maar een eenzaam zoeken
toen de donker al zijn intreden deed
Zo werd mijn plek
geen doel meer,
maar een middel om
één moment met jou te stelen
Sinds die dag zit je niet meer,
alleen op de kade aan het water
ik ben nooit meer weggegaan
we zijn nog steeds op zoek
naar de plek uit het boek

herinnering – lize schraepen

wanneer ik dood ga
worden mijn boeken verkocht op de rommelmarkt
                    en gaan mijn dagboeken naar de kringloopwinkel
                                    maar zolang,
bemin ik de teksten en ga ik vaak vreemd in de bibliotheek
dan kus ik de letters van een ander
op mijn rode hoge hakken
maar als ik dood ben,
word ik vereeuwigd in de linkerhoek
van een door mij in een stoffig winkeltje
aangekocht boek
dan ben ik op deze aarde
tot jij door de papierversnipperaar gaat
al was je bij momenten
tussen het begin en het einde
verschrikkelijk saai

wereldkundig nieuws – jan holtman

de tsunami in Japan:
wij lagen in bed

aanslag Alphen aan de Rijn:
wij lagen in bed

bomaanslag in Oslo:
wij lagen in bed

kijk, zo kan ons
niets gebeuren

eva you’re a woman – elize augustinus

eva you're a woman - elize augustinus

eva you're a woman - elize augustinus

gesloten ruit – elize augustinus

Hoe een ijzige wind hier regelmatig opsteekt.
Ik hoor het sinistere gekraak van spanten en binten.
Ik kijk door de gesloten ruit.
Een rij van bomen met zwiepende takken.
De straat is bekleed met een goudglanzend tapijt.
De fluitketel begint te fluiten.
Ik schrik ervan, en draai me om.
Loop naar de keuken.

En giet het water op de koffie.
De ruimte is gevuld met een heerlijk aroma.
Ik schrijf woorden zittend achter een antiek bureau.

Jij staat aan de andere kant.
Ik spreek over liefde.
En jij trekt je kogelwerend vest aan.
En biedt weerstand.

Ik steek een kaars aan.
Flakkerende vrolijke lichtjes.
Gouden lichtgloed warmte van de zon.
Dat geen dwarsliggende wind kan doven.

vergane glorie – diana hoogenraad

Ik lees Story
aanschouw
vergane glorie

Armoede
met geld
jeugd gekocht

Nep
verliest glans
vliegensvlug

de boekenstaat failliet – diana hoogenraad

Geen tunnel naar licht
Kunst geeft zicht
Boekenstaat failliet
Kerken moskeeën ingestort
Een beloofde hemel is lucht
De klok loopt terug
Tot den beginne
Waar het begon
Aards paradijs
Hier en nu
Onsterfelijk woord
Muziek spreekt

tegen de klippen op – martin m aart de jong

Hier hangt

een schilderij.
Het hangt keurig recht.
Het stelt een landschap voor.
Met bergen. In de verte
klimt een herder met
een kudde schapen
uit het schilderij.

Eén van de schapen
heeft een blad te pakken
met letters erop geschreven
en vreet het op.