elk moedervlekje – benne van der velde

elk moedervlekje - benne van der velde

elk moedervlekje - benne van der velde

witte ruis – lammert voos

geen signaal
en geen sprinkhanen in het veld,
geen salamanders en kikkervisjes in de
sloot achter school en waar is jouw stem gebleven?
waar zijn de meikevers, torren, de vis in de rivier; geen lucht,
geen water, geen groen gras; roestvlokken zweven dor
en droog en de longen schrijnen, het haar valt uit en
de buurman knabbelt aan de tenen van zijn vrouw,
niet uit liefde, uit haar buik groeit robertskruid en kalveren aborteren
zichzelf en in de nageboorte geen zuurstofrijk bloed en alles
verkruimelt en ik toets het nummer nog eens in en die
stilte, verpletterende stilte in de hoorn het ruisen van
aanrollende golven overspoelen staketsel en traliewerk
en beelden drijven het strand op en het kind pulkt de
laatste alikruik uit zijn schulp en steekt die; het potje is
leeg op wat troebel drab na, je dacht dat alles zeker was
en tussen je tenen zand en daar verderop nog twee meeuwen
weggewaaid, dood als oncontroleerbare vliegers met in de
ooghoek van het geschilderde gezicht een traan,
maar ik kan het niet goed zien
en ik draai me om,
voor altijd

de iden van maart – lammert voos

een turkoois lint tussen dijken op
het veld gesmeten de zon schitterend
op de kabbelingen en de wijzers van
de kerkklok waar de kauwen luchtvechten
op thermiek duiken en ontwijken,
schijnaanvallen; honderden grazende
grauwe ganzen scheren niet weg
maar kaal gras wuift windloos groen
op basaltblokken langs de rivier en in
bomen, struiken en in prikkeldraad
hangen verdord de scalpen van
winteroverstromingen; elzen en
peppels lopen uit met aarzelende
vroege tjiftjafs tussen de takken
overstemmen dof ploempen van
dieselmotoren van passerende schepen
en de dekknecht loopt naar
de stuurhut, stilstaand aan de reling,
meeuwen in het zog en de pont wacht,
de kabel pas weer strak na de passage en
de zon schittert woedend op de kabbelingen
en het is allemaal zovanzelfsprekend
tot het verdwenen is

poëzietekening 29/03/2011 acg vianen

poëzietekening 29/03/2011 acg vianen

poëzietekening 29/03/2011 acg vianen

zomertijd valt duitsers zwaar – anton bijveld

Wil een leuke grap maken
Maar te weinig zomertijd

‘bange vogels krijgen jongen met lange vleugels’ – anton bijveld

Je spreekt van
Huiselijk geweld
En de manier waarop
Jij dat meldt

Kwalijke zaak

Ik praat liever
Over de prestaties
Van nageslacht

‘meltdown in reactor 2 van fukushima I’ – anton bijveld

Geen paniek
Eventuele slachtoffers
Staan toch al op lijst
Met nominaties

We laten ze niet voor niets
In betreffend gebied wonen

de dichter – jan holtman

Kijk hem nu eens dichter zijn
alweer een vrouw verlaten

Kijk hem nu eens dichter zijn
door narigheid gedreven

Kijk hem nu eens dichter zijn
al maanden geen vers geschreven

Kijk hem nu eens dichter zijn
lopend naast die jonge griet

kijk hem nu eens dichter zijn
‘t lijkt zowaar of hij geniet.

lucifer – jan holtman

Sleep me mee
naar de duistere
kant van het leven
de spelonken
van de nacht
en los mij op
in vergetelheid
om drie uur in
de nacht de kus,
de grand marnier
oh Lucifer
omringd door dit
klandestien
geroezemoes
neem mij mee.

manier van werken – gerardus

ik ben van mezelf best nukkig
maar daarom nog niet minder ongelukkig

waar ik het ‘m in zoek
is het rijmwoordenboek

flux – jacques santegu

I

hoofd tegen rotswand
wordt cocktail
schedel krakend ijs
een radijzenparadijs
ontsproten aan
belladonna pupillen

en zij drinkt, mijnheer
o zo gaarne
knaldronken dame
van de shake ziele-
wiegend
‘t vergiftigd lijf

van nectar puls-
erend
nacht en nevel

II

ze begeeft zich, mevrouw
o zo gaarne
schaars geklede dame
boven afgrond iel

ogen bol
ontrolt ze er ‘r
kameleons tong
klautert
uit haar open mond

naar de bodem van
het vat
en schept haar bekers
als een waterrad gul-
zig in ‘t
langsstromend leven

rabiës – jacques santegu

De bodybuilder mag niet met zijn pitbull binnen
niet in het museum
niet in de concertzaal
niet op de poëzievoordracht

De design kefhond in Madame’s handtas mag mee
in het voetbalstadion
in het vliegtuig richting Balearen
op het cruiseschip tussen honderden bejaarden

Steven heeft een baaldag
Blinky! keft haar keeltje droog

mijn liefste, de afgrond – laura mijnders

Staande aan de rand
kijk ik langs de punt van
mijn schoenen
naar de afgrond
onder mij

In het zwart dat
mijn gedachten
nadert,
een oase van rust
wil ik niets liever
dan me storten in
het onbekende

Liefste,
vaarwel
treur niet
treur wel

Staande aan de rand
schuifel ik dichterbij
ik kon het niet
want de ware afgrond
dat ben jij
deze afgrond heeft zich
al genesteld
dieper
en dieper
en dieper val ik
al
in mij

Ik kon het wel
Ik kon het niet
Liefste, treur niet

lees me, ik ben – laura mijnders

Ik ben
overal in het nergens
in de vergetelheid van je hart
in het zwart
van het verdriet
dat ons overspoeld

Ik ben waar
vergetelheid heerst
waar gedachten
de hoofdrol spelen
in een verdrongen
toneelstuk
waar de spelers
ontslag hebben genomen

Ik ben
waarheid
in de bladzijden
tussen de regels
In het stof
dat onze namen spelt
Lees me,
laat je ogen
over me heen glijden
Zoals je dat, bij elke
bladzijde doet

Lees me
Ik ben

* – berrie vugts

Ik werd wakker midden in de nacht
En deed alle lampen aan

Ik hoorde de wind voorlangs de raam
Het schudden van de bomen

Ik sloot de ogen en ik duwde
De tijd vooruit

Ik werd wakker van het felle licht
Alle lampen waren uit

de trein naar auschwitz – berrie vugts

Rijdt vandaag niet
Rijdt terug

De lege wagons voelen lichter.

De machinist steekt een sigaretje op

Zet een raampje open

En voelt zich lichter.

* – berrie vugts

De kunstvluchteling
slaapt onder het viaduct

wekt woede (slapend)
tegen nieuwe windmolens

Het aangezicht ettert babytaal
krast bomen uit

Losgerukt uit andermans tuinen

die waarheid toch – martin m aart de jong

Altijd wel iets in petto
waar je niet op gerekend had.
Het grijs dilemma van de tijd
wordt opgeheven met een lentedag.

Je stapt de hemel binnen.
Neemt een mandje mee.
Je rekent af met wat je hebt.

Een kilo zonnestralen
was je thuis eerst
zeer zorgvuldig.

Het lekt uit. Het ruikt.

De buurvrouw klaagt
dat ze gelukkig is
en dat ervaart
als vreemder
dan ze ooit.

libië – 19/20 maart 2011 – frido welker

Tomahawk
                  de dagvaarding
zouter dan de Middellandse zee
het water
                  als je jasje
uit
de lucht in
                  als je petje
het is in de hemel kouder
dan op de straat waar je inslaat

bloemetje – janus duprie

op voorpagina van krant
heel nederland heet wakker
staat hij een fantastisch portret

buschauffeur liet pedo pakken

bloemen voor dank en sier

denk meteen aan politie en hoe
men boeven met boeven vangt

blauwe oase – elize augustinus

Ze wandelen in dorre woestijn
tussen de steenuil: te midden van
chaos waait een hete wind rondom de puinhopen.

Het gebeente gloeit verzengend.
Een vuurhaard door stoffige vlakte.
Op weg knarst het brood onder
onze tanden. De pelikaan drinkt
uit een blauwe oase.

de waarheid – kate s. kuipers

je kunt Fukushima vinden
of Tripoli op een kaart
de bergen, de vulkaan, de zon
niet vergeten de oceaan
ergens in het midden ligt ze te branden

je kunt zoeken met tanks
afweergeschut, of beton gieten
en hopen dat ze tevoorschijn komt
als je haar afkoelt onder een fontein
van water of andere
evacuaties toepassen

aan het eind staat ze daar
op de koop toe
als een koe, één koe
die geen wereld maakt
als één zwaluw
geen lente

goud – bart pinnoo

De aardbol is dolgedraaid
en iedereen is grijs gestudeerd;
Er was echter niemand die vertelde
wat kleuren inhouden.

Als jij zou zeggen wat je bezighoud
en iedereen zou stoppen met liegen
dan zou er in ieders hart ruimte komen
voor eenvoudige dingen.

Als al wat men je wijsmaakt
kostbaar goud zou worden
zou je eronder verstikken
en de hemel niet kunnen zien.

diep blauw – bart pinnoo

Volgens de honger naar intrest
zou de aarde sneller moeten draaien;
tot de spijt van beleggers leef ik
in onverkoopbare lucht,

onder een tijdloze koepel
met haastige condensatiestrepen.

Zonder alles uit te hoeven leggen
kunnen we het onzegbare wél openen
en de parallellen in elkaar aanraken
door intimiteit weer te vinden
in de gradaties
van een schijnbaar monochrome hemel.

Kon iedereen eerlijk zijn
en vertellen wat in zich leeft
dan zou de stille lucht me koesteren
en voller proeven dan enkel bevrijde adem;

de wolkenworsten zoeken hem
tijdens hun trek vanuit het ochtendrood.

Als je de mensen niet veroordeelt
en wat je vertelt ze verblijden,
dan geloof ik dat je reeds halverwege
je reis ontstaalde warmtes verenigt:

diepgang vloeit haast onmerkbaar
tussen dat onvoltooide grijs en intense indigo.

zwart – bart pinnoo

Ik ben een druppel gelood pek zinkend in Chinese inkt. Voor ik
verdrink zal de waterdruk van het stuwmeer me eerst traag
pletten. Mijn stuiptrekking tikt tegen de reeds gebarsten dam.

Het stof van betonrot stuift over het terugrimpelende
water. Hopelijk wil de verlossende lawine een vraag
inslikken en mij in een snelle genade verscheuren.

De toekomstloze vloed zal verlossen zonder te troosten.
Een moment liefde zou nu liegen als een sidderroggraat,
een feestelijke vuurwerkstaart in mijn ogen krassen als stro.

Ik probeer mijn geamputeerde oogleden te sluiten. Doorheen
een deken van lokkend grijs golven katten en eekhoorns
met hun anijszwarte staarten een pantomime als proberen
ze me weg te houden van de opslorpende dofheid.

In het kobaltzuur tussen een rozerood en een oranjegeel
aquarium danst een tuimelaar naar me toe, en weer weg.
Als ze terugkeert zodat ik haar kan aanhalen is ze spekwit
en helrood gemarmerd. Gevild, alsof ze spiegelt wat zij ziet.

niemand – eva meijer

Dat er niemand is om me te zien als ik naakt uit bed stap
met niemand bedoel ik niemand behalve de hond en de kat
wat natuurlijk niet niemand
maar twee keer iemand is
en het is niet zo dat twee keer iemand niemand is of andersom
dat twee keer niemand iemand
zoals twee keer iets niet niets is
en twee keer niets niet iets
hoewel ik niet weet hoe ik me twee keer niets of niemand
zou moeten voorstellen
behalve als afwezigheid van jou en iemand anders.

traditie – elize augustinus

De zilveren kandelaar
pronkt op de tafel van
notenhout, en al het
zilver gepoetst.

De messen en de
volken glimmen: links en
rechts.Rondom de borden
op het laken
van damast: en wij
er half onder.

Een speld horen vallen.
Wachten.
Het moment dat we een
toost uitbrengen
op het leven.

En kristal gaat zingen.
Muziek raakt ons
diep in het hart.
Afscheid nemen ook.

polarisatie – elize augustinus

VONKJE
AANGEWAKKERD
DOOR GURE WIND

WORDT EEN VUURTJE
STEEKT EEN HEEL
BOS IN BRAND.

late lente – bennie spekken

de dartele broeders
betreden het veld

het gras ontdooit
de uitgeharde stemmen

de speaker spuwt
bloed zweet en tranen

waarom wordt het geduld
zo op de proef gesteld?

te laat – bennie spekken

twee mannetjes duiken op
gelijke tred

stilzwijgende
verstandhouding

in een oogopslag
begrijpen wij elkaar

zij gaan rechtdoor
ik sla af

met mijn hoofd
de mist in