onontkoombaar – elize augustinus

Zoals die dag
toen we naar
dreigende

wolken keken
en jouw kus zuigend
naar beneden trok

Je vochtige mond
hartstochtelijk fel
in liefdesspel

pruttelend kokend heet
de fluitketel
stoom afblies

Het kopje
lavendelthee
voor slapen gaan.

poëtische onthouding – hans van willigenburg

Blij als ik ben zonder onderwerp!
Het gedicht dat alle kanten dan nog op kan!

Onbestemdheid van het inademen!
Feeërieke tonelen van de op onbekende gronden
totaalweigering te schrijven!

Verslaving aan het onbegonnen werk!
Het wervelend zwieren boven het wit!

De blik naar het plafond, de pen in de mond,
de eindeloze reeks afgekeurde beelden
die niet willen of kunnen spreken
en, door jou behoed voor een afgang,
onder een warme deken in je hoofd kruipen:

dankbaar als lelijke meisjes,
die bereid zijn voor volgende gedichten
onbeperkt aan zich te laten plukken.

kustbeschouwing – hans mellendijk

Strekdam, Lelystad, 20-10-2010

Ontwaar ik daar door ruit ‘n kluwen wol?
Dichterbij zoomt het
vox populi voluit op ‘t orgel.
De poepende man.

M’n eigen shit ophoudend
onder het beeld aangekomen
zie ik uit de Meccanodoos
Pier en Oceaan in 3D.
Piet Mondriaan aangeland?
Van figuratie naar abstractie.
De kunstbescherming valt aan
hurkend aan het Markermeer.

Diafragma f/22.
Sluitertijd 1.5 s
maakt van mij een drol
als ik later de foto scrol.

taking place taking off – hans mellendijk

bij the temporary stedelijk @ the stedelijk museum
amsterdam 20 oktober 2010

de spiksplinter nieuwe vloeren geboend 
voor & van elk wat wils, voor ieder wat

mijn lengte wordt opgemeten
met naam de massa ingeweven

de muurtekening evolueert 
als openbare performance 
én als collectief document
zoals dat in een conceptuele
taalklucht mag heten

ik zie een spreeuwenvlucht ontstaan
benieuwd welke hoogte ze gaat nemen

spaar de plaatjes – martin m aart de jong

Hoezo jezelf invoelen? Snap je niet
dat dit het is, een wand van glas
tussen ons in, je kijkt wel maar
de schittering is niet de schittering
waar het om gaat. Dus ga nu maar, trek

je eigen wegen na,rij harder dan mag,
het staat je goed. Rol het dak open
laat de lente ruizen om je hoofd.Ruim
maar eens op. Naar Duitsland. Gaan

gaan, gaan op de autobaan. Vol gas
terug naar het land waar snelheid
status heeft. Vier wielen en een ik

er tussen die voor zichzelf leeft
en voort rijdt. BMW. Porsche. Mercedes
spaar de plaatjes maar leef je niet in.

heuvelrug: parkheuvel – pietersz van calumburgh

Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar
bakken wij weer bruin brood achter tralies
Verbazen zonen van vroege bruiden met
een nieuwe kubuswoning. Maandagmorgen

en jouw benen zijn te zwaar om de spoken
uit het park te vegen. Kattenstaarten treuren
bij de aanblik van het pas gemaaide gras.
Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar.

En vertel eens eerlijk vanuit je onderbuik
Hoe vind jij dat nou een man een vrouw
een vierkant huis, gemaaid gras in een spookpark:
Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar.

heuvelrug: rangeerheuvel – pietersz van calumburgh

omklemmende warmte verlaat niet meer
de grauwe kleren van de ingehuurde machinist
hij stookt plankgas zolang gebundelde spiermassa’s
kolen op de vuurgolven scheppen komt hij

laaglandse snelcurcussen stoomstokerij
voorzien niet in versneld torderend opstoken
dat het deernen deren kan, daar niets van
de rekening met gevarentoeslag komt achteraf

van rover’s aktiefront, passagiers, passagiers,
passagiers, reizigers met bederflijke waar
gesmolten in de coupéketel van de 1e klas

het perron loopt leeg de achterkant lonkt
op omgekeerde groentekratten roept men rond
Jezus is a soulman met een onderkoeld lijf

heuvelrug: zoutheuvel – pietersz van calumburgh

Hardvochtige vrouw, spreek nog eens zacht
over de kinderen in je handen en de avonden
dat je stenen gooide in de zee. Hoe de hekken

om je pijnboomtuin open gingen en de gekken
stopten met spreken. Toen jouw binnensmonds
gefluister mompelde naar hun. Leeg

de houten huizen. Niemand heeft gewacht.
Het dak weggeslagen boven afgekloven stenen.
Opgesloten vrienden verhangen hun jassen
aan scheefgezakte deuren.

heuvelrug: schaamheuvel – pietersz van calumburgh

Nee Bastiaan,
jij bent niet langer de gespierde paardenslager.

Jij bent meer van verse vis, kalfslever, ossentong,
na te tellen ribben en stoere polderbillen.

Bastiaan – vrienden van vroeger noemen je nu Hansje –
je bent een opgeknoopte ballenjongenworst geworden
volgepropt met geretoucheerde verlangens
naar een magere:“you need the full package
for the playboy look”

Hans, je bent een bange Lippizzaner zonder ballen.

heuvelrug: vluchtheuvel – pietersz van calumburgh

Helicoptervluchten is een passie.
Hoog boven alles en alleen
vervliegt de lucht om je heen.

Wentelwiekend boven honinghoofden
grijpen grage handen bijenzwermen vast,
knijpen honing uit in mat glas.

Beneden omarmen zware zwerfjassen het magere lijf.
In de binnenzak dobbelstenen met zes kanten.
Aan witte handen kleven zwarte wanten.

Vluchten is een passie.
Op deze eerste dag van de laatste zeven jaar.

vriend x – jan holtman

Vriend X. is opnieuw gestorven
na tien jaar ziek te zijn geweest

verlaat hij haar, het stoffig nest
met ongelezen boeken en koestert

hoop uit bange dromen.

Het zijn volwassen mensen van
veertig jaar, sprak zijn moeder

met lichte tegenzin. Ze gaan
een huisje huren.

zondag – jan holtman

Wat zei ze toch
toen we weggingen
de planten nog water geven?

Iets met zondag zei ze
en schoof haar jurk omhoog
voor de zuster met de pen

zestig eenheden het kon
niet alle dagen zondag zijn.

als de nacht weer knaagt – laurens windig

Dan breekt het kleine lichaam los
alles van de dag scheurt open
in gegil van ja en nee

rook onthult het angstsyndroom
dat telkens slaapt en wakker wordt
door steeds hetzelfde beeld

dat stampend in het hoofd
ontploft en puinhoop achterlaat
in overspannen geest zonder eigen wil

verlamd door flitsen van herinnering
die zich oogverblindend openbaren
in een nieuwe nacht

zwarte bange kinderogen rollen
schoorvoetend naar de hoop die
liefde, rust en vrede brengt

littekens blijven zichtbaar
samen met de oorlogsstank
die overal misdadig loert.

stormachtig volgt de lente – laurens windig

Als de dag zijn rapheid heeft gedaan
de avond vraagt om kaarslicht
mijn onrust zich naar beelden richt
hoe zal de wereld er weer voorstaan

bewustheid suddert snel in opstand
mensen laten zich niet meer draperen
als duivels en gezindte hen regeren
valse beloftes aan een halsband

de andere kant toont ‘t goede leven
voorgeschoteld als ‘t hof van Eden
waarvoor zij hun leven willen geven

met ruggesteun van mogendheden
zou rechtsstaat kunnen overleven
door evenmensen aangedreven.

duivelse dreiging – laurens windig

Er sluipen duivels uit de bloemen
dreigend rond het mensdom
zij vangen aan met rekensom
onbevangen in geluidloos zoemen

stil onzichtbaar kruipen zij in huizen
waar gezinnen onbevreesd genieten
zich met volle liefde overgieten
onwetend van vernietigende luizen

lieveheersbeestjes zweven in het zicht
er klinkt muziek van schone klanken
kinderen zingen in een hemels licht

onwetend van het duivels janken
onder het roodzwart schildgezicht
verscholen redding is niet te bedanken

eenkennig – laurens windig

Hoe zalig krult het ongeboren kind
in de verborgen droom van moeder
geboren aan de borst der hoeder
waarna het uitgroeien begint

wanneer bewustzijn zich dan opent
en het andere ogen voelt
boven de wieg het nopen smoelt
stemmen galmen zeer uitlopend

veilig was de stille schuilplaats
en het levendig bewegen
rondom het draaien van de taats

later opent dan het ware leven
vindt het vlees en bloed zijn plaats
schaterlachend zich zal overgeven

fossielend bos – laurens windig

Struikelend sleep ik
door kwade dromen
fascinerende mist
naar een nieuwe tijd
van dode bomen
en versteende mensen

binnenin fossielend bos

onverklaarbaar
sla ik glasgordijnen open
van motregen dat viel
in de ochtend

voor mijn gevoel
alreeds expres gesloten
tussen mens en de natuur

blijf hangen aan grijptakken
en mijn haardos verstrengelt
o Absalom mijn zoon

verbaas mij
dat gordijnen zo simpel zijn
te openen doch als de wil
zich niet meer toont
in logisch denken
dan zijn bergen niet meer
te verzetten.

tijd voor verandering – gerardus

en wie er nu
nog revolutie roept
loopt achter feiten
als schapen

februari – ad van schijndel

Oh zalige maand van vier keer zeven dagen,
waar in het begin het einde mij al roept,
waardoor de snelheid van de winter floept
en Valentijnse rozen vele harten plagen,

je hebt mijn plichten heerlijk ingekort,
en als er aan mijn werk een uurtje schort,
zeg ik mijn baas: ‘t Is nu februari:
wie zeurt van langer tijd, verkoopt slechts larie.

Toch grijp en kleun jij mij ook mis,
want als de eerste dag vol liefde is
en ik me aan een ander wil verwarmen,

dan trekken krampen door mijn darmen,
want wat een maand zou mogen duren,
heb jij verkort met zeker zeventig uren.

het jaar 2-0-11 – ad van schijndel

11 is een zeer bijzonder getal,
opgesloten tussen 10 en 12,
tussen de heiligheid en de volmaaktheid
van de tien geboden en de 12 apostelen,
is 11 in de eerste plaats een spiritueel getal,
het getal dat de waarheid zoekt in de zelfverlichting,
kort bij huis, niet te ver van je bed,
in een mengeling van rust en vrede,
én verwarring en verbijstering;
de11 kijkt ons diep in de ogen
want wil de waarheid vinden
achter onze stoffelijke, materiële wereld.

11 is een priemgetal en een palindroom,
want alleen deelbaar door 1 en zichzelf
en ook omgekeerd blijft het trouw aan zijn waarde:
11 is 11, hoe je het wendt of keert
en datzelfde geldt voor 11 keer 11 (= 121)
en 11 keer 11 keer 11 (= 1331),
het is de lepel, de pap, de Otto, de Anna,
ja zelfs de reteveter onder de getallen
en daardoor kent 11 zijn magische verschrikking
want 11 bijt zichzelf voortdurend in zijn staart.

niet voor niets speelt 11 in de omgedraaide wereld
van het dagelijkse leven een grote rol
en is 11 het getal van de gekken, van carnaval,
van de raad van 11, en wie te elfder ure aan komt zeilen,
vindt de hond in de pot of een vreemde in zijn eigen bed.

2011 is voor burger, baas en staat een dubbel lastig jaar
want 2 = 2 en 11 is een 2-trilling, want 1 + 1 = 2
en 2 staat voor het vrouwelijke beginsel
van zachte spiegeling, meegaand en ontvankelijk,
maar 2 kan evenzeer bedreigen, manipuleren en bedriegen
en al doen wij het vaak anders:voorkomen
wie manipuleert, heeft de macht in handen.

(Dus, beste lezer: wees dubbel attent in 2, 0, 11!
Sper beide ogen extra open
en luister naar de klank van de tijd!)

dank u heer – martin m aart de jong

Er waren dagen bij dat we de stilte
kusten en met darmen in onze maag
rammelden als monniken met sleutel
bossen op weg naar het vrijdaggebed.

U heeft ons laten zitten Heer, met
al die boeken & gedachten over
een betere wereld. Moesten wij
echt Uw tuin met Uw regels..

Het resultaat is uitgezaaide twijfel
Heer, erger nog dan kanker. Nooit
meer zeker van een plek in de hemel,
het programma hier beneden loopt
voor geen meter. Maar ik neem
niets kwalijk, immers U bent maar
alleen en een evenbeeldig mens.

deal – walmzand

stappend door de
spiegel
treed
ik
in mijn
ziel

verontrust door de
aanblik
sluit mijn duivel zijn
deal

van hem komen de
suggesties
die mijn handelingen
bepalen

ik sluit niet uit mijn
hart
en ben bereid daarvoor de prijs te
betalen

fundamentalisme – elize augustinus

Ze kijken
omhoog tot het
puntige uiteinde
van de kerktoren

buigen voor
hoogwaardigheidsbekleders
in toga

Hunner rode tabbaard
afgewerkt
met schapenwol, de
Band met slangenhuid

Gewapend met
dum dum kogels
stijgen ze te paard

De mantel
der liefde
weggenomen, zodat
de loden kern uitéénbarst en

Grote wonden veroorzaakt.

gelijk heeft hij – filip couck

hij heeft een stuk of wat vingers
die niet echt meer meewillen
net als zijn geest die weigert
slaaf te zijn van zijn tijd

retorisch talent genoeg
om psychiaters te overtuigen
van zijn eerlijkheid
hij meent niet te kunnen werken

toch hier niet,
zeker zo niet

hij zoekt rust
‘s zomers in een psychiatrisch centrum
en na de eerste vorst
slaat hij zijn vleugels uit,
volgt de vogels
en reist nog verder door
naar zijn geliefde
India,
zijn bron van geluk

velen noemen hem parasiet,
weinigen zien wat hij echt is:

klokkenluider.

euthanasie-aanvraag – filip couck

éénmaal
andermaal
mislukt

engelbewaarder draait overuren

driemaal is scheepsrecht, bedenkt ze
een filosofisch kader
(logos, geen speld tussen te krijgen):
de ander heeft recht op duiding

en de plicht te helpen
een mens in nood?

syndroom – filip couck

hyperesthetisch-emotioneel staat mooi
op mijn visitekaartje, Mevrouw,
ik vertoef in fijn gezelschap.

Zie ik daar Ensor
zijn masker afzetten,
Giacometti uitgepuurd
een beeld dromen,
Rimbaud zijn verhaal
vertellen en
Morisson vind
de uitgang weer niet

Kijk, Kubrick en Fassbinder
ruzieën gefilmd getormenteerd
de kadrage
van dit schouwspel-

Kiefer beklad monumentaal
de geschiedenis van zijn volk
bijeen

en luister, ook tchingtchang
Django is in da house

Mooi volk hier, mamséll Claudel, vindt u niet?

allen lijden we
koortsachtig ijlend en
de middelmaat uitkotsend,
leiden we, als Brel
-l’oeil du berger, le coeur de l’agneau-
de norm
naar een onbepaalde ziekte.

poes – benne van der velde

poes - benne van der velde

poes - benne van der velde

zoektocht naar woorden – rob de vos

Ik wentel me
in het schijnsel van je verbeelding,
jouw zoektocht naar woorden.

Donkere straten
verbergen de beeltenis van klanken,
plooibare dromen
als toevluchtsoorden.

Ik wil je zo graag eens horen,
het timbre van je stem
in volle zinnen gehuld.

Misschien komt dat er ooit nog van,
met alle akkoorden van m’n liefde
en een engelengeduld.

jouw lach – rob de vos

Jouw lach
zegt zoveel meer dan woorden,
breekt even de woeling van ‘t zwijgen.

Een vrolijk sterven van de stilte,
de opluchting van humor
waarin wij saampjes de dag ontstijgen.

De bezieling van je giechel
klautert gewaagd langs hoge muren,
ontsnapt ginnegappend ons gevang;
plukt de kostbare seconden
die voor mij nog eeuwen mogen duren,
want jouw lach
duurt mij nooit te lang.

eenzaamheid – walmzand

ik wil de beschrijver van de eenzaamheid zijn
van de onontgonnen gronden
van het oerbos
van de rotswoestijn
van de zandvlakten
van de tot chaos vervallen mensheid
waar geen plaats is voor gevoelens
liefde, haat, twist
waar geen plaats is voor
jou en mij
waar daarentegen stilte is
de wind ruist
de golven slaan
het water kabbelt
en alle verdriet
reeds vergoten is
in de rotsen verzwegen
en op de tonen van de vogels
niet meer bezongen
wordt en werd

op die hoogvlakte
ver van
wil ik zijn,
toebehoren
het pad er naar toe
slechts aan enkelen bekend
voor mij geopenbaard
ik wil het opgaan,

er rest mij niets anders