delphine leest voor – efce

Naast de ingang van het ziekenhuis bewateren dronken werklui de struiken.
Als ik passeer geven ze de welvaart van alles de schuld.
En mij, godbetert.
Dat vraagt om een gebaar, want één van die mannen is mijn vader.
Ik bied ze een nier, ze willen sigaretten.
Een nier kan ik missen, sigaretten niet – alsof mijn vader dat niet weet.
Ik heb zijn lichaam geërfd.

De dokter roert het soepje dat hij voor me kookt.
Dubbelgetrokken bouillon kan je redden.
Of anders die vette, bruine pillen, met hun nasmaak van kolenstook,
Waar je pik van verschrompelt.
Het is hem om het even,
Als ik maar weet dat de soep ambachtelijk is.
Er zitten paddenstoelen in en de teennagels van de vorig patiënt.
Er hadden spinnen in kunnen zitten, of overreden kat,
Dat was hetzelfde geweest,
Maar vorige patiënten zijn er hier in overvloed,
En als de dokter zegt dat ie nagels nodig heeft,
Omdat die levens redden,
Dan zijn er maar weinigen die hem tegenspreken.
Dus waarom verder zoeken,
Als het toch maar gaat om de walging,
Bron van geneeskunst.
Wie niet meer walgt, wordt doodverklaard,
Waaruit volgt dat je alleen walgend midden in het leven staat,
Dát zijn de regels van het huis –
Het is een theorie, niet slechter dan een andere.

De dokter heeft opgelet bij de lessen sociale vaardigheid.
Delphine Lecompte is in de stad, babbelt hij,
Geestverruimend, grensverleggend prijsdier dat gedichten leest,
Het kan wel wat voor jou zijn.
Ik hoor hem wel, maar kan het idee niet vasthouden,
Want de soep smaakt naar mijn moeder,
Dus ik ben ten dode opgeschreven.
Ik heb haar recepten geërfd.

een mooi stukje dromen – peter van galen

er gaat niets boven dromen
waarin je van planeten glijdt
achtervolgd over hekken klautert
en je moet die vis te pakken krijgen
maar verdomd hij is zo glibberig

dan een climax als een wervelwind
vlak voordat je wakker schrikt

ik ben gek op zulke dromen
daarom heb ik er zoveel

vannacht kon ik weer eens
uit stilstand leviteren
geruisloos gleed ik zonder gene
over alle plekken van mijn jeugd
en ook van jaren later

ergens in een soort kasteel
probeerde ik me vast te grijpen
aan een duizelend plafond

want zoals u wellicht weet
ik sterf van hoogtevrees

iedereen is moe – paul blok

Iedereen is moe
De kinderen zijn moe
ouders zijn moe
oma’s en opa’s zijn moe.
God waar is het vuur
God waar is het licht
Of bent U ook soms moe?

Alles is moe
De bomen zijn moe
De bloemen zijn moe
De vogels zijn moe.
De rivieren zijn moe
De omgeploegde aarde is moe
God waar is de kiemkracht?
Zelfs de regen is moe.
God waar is de vrede
God waar de wijsheid
Of bent U ook soms moe?

Alles is vervuild
De mensen zijn vervuild
De aarde is vervuild
De rivieren zijn vervuild
En de regen is vervuild.
God waar is de schoonheid
God waar is de zuiverheid?
Is de derde wereldoorlog som
Spelen Uw Goddelijke vingers
Ctrl+ Alt + Del?
Ik begin iets te vermoeden.

engelen.doc – paul blok

Engelen, – ook weer zoiets,
Zijn uit licht geweven,
En bomen uit hout
En vogeltjes uit veertjes.
Maar ik, ja, ik vraag het maar even, waaruit ben ik geweven

Wind is uit lucht geweven
En wolken uit condens, condens ook weer zoiets
Maar ik, ja, ik vraag het maar even, waaruit ben ik geweven

Engelen keren terug tot God
En bomen tot humus, humus, ook weer zoiets
En vogeltjes tot hun nest
Maar ik, waar keer ik tot terug?
Ontvleugeld en ontworteld blijf ik zwerven in het duister.

het offerblok – paul blok

Het offerblok wacht
Het is geduldig.

Het is bezongen
en beschilderd,
bewierookt en met bloemen versierd.

Maar het offerblok wacht
op waar het voor gemaakt is.

Het is gemaakt voor mij.
En dat is waar het op wacht.

Ik heb mijn offerblok beschreven
en opgemeten.
Ik heb het verkend en ontkend.

Maar nu,
nu lijkt er alleen nog het offerblok te zijn,
als laatste herinnering aan mij.

Mijn offergave is mijn overgave,
mijn overgave is mijn offergave.

poëzietekeningen boekje 28/09/2010 acg vianen

poëzietekeningen boekje 28/09/2010 acg vianen

poëzietekeningen boekje 28/09/2010 acg vianen

last roadhouse blues – gronama

‘Het einde is nabij’ treurden
al zijn deuren terwijl hij zich
naar the next whiskey bar
begaf. De Alabama moon
scheen uitermate fel die dag
en een vreemde dame fluisterde
zomaar ‘hallo ik hou van jou’
in zijn oor, dus alles leek ok.

Tot vreemde mensen zijn
pad plots kruisten, bomen net
iets anders ruisten en hun
platgedraaid vinyl het definitief
onder zijn naald begaf. The End.
Ook hij zeeg neer, jankend als kind.

Hij rouwt hierom nog steeds en
draait nooit never niet cd’s. Uit principe.
Zo’n type is hij.

this is not a haiku – gronama

Zeventien letter-
grepen achter elkaar maar
dan houdt het ook op.

cuby in concert – gronama

De zaal lacht, bruist, suist, op en top hot
verwachtingsvol wachtend op de blues
die weldra ontspruit aan de loden strot
van mister blues Cuby Blizzard himself
aren’t we ready to dwell in his hell.

Stem is brul, loeit, beukt zich een weg
naar binnen, niemand ontkomt ook al
zou men nog ergens willen ontkomen
achter de storm ontwaart men nog net
rotsvaste Harry, black t-shirt, black pet.

Diep in het duister zoekt Erwin’s gitaar
gierend, tierend, klierend naar de climax
maar steeds als men denkt dat die komt
dan komt het nog niet, teveel verdriet, zijn
klagende, jagende snaren vinden het niet.

dralende desertie – hans van willigenburg

Er was geen bestaansgrond meer te redden mompelde ik
op een zoveelste ochtend met mijn hoofd
naar de verkeerde kant van de enthousiaste fietser
gedraaid en nodeloos
de elektronische schuifdeuren van de supermarkt
met een weifelende voetbeweging
in verwarring brengend.

In de koelvitrine deden kant-en-klaar-maaltijden
met hun verzorgde uiterlijk en onberispelijke kleurenpalet
onmiskenbaar hun best te zuiveren wat er te zuiveren viel
en het lukte hen wonderwel mijn aandacht
af te leiden van wat volgens mij allang geen grenzen meer had
terug naar een wereld waar contracten serieus werden genomen
en functioneringsgesprekken in overzichtelijke categorieën
ingedeeld naar beter functionerende werknemers leidden.

De mislukte stelling nam tot mijn leedwezen geen enkele
militante vorm aan de huisvrouwen bij de uitgang spraken
zo helder over huidverzorging en vakantieplannen
dat mij ´s avonds niets anders over bleef
dan met een uitgekiende beweging van mijn vork
in het laatste elleboogje macaroni te prikken
hetgeen er als piëteitsvolle handeling
niet eens meer uitzag als een bestaansgrond
maar nota bene als een beschavingsvorm om met legers te verdedigen.

een bedachtzaam mens ontsnapt nog minder aan zichzelf – hans van willigenburg

Volgens de laatste onderzoeken hebben mensen van middelbare leeftijd
meer kans om eenzaam te zijn dan bejaarden.

Eén van de redenen hiervan is dat de eenzaamheid door deze groep
hardnekkiger ontkend wordt en dus minder zichtbaar is.

Hetgeen tot gevolg heeft dat er geen actief beleid wordt gevoerd
richting deze kwetsbare groep, die stoer en sterk overkomt.

Ik heb dit gisteren in de krant gelezen en was meteen onder de indruk
en bereid genoemde conclusies intuïtief over te nemen.

Diezelfde dag zag ik de directeur van een grote multinational op tv
met superbeheerste handgebaren een redenering ondersteunen.

Plotseling zag ik een eenzame man zitten die van zichzelf genoot,
maar dat deed bij gebrek aan een hele lange, intense omhelzing.

Kranten en tv en andere media verbreden mijn kijk op het leven,
al zou verbreding eenzaamheid ook wel eens in de hand kunnen werken.

Morgen houden nieuwe kranten en tv-programma’s mij gezelschap
en lees of zie ik vast iets dat deze wrange gedachte afzwakt.

zo’n leven vereist meer coaching – hans van willigenburg

Hij zei de goede woorden niet
maar ze hadden wel het gewenste effect
waarover hij niet verder nadacht.

Er verscheen iets op zijn weg
waar hij geen rekening mee had gehouden
en hij deed er iets aan maar niemand zag of begreep het.

Toen vloekte hij per vergissing
en hij lachte om de zaak weer in evenwicht te krijgen
maar de situatie was al opgeborgen.

Hij zuchtte vanwege een gebrek aan controle
maar het balletje belandde precies op zijn kruin
en hij besloot liever dood te gaan dan er aandacht aan te schenken.

bassist – bennie spekken

pet met klep en pluim schuin
op zijn hoofd uit hard hout
gesneden kop met haar stug
en lang tot touw gedraaid
een afgedragen spijkerjack
met duivelskoppen opgenaaid
dierenriem voorzien van gesp
in de vorm van een opengesperde
leeuwenbek ribfluwelen broek
als gegoten uitlopend in wijde
golvende pijpen loodzware
stalen neuzen laarzen vast en zeker
een meter uitelkaar stond daar
geheel één met zijn instrument
tandenknarsend in zijn element
bas te spelen gelijk een viool
de felgevlamde body onder
zijn hoekige kin kiezelharde hoge
tonen waar de deur van openging
zijn oude moeder in de opening
aan tafel jongens en af ging de pet
de handen gevouwen voor in gebed

wachtkamer – bennie spekken

uit voorzorg mijn gezicht neutraal
en in balans mijn lichaamstaal

een man met slang daar ziet mij aan
alsof ik niet lang meer heb te gaan

de dokter komt klinkt ook niet fris
hij hoest een naam die er niet is

de slang gaat mee ik blijf alleen
met enge folders om mij heen

ziekten kwalen ongerief
ik zie alles weer in perspectief

dat ik mij nog langer kwel
kom ga heen en heel jezelf

ode aan ruud poppelaars – janus duprie

Niemand durfde het aan
Behalve dan die ene man

Liet zichzelf bombarderen
Tot talent van Tilburg

de ontdekking is volgens hem wetenschappelijk van groot belang – janus duprie

We staan nog in de kinderschoenen,
maar weten wel ongeveer,
waar we… nee, hoe we… dat we…

Ach, hoe dan ook, we komen er wel.
Zo werkt nou eenmaal de vooruitgang.

er stond inmiddels ook een zwaar bewapend arrestatieteam klaar, maar dat hoefde niet in actie te komen – janus duprie

Iemand riep: “Vooruit
met de geit.”

Er klonk wat gemekker.
En toen was het opgelost.

je moet herkenbaarheid in kaart – martin m aart de jong

als trof het een doelwit
van terroristische precisie
waarbij een aantal willekeurige
- mevrouw van Wusterbeen loopt
haar hondje uit te laten wanneer ze plots
met hond en al wordt uitverkoren
en de eeuwigheid opent als een parasol -

als klapten de meeliftbeelden van een raketinslag in Bagdad
waar Achmed in zijn hangmat
blijft hangen mijn zonlicht in

en ik kijk naar een stapeltje
mannen die als kaarten
liggen opgestapeld
in Irak

het is zaak de herkenbaarheid
van de kaart te vegen
en dat zo te doen

dat het merken verspreidt

bij de basis beginnen – gerardus

van kop af
geen valse start


 
heb laatst iemand opgeknoopt
had met mij vies gedaan

kon zijn verzet
niet negeren

waren niet eens getrouwd
de idee

‘t was geen perfecte knoop
baal daar flink van

kom weer in zo’n spiraal
kan men kwaad van worden

stokstaartjes in een reisbureau – delphine lecompte

Ja, ja, we kuieren
We zijn toeristen
Ik trek foto’s van een reisbureau
Terwijl de oude kruisboogschutter onderhandelt
Over de prijs van een vervalste icoon.

Later drinken we koffie
Zonder stokstaartjes, zonder icoon
In een lege kroeg
De muziek is Reggae uit Gouda.

Nog later is het donker
En belt de oude kruisboogschutter naar zijn dochter
Ik ben niet jaloers
Waarom zou ik?
Hun verhouding is niet incestueus
Ze kletsen niet gemoedelijk
Ze organiseren de begrafenis van een familieloze loodgieter.

’s Ochtends mogen we wat mij betreft opstaan
Om opnieuw foto’s te trekken
De stokstaartjes zijn verdwenen
Het reisbureau is een schoenenwinkel geworden
Ik wijs naar de botten die groene laarzen zijn
Maar de oude kruisboogschutter zegt: ‘Nee!’

Dus koop ik peperkoek
En kauw zonder wrevel
Op de trein
Zitten we tussen mensen
Die niet moedeloos ogen.

Zijn dochter belt om de kist te bevestigen
Het wordt de op een na goedkoopste.

er bestaat een kans dat je een tube uiercrème wint – delphine lecompte

Wat zal je doen
Met het konijn dat je hebt gewonnen
Bij een tombola in een gierig verlichte parochiezaal
Een konijn met functionerende organen
En een vacht die camouflage is in Tartaarse steppen
Maar niet in een parochiezaal.

In de zaal valt het op
Dat ik niet blij ben
Met mijn broodbakmachine
Liever kreeg ik een fiets
Of een konijn om niet op te eten.

Niemand wint een fiets
Zelfs mijn moeder niet
Ze moet zich tevreden stellen met een zeef
Lily wint twaalf rode kaarsen
En Marcel wint een paraplu
Ze ruilen.

Lily was vroeger verwaand
En Marcel stak graag haren in brand
Toch zijn ze oud geworden
Oud genoeg om ouder te willen worden.

Mijn moeder is tevreden met haar zeef
Ze heeft genoeg ingrediënten in haar voorraadkast
Om zestien dagen na elkaar verkwikkende soep te maken
Voor 423 uitgemergelde ex-kolonialen
De gaten zijn groot genoeg om de pitten door te laten.

Het konijn is ondertussen vermoord
Het viel op
Tussen de gestreepte mutsen
En de zongebleekte reproducties van De Schreeuw
Had ze geen schijn van kans.

de jeuk vergeten – delphine lecompte

Mijn moeder laat mij achter
In een woestijn moet ik mijn plan trekken
Er is geen weg en het voedsel is schichtig
Ik word mager zoals Jezus
Zoals mijn vader na zijn levertransplantatie.

Gelukkig mag ik wakker worden
In een wereld van ijskasten
Gevuld met ongeschonden platte kaas
Jezus eet makreel onder een olieverfschilderij
Van een begeesterend stierengevecht
Mijn vader wacht niet op een nieuwe lever.

Mijn moeder leerde mij schieten
Met pijl en boog op konijnen,
Op boswachters en op leraars met hazenlippen
Nooit liet ze mij achter zonder deken
Het deken werd oud
Er groeiden culturen op
Ze vochten en roeiden elkaar uit.

Nu mijn deken een toilettas is geworden
In de kast van een oude crooner
En mijn vader een last aan de keukentafel
Van zijn vijfde vrouw die niet bloeddorstig is
Verlang ik opnieuw naar de jacht
Maar zonder jeuk weet ik niet waar
Eerst te schieten en herken ik mijn leraars niet.

wilde koeien – delphine lecompte

Wat deden koeien om hun melk kwijt te raken
Vroeger toen er geen ambitieuze kaasboeren
Noch treklustige vlegels bestonden?
En wat dacht de kip toen ze haar eerste ei loste?
Zijn twee vragen op een trein
Die bevolkt wordt door onsinistere yuppies met lege brooddozen
En langbenige siertegelverzamelaarsters met Roemeense roots.

Niemand wil de antwoorden kennen
De oude kruisboogschutter blijft maar vragen stellen
Tot ik een schorpioenvormige lekstok in zijn mond prop
Zo’n lekstok bestaat niet
Maar het is mijn gedicht
Dus prop ik er nog een opgezette kaketoe bij
Gestolen van een lesbische misdaadschrijfster natuurlijk
Ik ben vergeten waar de kaketoes oorspronkelijk woonden
De misdaadschrijfster woont in Utrecht
Dat weet ik zeker.

Dieren zonder uiers zijn wild
Tot ze dood zijn kunnen ze bijten en copuleren
Belletjetrek en chantage kennen ze niet
Tombola’s en tiramisu evenmin
Ik hou van tombola’s
Vooral die keer toen ik een microgolfoven won
Die microgolfoven bestaat nog altijd
Ik heb er al 63 lasagnes mee opgewarmd
Goedkope van de Aldi
Ze waren lauw
Ik was te lui om ze opnieuw op te warmen.

op zoek naar tanden om onze honger te verbijten – delphine lecompte

De zee trekt weg om schelpen te tonen
Mijn tante zoekt de stifttanden van haar zoon
Ik sta naast haar met droge palmen
Die volgekrabbeld zijn met paswoorden
In mijn hoofd zeg ik tegen mijzelf:
‘Verman je, slappeling!’ in het Duits.

In de cafetaria op de dijk is iedereen gefnuikt
Iedereen behalve de broer van de taxidermist
Hij is al 58 jaar maar hij heeft nog geen ezelsbruggetjes nodig
Om de doorlaatrichting van zijn haardroger te onthouden
Voor zijn vrouw is het te laat
Te laat om zich te herpakken,
In een korset te wurmen en extatisch te gakken
Wanneer haar echtgenoot een grotesk bintje in haar schoot werpt.

Mijn tante krabt het tafelblad met een stifttand
Terwijl een coupe slinkt zonder hulp van buitenaf
Het tafelblad is groen als de leiband van
De dode rottweiler van de uitbater
Onder het groen blikkert het rood
Van een vorige uitbater die geen huisdieren had.

Nieuwe klanten komen binnen
Met gespeelde chagrijnigheid
En kinderen die houten afgoden dragen
In mijn hoofd sist een oude man
Dat mijn vraatzucht onvrouwelijk is
Maar mijn coupe is nog halfvol.

verloren brood – eric rosseel

verleden jaar sprak ik je over mijn poezen
die naar Erik Satie luisteren en dan vergeten
dat panters en tijgers hun verwanten zijn
ik tekende je stillevens met hortensia’s
en sneden beschimmeld volkorenbrood

veel brood is sindsdien wel verloren gegaan
en al het zoet water in mijn achtertuin
is ondertussen wild en wreed gesmoord
in onvoorstelbaar plankton van zilt en zout
ik heb er helaas geen foto’s van genomen

om je te laten delen in mijn immense vreugde

je het relevante verschil uit te leggen tussen onmensen
en aan de andere kant mensen die geen mensen zijn
zoals er naast huisdieren in deze zoo ondieren rondlopen
en dieren die je in het geheel geen dieren kunt noemen
als ik een meter opzij ga staan wordt hoe dan ook

alles helemaal anders en moet ik echt hard lachen

een eeuwigheid geleden in een verscheiden vorig leven
dat ik nog eens verloren brood klaarmaakte
en me nog niet geleerd was dat de aarde rond is

emoticon haiku – gronama

emoticon haiku - gronama

emoticon haiku - gronama

de informatiemaatschappij – hans van willigenburg

Er zijn humeuren die informatie wegduwen.
Er zijn politici die informatie door een scherpe bocht sturen.
Er zijn souffleurs die informatie uitdelen als klappen.
Er zijn burgers die boos worden van informatie.
Er zijn lachbuien die informatie in perspectief plaatsen.
Er zijn tv-programma’s met visueel aantrekkelijke informatie.
Er zijn journalisten die schietgebedjes doen voor informatie.
Er zijn kampeerders die informatie met een vinger aanwijzen.
Er zijn junks die naar een tabel met informatie staren.
Er zijn speculanten die van informatie in hun handen wrijven.
Er zijn huisvrouwen die informatie weigeren op te slaan.
Er zijn geloofsfanatici die informatie gevaarlijk vinden.
Er zijn toeristen die de informatie graag anders zien.
Er zijn directeuren die informatie verbieden.
Er zijn managers die twee soorten informatie onderscheiden.
Er zijn sporters die één type informatie opnemen.
Er zijn activisten die informatie rondbazuinen.
Er zijn priesters die informatie zorgvuldig buiten bereik houden.
Er zijn nihilisten die informatie beroven van al het gewicht.
Er zijn dichters die allergisch zijn voor informatie.
Er zijn vertegenwoordigers die informatie brengen met een glimlach.
Er zijn stagiaires die bij informatie weg rennen.
Er zijn stervenden die allang niet meer in informatie geloven.
Er zijn kroegbeesten die in informatie willen roeren.
Er zijn professoren die informatie laten afkoelen.
Er zijn families die lekker draaien op gebrek aan informatie.
Er zijn doktoren die informatie in een map stoppen.
Er zijn patiënten die beven door informatie.
Er zijn psychologen die informatie modelleren.
Er zijn gamers die over iets alle informatie willen.
Er zijn boeren die informatie bij voorbaat op de mesthoop gooien.
Er zijn muziekbands die informatie maken van hun tatoeages.
Er zijn goeroes die informatie heel veel toedichten.
Er zijn fabrieksmedewerkers met precies genoeg informatie.
Er zijn lanterfanters die informatie uitstellen tot morgen.
Er zijn reservespelers die informatie uit hun hoofd willen schoppen.
Er zijn spitsen die informatie voorbij hollen.
Er zijn geen mensen die informatie doorlopend kunnen laten liggen.
Er zijn geen mogelijkheden om alle informatie tot je te nemen.
Er zijn alleen maar kleine hapjes informatie die zich aandienen.
Hele kleine hapjes. Hele kleine hapjes. Hele kleine hapjes.

ééngesprek – gerda blees

Hallo daar, schrijf ik
op de lege koffiebeker.
Ik zet hem aan mijn oor
en de zee ruist terug.

Maar of je dat een antwoord mag noemen?

er klikt iets – gerda blees

boven onze grote hoofden
klikken legoblokjes in elkaar

we maken verhalen
met stulpen van feiten
aan fantastieke kuilen
bouwen rood met geel
een plastiek kasteel
van wij begrijpen
de wollen wereld

door nieuwe woorden vinden we
propellers en een schroef
bevestigen ze in het niet
stappen op om hoog
te stijgen
ver te drijven
af te ronden

bollen kleven nergens aan

de muis en ik – gerda blees

Het buikje piept
over het randje van mijn broek
als een onschuldig muisje
aarzelend en eigenlijk
best lief.

Maar dit is wat ik zie.

De muis wordt monstermuskusrat
en ik
een hangbuikzwijn.
De muis moet dood
door paarse korrels
of een val
en ik
moet morgen aan de lijn.