klein verslag van zogenaamd ‘groeiproces’ – hans van willigenburg
Ik heb de sensatie ontdekt dat ik trouw kan zijn.
Ontdekt dat ik feitelijk al jaren trouw ben.
Zolang ik leef, durf ik nu stellig te beweren.
Ik besef heel goed dat de methode waarmee ik dit ontdekt heb
geen enkele toets der kritiek kan doorstaan.
En toch meen ik ontdekt te hebben dat ik trouw ben. Hondstrouw.
De eigenschap vervult mij met trots.
Ook aan die trots meen ik niets anders dan trouw te zijn geweest.
Net zoals ik ontdekt meen te hebben dat ik trouw ben,
heb ik ontdekt dat luiheid de hoofdreden van mijn trouw is.
Ik heb daarbij ontdekt dat als ik de luiheid,
die dus de hoofdreden van mijn trouw is,
welwillend bejegen, zeg maar als een zegen,
er sprake is van een synergetisch effect: 1 + 1 = 3.
Het betekent dat de luiheid en de trouw elkaar versterken,
en dat die versterking een positieve werking heeft op mijn gemoed.
Als een 3 te ontwaken en je als een 3 uit te rekken en te gapen
is een lust die ik iedereen kan aanbevelen.
Ik heb tevens ontdekt dat ik niet wil weten waaraan ik trouw ben.
Dat is een onderdeel van mijn gebrekkige en discutabele methode.
Ik meen dat het iets heel zuivers is of iets heel onzuivers.
Eén van de twee. Welke maakt me niet uit.
Ik heb ontdekt dat je met luiheid en trouw heel ver kunt komen.
Na verloop van tijd haken de ontrouwen vanzelf af.
Op een gegeven moment is ook iedereen opgehouden met bellen.
Dan komt de fase dat je alleen nog langzame gesprekken voert
in het gras, een hand onder je hoofd. Met jezelf.
Ik meen de opmerkelijke ontdekking te hebben gedaan
dat je niet veel verder kunt komen dan langzame gesprekken voeren
met jezelf
in het gras.
Verificatieteams zie ik met blasfemisch vertrouwen tegemoet.
preventief ingrijpen – hans van willigenburg
Ongelofelijk hoe ze daar staat in een luchtige zomerjurk.
Alsof er niets aan de hand is.
Het glas wijn dat ze gedachteloos tegen haar onderlip zet.
De wijn die ze scheutig naar binnen giet.
Haar ogen die een zonovergoten toekomst lijken te zien.
Of iets anders waar ze heftig van gaan glinsteren.
Hoor haar het hoogste woord voeren over een ontmoeting op vakantie.
Geen enkele kracht die haar tegenhoudt.
Niet in haar.
Niet onder de genodigden op het tuinfeest.
Geestdriftig vertelt ze over haar avontuur.
Van de gevolgen ervan en de gevolgen daar weer van.
Ze drinkt wijn.
En nog meer wijn.
Ze begint de eerste mensen om de hals te vliegen.
Haar lach verdiept zich tot een serie hese uithalen.
Haar harde stem steekt andere gasten aan.
Het dreigt een eigenzinnige samenscholing te worden.
Een onberekenbare kluwen mensen, die in haar ban raakt.
Applaudisseert.
En, net als zij, aanvalt op wijn.
En nog meer wijn.
Volgens het protocol uit 2043 is het niet nodig te wachten
tot er sprake is van oerkreten en handtastelijkheden.
We pakken haar op en nemen d’r mee naar het bureau.
Nog voor we arriveren toont ze zich schuldbewust.
‘Trút! Waarom kun je niet honderd keer nadenken voordat je iets doet?!?’
vuilniszak – annelieke van mens
de foto’s van een jaar of acht geleden
spaarpas van die zaak
toen ik nog
het zakje uit de winkel
de spray die zo
handig leek
Handleidingen
Correspondentie
Ziekenfonds
Je weet maar nooit
onbenoembaar verlangen – annlieke van mens
is het net nog dat beetje meer
die ene auto met de +2PK
het tweede kind
de langgedroomde reis naar Afrika
gewoon eindelijk
echt houden aan het trainingsschema
geen koekje teveel
maar wel leven als een vrai gourmand
het lopen in de pas
of is het wat ik wil
“de andere kant van de dingen zien” – annelieke van mens
maken
hoe kleine stukken blijven hangen
je bent er nog
in de kleren die ik maak
het jasje dat Janneke de pop aantrekt
de surprises op de foto’s
van de oude sinterklaas
zelf de figuranten maken
in ons eigen verhaal
“dat ben jij”
boven de commode
hangt het schilderij
op de achtergrond Meerhuizen
het kistje met naaigerei
Jantje lacht, Jantje huilt
waarvan je toen tegen mij
en ik nu tegen mijn meisje
“kijk, dat ben jij”
voetsporen na-apen
overal liggen stukken
van wat ooit met jou is meegegaan
de speeldoos waar jij als baby
de stoel die bij jou al levens
een schilderij van jouw hand
levende herinneringen
je verhalen meanderen
langs wat er is gebeurd
en wat er van te leren viel
blind voor wat niet past
dat is heel belangrijk
overmoeder
weer een gadget
een nieuwe kans
om te laten zien
wat nog niet te vertellen is
de hipste telefoon
foto’s bewerken
op de computer
overmoeder
kan niet meer reizen
maar evolueert vast
met de techniek mee
snip en snap – eelke van es
Ik heb een zoon
maar ik ben niet zijn vader
(gelach rondom)
zijn moeder heeft hij niet gekend.
Zij kon niet zien hoe hij
hoe meer hoe langer
als zijn vader werd.
cathy lee – eelke van es
Cathy Lee vertrekt geen spier in haar gezicht.
Het masker werkt!
Het masker werkt:
de hartstocht slaat zich door haar keel,
een harde stem breekt uit,
spreekt luid:
Ja weet jij veel,
ik ben de ware Cathy Lee.
het zijn de muizen – eelke van es
Blijf daar niet staan miezemuizen Johanna
In het hoekje Johanna
In de hoekjes leven de muizen
Ze vreten zich door vuistdikke boeken
Kijk de inkt op hun woekerende staarten
Blijf daar niet staan Johanna
Een kranig mens als jij
met je botten hard
in goedverzorgde scharnieren
netjes neerbuigend
Je kinderwens in duigen
trip in groen – gerda blees
Een schildpad kruipt de bus voorbij
Die zich met houten wielen
In de diepste kuilen stort
Een zere pijn vibreert zich door de leuning van de stoel
Sluit zich als een harnas om mijn borst
Terwijl een koude hand van staal
Zich langzaam langs de wervels grijpt
In mijn nek terechtkomt
Knijpt
Een kreet
En knijpt
Eén snik
Ik lig in kniehoog gras te kijken
Hoe haar bruine kuiten in het groen verdwijnen
Eén krekel krijst
soms denk ik – gerda blees
Dat alle mannen mij graag willen
Duh
Dat zou ik ook
Als ik alle mannen was
Zo’n ding tussen mijn benen had
En ik, die voor mij vreemde jonge vrouw
De laatste op de aarde was
Of grote borsten had
Dan denk ik later weer
Dat geen man mij graag wil
Waarom zou hij
Als ik geen man was
Viel ik op het innerlijk
(Als ik geen vrouw was trouwens ook)
En maakte van een cupmaat nooit een halszaak
Ten slotte denk ik
Aan mijn oma’s appeltaart
Het kind onder de evenaar
Mijn purperen push-upbeha
En als allerlaatste
Dat er ergens iemand
Die kan spellen
En een wasbord heeft
Naar me toe komt op zijn witte paard
Met zwarte krantenletters
Als hij aangekomen is
Scheurt hij me uit mijn gedachtenslaap
Neemt me mee naar -
(Denk nooit verder dan tot daar)
lievelingscultus – jacques santegu
Hoe sinister die opera in haar lach
zo daalt zij de wenteltrap af
Hoe wreed verweesd ’r zang nog klinkt
als een kraaienzwerm het spoor gladstrijkt
Kousenbroek opnieuw wordt aangebreid
Ik schat haar altijd manen jonger
afgebladderd in mijn handen
door hun mazen nu ontglipt zij mij
Weeral wil het niet goed dagen
hoe ik telkens weer de hals aanhaal
haar zo smoor op mijn schouders draag
Zij blust en brandt tezelfdertijd
een tongzoen lang
walst die stem…dwars over mij
over de grens – jan knops
Gezocht heb ik,
het was nodig,
ik wist niet meer waar naar toe.
Opgepakt en weggestopt,
lag ik,
verlangend naar hulp.
En niet ver verwijderd,
nog betekenisloos,
de grens.
Innerlijk doordrongen,
vanuit noodzaak gestuurd,
verscheen zij.
De verte werd levend,
kreeg kleur,
de hoop vorm.
Ik passeerde de grens,
en mijzelf,
het onbekende tegemoet.
zingend ijs – jan holtman
Het ijs, spiegelzwart,
zingt een duister lied
onder haar slagen
golvend op het water
tot het gele riet
bevroren kragen
‘Net walvissen’, zegt zij
en ik doe een slag
en vat haar heupen;
‘Meerminnen Lief,
het zijn meerminnen,
zingend over jaloezie.’
de dooi (fjodor vasiljev) – jan holtman
Hier
is het landschap de baas,
pakken de elementen
water en lucht zich samen,
is beweging een karrenspoor,
smelt sneeuw in olieverf,
ontdooit het doek in het
Russisch landschap van
de schilder.
cwi – bennie spekken
er is geen ontkomen
aan de lede ogen
van de wachtrij
je bent nummer elf
je bent in het centrum
voor werk en
inkomen jongen
je bent aan de beurt
daar zit je dan stuk
vreten van de staat
met je elf en dertig jaar
met je gedichten
in de steigers
tegenover amper
twintig jaar
zeg het maar
weerzien – bennie spekken
aan het water
aan het bier
aan het praten
luister eens
naar de vogel
die je niet kent
lokroep
smeekbede
tweede stem
perhaps identified object – gronama
Hij meent vrijwel zeker
te hebben gezien en
meerdere
kreten op Twitter
bewijzen dit
en
ook meerdere
bronnen
op YouTube
inmiddels
dat Gerard Reve
de Canal-Parade
vanaf een rode
wolk leek te bekijken
link 1 (inhoud verwijderd op straffe Gods)
link 2 (inhoud verwijderd op straffe Gods)
link 3 (inhoud verwijderd op straffe Gods)
link 4 (inhoud verwijderd op straffe Gods)
link 5 (inhoud verwijderd op straffe Gods)
en naar het leek
beschaamd zijn
karakteristieke,
diepgegroefde hoofd
schudde en mompelde,
met zijn karakteristieke stem:
‘Op weg naar het einde,
op weg naar het einde
van wat in Godsnaam?’
en toen terugvloog
naar Hem maar
dat ging helaas
of gelukkig
te snel voor
camera’s en dit
moet men daarom
zomaar geloven
zonder enig
levend bewijs.
zelfportret (1) – hans van willigenburg
Ik ben een mens als alle anderen.
Vreemde eigenschappen bezit ik niet.
Op vijandigheid reageer ik zoals te doen gebruikelijk.
Op vleierij idem dito.
Ik denk altijd: laat ik het niet ingewikkeld maken.
In dat streven faal ik volledig.
Ook daar heeft iedereen last van, als ik iedereen mag geloven.
Wat is er verder nog met mij aan de hand?
Ik zou het niet weten.
Niets, denk ik.
Als een idealist te lang op me gaat inpraten, ga ik slaan.
Is dat wat?
Extreme gevoeligheid voor betweters?
Ach wat!
Rot ‘n eind op, jij!
zelfportret (2) – hans van willigenburg
Moet het weer over mij gaan?
Alsjeblieft niet!
Kijk om je heen!
Er is zoveel te zien.
Zie je die brug en die boom en die wolken?
Daar is niets van te maken.
Dat geeft rust.
Van mij valt wel iets te maken, let maar op.
Laat me daarom braak liggen.
Raak me niet aan.
De brug en de boom en de wolken in mij – laat ze gaan.
zomaar in zeeland – martin m aart de jong
vandaag een alikruik gekust de zee
rond laten ruisen door het hele huis,
de kleinste kamer laten bruisen
van de zilte lucht en uit de stereo
zo stil dat de buren niet storen
konden; de schuimdalige glimlach
van een zomernacht. Tijd vergleed
met de liefde. Kussen lagen op
een oor te fluisteren. De gevolgen
golven per abuis naar binnen geluisd.
Dolfijnen koersten aan op wasbak,
de haring raakte uitgekaakt
en welbespraakt: vandaag
geen uitjes, het is genoeg.
Zo’n goed gevoel dat dit
ons huis is.
waar het leven op eb staat – martin m aart de jong
Spoel je
…Zeewier, balken, flessen,
overal zie ik je
…schelpen,
hou ik je oor aan
je laat
een wind
in mijn gedachten
botert niet bij de vis
ik noem je naar
meeuwen.
Je duikt
je krijst
tot schuim
op golven
* – josine keppler
Slechts dit weekend nog
mag iedereen geheel gratis
voor slachtoffers zorgen
dus reageer nu
voor het te laat is
* – josine keppler
Weet je wat mij nou bezighoudt
Het zijn altijd de stoppeliggore groeven-
koppen die met hun boerwalmende lucht
zichzelf luid bezweren Kolere!
Wat een paardenbek! Daar zal je mij
mijn leuter niet in zien hangen
Alsof die paardenmónd
dat varken überhaupt opmerkt
* – josine keppler
Vanmorgen lag er op mijn bord
van gisteren – ik was laat
en later later nog – een uitgespuwde
kluwen halfverteerde muis.
Dank je poes, sprak ik beleefd,
ik pakte vork en mes en sneed
de uitgekotste brei in dunne
plakjes worst
voor op de boterham.
dans van verraad – hans reitzema
Kom op zeg ik ben
een jongen van het volk
hoogdravend heulen met
hooggevallen heren nee
niets dan
bier en whisky
vallen in mij droog
loog
er immers niet een man
lallend een jongen nog
dit is mijn bloed
zuipen! tot
roedes sneller gaan
kloppen
doet het niet meer
danst het niet meer
nooit echt geweest ook
een danser
waarachtig daar zie ik
plots mezelf toch nog
kristallen verleiding
stalen gezicht
walsen gulzig walsen
maar fel tégen
het licht
natuurimpressie in haiku – jan holtman
Het lid verheft zich
de kop nog zachter dan het
meest zachte fluweel.



