magere heinz – joris miedema

ik schrok wakker met de wetenschap
dat ketchup bloed was
magere heinz stond naast mijn bed
en dreigde een hotdog of drie
met mij te vullen

ik mocht niemand hierover vertellen
en verleerde uiteindelijk
hoe ik praten moest
hield mensen met parkinson vast
bang als ik was
dat ze leeg zouden schudden

kathedralia – joris miedema

al maanden hoort ze klokken luiden
in haar hoofd
met een haardroger
probeert ze de bellen
in haar oren los te blazen

op de wc hoort ze
wat stenen vallen op de bril
ze gaat meteen naar het ziekenhuis
de dokter zegt
dat ze moet bevallen

in een keer perst ze de kerk uit
en de assistente roept
gefeliciteerd mevrouw
het is een geloof

cumulus – frouke arns

dit moet ik onthouden
dacht ik en vergat

totdat een windvlaag
het wolkendek van mijn herinnering
opentrok en wij weer languit lagen
in die weide, spraken over troost
van het vergeten

walvissen met oude wonden
dobberend in een oceaan van tijd

nu ik je opberg in dit gedicht
zie ik pas het kruis
in het vergeelde gras

waar je al die jaren hebt gelegen

sporen – frouke arns

meneer, uw wimpers zijn zo lang
en zacht en blond, mag ik ze even
u geurt zo treurig naar kaneel, en
ook een vleugje mint, meneer
als u de krant dichtvouwt. uw mond
meneer, wanneer u spreekt, vertelt
zoveel, maar nu u zwijgt, zwelg ik
slechts in uw geur meneer en als u
uitstapt, blijf dan nog even hangen

waar nachttreinen toe leiden – frouke arns

korte slaapjes waarin de honingman
haar aandoet
knipperloos gestaar naar het voorbij-
razende land der blinden en
een besluit
uit haar tas het nagelschaartje
uit haar hart een gat ter grootte
van de kadansende gedachte

waar nachttreinen toe leiden?
naar een tochtige hartstreek
en met een beetje mazzel naar
een laat perron waar éénoog wacht,
de blik op oneindig.

bekommeren – joris miedema

bij het snijden van komkommer
hakte hij het topje van zijn vinger
en zag zijn kootje veranderen
in een baby

hij voederde hem melk
bond een doek om zijn tere lichaam
koesterde hem alsof
zijn eigen leven er van af hing

verrader in het medicijnkastje – joris miedema

telkens als ik wakker word
zit er een roodborstje op
mijn pupil

ik jaag hem weg
en zoek deze ochtend
naar de teek die het bloed
uit mijn fotoboeken zuigt

in het medicijnkastje
zit een verrader
als ik in de spiegel kijk
hoor ik zijn omgekeerde stem

kruik – joris miedema

het was een normale televisieavond
kees zat in zijn relaxstoel tegenover me
en toen ik naar hem keek
zag ik zijn gezichtsuitdrukking
van zijn hoofd druipen
via zijn kruis op de stoel

er zat een man van rubber op zijn plaats
ik pakte snel zijn arm
en gooide hem opzij
om te kijken of ik zijn grimas
nog ergens in de natte plek kon vinden

sinds die dag ligt er een koude kruik
naast mij in bed
en pas ik op met dweilen
bang als ik ben om zijn stervende blik
eronder aan te treffen
of per ongeluk uit zal knijpen

het catshuis – arjan keene

Een ramp? Postzegelformaat toch maar?
Een dode schilder? Ja, dat is waar …
Maar gelukkig niet het monument,
gelukkig niet wij, uh, ik, minister-president.

Oh, dat rapportje? Geen idee.
Een ambtenaar nam het mee.
Er zat een vlekje op. Ik geloof thinner.
Haha. Niet slecht hè, voor een beginner.

Ahum. Zeker. Een zaak van landsbelang.
Nee, er kleeft geen bloed aan het behang.

Heren, dames, dit kabinet gaat sluiten.
Nee, Maria, niet letterlijk. Ik zie je zo buiten.
Maar: geen doofpot. Dat is klip en klaar.
Ernst, veeg jij de scherven bij elkaar?

get a mac – arjan keene

Het wreedste instrument op aarde
is toch wel de tekstverwerker Word.

Hij wil graag dat elke regel begint met
KAPITALEN. Moet een man zijn.

Biedt opties aan in twaalf (12!) tabbladen
en tachtigduizend onbegrijpelijke vragen.
Misschien toch een vrouw.

Komt als je op ‘nieuw’ klikt elke keer
weer met een blanco, lege, nada bladzijde
(geen schrijver die dat zou verzinnen).

Maar het ergste is dat het samen met
dat klote Windows spant om te zorgen
dat je regelmatig weer opnieuw moet begi

euforische ontvangst – arjan keene

Het is heel aardig als jouw poëzie
op waarde wordt geschat, dat men zegt:
beschouwelijk, beschaafd, bezonken.

Het kan ook zijn dat het als particuliere
xeroxdrang wordt afgedaan, men mompelt:
vertrouwelijk, verzadigd, verzonken.

Maar het hoogst bereikbare is toch wel
een klap in je gezicht en de rake woorden:
antivrouwelijk, beschadigd en beschonken.

ledigheid – sunshine tenochtithlan

De zomerzon soest
we liggen in het gras
het kietelt

we hebben niks te zeggen
over het weer

elkaar vinden

ik prik je in je zij
je kijkt verstoord op
begint te vloeken

trekt bleek weg

en ik weet: wat wij hadden
loopt leeg uit jouw wond

dagafsluiting – sunshine tenochtithlan

(De Casanova Concordantie VIII)

Hand in hand
de één met de ander
hand voor hand
geen ander ander

Arm in arm
het rijk gedeeld
arm om arm
even warm

Ik zie het
om me heen
en verdraag

Vouw de handen
arm en dicht

Niets te voelen
is wat mij
overeind houdt

Uitgekauwd
tot op het lot

l’amour c’est moi – sunshine tenochtithlan

Vacant Soleil [III]

Zo sloegen kerk en vaderen amechtig hun
kruis te gade in een verloren strijd om
de gunst van het niet langer misstaande
lonklief dat hen sacraal de bereide weg
was voorgegaan zoals het ooit eerder in
de profetieën voor eenieder die het zou
willen horen voorzegd was waar zegening
en kansberekening in samenspel verkeren
daar moest men het vinden van de gouden
regen gaan beheren maar ja daar kon dan
niet ook nog eens ondoordacht mijn oude
buurman gericht zijn aanstelspraak meer
zonder bezwaar bovenop gaan verhalen of
was het wellicht dat niet alleen hij er
zijn voordeel in zag haar naast hem aan
gene zijde onttrokken deze situatie bij
unieke kans zich niet te laten ontnemen
Een lamp verwisselen of een lief daarin
zit geen verschil vindt de oude buurman
dat wist iedereen al en het was onlangs
geweest dat zijn arme echtgenote zomaar
de geest had gegeven vandaar dat de man
al oud en met haar verscheiden weduwend
geworden tevens onbillijk hevig eenzaam
zich radeloos ter kerke richtte voordat
hij zelf in evenzo ernstige mate er aan
onderdoor zou gaan tot hij bij geluk of
was het opzet zijn nieuwe vlam ontwaard
totaal overstag ging en haar zijn verse
verworven bruid maakte dit allemaal dus
overtuigend romantisch aanpakte zij het
wel dat op zo hoge leeftijd sommige der
meer intieme zaken wat stroeviger lopen
men neme een Rennie tegen het avondrood

vier mei op het terras – eric van hoof

Er hangen zonnig lome geschutkoepels,
waaronder bolle glazen als helmen
kalm stomen en de dreigende stilte
niemand verbazen zal met het vangen

van een ijzeren roofvogel die daar
een moment boven deze stad zweefde.
Mensen praten, er is geen kogel die
zwijgen wel afdwingt en het beleefde

laat herleven tussen glas en asbak.
Een honderdtwintig seconden oorlog
die mensen als een strak korset verstikt
en alsnog een ernst van twee minuten

oplegt als de bomen zwanger van mei
reeds de geur van vrijheid ademen.

kan waarheid geverfd worden? – eric van hoof

Zij verandert niet
met haar porseleinen ogen
die geverfd verbijsterd de wereld in staren.
Een archeologische waarheid
ligt onder die huidtinten en accenten.

Iedere ochtend meet ze een gezicht aan
en iedere avond pelt ze die af
met kleenex en remover
en watjes voor het zachte strelen.
Liefkozen is een eenrichtingsweg.

Want zelfs het klimaat verandert
maar zij niet.

twee palen – eric van hoof

twee geblakerde palen,
koppen wit,
als mijn ouders op het strand
malen de zee tot tijd
die neerstort in eenheden
en op het zand uitsterft

die geulen slijt
in vaste cadans

er is niet veel veranderd
ik kokkel een mening en
jij kwalt nog steeds
en we happen nog steeds naar adem
iedere keer als we droogvallen

ik trap tegen een verweerd blikje
corrosie als verandering
is voedsel voor hangvogels
en de meeuwen vliegen nog steeds
tussen de doffe bel van de haven en hier
en ik ben nog steeds ik

zondagmiddag I – jan holtman

Een vrouw stapt in haar auto,
in haar eigen auto om
een eindje te gaan rijden,

om na te denken over
benzine tanken dat
niet gaat met volle tank,

over de sigaretten die
ze niet meer rookt, de bloemen
die er te koop zijn

en toch stopt ze, koopt
de krant van zaterdag en
een kaart voor haar telefoon,

wetend dat ze gefilmd werd,
bij het afrekenen zag ze haar
auto op de monitor staan.

zondagmiddag II – jan holtman

Een vrouw stapt in haar auto,
in haar eigen auto om
alleen te zijn

en de beperkte ruimte
van haar auto eens goed
in ogenschouw te nemen

twee stoelen, een kastje
voor haar make-up tasje
wat vakken voor lectuur

radio, cd en airco, een
asbakje voor kauwgum,
nu ze niet meer rookt,

een spiegeltje zelfs, waarin
ze kijkt, haar lippen stift
uit gewoonte.

poëzietekening – 23/06/2009 acg vianen

poëzietekening 23/06/2009 acg vianen

poëzietekening 23/06/2009 acg vianen

nachtbreker – joris lenstra

In ben ingebroken
in de kristallen bol van haar dromen.

Nu lig ik aan haar grens
met scherven bij de hand.

Ik tilde eerder haar dekens op
en liet de vogeltjes eruit.

Zij giechelde tevreden. Maar ik
blijf stil. Straks ontwaakt ze nog.

Ik ontvlucht de
ophandenzijnde klucht. Ik

trek mijn broek aan en trippel
op kousenvoetjes schuldig door de gang.

Ik voel me een klein jongetje
dat de prille ochtendstilte welkom heet.

De iele straat die maar één richting kent,
bekent mijn stappen voor mij uit.

Ik kom eraan. En hoop,
met de slaap nog diep in mijn ogen verzonken,

dat ik niet teveel van mijzelf
aan haar verraden heb. Zoals mijn adres.

in herinnering – joris lenstra

Ik stop herinneringen
in kisten in mijn hoofd
zodat ik ze er weer uit kan halen
als ik daar behoefte aan heb.

Op broekriemlosse avonden bijvoorbeeld,
als ik probeer om mezelf net iets
sneller te laten sterven en tegelijkertijd
de tijd voor de gek te houden.

Dan maak ik de kisten open
alsof er dure wijnen in zitten.
Goed gerijpt en zeer belegen
ontkurk ik de oude jaren.

De gaten in het boeket
neem ik voor lief. Eén voor één
proef ik de minuten die
kolkend door mijn keel glijden.

Mijn hoofd slaat licht op hol.
Ontwend en aangeschoten.
Zo breng ik de schemerende avond door.
Totdat twee wijndoorlopen ogen

van mijn zoon de kamer binnenkomen
omdat hij niet slapen kan. Ik pak
zijn hand en begeleid het bleke gelaat
weer mee naar boven. Dichter bij god.

Nog even, denk ik zacht, en dan
heeft ook hij genoeg om mee te leven.
Ik kus hem zacht en vertel dan een verhaal
over heel lang geleden.

onverschillige ode aan dylan thomas – joris lenstra

In de laatste scène van zijn leven werd de dichter Dylan Thomas
op de voet gevolgd door twee detectives.
Zij moesten bewijzen dat onze bard
een leugenachtige dronkaard was.

Ze gingen met hem mee die laatste overleden nacht af.
Ieder gebaar van hem werd druk genoteerd. Ieder woord
zorgvuldig opgetekend als waren ze vlindervangers.
De biografen na hen, bedankten ze zeer.

Onbewust van zijn geschiedenis
volgden ze hem alle zestien straight whiskeys af
in de new yorkse rumoer.

Maar hij was hen reeds ver voor.
Razend tegen het afsterven van het licht
plofte de bal die hij wierp al spelend in het park
in de steenkoolzwarte nacht
beschonken tegen de rand van zijn hotelbed.

Voor even weer de verderlichte jongen uit Wales
mompelde hij zacht: na de eerste dood,
vind je geen tweede.

code – arjan keene

“Dit manifest is een autobom, bedoeld om jullie te doden.
Het is geen grap.”
Pfeijffer

Mijn code laat computers rekenen.
Mijn code laat radio’s samen spreken.
Mijn code laat verplaatsingen zien.
Mijn code laat kanonnen schieten.

Ik schrijf mijn code ver van het front,
in een safety area, buiten het schootsveld
van de artillerie.

Mijn code is de logica.
Ik moet zwijgen over mijn code.
Maar mijn code is ook poëzie,
in een taal met strakkere regels
en een gecalculeerde zeggingskracht.

Kom niet bij mij aan met geboden,
zondagsdichters vol van engagement,
‘…terwijl buiten het kanonnenvlees
in de loopgraven lilde’.

Mijn code veroorzaakt doden.
Mijn code kan ook onnodige 
broedermoord voorkomen.
Maar de ondoden zijn ontelbaar.

de sociale ingenieur in jou – hans van willigenburg

Soms hoeft je vermoeidheid maar één tandje
bij te schakelen om een toestand
zodanig over de rand
te laten vallen
dat je loodrecht,
met je kop voorop,
op een ramp
af suist
van onduidelijke komaf,
terwijl de omstanders aan tafel
geen verschil merken met twee seconden
geleden.

Op zo’n moment kan een wijnglas,
vlak daarvoor nog een verlengstuk van je vingers,
veranderen in iets vijandigs:
een ding dat je streven vloert,
dat al jaren doet
en daarom voorgoed
alleen moet staan boeten
naast je vlakke handen op het tafelblad.

Een ‘tweede wil’ (zwakker) trommel je op
om je handen daar te houden,
stil, afzijdig,
de val te breken;

het put je helemaal uit
zeker
als twee stoelen verderop
tafelgenoten uitbarsten
in een lachsalvo
die je maagwand laat trillen.

Dostojevski schreef
‘Aantekeningen uit het ondergrondse’
met daarin de zin:

‘En waarom bent u er zo vast,
zo heilig van overtuigd
dat alleen het normale en positieve,
kortom alleen voorspoed,
voordelig is voor de mens?’

Je denkt: een beginnerscursus ‘Russische Klassieken’
voor al mijn disgenoten, zou dat geen bijdrage zijn
aan de maatschappij?

de politicus – hans van willigenburg

Van de kiezer moet hij
cadeautjes uitdelen.

Van de interviewer moet hij
iets eloquents zeggen.

Van de lobbyist moet hij
bepaalde handen schudden.

Van de secretaresse moet hij
aan een bloemetje denken.

Van de fractiegenoot moet hij
leren zwijgen.

Van de opiniepeiler
moet hij kortere zinnen maken.

Van de stalker moet hij
één woord schreeuwen, recht in de camera.

Van de partij moet hij
meer zichtbaar zijn.

Van zijn schaduw moet hij
meer rechtop lopen.

Van zijn coach moet hij
ontdekken wat zijn kern is.

Van zijn kinderen moet hij
zijn haar en kleding verversen.

Van zijn vrouw moet hij
een weekend lang ontspannen.

Van zijn moeder moet hij
zijn dassen beter strikken.

Van zichzelf moet hij
een visie ontwikkelen,

niet op het land,
maar op het dichtnaaien van zijn ogen en oren.

zerp – sunshine tenochtithlan

Ooit was zij als de wind op de velden, lang van adem
en zwoel van korengeur; haar warme volheid als een
deken van dromen, die in eigen gang nog zelfs de kilte
van de nacht, elke nacht, licht om eindeloze duiding
hulde.

I.

Zij zoekt het elixer van de Waarheid, zuurt daartoe de
tong tot schrijnend vlees, opdat de smaak zich puren
zal; maar geen mespunt lijkt mee te willen scherpen
aan dit wondrag van geklonken bloed, als zij bezwaard
het roestwerk mijnt. Verwijten bindt haar schijnbaar
in, scheidt schimmel van de schil, toch trekken draden-
resten ongezien een struikelraam, die keer op keer,
alsnog gespannen, door haar worden ingezet: er valt
haar bijna alles in.

Helaas vergeet ze daarbij steeds om kinderen te
ontzien; éénmaal vastomlijnd is elke prooi haar even
lief, temeer daar ze haar ingebeelde vijanden, met
onvergeven driften in haar web gelokt, zelfs niet tot op
het lot gewroken wil laten gaan. Zo ziet men, waar ze
zich dan ook verschanst, de gemeenschap langzaam
uitdunnen tot uiteindelijk een magere kern van
heulbereide zonderlijken overblijft.

II.

Het woord vernietigd, wacht haar nieuwe zin. Op haar
reizen over de maanbezongen vlakten verwacht zij van
elke aarzelend opgekomen morgenster onmiddellijk
een feilloze kennis van het vaardig wetten van het edel
hemelschrift. Althans, de versie die zij zelf, van jaren
her, weergaloos aanbidt. Zelden past het haar een
vreemde invloed te gedogen, heel soms bij te schrijven
in het strikt gelimiteerde pantheon van de pengelikte
scriptgeleerden.

Nog weet zij van de initiaties die zij zelf eens heeft
moeten ondergaan; niets daarvan kwam haar als
toeval voor, elke haar geleverde pennestreek nam haar
een volgend teken uit een lange reeks, elk moest zij
bevechten om de zuiverheid van zin. Totdat zij, het
bezinksel meer zat dan klaar, maar het verwelkend lid
welhaast vermaatschapt, er stijfkoppig op ging staan.
Slinksdragend, dat dan weer wel. Dat was nog niet
meteen, dat kwam pas later, toen haar bleek dat ze
niet zozeer zinvol had gewonnen, alswel zinledig
verloren.

III.

Sindsdien hoedt zij zich die leegte wie dan ook te laten
zien, harkt met tanden zowat bot van beenderknauwen
potentiële evenknieën hard onderuit: ze maalt echt
nergens om.

Zij draait het best op volle toeren, wanneer de olie die
haar smeren moet gevoed wordt uit door haar weder-
rechtelijk ingeteerde schutbladen: naar inhoud taalt
zij niet.

Ooit was zij als de korenwind geaard. Maar nu? Wie
ziet zij nog waarachtig om zich heen, zo hoog verheven
in haar ijsgetongde tempel van de koele min? Ik zie
haar gangen, ongenaakbaar door haar uitgehouwen,
in schaduwen gehangen. Ik heb, geen eind in zicht,
met haar te doen.

vacant soleil – sunshine tenochtithlan

Mijn oude buurman was op verre vakantie
samen gaand met zijn jonge erfzondedoos
het oog schrijnt toch ook wat te willen
verloor daar plotseling zijn ondersteek
en -druk ging haast bijna ten onder aan
de klamme zemelzorgen van zijn lustlief
Het maakt weer eens bewust hoe teer het
leven aan een schelkoord hangt dat soms
bij het minste meebewegen in enige wind
een zacht gefluister van roeping tot de
Meester zich ons te luister leggen laat
Maar ja en dan hij overleefde daar niet
van teruggekomen gaandeweg op thuisreis
tijdens een fraaie warme nachttariefrit
en onder het schelle waanlicht van zijn
wankel evenwipwicht werd hij gevierd en
versierd vol gevoel in missionarisstand
verheven alsnog klaar ten hemel genomen

histoire d’eau – sunshine tenochtithlan

Vacant Soleil [II]

Dat jonge leeplief was natuurlijk nooit
zomaar bij mijn oude buurman aangekomen
als niet eerst de Voorzienigheid sluiks
en fors had ingegrepen niettegenstaande
haar ferme voornemen om in het klooster
non te worden bleek evenwel al snel dat
zij habijt verwarde met habitude wat op
zich niet eens zo ongebruikelijk pleegt
te zijn daar in die devote kringen ware
het niet dat zij in haar lofzuchtige en
lucide aanbidding op dat moment het die
dag bezoekend publiek van het armlastig
kloosterdom waaronder eveneens dus mijn
oude buurman hevig in vervoering bracht
doordat zij in haar innige beleving van
de consecratie van het wijwater dit met
grote misbaren verwarde met meer fysiek
te uiten zegeningen aan een goegemeente
als het onvervaard de hand aan zichzelf
slaan toen greep mijn oude buurman erin

mus – wouter van heiningen

Ook als je echt zo heet
vergeet ik nooit je naam

hoe je wegdook
na een zachte streling van je wang
de rode blos tot diep
in je hals

je voorzichtige lach
die de ochtend deed smelten
tot een zee van tijd

de dagen dat ik je zocht
in veel te volle straten
en altijd weerkeerde
tot het plaats delict

je naam nog korter
dan mijn liefde was gegeven

als je echt zo heet