* – steven graauwmans

Ze ontleent een collage waarheden
– met garantie bestempeld
voor dagen manuren die tellen,
dingen die blijven

Ze begaat bedachtzaamheden op bestelling
(niet langer dan 30 minuten)
tot er wordt gebeld

Ze leert haar bekken
kantelen met een kwinkslag
van meisje tot morgenmeisje

* – steven graauwmans

Ze is uit slijk gebouwd: met bliksem
slagen tot leven verwekt
Ze is uit drijfzand op
getrokken: met zeewier verslingerd

Ze haalt me uit de grond
die door me waart –
                  waar wortels graven
Ze haalt me uit naar
warme plekjes

In minuten zindelijkheid
geef ik zin,
loop voor haar uit
in haar glinsterdingen,
mijn voorhoofd
andersom
                            glanzig

* – steven graauwmans

Zoals uit duizend herdachte sprookjes
zoals ze erover wrijft
tot een grimas om haar navel
als haar alleen buikje
grolt en stampt en hunkert

Kus ik het te rusten,
probeer tovenaar te spelen
met armen en benen

Morgen gaat ze

Naar de dokter
die zal haar ook genezen
Naar de opperelf
                die zal haar vleugels geven

trekdrop uit koude grond – joris miedema

er is een stad uit de lucht gevallen
overal om ons heen
zien we de schaduwen
die het gedragen heeft

op een plein liggen de wijzers
van een kerkklok stil
een man rolt de schim
van een pastoor op
welke constant aan zijn voeten ligt

brengt hem naar zijn vrouw
zodat zij overdag samen
koffie kunnen drinken
ze luistert naar de zweem
van zijn stem

winterdip – joris miedema

ik heb de radio aangezet
hoor noten tegen muren ketsen
net zo lang tot er een gekraakt
op het parket valt

mijn oma kruipt eruit
in haar mooiste avondjurk
haar mond een kommetje winterdip
waar muziek om speelt

haar ogen
twee druppels water
in de mijne

lang gedicht met soort ontknoping – hans van willigenburg

Ik ontmoet iemand op een kantoor.
Ik geef die persoon een hand.
Ik voel een krachtige, warme hand.
De persoon wijst mij de weg.
Laat me diverse vertrekken zien.
Wijst op détails, kijkt of ik kijk.
Vraagt op de gang of ik vragen heb.
Ja, ik heb vragen, ontelbare vragen.
Ik stel de makkelijkste.
De persoon geeft gretig antwoord.
Ik volg de persoon door het gebouw.
Mij wordt een stoel aangeboden.
Ik ga erop zitten.
De persoon sluit twee deuren.
Laat luxaflex zakken.
We drinken samen koffie.
Ik begin aan de persoon te wennen.
Ik wil een serieus gesprek beginnen.
Ik heb het onderwerp bepaald.
Ik heb ook mijn strategie klaarliggen.
Ik stel me voor wat de reactie zal zijn
van die persoon.

Dan gaat één van de deuren open.
Een onbekende derde treedt binnen.
Iemand die mijn beide handen doet bewegen.
Panisch! Naar de revers van mijn colbert!

Ik zou die ene beweging terug willen draaien.
Ik zou één seconde de tijd willen hebben gehad (één seconde!)
om te beseffen dat die ene beweging uit den boze is.
Ik zou, ik zou, ik zou…

Weer thuis zeg ik tegen mezelf dat ik een type ben,
een bepaald type, dat in principe alles heeft

behalve iets.

we serveren de postbode – joris miedema

nadat hij een telefoonboek
bewust op hun chiwawa
had gemikt

serveerde ze de postbode
als Tompoes
op haar high society party

een vrouw had een stukje
belastingaanslag
tussen haar tanden

haar man hield een chirurgenhandschoen
voor haar mond
waarin ze het uit kon spugen

mein kindf – joris miedema

ik heb een houten kruis op zolder gevonden
en vraag aan vader of hij
het in kleine stukjes wil zagen

met een zakmes schaaf ik ze bij
zodat de plankjes op mensen beginnen te lijken
ik kerf een logo in hun ogen
en degene die mislukken
zet ik neer in een kijkdoos van droogijs

alle ongelijke doe ik in een pan
en moeder kookt ze voor me
net zo lang tot er een karikatuur
van een geloof door de afzuigkap verdwijnt

ik woon tussen de bomen – joris miedema

in het park staat onze voordeur
tussen twee bomen
het grasveld daarachter zonder doel
is de vloer waar wij op lopen

iets verderop in een meertje
drijft de huiskamer
moeder gooit er emmers water uit
om het niet te laten zinken

mijn slaapkamer hangt aan een tak
die op elk moment kan breken
vader is de groene bak
naast het bankje en zegt
dat alles wat in hem zit verrotten kan

van tijd en leven – sunshine tenochtithlan

Bladstil hangt de tuin te puffen.
De lome middag loert op onweer,
toch zijn we nog buiten

adem van de lange wandel
en de trek die ons meesleept
in haar hongerstilling om meer.

Het duizelt me van de bekoornis
die ik met haar herontdekt heb.

Na al het lange wachten op slechts
een vermoeden van en dan dit
geruild krijgen tegen.

Ik check opnieuw de juiste stand
van de parasol, geef haar een blik van

er restten ons nog vele jaren zo,
samen oud en samen gezond.

Zij houdt lang mijn ogen vast,
er blinkt iets van opzij ~

ik zie hoe zij, bijna achteloos,
de liegplek op haar hand
kalmpjes voor mij verbergt.

De zon schijnt onbarmhartig
door het beginnend lichten.

verbouwing (stenen maken de Man) – sunshine tenochtithlan

Wikkelwegen [III]

„Tegen het verbouwen aan bekruipt mij steevast de idee van
paleisrevolutie. Mijn oog scheert langs vlakken en steunberen,
over hout- en penverbindingen. Ik bedenk ter plekke een nieuwe
formulering voor de Platonische lichamen. Ik weet haast zeker
dat men daarbij iets over het hoofd gezien moet hebben. Omdat
ik het verbouwen eigenhandig doe heb ik alle elementen helemaal
zelf in de hand. Dat geldt ook voor de behulpzame hints die mij
mededeelzaam worden toegeworpen van over de heg. Burengerucht.
De herinnering aan mijn vader spoort mij aan tot nog groter
ijver. Het werken in breuken en stofnesten is vanzelfsprekend
aan de volgende generatie voorbehouden. Wat op papier staat,
met die wetten bouwen, laat zich evenwel schijnbaar nogal eens
in de luren leggen doordat bij de uitwerking blijkt dat, ondanks
het vérgaand voorbereidend schrijven, alsnog nieuw gevonden
onvolkomenheden reden zouden kunnen vormen tot wijziging van
het geplande. Toch blijf ik erin geloven, net zoals mijn vader deed
en al de vaders vóór hem dat ook deden. Vanavond stormt het, zegt
volkomen overbodig de weersverwachting. Ik leg mij op de stenen
tafelen toe; eet genadebrood.”

bloemen staan op stelen – sunshine tenochtithlan

Wikkelwegen [IV]

„Alsof wat ik zou willen nemen niet al tot het mijne reken. Wij
worden onschuldig geboren; weten niet van de waarde van
onze glimlach, tot die waarde ons door de ander wordt ingegeven.
Stel je het eens voor, het moment waarop dat besef voor het eerst
doorbreekt: de glimlach zal nooit meer dezelfde zijn. Iets dat niet
door eigen toedoen, dan misschien heel beperkt, maar daarmee altijd
pas in tweede instantie, bestaat, krijgt plotseling een meerwaarde
die het, geplaatst in het geheel waarvan het deel uitmaakt, een uniek
verschil met al het andere verleent. Om dit, vanaf die eerste vonk,
in stand te houden, zal niet kunnen zonder dat voortdurend de
spiegel met de ander wordt opgezocht. Vrijwillig of niet, of hier
sprake is van vrij en willig, is nog maar de vraag. Totdat de
fatale gedachte inzet, dat wat verleend lijkt te zijn, in wezen
vermeend is. Wat gegeven is, kan ook worden afgenomen. Wat zich
niet laat nemen, is een gegeven. Had ik van het weten geweten,
was ik net zo goed hier aanbeland.”

poëzietekening – 26/05/2009 acg vianen

poëzietekening 26/05/2009 acg vianen

poëzietekening 26/05/2009 acg vianen

manisch manifest – arjan keene

Ik ben een bijl in het diepst
van mijn gedachtenexperiment.
Met die bijl splijt ik een gapende kloof
tussen hier en papier,
tussen poëzie en de tijd van schrijven,
tussen de lezer en wie nog wil blijven.

Als u dit leest, jaren later,
ziet u: oh ja, zo was het toen,
men moest het weer helemaal anders doen,
men zong van gospels en psalmen,
en er werd wat afgepfeijfferd.

Ach, hadden wij maar een gram van de genen
van de dichters die in het jaar nul verschenen.

De nieuwe Dichtus diende zich aan,
maar de apocriefe agnostische critici
- uit eigen volk nota bene –
riepen: wij willen geen aforismen meer,
geef ons een maatschappijvisie, heer!

De manifest geworden messias
had lak aan deze kritieke massa
en bundelde in eigen beheer
- zoals inmiddels geschiedenis is –
de bestseller aller tijden
‘Het komt toch altijd weer
op liefde neer’.

Zijn gruwelijke marteldood
- met strop en bijl in de bibliotheek
door een uitzinnige bende lezers -
is nog nooit bewezen.

Leverde overigens wel
- als u mij deze pointillistische
afsluiter niet euvel duidt -
enorm entertainende films op,
en poëzie die je onmogelijk
ergens voor kunt gebruiken.


24 mei 2009

een gedicht – gerardus

kan je niets meer bieden
dan één gedicht

maar is het ook een iets poëtisch?

vast en zeker j.a.
deelder zou zeggen
wel met een honkbalknuppel
vol op de knater

gunstig
kunt u ‘m
ook inpakken?

de vrouw is namelijk
binnenkort jarig
en ze houdt wel
van een geintje

nachtblad – reinier de rooie

dat de hel ons aanvaardt ondermaans
principieel tegendraads
en van armoe doorlucht
staat vervat in de krant als een hoedje
‘s ochtends vroeg van plezier op de mat

ik ontwaak en beschouw
de woorden van confucius
hoe waar en wat zich paart
mits strottenhoofd klaar kronkelt
rond de knal van een koperen k
of o
de oever van wat stroomt omvat

de leugenaars zijn onder ons zo alledaags
onschuldig als het lam vallend blad
tot humus van nerf en nevel
waarop het kind zijn taal vergaard
tot zich uit in een kras langs de kim

bladverlies: een lentelied – reinier de rooie

loslippig van lijf en leden laat
sporen na die nimmermeer traceerbaar
zag een dichter van laatste mogelijkheid
schijnbaar in het voorjaarslicht

wie werd genoemd toen de appel viel?
eva nam een hapje adem
- zo zijn ze wel de bitches -
adam schoor zich schaamrood

de dichter stond bij de boom en sprak
- nergens lag een oor het landschap
verhief zich sowieso -:

“waar in de wereld wordt
het water beroerd?
wie waait die wint!”

de tuinvrouw en de liefde – sunshine tenochtithlan

Zij kauwt op groeizin, smaak en bladergroen,
maakt graag een kaalslag uit het land haar zaak,
schetst menig klant tot haar verbazing raak
wat in de grond al helder qua visioen

zich tooit. Zo strooit zij als een trojka rozen,
dahlia, jasmijn; seizoenen gaan
langs heem en hof, vermaakt met haar voldaan.
Haar passie drijft haar blik, wekt licht haar blozen

eer gerijpte pennenvruchten glorie
vinden in haar lustig hof van heden-
daags ontwerp. Bezield! Nog onverlet

wie haar soms in verzoeking brengt de story
elders te voltooien, reeds veertien schreden
lang houdt elk perceel haar gunst bezet.

Maar wacht, haar groots verhaal begint maar net:
ontplooit het liefst haar kansen in het kneden
van verrassingsspel dat a priori

zonder weerga, haar indachtig, pret
schenkt, reizend in niet eerder al betreden
gangen van de scheppende victorie.

Tijd streelt deze vrouw een fraaie pose:
druk of niet, ze ziet de haast niet staan,
maar wél een kunstig werk aan deze laan;
neemt kalm besluit te gaan voor virtuoze

speling. Wát haar handen vaardig doen
ontstaan, komt afgetekend in de maak
perfect tot stand. Verleidt een dichter spraak-
duet dat tweezaam schittert in high noon.

wegen kunnen ingewikkeld wegen – sunshine tenochtithlan

Wikkelwegen [I]

„Ben ik oud, ben ik jong, leeftijd is van alle jaren. Ben ik wijs,
ben ik dom, ook die ervaring is al snel verjaard. Keus genoeg
in het verdwalen: gisteren de kansel, vandaag de TomTom,
morgen de kometenstorm. Het zou kunnen zich enige zorg
hieromtrent te ontzeggen, in de veronderstelling dat het, met
de wet van de grote aantallen voor ogen, indien niet bij zichzelf,
dan toch zeker elders in de zorgsfeer betrokken zal zijn. Voordat
ik voor mezelf deze stap kan nemen, zal ik op zijn minst de
beschreven veronderstelling moeten toetsen op bewaarheid.
Dat is een punt van grote zorg voor me. Er is niets wat niet eerder
al eens gezegd is en toch zich steeds als in nieuwe woorden
gezegd wil weten, omdat in het zeggen de bezwering van het
nog niet gezegde heimelijk ligt opgesloten.”

wij sterven onder jonge zon – sunshine tenochtithlan

Wikkelwegen [II]

„Bij het boodschappen doen ontbreekt mij doorgaans elk idee
van eeuwigheid. De confrontatie met de houdbaarheidsdatum
van, zeg, de rode kool, of willekeurig welk ander artikel, doet
vermoeden van eenzelfde type willekeur in de onmiskenbare
eindigheid van het eigen versheidsstreven. Hoe zorgvuldig ook
deze gedachte kan worden verpakt, op de kosmische schaal
bezien maakt het geen enkel verschil. Het laat zich gewillig
jagen: wij drenken de mensensoort voortdurend in nieuw bloed.
Het is waarschijnlijk dat in het wijten van het geweten
de houdbaarheid van het gewisse wijden, zoals dat in oude
tijden eens gekend is geweest, aan nadere bezinning
onderworpen aanleiding zal zijn tot een fundamentele
herbeleving van de zekerheid van ontijdigheid. Dat geeft
toch te denken, bij het legen van de boodschappenkar.”

münch(h)ausen by proxy – gerard scharn

florimond mijn zoon
mijnheer de psychiater
heeft een versleten hoofd
het is te zwaar
want vol met water

hij hokt nog met zijn oma
op een te kleine bovenkamer

mijnheer von münch(h)ausen
ik doorzie de ernst van de situatie
hier heeft u een recept
slik trouw tweemaal daags
en uw probleem zal slinken

de klotskoppen – gerard scharn

van ver komen ze aangelopen
de knuppels in de vuisten
ze hebben rotte koppen
ze zijn bedekt met puisten

het lijken analfabeten
alhoewel schijn bedriegt
ze schrijven hun problemen
al een beetje van zich af

wachtkamer met deur – peter j.r. vermaat

De nacht wordt minder zwart, maar meer ontbreken
van elke kleur, klank die verdooft en zeker maakt
dat alles ademt naar reisvaardigheid.

De vuile hand, die haar wil grijpen, kruipt
met elke telling dichterbij. Haar hals
ligt leeggesmeekt voor alles open wat
de helling minder steil maakt
en de zee ondieper.

Dan de klink.

waar gebeurd in ureterpstradeel – gerard scharn

de pilaarbijters leggen nog een kaartje
voor het ita missa est zal klinken
maar als de winst wordt opgestreken
daalt een engel der wrake krakend neer

onder het puin liggen vier klaverjassers
een doodgraver en zijn zoon benevens
twee toeristen met hun jongste kind

geen oude fietsen vandaag – gerard scharn

muziek verrijkt je leven
roept mijn ma altijd als
het tijd is om te eten

pa slacht dan een ezelbas
of zet vallen voor de wolfskwint
de radio staat afgestemd op Beromünster

soms zie ik nog uiers hangen
dan denk ik aan de Alpen
of aan Britt Boldoo die mij
het jodelen leerde want
muziek verrijkt je leven

radio kootwijk is niet uit de lucht – gerard scharn

een atheïst zingt als een rossignol over
majazeep, juan klapt wat in zijn handen
het is reclame hoor ik voor kalenders
een nieuwe tijd breekt aan
maar wacht u voor de mergelbijter
al zijn zijn tanden slee van zure druiven

de brandstapel smeult nog na de laatste
ketter is verast, het zal een fenix blijken

linguïstisch toerisme – hans van willigenburg

Er komt ook bij jou een moment
dat de woorden
het niet meer
aan kunnen
een categorie
grotere woorden
te verontrusten.

Dat ze er zachtjes
tegenaan klotsen,

dat alleen nog maar…

Je kunt vanaf dat moment
aan de branding gaan liggen,
in het warme gezelschap
van die grotere woorden,
onbedreigd en vadsig.

Je kunt je terug bijten
in de woorden, hun huls
stuk knabbelen,
met je resterende gif
de taal trachten
te injecteren:

genoeg voor het wegvreten
van elke kustlijn waaraan jij
in je zwembroek ligt te zonnen.

Je kunt ook, beschetener, in de duinen
gaan zitten, van een afstand
naar het taalspel kijken
en in gedachten vanaf
een badhanddoek
stiekem een vingerhoedje
zoutzuur in het zand
leeg gieten
en van alles

stil genieten.

trek de strekking strak – hans van willigenburg

Trek de strekking zo strak als maar kan
Buig de glimlach tot een echte glimlach
Als je toch al bezig bent je lippen tot
Een dergelijke krul te maltraiteren kun
Je maar het beste ten langen leste doen
Alsof het allemaal vanzelf ging daarmee
Iedereen verblijdend die nog op zoek is
Naar het levendige en vanzelfsprekender
Ogende dat het liefst uit een bron komt
Die door louter innerlijke krachten tot
Haar kracht is gekomen en wie weet zegt
Een bekend merk toiletgeur wel blijf je
Zelf en het odeur van succes wordt wolk
Wordt sfeer wordt zuurstof afrekenen in
Euro’s al gelang de stijgende omzet van
Fel gekleurde flacons waarmee je echter
Dan echt een ‘volstrekt natuurlijk’ duo
Vormt aldus de manager die onderweg bij
Jou is aangehaakt en met een juiste van
Een voorbeeld afgekeken houding bretels
Aan je mondhoeken monteert zodat in het
Vervolg meerdere merken kunnen inloggen
Op jouw universele vrolijkheid en saldo

solitaire satisfactie – hans van willigenburg

Ik heb mijn depressie verpakt tot een hoofd
waaromheen fleurig prikkeldraad het beeld van
een naar ontbijtkoek happende peuter bewaakt.

De mensen willen alles weten over het kleurendessin
en ik zeg niks; ik wacht tot ze hun neus in de materie
steken en met bebloede smoelen aftaaien.

Ik zoom ik weet niet hoe lang al in op het omhoog wijzende
kinnetje dat nog stoer als een boeg het bestaan opzij
beukt; ik brul tegen de telefoon dat-ie de kanker kan krijgen.

Kotsend over memo’s, nota’s, rekeningen, evaluatieformulieren,
hang ik in mijn eigen vermomming en vervang de peuter
door een dolfijn met evenveel troostende kenmerken.

‘Hoe tevreden bent u met het rendement van uw werk?’
Een beetje tevreden.

verre neven – edwin de voigt

Als heteroman
in het holst van de nacht
na vele bieren
en het gesloten reguliere
ben ik nieuwsgierig
naar de nevenactiviteiten
van menig nicht